• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen wordt donateur.
  • Justitie en Veiligheid

  • Nieuwsblog

  • Openbaarheid

  • Nationaal Veiligheidsarchief

  • Publicaties

  • Crisis en Onveiligheid

  • Europa

  • Politieklachten

  • Veilig Internetten

  • Jansen Library

  • Samenvattende bevindingen

    SAMENVATTENDE BEVINDINGEN OVER HET FUNCTIONEREN VAN DE RCID KENNEMERLAND TUSSEN 1990 en 1995.

    Hoofdbevindingen

    *De RCID Kennemerland is te karakteriseren als een ongeorganiseerde dienst, waaraan geen leiding werd gegeven en waarop geen enkele inhoudelijke controle werd uitgeoefend.

    *Basisregels m.b.t. het runnen van informanten en infiltranten zijn bij de RCID Kennemerland veelvuldig en in grove mate geschonden.

    lees meer

    De Criminele Inlichtingendienst – CID in Nederland

    2.1. CID in Nederland

    2.1.1. Ontstaansgeschiedenis CID’en

    De criminaliteitsontwikkeling eind jaren zestig, begin jaren zeventig, was reden onderzoek te verrichten naar verdergaande recherchesamenwerking op regionaal en landelijk niveau.

    De Nederlandse politie verloor in deze jaren steeds meer greep op de ernstige vormen van criminaliteit. De veranderende vormen van criminaliteit, waardoor er meer samenwerkingsverbanden tussen criminelen ontstonden, hun toenemende mobiliteit en de steeds ruimer wordende technische mogelijkheden waren hier onder andere oorzaak van. Door te weinig zicht op het doen en laten van criminelen werd de opsporing bemoeilijkt en bleven resultaten achter. Bij de politie, die in die tijd nog voornamelijk reactief werkte, groeide het besef dat de inwinning en verzameling van inlichtingen over crimineel handelen de misdaadbestrijding ten goede zouden kunnen komen. Meer kennis van de activiteiten van de crimineel zou leiden tot het efficiënter en effectiever verrichten van het recherchewerk. De voorlopers van de eerste CID’en waren de individuele tactische rechercheurs, die hun vroegere verdachten uit de verhoorkamer als contact behielden. De informatie werd opgeslagen in het bekende zakboekje. Iedere structuur ontbrak.

    lees meer

    Onderzoek CID-administratie Kennemerland – Bevindingen

    3.4. Bevindingen

    * Uit het onderzoek bleek dat in de periode van C.J. Mefles en Langendoen de CIDinformatie slecht met andere rechthebbenden werd gedeeld. Informatie van nationaal of internationaal belang werd zeer beperkt in- of doorgezonden. De CID-administratie werd voornamelijk voor intern gebruik gehouden. Opgemerkt dient te worden dat eind jaren tachtig, begin jaren negentig het in- of doorzenden van CID-informatie door een aantal andere CID’en ook matig geschiedde;

    * De RCID Kennemerland levert zijn subjecten sinds maart 1995 (periode-Woest) aan bij de NCID ten behoeve van de landelijk bevraagbare CIDSI. De verplichting voor het aanleveren van subjecten geldt vanaf de inwerkingtreding van de CID-regeling 1986. De RCID Kennemerland is pas sinds maart 1995 geautoriseerd voor het gebruik van de CIDSI;

    lees meer

    Epiloog

    Epiloog

    In het onderzoek naar het functioneren van de RCID Kennemerland zijn niet alle feiten boven water gekomen. Sommige twijfels zijn gebleven, nieuwe twijfels zijn ontstaan. Een exrunner van deze RCID gaf nog recent ‘off the record’ aan dat pas als hij het achterste van zijn tong zou laten zien de rijksrecherche een beeld zou krijgen van wat er werkelijk aan de hand was geweest. “Daar hebben jullie nu nog geen notie van.”

    Dat stemt onbehaaglijk. Ook onbevestigde informatie uit de criminele wereld over de werkelijke rol van de zgn. ‘groei-informant’ geeft aanleiding tot scepsis. Vraagtekens rond de huidige activiteiten van Van Vondel versterken deze.

    lees meer

    De Criminele Inlichtingendienst – Regelgevend kader CID’en

    2.2. Regelgevend kader CID’en

    In de voorgaande paragrafen is de ontwikkeling van de CID, de functie en de cultuur besproken. In deze paragraaf wordt ingegaan op de regelgeving die mede naar aanleiding van deze ontwikkeling ontstaan is.

    Gezien de taak van CID’en: ‘de opsporing en het voorkomen van misdrijven, die gezien hun ernst of frequentie dan wel het georganiseerd verband waarin ze worden gepleegd een ernstige inbreuk op de rechtsorde maken’, kan gesteld worden, dat de werkzaamheden van CID’en vallen onder de noemer ‘opsporingsactiviteiten’. Dit kan het toepassen van dwang-middelen betekenen die een inbreuk maken op iemands privacy. De eerste regelgeving die betrekking had op het CID-werk verscheen in augustus 1985, gevolgd door de CID-regeling in 1986. Deze regelingen gingen nauwelijks in op de toepassing van opsporingsmethodieken.

    lees meer

    Feitelijke situatie en werkwijze Kennemerland – Inleiding

    4. FEITELIJKE SITUATIE EN WERKWIJZE KENNEMERLAND

    4.0. Inleiding

    In hoofdstuk II is ingegaan op de ontwikkeling van het CID-werk. Het beschreef de totstandkoming van CID’en, de regelgeving, de CID-structuur, de functie en de cultuur en het heeft een referentiekader verschaft waartegen het functioneren van de RCID Kennemerland kan worden afgezet.

    In hoofdstuk IV worden de feitelijke situatie en de werkwijze van de RCID Kennemerland beschreven. Ingegaan wordt op de organisatorische omstandigheden, werksfeer, aansturing, omgang met informanten en opsporingsmethoden.

     

    Onderzoek Fort-team – Inleiding

    1. ONDERZOEK FORT-TEAM

    1.0. Inleiding

    Het verrichten van een feitenonderzoek naar de activiteiten van een criminele inlichtingen-dienst is bijna een ‘mission impossible’. Kenmerk van vele activiteiten van een dergelijke dienst is immers de afscherming van die activiteiten; het voorkomen dat niet-betrokkenen, ook externe onderzoekers, zicht daarop kunnen krijgen. Reden van die afscherming is gelegen in de noodzaak degene die informatie verstrekt of handelingen ten behoeve van de politie verricht, onbekend te laten zijn. Lukt dat niet dan zullen nog weinigen bereid zijn informatie te verstrekken over criminele activiteiten waaraan grote financiële en persoonlijke belangen verbonden zijn. Wanneer bekend wordt dat een bepaald persoon dergelijke informatie ver-strekt heeft kan dat immers levensbedreigende situaties opleveren.

    lees meer

    De Criminele Inlichtingendienst – Gebruikelijke administratie binnen een RCID

    2.3. Gebruikelijke administratie binnen een RCID

    Ingevolge de CID-regeling dient een CID ter uitvoering van haar taak diverse gegevens te registreren. Dit houdt in feite de verplichting in tot het bijhouden van een CID-administratie. Privacy-technisch gezien valt alles, wat binnen een CID geregistreerd wordt, onder de algemene noemer politieregister CID, respectievelijk politieregister ‘Grijze veld’

    Los daarvan worden ook registraties, zoals CID-journaals, gevoerd, maar soms maken deze integraal onderdeel uit van de eigenlijke CID registratie.

    lees meer

    Feitelijke situatie en werkwijze Kennemerland – Organisatorische omstandigheden Kennemerland

    4.1. Organisatorische omstandigheden Kennemerland

    In paragraaf 4.1. worden de organisatorische omstandigheden van de RCID Kennemerland beschreven. Hierbij wordt aandacht besteed aan de opbouw en omvang van deze RCID vanaf 1990, de personele bezetting en leiding in die periode. Tevens wordt de sollicitatieprocedure rond de vacature ‘adjudant Inwinning’ belicht. Met betrekking tot Van Vondel worden zijn ontslagprocedure, zijn ‘part-time’ werkzaamheden voor de RCID Kennemerland en zijn werkzaamheden voor de politie, die hij uitvoerde nadat hij met ontslag was gegaan, beschreven. In deze paragraaf wordt tevens een beschrijving gegeven van de toerusting van de medewerkers van de RCID. Hierover werden slechts in beperkte mate gegevens in de administratie van Kennemerland aangetroffen.

    Verder wordt besproken welke werkafspraken er waren voor personeel van de RCID Kennemerland met betrekking tot de tijdsbesteding ten behoeve van het IRT.

    lees meer

    Onderzoek Fort-team – Teamsamenstelling en teambeheer

    1.2. Teamsamenstelling en teambeheer

    Het heeft vele weken gekost voordat het Fort-team op de gewenste personele sterkte was en over de voor het onderzoek minimale functionaliteiten beschikte. Voor een deel had dit te maken met de geringe omvang van de totale rijksrecherche (ca. 45 rechercheurs), de geografische spreiding over het land van deze dienst en het feit dat de rijksrecherche slechts generalistische rechercheurs kent. Gedegen kennis van CID-werk ontbreekt bij de rijksrecherche, misdaadanalisten zijn niet aanwezig en dat geldt ook voor grondige kennis van financiële onderzoeksmethoden. Ook het gedurende langere tijd in (een groter) teamverband werken komt zeer weinig bij de rijksrecherche voor. Alleen het, in de tachtiger-jaren, verrichte onderzoek naar fraude bij het algemeen burgerlijk pensioen fonds (ABP-affaire) kan qua omvang en tijdsduur enigszins worden vergeleken, alhoewel daar sprake was van een strafrechtelijk onderzoek. Een geautomatiseerd, ondersteunend administratiesysteem voor recherche-onderzoeken (en de bijbehorende kennis daarvan) was ook niet bij de rijksrecherche aanwezig en bleek elders moeilijk verkrijgbaar.

    lees meer

    De Criminele Inlichtingendienst – Verantwoordelijkheid politieregisters volgens regelgeving

    2.4. Verantwoordelijkheid politieregisters volgens regelgeving

    De verantwoordelijkheid over de bij de regiopolitie gevoerde politieregisters, ligt volgens de regelgeving getrapt, te weten bij de beheerder en de registerbeheerder, terwijl de dagelijkse leiding is opgedragen aan het hoofd van de CID.

    Onder beheerder wordt volgens artikel 1 onder f van de Wet politieregisters verstaan (bij een regionaal politiekorps): de in gevolge de Politiewet als korpsbeheerder aangewezen burgemeester.

    Onder registerbeheerder wordt volgens artikel 1 onder k van de CID-regeling 1995 verstaan: ‘de functionaris die onder verantwoordelijkheid van de beheerder, bedoeld in artikel 1, onder f van de Wet politieregisters, belast is met het daadwerkelijk beheer over het CID-register en het ‘grijze veld ‘-register’

    Hoewel de term registerbeheerder niet als zodanig in de Wet politieregisters is terug te vinden, heeft deze algemeen ingang gevonden en wordt daarmee geduid op de korpschef.

    lees meer

    Feitelijke situatie en werkwijze Kennemerland – Verantwoordelijkheden

    4.2. Verantwoordelijkheden

    4.2.1. Verantwoordelijken in de politielijn Kennemerland

    Tot 1 februari 1992 was de Haarlemse korpsleiding verantwoordelijk voor de werkzaamheden van de CID in het Haarlemse korps (en dus ook, ingevolge de CID-regeling van 1986, voor de regionale CID).

    Straver hield zich voor de IRT-affaire ( periode tot eind 1993) alleen bezig met de beheersmatige aspecten van de CID. Inhoudelijk hield hij zich bezig met de vraag op wat voor criminaliteit de CID zich diende te richten.

    De operationele aansturing van de CID liet Straver over aan zijn recherchechef en de beoordeling van proportionaliteit en subsidiariteit aan het OM, met name aan de CID-OVJ. Voor wat betreft de verantwoordelijkheid voor activiteiten ten behoeve van het IRT, was Straver van mening, dat deze thuishoorde bij de korpsleiding en het OM in Utrecht en in de laatste fase van het IRT, in Amsterdam. Op basis van de afspraak dat de onderzoeken van het IRT van de korpsen zouden worden afgeschermd, heeft Straver zich niet inhoudelijk bezig-gehouden met deze onderzoeken.

    lees meer

    Onderzoek Fort-team – Werkwijze

    1.3. Werkwijze

    Op 24 april 1995 bepaalde de minister van Justitie dat, gelet op artikel 18, vijfde lid van de Wet politieregisters

    ‘voor de duur van het onderzoek naar het functioneren van de criminele inlichtingen. dienst van het regionale politiekorps Kennemerland alle voor dit onderzoek van belang zijnde gegevens uit registers gehouden bij de Criminele inlichtingendiensten verstrekt worden aan de personen, die door de betrokken Procureur-Generaal zijn belast met het doen van dit onderzoek’

    Verder vermeldde het besluit dat

    ‘een ieder, die daartoe bij of krachtens de Wet politie registers gemachtigd is, verplicht is aan deze personen gegevens uit de bij de Criminele inlichtingendiensten gehouden registers te verstrekken’

    De administratie van de RCID Kennemerland werd kort daarop beschikbaar gesteld.

    lees meer

    De Criminele Inlichtingendienst – Werkwijze en methodieken CID

    2.5. Werkwijze en methodieken CID

    Bij de eerder omschreven klassieke CID-functie lag de nadruk op het vergaren, bewerken, analyseren, registreren en verstrekken van criminele inlichtingen ingewonnen via de methodieken ‘runnen van informanten en observatie’. In deze paragraaf wordt ingegaan op de ontwikkeling van het runnen van informanten, de groei naar infiltratie, observatie, de toepassing van de methodiek gecontroleerde aflevering, de open-en gesloten CID-fase en de U-bocht constructie’.

    lees meer

    Schema

    Schema

     

    << oudere artikelen