• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen wordt donateur.
  • Justitie en Veiligheid

  • Nieuwsblog

  • Openbaarheid

  • Nationaal Veiligheidsarchief

  • Publicaties

  • Crisis en Onveiligheid

  • Europa

  • Politieklachten

  • Veilig Internetten

  • Jansen Library

  • Inhoudsopgave Observant #18, januari 2003

    01 Veiligheidsdienst moet jihad-huiswerk overdoen
    02 Openheid AIVD is eenzijdig
    03 De firma list & bed
    04 Voordracht benoeming Commissie van Toezicht betreffende IVD
    05 De AIVD en het leveren van bewijs voor rechtszaken.
    06 Satellietinterceptie voor opsporingsdoeleinden
    07 Rapport van de werkgroep wetgeving informatie-uitwisseling
    08 Nieuwe lijst van terroristische organisatie van de Europese Unie
    09 Aanbeveling van de Europese Raad inzake de opstelling van terroristenprofielen
    10 Computerondersteunde preventieve opsporing op basis van van gemeenschappelijke daderprofielen
    11 Handboek voor de beveiliging van Eurotoppen
    12 De rapporten van de Commissie van der Haak

     

    Gehele Observant #18

    Observant #18, januari 2003

    Veiligheidsdienst moet jihad-huiswerk overdoen

    Eindhovens Dagblad en BN/De Stem
    4 december 2002
    Door Erik Timmerman en Wil van der Schans
    Afgelopen week verscheen het rapport ‘Rekrutering in Nederland voor de jihad, van incident naar trend’ van de hand van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Het rapport veroorzaakte veel politieke ophef terwijl er feitelijk weinig hard wordt gemaakt door de AIVD. Het kan ook anders, vinden Erik Timmerman en Wil van der Schans.


    Openheid AIVD is eenzijdig

    De Volkskrant
    21 december 2002
    Door Louis Sèvéke
    Afgelopen week verscheen de nota Rekrutering in Nederland voor de jihad, van incident naar trend. Ook in die nota weer geen feiten, maar wel veel sfeer en beeldvorming: ‘het is zeer waarschijnlijk dat ….’, ‘zo zijn er aanwijzingen dat …’, ‘in zijn algemeenheid lijkt …’. Niet één bron, geen onderzoeksmethode, geen verantwoording. De dienst verdedigt zich in vergelijkbare gevallen, gevraagd naar de oorsprong van zijn kennis, al te makkelijk door te verwijzen naar het karakter van zijn onderzoeksmethoden en bronnen. Het gaat tenslotte om een geheime dienst, die per definitie in het geheim dient te opereren. Die opstelling is natuurlijk niet te handhaven als de dienst besluit te publiceren. Zeker niet als dat gebeurt op een terrein dat velen bezighoudt en tot grote spanningen in de samenleving leidt. Als een geheime dienst meer openheid van zaken wenst te geven, dan dient hij dat op al zijn werkterreinen te doen en niet slechts op één ‘goed in de markt liggend’ gebied.


    De firma list & bedrog

    Onze Wereld
    december 2002
    Door Eveline Lubbers
    Multinationals wringen zich in allerlei bochten om een bezoedeld imago op te poetsen. Het arsenaal varieert van geavanceerde PR-strategieën tot complete spionage-operaties. Geregeld blijken bedrijven meer te investeren in greenwashing dan werkelijk iets te doen aan maatschappelijk verantwoord ondernemen.


    Voordracht benoeming Commissie van Toezicht betreffende IVD

    Kamerstuk: 28 731
    16 december 2002
    In verband met het opmaken van een voordracht van drie kandidaten ter vervulling van de vacature van een voorzitter van de commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten als bedoeld in artikel 65 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, kan de vaste commissie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het volgende meedelen.


    De AIVD en het leveren van bewijs voor rechtszaken.

    januari 2003
    Eind december bepaalde de rechtbank te Rotterdam dat vier vermeende terroristen moesten worden vrijgelaten, omdat het Openbaar Ministerie hen als verdachte had aangemerkt puur en alleen op grond van AIVD informatie. Hier meer over het leveren van bewijs voor strafzaken door de AIVD.


    Satellietinterceptie voor opsporingsdoeleinden

    Security.nl
    7 januari 2003
    Door Jelle van Buuren
    Er moet nader onderzoek komen naar de wettelijke mogelijkheden om satellietinterceptie in te zetten voor opsporingsdoeleinden. Dat schrijft de werkgroep ‘Gegevensuitwisseling en Terrorismebestrijding’ in een vandaag verschenen rapport. De werkgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van de ministeries van Justitie, Binnenlandse Zaken, de politie, het Openbaar Ministerie en de inlichtingendiensten, werd vorig jaar door de regering ingesteld om te onderzoeken of er voldoende mogelijkheden bestaan voor informatie-uitwisseling op het terrein van terrorismebestrijding.


    Rapport van de werkgroep wetgeving informatie-uitwisseling

    6 januari 2003
    Naar aanleiding van de aanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten op het World Trade Center en het Pentagon heeft de Nederlandse regering een actieplan opgesteld inzake terrorismebestrijding en veiligheid. In dit actieplan wordt een aantal door de regering voorgenomen en reeds in gang gezette maatregelen op het terrein van terrorismebestrijding en veiligheid beschreven. Verbetering en intensivering van informatie-uitwisseling tussen verschillende onderdelen binnen de overheid ter voorkoming en bestrijding van terroristische misdrijven vormt hierbij een terugkerend onderwerp. Bij het opstellen van het actieplan is besloten een werkgroep in het leven te roepen die tot taak heeft te bezien of op grond van de bestaande regelgeving voldoende mogelijkheden tot informatie-uitwisseling bestaan en waar dat niet het geval mocht zijn, voorstellen te doen voor verbetering hiervan. In dit rapport wordt verslag gedaan van de bevindingen van deze werkgroep. Aan de werkgroep hebben deelgenomen vertegenwoordigers van de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het openbaar ministerie, de politie, de Algemene inlichtingen- en veiligheidsdienst (voorheen de Binnenlandse veiligheidsdienst) en de Militaire inlichtingen- en veiligheidsdienst (voorheen de Militaire inlichtingendienst). In bijlage 1 bij dit rapport zijn de namen van de leden van de werkgroep opgenomen.


    Nieuwe lijst van terroristische organisatie van de Europese Unie

    Publicatieblad Nr. L 337 van 13/12/2002 blz. 0093 – 0096
    Nieuwe versie van het lijst terroristische organisaties


    Aanbeveling van de Europese Raad inzake de opstelling van terroristenprofielen <pdf-file>

    Enfopol 117, 18 november 2002
    De Europese Raad stelt voor om aan de hand van elementen als nationaliteit, leeftijd, psychologische en sociologische kenmerken e.d. profielen van mogelijke terroristen op te gaan stellen. Aangenomen in de JBZ-Raad op 28 november 2002.


    Computerondersteunde preventieve opsporing op basis van van gemeenschappelijke daderprofielen <pdf-file>

    En hier

    Enfopol 130, 31 oktober 2002
    De introductie van het Duitse systeem van Rashterfandung (koppelen van alle computerbestanden) in de EU is nabij: aan de hand van de gemeenschappelijke terroristenprofielen zal elke lidstaat van de Europese unie zijn nationale databestanden doorzoeken (bv. bevolkingsregister, vreemdelingenregisters van universiteiten, enz.) naar personen die door de veiligheidsdiensten aan een onderzoek moeten worden onderwoorpen.


    Handboek voor de beveiliging van Eurotoppen <pdf-file>

    12 november 2002
    Nieuwe versie van het handboek beveiliging voor de Europese toppen.


    De rapporten van de Commissie van der Haak

    18 december 2002
    Voor wie de rapporten nog niet gelezen heeft.

     

     

     

    Veiligheidsdienst moet jihad-huiswerk overdoen

    Eindhovens Dagblad en BN/De Stem, 14 december 2002
    Door Erik Timmerman en Wil van der Schans

    Zaterdag 14 december, Afgelopen week verscheen het rapport ‘Rekrutering in Nederland voor de jihad, van incident naar trend’ van de hand van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Het rapport veroorzaakte veel politieke ophef terwijl er feitelijk weinig hard wordt gemaakt door de AIVD. Het kan ook anders, vinden Erik Timmerman en Wil van der Schans.

    lees meer

    Openheid AIVD is eenzijdig

    door Louis Sèvéke
    Uit De Volkskrant 21 december 2002

    Voor de derde maal op rij heeft de AIVD (voorheen BVD), in korte tijd, een rapport uitgebracht dat relateert aan mogelijke bedreiging van de democratische rechtsorde vanuit de hoek van islamitische Nederlanders. In mei 1998 verscheen De politieke islam in Nederland, een rapport dat bekritiseerd werd vanwege de stereotype benadering van de islam en het gebrek aan bewijs en onderbouwing. In februari 2002 volgde De democratische rechtsorde en islamitisch onderwijs. Ook dat rapport miste feitelijke onderbouwing. De dienst betoogde in zon 35 paginas dat er daadwerkelijk weinig tot geen vanuit haar perspectief relevante beïnvloeding plaatsvond binnen het islamitisch onderwijs. Toch formuleerde hij zijn conclusies scherper. Afgelopen week verscheen de nota Rekrutering in Nederland voor de jihad, van incident naar trend. Ook in die nota weer geen feiten, maar wel veel sfeer en beeldvorming: het is zeer waarschijnlijk dat ., zo zijn er aanwijzingen dat , in zijn algemeenheid lijkt . Niet één bron, geen onderzoeksmethode, geen verantwoording. De dienst verdedigt zich in vergelijkbare gevallen, gevraagd naar de oorsprong van zijn kennis, al te makkelijk door te verwijzen naar het karakter van zijn onderzoeksmethoden en bronnen. Het gaat tenslotte om een geheime dienst, die per definitie in het geheim dient te opereren. Die opstelling is natuurlijk niet te handhaven als de dienst besluit te publiceren. Zeker niet als dat gebeurt op een terrein dat velen bezighoudt en tot grote spanningen in de samenleving leidt. Als een geheime dienst meer openheid van zaken wenst te geven, dan dient hij dat op al zijn werkterreinen te doen en niet slechts op één goed in de markt liggend gebied. Zo stelde de dienst in een voetnoot van het rapport over het islamitisch onderwijs, dat discriminatie en racisme als de grootste bedreiging viel aan te merken van het integratieproces. Ook nu weer verwijst hij terzijde naar de gebrekkige acceptatie van moslims in Nederland. Waarom dan daarover niet eens gepubliceerd, als de (anti-) integratie de dienst zo aan het hart gaat?

    lees meer

    De AIVD en het leveren van bewijs voor rechtszaken.

    Bij de bestrijding van het terrorisme neemt de AIVD een belangrijke positie in. De regering heeft er in de actieplannen Terrorismebestrijding en in de nota ‘Terrorisme en de bescherming van de samenleving’ voor gekozen om de AIVD een leidende rol te geven in bestrijding van terrorisme.

    Tegelijkertijd werkt de Unit Terrorisme en Bijzondere Taken van het Korps Landelijke Politediensten en de Nationale Recherche aan de bestrijding van terrorisme.

    De AIVD voert haar taken uit onder bepalingen van de Wet op de Inlichtingen en veiligheidsdiensten. De politie heeft zich te houden aan de bepalingen uit de poliitewet en de wet bijzondere opsporingsbevoegdheden.

    Als liaison tussen de AIVD en de politie fungeert de landelijke officier terrorismebestrijding, momenteel mevr. van der Molen

    Zowel de AIVD als de politie verzamelt dus informatie over mogelijke terroristen. In de nota Gegevensuitwisseling en terrorismebestrijding uit januari 2003 staat uitgelegd waar de knelpunten liggen.

    Informatie van de AIVD/BVD is in de loop der jaren vaak doorgeven aan de politie en heeft op die manier een rol gespeeld in diverse opsporingsonderzoeken.
    In het boek ‘Snuffelstaat, Nederland en de BVD‘ staan een aantal voorbeelden genoemd: de Amsterdamse Taxi-oorlog en de taarters van Fortuyn, maar ook in de zaak tegen Langendoen en Vondel lag een BVD Ambtsbericht aan de basis van het politie-onderzoek.

    Dat het hier overigens geen nieuwe problematiek betreft, blijkt uit de brief van de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken aan de Tweede Kamer dd. 28 februari 1992 (IIe Kamerstuk 22 463, nr. 4), getiteld “Bewijskracht in het strafproces van informatie en technisch materiaal verkregen door de BVD”. In deze brief worden in de paragrafen 2. en 3. de bevoegdheden van de veiligheidsdienst en van het OM, c.q. de politie en de gebruikmaking in een strafrechtelijke procedure van gegevens afkomstig van de veiligheidsdienst uiteengezet. Ook de parlementaire enquetecommissie Opsporingsmethoden heeft aan de verhouding veiligheidsdienst versus opsporing en vervolging van strafbare feiten aandacht besteed (Hoofdstuk 8 van Bijlage VI bij het rapport, IIe Kamerstuk 24 072, nr. 15).

    De discussie over het gebruik van AIVD-informatie door de politie kwam aan het rollen door twee zaken tegen van terrorisme verdachte personen.

    De eerste zaak ging vooral over het feit of AIVD informatie aanleiding mocht zijn voor een verdenking. De Rotterdamse rechtbank oordeelde op 18 december 2002 dat daar gen wettelijke basis voor was. De uitspraak van de rechtbank is hier te vinden.
    In Hoger Beroep oordeelde het Gerechtshof van ‘S Gravenhage anders: AIVD-informatie mag wel degelijk leiden tot een verdenking. De uitspraak is hier te vinden.

    De tweede ‘terrorismezaak’ kende een grotere betrokkenheid van de AIVD bij het onderzoek. Niet alleen was de AIVD gebruikt als aanleding voor het onderzoek, ook leverde de AIVD bewijsmateriaal via ambtsberichten.
    Naar aanleding van de uitspraak in de eerste zaak vroegen de advocaten in deze tweede zaak op 31 december 2002 vrijlating aan van de verdachten bij de Rotterdamse Raadkamer.
    Deze beslisde de voorlopig hechtenis niet te heffen, volgens de Raadkamer was de basis informatie an de AIVD voldoende getoet door de landelijke officier van justitie en wordtook het verdenkingscriterium tegenwoordig ruim geinterpreteerd

    http://www.rechtspraak.nl/uitspraak/frameset.asp?ljn=AF2579

    http://www.rechtspraak.nl/uitspraak/frameset.asp?ljn=AF2580

    http://www.rechtspraak.nl/uitspraak/frameset.asp?ljn=AF2581

     


     

    Op 18 december 2002 bepaalde de rechtbank dat 4 van terrorisme verdachte personen te Rotterdam moesten worden vrijgelaten wegens het onrechtmatig aanleveren van het bewijs door het Openbaar Ministerie. De uitspraak van de rechtbank is hier te vinden.

    In deze zaak had de BVD in twee ambtsberichten aan het openbaar ministerie informatie doorgegeven.

     

    Uit de uitspraak;

    Dat het hier overigens geen nieuwe problematiek betreft, blijkt uit de brief van de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken aan de Tweede Kamer dd. 28 februari 1992 (IIe Kamerstuk 22 463, nr. 4), getiteld “Bewijskracht in het strafproces van informatie en technisch materiaal verkregen door de BVD”. In deze brief worden in de paragrafen 2. en 3. de bevoegdheden van de veiligheidsdienst en van het OM, c.q. de politie en de gebruikmaking in een strafrechtelijke procedure van gegevens afkomstig van de veiligheidsdienst uiteengezet. Ook de parlementaire enqu�tecommissie Opsporingsmethoden heeft aan de verhouding veiligheidsdienst versus opsporing en vervolging van strafbare feiten aandacht besteed (Hoofdstuk 8 van Bijlage VI bij het rapport, IIe Kamerstuk 24 072, nr. 15).

     

    In ons laatste boek, de Snuffelstaat, Nederland en de BVD gaan we uitgebreid in op de samenwerking tussen de BVD en de politie, hier een gedeelte over de ambtsberichten

    Uit: Verboden Vruchten Hoofdstuk 3 van De Snuffelstaat, Nederland en de BVD

    Uit: Verboden Vruchten
    Hoofdstuk 3 van De Snuffelstaat, Nederland en de BVD

    ……

    Officieel moest de informatiestroom van BVD en politie lopen via de landelijke officier van justitie terreurbestrijding. Informatie van de BVD gaat via een ambtsbericht naar de politie.
    Deze ‘verboden-vruchtenregeling’ is de belangrijkste manier om BVD-informatie wit te wassen. Het is een regeling die refereert aan een brief die minister van Justitie Hirsch Ballin op 28 februari 1992 aan de Tweede Kamer stuurde. Hij stelde simpelweg door de BVD dat verzamelde informatie en materiaal wel degelijk de basis kunnen vormen om een strafrechtelijk onderzoek in te stellen, een rechtmatige verdenking kunnen opleveren en wettig bewijsmateriaal kunnen vormen.
    Het komt erop neer dat de bvd een ambtsbericht schrijft dat geen inzicht in zijn eigen bronnen of werkwijze geeft. Via de landelijke officier van justitie terreurbestrijding gaat het bericht door naar de atbt, die het vervolgens doorsluist naar het betreffende opsporingsteam. De landelijke officier van justitie krijgt als enige inzage in de achterliggende informatie.
    Docters van Leeuwen meldde de Commissie-van Traa dat onder zijn bewind (1989-1995) zo’n zestig ambtsberichten naar het om zijn gestuurd. In 1997 en 1998 zijn 67 ambtsberichten uitgebracht en gingen volgens de BVD in 1999 58 ambtsberichten de deur uit, waarvan 23 aan het om. In 2000 zijn er veertig ambtsberichten verstuurd, waarvan 18 aan het om.
    Maar meer dan de twijfel naar de rechtmatigheid bestaat er ook twijfel over de inhoudelijke kant van de ambtsberichten. De afgelopen jaren waren veel ambtsberichten in de ogen van een aantal rechters en wetenschappers kwalitatief ver onder de maat.

    Neem het ambtsbericht over twee taxichauffeurs van de Taxicentrale Amsterdam. In beide gevallen vond de rechter dat er onvoldoende aanwijzingen waren hen als verdachten aan te merken. Gebrandmerkt waren ze ondertussen wel.

    Begin 2001 kwam de BVD onder vuur te liggen over de kwaliteit van een ambtsbericht. Het betreft hier de gevoelige geschiedenis van de irt-affaire. Nadat de Commissie-Van Traa in 1995 al uit de doeken had gedaan hoe het irt Noord-Holland Utrecht op grote schaal drugs doorliet om een informant te laten groeien binnen het criminele milieu, volgde in 1999 de parlementaire Commissie-Kalsbeek met schokkende feiten. Parallel aan de containers softdrugs zouden containers met coke zijn gesmokkeld. De groei-informant van de CID-Kennemerland en een aantal opsporingsambtenaren zouden hier actief aan hebben meegewerkt.
    Op aandringen van de Tweede Kamer moest Justitie de handel en wandel van een aantal uit de irt-affaire aangebrande opsporingsambtenaren natrekken. Bewijzen voor de parallelle import van coke zijn niet gevonden.
    In een ambtsbericht van 12 juni 1997 meldde de BVD dat [NN] in opdracht van iemand anders in het irt geïnfiltreerd zou zijn, dat hij grote partijen drugs op de Nederlandse markt zou hebben gebracht, dat hij samen met anderen en op grote schaal allerlei winkels en horeca-gelegenheden zou hebben opgekocht, dat hij samen met anderen, onder wie Klaas Langendoen en Joost van Vondel (ex-cid-Kennemerland), een vermogen zou hebben belegd in buitenlandse ondernemingen, en dat hij gebruik zou hebben gemaakt van de diensten van een Amsterdamse makelaar. De BVD tekende aan dat men de genoemde informatie niet zelf had onderzocht en ook de juistheid ervan niet kon beoordelen.
    Op aandrang van de Tweede Kamer onderzochten de wetenschappers H.Nelen, H van de Bunt en C. Fijnaut de manier waarop dit onderzoek heeft plaatsgevonden. Over het BVD-ambtsbericht zijn ze duidelijk: ‘Hoe het ook zij, er zijn zelfs geen aanknopingspunten gevonden om de vermeende hoofdrolspelers Langendoen en van Vondel als verdachten aan te merken. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat zij grote sommen geld hebben verdiend en dat zij miljoenen guldens hebben belegd in een met name genoemde Oostenrijkse onderneming.’

    Dat de BVD de bronnen van zijn ambtsberichten niet altijd checkt bleek na de aanslagen van 11 september 2001 in de vs. Op 16 oktober 2001 viel midden in de nacht een arrestatieteam binnen bij Masoud Aghahassannejad. Op verdenking van het aanmaken van brieven met antraxpoeder werden Aghahassannejad en zijn vriendin Jarka Jankovicova zes dagen vastgehouden. Aanleiding voor de arrestatie vormde een ambtsbericht van de BVD. Daar was een tip binnengekomen dat ze samen in een weiland in de omgeving enveloppen met poeder hadden gevuld. Na zes dagen voorarrest liet de rechter-commissaris beide verdachten echter gaan. Er was geen enkel bewijs gevonden van ook maar mogelijke sporen van antrax. Volgens advocaat C. Boonman lieten politie en BVD zich mee slepen door de hysterie die er toen heerste rondom poederbrieven. Zelf vermoedt hij dat er een lugubere grap is gemaakt: ‘Ik denk dat het iemand uit zijn naaste omgeving moet zijn. Hoe komt men anders aan zijn adres?’ verklaarde Boonman in NRC Handelsblad van 26 oktober 2001.

    De Commissie-Van Traa had ernstige twijfels over de verstrekking van BVD-informatie aan de politie: ‘Gezien de Europese jurisprudentie is het de vraag of de artikelen 11 en 12 wiv voldoende basis bieden voor de verstrekking van informatie door de BVD aan opsporingsinstanties’.
    De landelijke officier van justitie terreurbestrijding, van der Molen-Maesen, kan slechts de achtergrond van het ambtsbericht inzien, maar zij kan niet controleren of de BVD zich bij het vergaren van de informatie wel aan zijn wettelijke taak heeft gehouden.
    Toen de commissie onder leiding van Van Traa ook nog van Docters van Leeuwen zelf vernam dat er ernstige twijfels waren over de rechtmatigheid van het verstrekken van BVD-informatie aan de politie, had de regeling wellicht overboord moeten worden gegooid. Docters van Leeuwen legde uit dat het Europese Hof stelde dat ook de BVD duidelijk moet voldoen aan het kenbaarheidsvereiste en het voorzienbaarheidsvereiste. ‘Dat slaat ook terug op deze situatie. De burger moet weten wanneer de BVD zich met iets bemoeit en wat er dan kan gebeuren. In dat kader lijkt het mij dat wij zeer goed moeten kijken of die procedure niet toch een wettelijke grondslag moet krijgen.’
    In de nieuwe Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten is zonder horten en stoten de ‘verboden vruchtenregeling’ opgenomen. Belangrijkste argument van regeringszijde was dat burgers door de nieuwe wet wel weten wanneer ze object van onderzoek van de AIVD kunnen zijn.

    Bewijskracht in het strafproces van informatie en technisch materiaal verkregen door de BVD






    Gegevensuitwisseling en Terrorismebestrijding

    Rapport van de werkgroep wetgeving informatie-uitwisseling,

    Actiepunt 43 van het Actieplan Terrorismebestrijding en Veiligheid

    lees meer

    De rapporten van de Commissie van der Haak

    De veiligheid en de beveiliging van Pim Fortuyn

    Feiten en verantwoordelijkheden

    Bijlagen bij het rapport

     

    Samenvatting van het rapport