• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Justitie en Veiligheid

  • Nieuwsblog

  • Openbaarheid

  • Nationaal Veiligheidsarchief

  • Publicaties

  • Crisis en Onveiligheid

  • Europa

  • Politieklachten

  • Veilig Internetten

  • Jansen Library

  • Inhoudsopgave Observant #36, juli 2005

    01 Voorstellen terrorismebestrijding
    02 AIVD in het nieuws
    03 Twee uitspraken Raad van State toegang dossiers
    04 Lack of human rights safeguards
    05 Terrorist list monitoring site Statewatch
    06 Segi niet terroristisch, maar wel illegaal
    07 Ernstig misbruik van peperspray
    08 Police surveillance camera SHAC activist
    09 Uitspraak van de Maand
    10 Donateurs gezocht!

    Voorstellen terrorismebestrijding

    Afgelopen maand zijn een aantal voorstellen die de regering sinds januari heeft gedaan omgezet in wetsvoorstellen.

    1. Wetsvoorstel Wijziging van het Wetboek van Strafvordering, het Wetboek van Strafrecht en enige andere wetten ter verruiming van de mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven

    Op 20 juni jl is het wetsvoorstel wetsvoorstel uitbreiding bevoegdheden politie in terrorismezaken ingediend bij de Tweede Kamer. In het wetsvoorstel worden een aantal verregaande wijzingen van het strafprocesrecht voorgesteld.
    Om te beginnen wil de regering het eenvoudiger maken om verdachten van een terroristisch misdrijf in bewaring te nemen. Waar nu geld dat er ‘ernstige bezwaren’ nodig zijn, stelt de regering voor dit te laten vervallen. Dit betekend dat iemand bijvoorbeeld na een anonieme tip drie weken in bewaring kan worden gehouden.
    Ook wil de regering oprekking van de termijn van negentig dagen tot maximaal twee jaar waarin voorlopige hechtenis mogelijk is. De zaak zou in die periode niet ter zitting beoordeeld hoeven te worden (zoals nu in pro forma zittingen na dertig dagen) en al die tijd hoeft het volledige procesdossier dus niet aan de verdediging te worden gegeven
    Een belangrijk onderdeel van het wetsvoorstel vormt de vervroeging van het moment waarop bijzondere opsporingbevoegdheden door de politie mogen worden ingezet. In de wet bijzondere bevoegdheden tot opsporing (Wet bob) staat nu dat bijzondere bevoegdheden (bv afluisteren, observeren, infiltreren) mogen worden ingezet al er een verdenking is van een misdrijf of van een redelijk vermoeden dat in georganiseerd verband misdrijven worden beraamd of gepleegd. Het wetsvoorstel beoogt uitbreiding voor die bevoegdheden wat betreft terroristische misdrijven te verruimen door deze ook te verlenen ‘in geval van aanwijzingen’ van zo’n misdrijf. Aanwijzingen kunnen bestaan uit moeilijk
    verifieerbare geruchten over voorbereiding of samenspanning tot een aanslag of in
    de uitkomsten van dreigingsanalyses van de AIVD.
    Ook wil de regering het verkennend onderzoek onder leiding van het openbaar ministerie uitbreiden. Koppelen van bestanden en datamining wordt hiermee mogelijk gemaakt.
    Tenslotte wil de regering permanent gebieden aanwijzen waar preventief fouilleren mogelijk wordt, onder andere Schiphol zou hiervoor in aanmerking komen.
    De kritiek op dit wetsvoorstel komt van veel kanten. Zo stelde de Nederlandse Vereniging van Rechtspraak dat de motivering voor het loslaten van het begrip ‘ernstig bezwaar’ bij inbewaringstelling ‘niet genoegszaam overkomt’. De NVVR wijst op artikel 5 EVRM waaruit blijkt dat enige inhoudelijke toetsing noodzakelijk is. Ook vindt de NVVR dat ‘door het onthouden van stukken aan de verdediging en de rechtbank tot twee jaar en 90 dagen na de in
    Bewaringstelling de controle en het toezicht op de voortgang van het onderzoek alsmede de toets of er grond is om de gevangenhouding te laten voortduren minder goed mogelijk zijn”.
    Het College Bescherming Persoonsgegevens kwam tot de conclusie dat ‘de onderbouwing voor de voorgestelde uitbreiding van bevoegdheden voor politie en justitie tekort schiet. Het geeft politie en justitie bevoegdheden die vergelijkbaar zijn aan die van de AIVD. Waarom dat nodig is en waaruit die noodzaak zou kunnen blijken wordt niet geëxpliciteerd, aldus het CPB. Ook stelt het CPB dat ‘het begrip ‘aanwijzingen’ als toepassingsvoorwaarde is nogal onbepaald. Het CBP adviseert te voorzien in inhoudelijke criteria die het gebruik van bevoegdheden voorzienbaar kunnen maken en objectief overheidsoptreden kunnen waarborgen’
    Emeritus Hoogleraar strafrecht Ties Prakken constateerde dat
    het wetsvoorstel de politie de facto bijna dezelfde bevoegdheden als de AIVD geeft. ‘Dat lijkt overbodige machtsuitbreiding voor de politie, nu juist ook al informatie van de AIVD rechtstreeks in het strafproces zal kunnen worden gebruikt. De genoemde voorstellen voor extra bevoegdheden voor de politie zullen van de desbetreffende afdeling van de KLPD een soort schaduw geheime dienst maken en dat lijkt nodig noch wenselijk’.
    Strafrechtdeskunidge Piet Hein van Kempen stelde dat kan worden geconstateerd dat de regering voor vrijwel geen van de voorstellen de noodzaak ertoe aannemelijk heeft gemaakt. Ook bij die voorstellen waar dit wellicht alsnog zou kunnen en die dus wel invoering verdienen – die bevat het concept-wetsvoorstel in mijn ogen zeker – is dit bezwaarlijk. ‘Het gaat ten koste van de hoognodige legitimiteit van de voorstellen en bovendien maakt het ontberen van een voldoende specifieke motivering het moeilijker de voorstellen te verbeteren met het oog op de specifieke doeleinden ervan. Niettemin kan men vaststellen dat de reikwijdte van verschillende voorstellen wel al te ruim lijkt. Nog problematischer is echter dat de voorgestelde bevoegdheden structureel met te weinig rechtswaarborgen zijn omgeven. Zelfs waarborgen die de doelstellingen van de regering moeilijk in de weg lijken te kunnen staan ontbreken veelal’.

    2. Wetsvoorstel meldplicht, gebiedsverbod en/of persoonsverbod goedgekeurd door de ministerraad

    In januari van dit jaar kondigde de regering aan naast het strafrecht het bestuursrecht in te willen gaan zetten bij de bestrijding van terrorisme. Achterliggend idee was dat er een groep ‘vermeende’ terroristen rondloopt waartegen niet strafrechtelijk kan worden opgetreden, maar waartegen optreden wel ‘gerechtvaardigd’ is. De maatregelen zouden moeten gaan gelden tegen personen waarvan op grond van contacten, activiteiten of andere aanwijzingen maatregelen gewenst zijn. De regering schreef in januari dat ‘gedacht kan worden aan een patroon of samenstel van gedragingen en activiteiten, zoals bezoeken van een buitenlands trainingskamp voor terroristen en het zich op verdachte wijze ophouden op bepaalde locaties’.
    Uit het persbericht blijkt dat de maatregel telkens voor drie maanden kan worden opgelegd. Wat al verwacht werd, is dat de maatregelen doorgaans zullen worden opgelegd op basis van AIVD-informatie. De regering geeft ook direct aan dat ‘mocht iemand in beroep gaan, hijzelf geen recht heeft op inzage in de achterliggend stukken die horen bij de AIVD-informatie op basis waarvan de maatregel is getroffen. In bepaalde omstandigheden is het wel mogelijk dat de rechter inzage krijgt’.
    Vooral D’66 toonde zich tot nu felle tegenstander van deze maatregel: Dittrich: ‘Het kabinet werpt de netten erg ver uit om een potentiële terrorist te vangen, maar de hele bevolking loopt de kans in die netten verstrikt te raken. Welk probleem lossen we daar nu mee op? Zou een echte terrorist zich iets aantrekken van een meldplicht om elke maand naar het politiebureau te komen?’
    Maar niet alleen de effectiviteit is een probleem, ook de oncontroleerbaarheid van AIVD informatie is een heikel punt. Wouter Bos melde in een interview met Wordt Vervolgt van Amnesty Internationale dat ‘uitgangspunt is dat de criteria toetsbaar zijn en dat er de mogelijkheid is om in beroep te gaan tegen een beslissing. Tijdens het debat noemde minister Remkes als criterium ‘dat de politie aan z’n water voelt dat er iets aan de hand is met iemand’, toen heb ik gezegd dat ik niet mag hopen dat dát de tekst in het wetsvoorstel wordt.’

    Het wetsvoorstel stelt ook een uitbreiding van de wet BIBOB voor. Middels deze wet kunnen gemeentebesturen bij Bureau Bibob van de KLPD controleren of een aanvrager van een vergunning of een verkrijger van een opdracht voldoende integer is. Aan de hand van allerlei bestanden en zachte informatie adviseert Bureau Bibob over een aanvraag.
    In Amsterdam wordt er sinds de insteek van het prgramma “Wij Amsterdammers”gewerkt aan het opzetten van Bibob scan naar stichtingen/organisaties die mogelijk betrokken zijn bij terrorisme. Doel hiervan is om de subsidies te stoppen.

    Maatregelen terrorismebestrijding

    AIVD in het nieuws

    Rapport over Lonsdalejongeren niet rechts-extremistisch
    11 juli 2005

    De AIVD concludeert in zijn nota dat hoewel de gepercipieerde dreiging die uitgaat van zogenaamde “Lonsdale –jongeren” groot is, het hier doorgaans gaat om jongeren die zich voor het overgrote deel zonder politieke ideologie in losse verbanden manifesteren. Van een reële rechts-extremistische dreiging vanuit deze groep is vooralsnog geen sprake. Ook vindt vooralsnog geen massale en systematische rekrutering plaats van “Lonsdale-jongeren” door rechtsextremistische partijen in Nederland. De AIVD geeft aan dat in de media de problematiek van de zogenaamde “Lonsdale-jongeren” breed uitgemeten en op onderdelen onterecht uitvergroot is. Ten slotte stelt de AIVD dat de grootste dreiging voor de Nederlandse democratische rechtsorde op dit moment vooral zit in het bestaan van het brede sociaal maatschappelijk probleem van frustratie over de Nederlandse multiculturele samenleving, waarbij van zowel autochtone als van allochtone zijde interetnische confrontaties worden uitgelokt, die op termijn een bedreiging kunnen vormen voor cohesie in de Nederlandse samenleving.

    Samenwerkingsovereenkomst AIVD en MIVD
    Op 8 juli jl ondertekenden minister-president Balkenende, minister Remkes van Binnenlandse Zaken en minister Kamp van Defensie een convenant ondertekend voor samenwerking tussen de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD).
    De Commissie Havermans constateerde in november vorige jaar dat ‘ondanks de wettelijke verplichting tot medewerking, de verschillende raakvlakken en de samenwerking op diverse terreinen de gegevensuitwisseling tussen beide diensten in de praktijk niet vanzelfsprekend is’. Als voorbeeld noemt de Commissie Havermans het feit dat de diensten elkaar niet standaard de relevante rapporten sturen over het buitenland. Opmerkelijk is dat betrokkenen van de diensten de samenwerking wel als goed omschrijven, terwijl buitenstaanders een minder positief beeld hebben.
    Het punt van samenwerking speelt ook bij de oprichting van de Nationale Sigint Organisatie. Sigint was altijd een MIVD-taak. De AIVD was voor toegang tot relevante altijd afhankelijk van de MIVD. Dat liep niet altijd even eenvoudig, waarop besloten is de SIGINT afdeling te verzelfstandigen. De AIVD heeft dan direct toegang tot de informatie.

    Transfer
    Directeur Beveiliging AIVD naar MIVD
    Drs. J. (Jeroen) Sikkel (54) wordt met ingang van 1 december aanstaande plaatsvervangend directeur van de Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst (MIVD).
    De heer Sikkel is momenteel directeur Beveiliging bij de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). De benoeming van de heer Sikkel past in het kabinetsbeleid om meer samenwerking en uitwisseling van expertise tussen de inlichtingendiensten te bewerkstelligen.

    AIVD op nr 43 bij meest favoriete werkgevers
    AIVD nr 43 favoriete werkgever
    Convenant AIVD / MIVD
    Lonsdale rapport AIVD

    Twee uitspraken Raad van State toegang dossiers

    Twee belangrijke uitspraken deze keer van de Raad van State in procedures om inzage te krijgen in persoonsdossiers.

    De eerste uitspraak betrof de procedure van de Nijmeegse activist. De vereniging steunpunt inzage PID-Nijmegen meldt in een persbericht dat de Afdeling Bestuursrecht­spraak van de Raad van State onlangs de minister van Binnenlandse Zaken opnieuw aangespoord oude BVD-gegevens over anti-apartheidsactivisme vrij te geven (uitspraak van 8 juni 2005 zaaknummer 200406122/1; LJN: AT6965).
    De procedure startte al in 1993. Toen verzocht betrokkene de minister van Binnenlandse Zaken, samen met enkele tientallen andere personen en organisaties, om inzage in het eigen dossier bij de toenmalige Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD). In het geval van deze persoon en ten aanzien van de “context” Antiapartheid bleef de minister weigeren informatie vrij te geven. Al in juni 2003 concludeerde de Raad van State dat ‘niet van alle door appellant genoemde contexten duidelijk is geworden dat zij kunnen worden bestempeld als “actueel”. De Afdeling is van oordeel dat dit zich voordoet bij de context “anti-apartheid”. De minister moest een nieuwe beslissing nemen maar weigerde wederom inzage. In de nieuwe uitspraak concludeerde de Raad van State dat “de Afdeling onvoldoende acht duidelijk gemaakt waarom de omstandigheid dat een persoon mogelijk actief is in een nieuwe, actuele context noopt tot het oordeel dat de op zichzelf niet meer actuele context “anti-apartheid”, waarbinnen die persoon zich aanvankelijk bewoog, toch nog actueel is.” Gevolg van deze uitspraak is, is dat de minister wederom een beslissing moet nemen.

    Een tweede uitspraak dateert van 18 mei jl. De familie van de twee jongens die in Kashmir werden gedood door de grensbewakers aldaar hadden met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur inzage gevraagd in het bij de AIVD aanwezige dossier over de twee jongens. De ouders van de jongens waren verontwaardigt over de door AIVD gepubliceerde conclusie dat “Inmiddels is gebleken dat een in Nederland actief netwerk van moslimextremisten direct in verband kan worden gebracht met de tragische dood van twee Nederlandse, in Eindhoven woonachtige, jongemannen van Marokkaanse afkomst. Zij kwamen eind december jongstleden (was 13 januari 2002, red) om het leven in de Indiase deelstaat Kashmir. Vast staat dat het tweetal in Nederland werd gerekruteerd en geestelijk voorbereid op deelname aan de ‘jihad’, de heilige oorlog tegen alle vijanden van de islam. Ook in materiële zin ontvingen zij de ondersteuning die nodig was om aan het islamitisch front het in hun ogen hoogst bereikbare te verwerven, te weten het martelaarschap.”
    De families achten deze informatie zeer schadelijk voor de goede naam en reputatie van zowel hun zoon als henzelf. Daarom wensen zij inzage in de informatie die tot deze conclusie heeft geleid.
    De minister had het verzoek afgewezen, op grond van het argument dat het hier een actueel onderwerp betreft in de zin van artikel 53, eerste lid, onder a, van de WIV, en het belang van de nationale veiligheid zich ertegen verzet hierover mededelingen te doen, ook wat betreft de vraag of (meer) gegevens wel of niet aanwezig zijn.
    De aanvragers betoogden dat [zoon] door zijn overlijden niet langer een actuele bedreiging kan zijn voor de veiligheid van de Nederlandse staat. De rechtbank had moeten concluderen dat de beslissing op bezwaar op dit punt onvoldoende is gemotiveerd.
    De Raad van State verwierp het beroep van de familie. Het overlijden van de zoon doet aan de actualiteit van het onderwerp niet af, nu eventueel over hem aanwezige informatie voor de taakuitvoering van de AIVD van belang kan zijn in verband met enig lopend onderzoek naar internationaal terrorisme.
    lees meer

    Lack of human rights safeguards

    Amnesty bezorgt over Mensenrechten situatie in de EU

    Amnesty International heeft een kritisch rapport uitgebracht over de terrorisme bestrijdingsmaatregelen en het strafrecht in de Europese Unie.

    Amnesty zet vraagtekens bij de volgende punten.
    1. De definitie van terrorisme binnen de Europese Unie.
    2. Amnesty roept de Europese Unie op om heldere transparante wetgeving te formuleren met betrekking tot de terrorist blacklisting (zie afknijplijsten).
    3. Er wordt gevraagd om het duidelijk monitoren van het Europese arrestatiebevel.
    4. Amnesty is ongerust over de rechten van verdachten en hun advocaten in rechtszaken met betrekking tot terrorisme.
    5. Amnesty vraagt de Europese Commissie aandacht te besteden aan het punt van bewijs dat verkregen is door folter of slechte behandeling.
    6. Amnesty vraagt zich ook af of de rechten van de mens worden gewaarborgd bij de uitzettingen van mensen naar zogenaamde third countries.
    7. Amnesty roept de Europese Unie op de rechten van asielzoekers te respecteren terwijl zij in procedure zijn en niet te vervallen in het misbruik maken van de notie dat de betreffende vluchteling mogelijk een gevaar is voor de veiligheid van een van de lidstaten.

    “Amnesty International analysed a range of counter-terrorism initiatives where the EU has direct responsibility for ensuring adequate protection of human rights including:

    * terrorist blacklists;
    * European Arrest Warrant;
    * the drawing up of minimum standards across the EU on the rights of suspects and defendants in criminal proceedings;
    * admissibility of evidence obtained by torture;
    * extradition and expulsion of terrorist suspects to third countries.

    “After surveying a wide range of counter-terrorism initiatives at EU level, it is clear that the lack of concrete, legally-binding human rights safeguards is not only leading to serious breaches of human rights but has created legal confusion and uncertainty,” Dick Oosting said. “Cross-border cooperation to prosecute and remove people suspected of terrorist involvement is increasing, but fundamental human rights safeguards are being left behind at the borders.”
    Bevrijd de VS, actie van Amnesty
    Persbericht Amnesty
    HUMAN RIGHTS DISSOLVING AT THE BORDERS? COUNTER-TE

    Terrorist list monitoring site Statewatch

    Afknijplijsten

    (uit het boek van Jansen & Janssen over terrorisme bestrijding dat eind dit jaar verschijnt)
    Sinds de aanslagen van 11 september is de jacht geopend op de financieringsbronnen van het internationale terrorisme. Het afknijpen van financieringsbronnen zou het handelingsvermogen van terreurgroepen aanzienlijk beperken. Zowel door de Verenigd Naties als de Europese Unie zijn inmiddels ‘afknijplijsten’ vastgesteld van organisaties en personen waarvan de financiële tegoeden bevroren moeten worden. De vraag is echter hoe zorgvuldig deze lijsten tot stand komen en hoe plaatsing op deze lijsten aangevochten kan worden.

    In de strijd tegen het terrorisme neemt de strijd tegen terreurgeld een belangrijke rol in. De achterliggende gedachte is simpel: wie de terroristen droog kan leggen, bant het terrorisme uit. Elke aanslag kost geld voor voorbereidingen, reis- en verblijfskosten, wapens, munitie, explosief materiaal en andere benodigdheden. Het is niet al te moeilijk een boodschappenlijst voor een gemiddelde terrorist op te stellen. Het blijft echter moeilijk een exacte raming te maken van de gemaakte kosten van een terreurdaad. Over de aanslagen van 11 september lopen de ramingen uiteen van enkele honderdduizenden tot enkele miljoenen dollars. Bij de aanslagen op vier forenzentreinen in Madrid waren deskundigen het eens dat deze ‘slechts’ enkele tienduizenden euro’s hadden gekost. In rapporten van de Europese Unie wordt er dan ook op gewezen dat vooral kleinere, zelfstandig opererende cellen geen gebruik hoeven te maken van ingewikkelde, internationale financiële webben. Dit soort cellen zijn ook op financieel gebied zelfvoorzienend: baantjes en kleine criminaliteit zorgen voor het benodigde geld.

    Statewatch, with partner organisations the Campaign Against Criminalising Communities (CAMPACC) and the Human Rights and Social Justice Institute (HRSJ, London Metropolitan University) today publish extensive research on a new website to explain and monitor the policy of “proscription” – designating groups and individuals as “terrorists” in order to criminalise their activities or impose sanctions against them.

    The website includes expert legal analysis on the development of the policy, the scope and effect of the current UK, US, UN and EU “terrorist” lists, the procedures used to agree them, and what listed groups and individuals can do to challenge their inclusion.

    Verenigde Naties Afknijplijsten
    Europese afknijplijsten
    Statewatch artikel over de afknijplijsten

    Segi niet terroristisch, maar wel illegaal

    Segi niet terroristisch, maar wel illegaal

    De 4th Section of the Penal Court in the Audiencia Nacional heeft een uitspraak gedaan in de zaak van de Spaanse staat tegen de organisaties Haika-Segi.

    Volgens de onderzoeksrechter Garzon zijn de organisaties allemaal ETA. De uitspraak beweert echter het tegendeel. De organisaties worden niet gezien als terroristisch, hoewel ze misschien ideologisch veelgemeen hebben met de ETA zijn ze nooit betrokken geweest bij de gewapende strijd. Hoewel de rechtbank ze niet ziet als terroristisch kregen de betrokkenen wel maximum straffen voor het illegaal zijn van de organisaties.

    Verdict Nº 27/05

    The 4th Section of the Penal Court in the Audiencia Nacional made public their verdict on the trial against the youth organisations Haika-Segi. This was the first of the trials included in what is known as the macro-case 18/98.

    The verdict contradicts judge Garzón’s thesis, which argues that “it is all ETA”, as it declares that bearing in mind the UN definition on terrorism, as well as the jurisprudence of the Spanish Supreme Court and the Constitutional Court, the group of elements necessary to consider the youth organisations as terrorist organisations do not occur in Jarrai, Haika and Segi. Specifically, there is an acknowledgement that, “although the said organisations may have aims which are ideologically close to those which the terrorist organisation ETA pursues with its armed activity, their activities –as well as the legitimate ones- never involved the use of weapons, in the terms set out by the aforementioned jurisprudence”.

    Nevertheless, although the court did not consider the youth organisations to be terrorist, it did confirm their illegalisation and handed out maximum sentences –three and a half years jail- for that crime –although many of the defendants had spent more time in jail than the sentence they have now received- including a special disqualification from being elected, special disqualification from public work or posts, high fines and the obligation to pay the cost of the trial.

    The verdict devotes a large part of its 118 pages to attempt to establish connections between ETA and the youth organisations. With a historical account beginning in 1974, the tribunal attempts to establish links between the armed organisation and the youth organisations, with the poor quality of evidence remarked on by many observers. In other words, the court decision finds the connection between Haika-Segi and ETA proven but states that by definition it is impossible for these organisations to be terrorist; rather, they are merely illegal.

    Website met informatie en achtergrond
    Engelse samenvatting van de uitspraak
    complete tekst in het Spaans

    Ernstig misbruik van peperspray

    Een paar maanden geleden werden drie dierenrechtenaktivisten op zeer brute wijze uit hun lock-ons gehaald door de politie. Zij brachten een overdadige hoeveelheid pepperspray met kracht aan op hun gezichten, diep in de porien, ogen, neus, mond en oren. De vrouwen zijn nog steeds gechockeerd van de gebeurtenis. Hieronder een uitgebreid artikel over wat er toen precies gebeurd is.

    Het Meldpunt Peperspray roept iedereeen op gebruik en vooral misbruik van pepperpspray door agenten te melden op: peperspray@deds.nl
    We hopen hiermee een beter inzicht te krijgen in hoe pepperspray wordt toegepast en hopen door middel van persberichten druk te kunnen uitoefenen op de politiek en diverse politieorganisaties, zodat er strenger wordt opgetreden tegen misbruik van dit ingrijpende geweldsmiddel.
    Artikel uit het actieblad Ravage
    De gevaren van gebruik en misbruik van Peperspray
    Artikel op de website van de politieke partij SP
    het rapport over Pepperspray
    begeleidende brief bij rapport over Pepperspray

    Police surveillance camera SHAC activist

    Groot Brittannië

    Wel, wel, wel wat hebben we hier? Activisten werden enige tijd geleden achterdochtig
    toen er een doos in de buurt van hun huis opdook. Het kastje zag eruit als een elektriciteitskast. De kast was zo opgesteld dat het iedereen kon observeren die een kleine straat in en uit reed waar enkele SHAC activisten wonen.
    Toen de activisten de kast aan een nader onderzoek onderwierpen, bleek het een bewakingscamera te zijn met kabels die de bosjes in liepen naar een gat in de grond.
    De SHAC activisten betreuren het dat Huntington Life Sciences zulke clowns inhuurt om hen te beschermen.
    Police camera found
    activisten van de campagne van SHAC betreft het hi

    Uitspraak van de Maand

    ‘AIVD wist alles, en deed niets’

    Heel veel gegevens kunnen worden uitgewisseld indien en voor zover dat van tevoren is afgesproken en controleerbaar is. De vraag om meer bevoegdheden vindt Kohnstamm dan ook onterecht. Het probleem is dat er onvoldoende wordt samengewerkt: “Het mooiste voorbeeld vind ik nog altijd Mohammed B. Direct na de moord op Van Gogh denkt iedereen ‘wat een schande en wat een ellende’. En dan zegt minister Remkes de dinsdag daarop in de Kamer dat de AIVD geen fouten heeft gemaakt, maar dat er meer bevoegdheden nodig zijn. Terwijl langzaam maar zeker vaststaat dat de AIVD alles wist van Mohammed B. Zijn hele hebben en houden. De AIVD hoeft zich het minst van ons aan te trekken, en terecht overigens, mits gecontroleerd. Maar ze wist alles en deed niets. AIVD, politie en OM hadden de moord op Van Gogh kunnen voorkomen. Ze hadden ruim voldoende bevoegdheden om in te grijpen.”

    “Kennis is nu eenmaal de grondstof waarop je terroristen kunt pakken, maar dan moet je dus eerst aantonen dat je die kennis niet op een andere wijze had kunnen verzamelen dan met bestaande bevoegdheden. Kennis over Mohammed B. was volledig aanwezig. Sterker nog, voeg ik daar gekscherend en een beetje cynisch aan toe, ook het rapport over de Hofstad- groep was in het bezit van Mohammed B. Maar los daarvan: op basis van de openbare kennis over Mohammed B. kun je nooit volhouden dat er meer bevoegdheden nodig zijn om een moord als die op Van Gogh te kunnen voorkomen.”

    Kohnstamm ziet hetzelfde patroon in de VS. “Bijna alles over de daders van 9-11 was bekend, maar die informatie is niet of nauwelijks uitgewisseld tussen de verschillende inlichtingendiensten. Waardoor er nooit een alarmbel is gaan rinkelen.” Gewoon slecht georganiseerd. Niemand heeft belet die gegevens uit te wisselen.

    In veel gevallen is het dus een kwestie van organisatie en niet van bevoegdheden. Het is een cultuurprobleem en een organisatorisch probleem, misschien ook een technisch probleem. In het geval van Mohammed B. had men een foute analyse losgelaten op de informatie. “Aanvankelijk zei de minister dat de AIVD meende dat Mohammed B. niet behoorde tot de 150 van de Hofstad-groep, inmiddels zegt Justitie dat hij de leider was”

    Kohnstamm concludeert dat het merendeel van de dingen die misgaan, ligt aan de organisatie of cultuur binnen de organisaties. En hij spreekt uit ervaring. Als voorzitter van de Regieraad ICT en Politie heeft hij gemerkt dat informatie-uitwisseling tussen rechercheurs een heikel onderwerp is. “Het zit in de malle hoofden van politiefunctionarissen om informatie vooral niet met elkaar te delen. Ze zeggen dat je heel terughoudend met informatie moet omspringen.” In feite zijn ze gewoon bang dat een ander hun zaak oplost. Een ander punt, weet Kohnstamm uit ervaring, is dat bewindslieden altijd zullen zeggen dat ze het hadden kunnen voorkomen als ze meer hadden geweten en meer hadden gekund.

    interview kohnstamm in Idee juni 2005

    Donateurs gezocht!

    Sympathie voor het werk van Buro Jansen & Janssen? Wordt dan nu donateur.
    Buro Jansen & Janssen heeft hard donateurs nodig om de komende recessie te overleven. Voor het doen van onderzoek is Buro Jansen & Janssen volledig afhankelijk van giften en subsidies.
    Stort gul: € 10,- , € 25,- € 50,- of meer per maand op:
    Giro: 603904
    tnv Stichting Res Publica te Amsterdam
    Bij storing van € 50,- of meer krijg je een origineel Jansen & Janssen T-shirt opgestuurd!