De Twentsche Courant/Tubantia van 6 maart 2001
Door Ferdi Schrooten (GPD)
| De politie is nog onvoldoende getraind in het gebruik van de pepperspray.
Met de huidige voorbereiding blijkt nog één op de vijf agenten
zelf het slachtoffer te worden van het nieuwe politiewapen. En dat is te
veel.
Aan het einde van dit jaar worden 40.000 Nederlandse agenten met een bus pepperspray uitgerust. Volgens Otto Adang, projectleider van het onderzoek naar pepperspray aan de Nederlandse Politie Academie, moet er de komende maanden nog veel werk worden verricht. Want er zijn nog veel problemen. Dat blijkt uit het eindrapport over het nieuwe politiewapen, dat vanaf juli 2000 bij wijze van proef is ingezet in de korpsen Rotterdam-Rijnmond, Brabant-Noord, Groningen en Drenthe. Het traangas is in de proefkorpsen in totaal 117 keer gebruikt. Volgende week woensdag bespreekt minister De Vries (Binnenlandse Zaken) het rapport in de Tweede Kamer. Volgens Adang en mede-onderzoeker Jos Mensink voldoet het nieuwe politiewapen dat de ruimte tussen wapenstok en vuurwapen moet opvullen, op zich wel. Zo blijkt dat in bijna driekwart van de gevallen de verdachte grotendeels of geheel weerloos wordt. Ook voelen politiemensen zich over het algemeen veiliger als ze met een busje met pepergas de straat op gaan. Alleen het dreigen met pepperspray leidt er in één op de twee gevallen al toe dat de verdachte inbindt. Maar er zijn ook verdachten die van pepperspray juist agressiever worden. Dat gebeurde tijdens de proef in elf procent van de gevallen. Overmatig alcoholgebruik speelt daarbij in ieder geval geen rol. ‘Het vervelende is dat deze mensen niet van tevoren herkenbaar zijn,’ zegt Adang, die vindt dat er meer onderzoek moet worden gedaan naar deze onberekenbare groep. Het grootste gevaar van het gebruik van pepperspray zit volgens de onderzoekers echter in een gebrekkige training van agenten. Bij aanvang van de proef werden agenten in één op de drie situaties zelf het slachtoffer van pepperspray. Ze kregen pepergas uit hun eigen spuitbus in het gezicht, of ze kwamen in de vuurlijn van een collega terecht. Dat komt onder meer doordat agenten zich niet altijd houden aan de minimumafstand van één meter tot het slachtoffer. Ook waarschuwen ze collega’s niet altijd voor gebruik van het traangas. ‘Enkele malen zijn er daardoor situaties geweest waarbij de optredende agenten niet meer in staat waren zich te verweren tegen eventuele aanvallen.’ Aan het eind van het experiment kwam dit soort situaties nog ‘slechts’ in een vijfde tot een kwart van de gevallen voor. ‘Maar dat is nog steeds veel te veel.’ Internationaal ligt het percentage aan ‘zelfbesmettingen’ en ‘kruisbestuivingen’ door collega-dienders tussen de tien en vijftien procent. ‘De Nederlandse politie mag uiteindelijk in hooguit vijf procent van de gevallen het slachtoffer worden van de eigen pepperspray,’ aldus Adang. Zijn aanbevelingen zijn inmiddels overgenomen door minister De Vries
van Binnenlandse Zaken. De voorstellen van de onderzoekers moeten er toe
leiden dat politiemensen meer praktijktraining krijgen en minder theorieles.
Bovendien moet de totale trainingstijd vóór uitrusting met
pepperspray van zes naar acht uur.
Copyright © 2001 De Twentsche Courant Tubantia - alle rechten voorbehouden |