• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Nieuwsblog

  • Justitie en Veiligheid

  • Openbaarheid

  • Nationaal Veiligheidsarchief

  • Publicaties

  • Crisis en Onveiligheid

  • Europa

  • Politieklachten

  • Veilig Internetten

  • Jansen Library

  • Inhoudsopgave Observant #38, september 2005

    01 Onderzoek naar uitvoering Identificatieplicht
    02 CAAT publiceert rapport over infiltratie
    03 Scriptie over wetsvoorstel strafbare verheerlijking
    04 De staat en het publieke debat
    05 Nota radicalisme en radicalisering
    06 747 live over beeldvorming terrorisme
    07 Boekpresentatie, Gestraft zonder veroordeling

    Onderzoek naar uitvoering Identificatieplicht

    Buro Jansen & Janssen doet onderzoek naar de uitvoering van de identificatieplicht.

    Heb je klachten? Mail naar identificatieplicht@burojansen.nl
    of hij op www.identificatieplicht.nl

    Sinds 1 januari 2005 is de Wet op de Identificatieplicht in algemene zin in werking getreden. In wezen gaat het om een toonplicht bij verdenking van een strafbaar feit. De discussie rond de wet si de afgelopen twee jaar magertjes gevoerd. Het lijkt erop dat het niet echt leeft binnen zowel wetenschappelijke als niet wetenschappelijke kringen. Naast de gebruikelijke commentaren vanuit de advocatuur, rechters en andere spelers binnen het juridische veld is er niet echt een actieve beweging tegen de identificatieplicht gevormd. Dit was in de jaren tachtig en rond de invoering van de Wet op de Identificatieplicht in 1994 wel anders. In de jaren tachtig roerden vooral migranten zich en in de jaren negentig was het een bonte verzameling maatschappelijke groepen en individuen die zich verweerden tegen de identificatie op het werk.
    Sinds de invoering van de wet op 1 januari 2005 lijkt de overheid een offensief begonnen om het publiek duidelijk te maken dat de bevoegdheden van politie en justitie zijn uitgebreid. Meer dan 3.000 boetes zijn er in de eerste maand van het jaar uitgeschreven met betrekking tot het niet kunnen tonen van een geldig identificatiebewijs. Om zicht te krijgen op de wijze waarop dit nieuwe opsporingsmiddel wordt ingezet, wil Buro Jansen & Janssen onderzoek doen naar specifieke klachten. Deels om beter zicht te krijgen (ook om de broodje aap verhalen te scheiden van wat er nu werkelijk in de praktijk gebeurd) en deels om ook een overzicht te geven van mogelijkheden om te procederen, te klagen en je te verzetten.

    Aankondiging:
    wo 28 sep 2005 – Utrecht – 09:00-17:00
    Actie-manifestatie tgv. 250 rechtszaken tegen weigeraars identificatieplicht
    In Utrecht zijn bij het Kantongerecht 250 zaken ‘opgespaard’ die vandaag, tijdens de ‘ID-themadag’ worden behandeld. Op het plein voor de rechtbank is een grote variatie aan ludieke acties door maatschappelijke organisaties: ID? Nee!. Kantongerecht, Vrouwe Justitiaplein 1.
    Onderzoek identificatieplicht

    CAAT publiceert rapport over infiltratie

    CAAT steering committee publiceert onderzoek naar infiltratie door Threat Response International.

    Naar aanleiding van berichten in de Sunday Times (28-9-2003) over de infiltratie bij CAAT door het Engelse bedrijf Threat Response International van Evelyn Le Chêne heeft CAAT een intern onderzoek verricht. Threat Response International verzamelde informatie over CAAT (en andere organisaties) in opdracht van British Aerospace. Eerder berichten wij daarover in twee artikel in 2004: British Aerospace wapent zich tegen acties en Brits wapenbedrijf infiltreert.
    Evelyn Le Chêne , de eigenaresse van Threat Response International, bleek de moeder te zijn van Frank Adrians/Le Chêne, een infiltrant die een aantal jaren door onderzoek van Buro Jansen & Janssen ontmaskert was. (zie Infiltrator in A SEED, Earth First!, ENAAT).

    Aan de hand van de documenten van de Sunday Times deed CAAT een intern onderzoek om te achterhalen wie de infiltranten waren, die voor Threat Response International werkten. CAAT ontdekte dat hun medewerker Martin Hogbin heel veel email had geforward, waarvan de inhoud overeenkwam met de inhoud van de documenten waarover de Sunday Times beschikte. Martin gaf toe de e-mails verstuurd te hebben, alleen was zijn verklaring volgens CAAT ongeloofwaardig. Martin kon niet aangeven voor wie die e-mail waren. Naar aanleding hiervan werd Martin geschorst en er werd een klacht ingediend bij de Information Commissioner. De Information Commissioner rapporteerde deze zomer aan CAAT. Uit hun onderzoek was gebleken dat Martin inderdaad emailberichten doorzond aan een bedrijf dat connecties had met Evelyn Le Chêne. ‘Ironisch genoeg verbied de Data Protection Act van 1998 dat de Information Commissioner CAAT details geeft over het betrokken bedrijf’, schrijft CAAT in het persbericht. De Information Commissioner besloot geen stappen te ondernemen tegen Martin. De mogelijkheid hem te vervolgen is beperkt, omdat de definitie van ‘persoonlijke data’ zeer strikt is ingevuld in een arrest van de Engelse Court of Appeal. De dat die Martin doorgaf was wel vertrouwelijk, maar valt weer net buiten deze strikte definitie. Het volledige onderzoeksrapport is te vinden op de website van CAAT.

    British Aerospace wapent zich tegen acties

    Brits wapenbedrijf infiltreert

    Infiltrator in A SEED, Earth First!, ENAAT

    Persbericht CAAT
    Onderzoeksrapport CAAT
    Samenvattin e-mail logs Martin
    Eerste brief Information Commisioner
    CAAT’s antwoord aan de Information Commissioner
    Tweede Brief Information Commissioner

    Scriptie over wetsvoorstel strafbare verheerlijking

    Mag ik in de toekomst in Nederland zeggen dat ik de aanslagen op 11 september 2001 het grootste kunstwerk dat je je kan voorstellen vind? Er zijn wellicht mensen die het niet smaakvol vinden, maar is het strafwaardig? In het kort gaat deze scriptie over die vraag.
    In het afgelopen jaar is er in Nederland gepassioneerd gediscussieerd over de vrijheid van meningsuiting. Velen meenden dat met de moord op Theo van Gogh op 2 november 2004 een aanslag was gepleegd op het ‘vrije woord’, waarbij stellig gepostuleerd werd dat de vrijheid van meningsuiting een ‘absoluut’ recht is. De moord op Theo van Gogh confronteerde Nederland voor de eerste keer met een daad van terrorisme gepleegd door een geradicaliseerde moslim binnen de eigen landsgrenzen. Onder invloed van deze gewelddaad en de terroristische aanslagen op 11 september 2001 en 11 maart 2004 heeft het Nederlandse antiterrorismebeleid een sterke impuls gekregen.
    Het kabinet heeft de afgelopen maanden een scala aan preventieve maatregelen voorgesteld en/of ingevoerd. Ik noem er een paar: strafbaarstelling van samenspanning, meldingsplicht, geheim houden van processtukken voor de verdediging, en de strafrechtelijke bescherming tegen radicalisering door middel van strafbaarstelling van de verheerlijking of het goedpraten van een terroristisch misdrijf (apologie).
    Deze scriptie richt zich op het laatste voorstel. Op dit moment ligt er een wetsvoorstel ter consultatie om het verheerlijken en goedpraten van ernstige misdrijven strafbaar te stellen. Dit voorstel zal, zo is de wens van de minister van Justitie, dit kalenderjaar nog aangenomen worden.
    Het apologieverbod is een uitingsdelict. Een uitingsdelict is een delict waarbij de uiting vanwege de inhoud strafbaar gesteld wordt, zoals smaad, belediging, opruiing, godslastering, bedreiging. Een dergelijke categorie delicten is te beschouwen als een strafrechtelijke beperking van de vrijheid van meningsuiting. Het apologieverbod vormt een nieuwe categorie.
    De vraag die centraal in deze scriptie staat is: hoe verhoudt dit voorstel zich tot het recht op vrijheid van meningsuiting?

    De Aanslagen van 11/9 als kunstwerk

    De staat en het publieke debat

    Minister Donner heeft een wetsontwerp gepresenteerd dat beoogt het verheerlijken van terroristische en overeenkomstige misdrijven strafbaar te stellen en dat het tevens mogelijk maakt mensen die dit doen in het kader van de uitoefening van hun beroep direct uit het ambt te ontzetten.
    Wat wil de regering nu eigenlijk met deze nieuwe wet bereiken? Primair gaat het om terrorismebestrijding, lezen we in de Memorie van Toelichting. Maar hoe realistisch is het idee dat repressie van dergelijke uitingen misdaden kan voorkomen? Tussen het woord van de een en de daad van de ander zit immers een zee van mogelijkheden. De effectiviteit van de wet bij de daadwerkelijke bestrijding van het terrorisme lijkt mij eerlijk gezegd grenzen aan nihil.
    Een volgende vraag is waarom het ‘verheerlijken’ (of goed praten of bagatelliseren) als uitgangspunt is gekozen. Ligt het gezien het primaire doel niet veel meer voor de hand het oproepen tot of aanzetten tot terrorisme strafbaar te stellen? Hiermee komen we aan de vraag of deze wet wel noodzakelijk is als het om terrorismebestrijding gaat. Feitelijk biedt de bestaande wet namelijk ook al mogelijkheden om opruiing of het aanzetten tot strafbare feiten aan te pakken. Ook het antidiscriminatieartikel in de strafwet, dat aanzetten tot haat of geweld tegen groepen op grond van ras, religie of sexuele geaardheid verbiedt, zou toegepast kunnen worden om de geestelijke te bestraffen die hel en verdoemenis predikt over ongelovigen en in die context terrorisme vergoelijkt. De nieuwe wet zal wel meer mogelijkheden bieden om geestelijk leiders die terrorisme verheerlijken uit het ambt te ontzetten, maar onmogelijk is dit nu ook al niet. Opmerkelijk is verder dat naast hedendaagse terroristische daden ook de ontkenning van de holocaust in dit nieuwe wetsontwerp wordt meegenomen. Waarom eigenlijk? Processen tegen de Antwerpse uitgever Verbeke, een notoire holocaust-ontkenner, hebben aangetoond dat het antidiscriminatieartikel in de strafwet voldoende uitgangspunten biedt voor een veroordeling.

    Wat drijft de regering dan met dit nieuwe wetsontwerp? Kennelijk heeft Donner meer voor ogen dan terrorismebestrijding of aanzetten tot geweld of ontkenning van internationale misdrijven. In de Memorie van Toelichting lezen we meerdere malen over wat hij noemt de ‘vergroving’ van het publieke debat. “Ook de overheid heeft een taak bij de instandhouding van de kwaliteit van het publieke debat en van het klimaat waarin dit kan gedijen”, schrijft hij. Tot zover lijkt me daar niks mis mee. Maar het vervolg is wel degelijk verontrustend. “De inzet van het strafrecht is sluitstuk van het zelfreinigende vermogen in de samenleving om het publieke debat op orde en binnen aanvaardbare perken te houden.” Daarom meent hij dat dit wetsontwerp een “belangrijke toegevoegde waarde” heeft. De verheerlijking van zeer ernstige misdrijven is in staat “groepen tegen elkaar op te zetten, onlustgevoelens in de samenleving (verder) aan te wakkeren en een gevaarlijke vergroving in het publieke debat te weeg te brengen. Het is van belang dat de wetgever een expliciet signaal afgeeft dat deze uitingen onder bepaalde omstandigheden strafbaar zijn.” Het verontrustende hiervan is dat Donner meent dat de staat zich met repressiemiddelen kan mengen in het publieke debat om daar de “orde” te bewaren en te bepalen wat “aanvaardbare perken” zijn. Dat zou op het vlak van de grondrechten een enorme stap terug zijn in de richting van een autoritaire staat. Een dergelijke gedachte lijkt mij volstrekt in strijd met de Grondwet en internationale verdragen op dit gebied waar Nederland aan gebonden is. Dat voelt de Minister trouwens zelf ook wel aan, want hij heeft in zijn ontwerptekst een clausule aangebracht. Het verheerlijken van zeer ernstige misdrijven is alleen strafbaar als dit de openbare orde ernstig verstoort of kan verstoren. Dit is de clausule die het ook volgens het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens mogelijk maakt de bescherming van de vrijheid van meningsuiting op te heffen. Maar, zoals eerder aangegeven, voor ingrijpen met het oog op verstoring van de openbare orde hoeft Donner de wet niet te wijzigen.
    Donner’s tweede motief voor dit wetsontwerp (paal en perk stellen aan het publieke debat) lijkt daarom voor deze regering de doorslag te geven. En juist dat maakt het tot een grote bedreiging voor de handhaving van de in het verleden moeizaam bevochten burgerlijke vrijheden. Het is te hopen dat Donner’s adviseurs hem andere mogelijkheden kunnen aanreiken om “expliciete signalen” af te geven aan radicale imams. En ook dat er uiteindelijk in het parlement nog voldoende liberalen zijn om de regering van dit onzalige plan af te houden.

     

    Nota radicalisme en radicalisering

    Een nota van de regering over radicaleringstendensen onder extreem-rechts, dierenrechtenactivisten en de islam. De nota probeert aan te geven hoe de overheid kan reageren op radicalisering.
    Nota radicalisme en radicalisering

    747 live over beeldvorming terrorisme

    Wil van der Schans van het Onderzoeksbureau Jansen & Janssen over de mythen rond terrorisme en fabels over antiterrorismebeleid van de Europese Unie en de gevolgen die dat heeft. Jansen & Janssen legt de laatste hand aan een boek over dit onderwerp.
    Beluister de uitzending

    Boekpresentatie, Gestraft zonder veroordeling

    Boekpresentatie ‘Gestraft zonder veroordeling – de uitlevering van Maarten Blok aan Zweden’

    Op vrijdag 23 september (precies een jaar nadat Maarten in Zweden werdvrijgesproken) vindt vanaf 16.00 uur de boekpresentatie van de uitgave‘Gestraft zonder veroordeling – de uitlevering van Maarten Blok’ plaats.Het boek, geschreven door Steungroep Maarten en uitgegeven doorBaalprodukties, wordt gepresenteerd in boekhandel Fort van Sjakoo,Jodenbreestraat 24 Amsterdam. Er zullen enkele sprekers zijn,filmvertoning, muziek en dj’s en natuurlijk een hapje en drankje.

    Van de achterflap:De laatste jaren gaan tienduizenden mensen de straat op om te demonstrerentijdens internationale top-ontmoetingen. Ook bij de Eurotop, die van 14tot 16 juni 2001 in het Zweedse Göteborg zou plaatsvinden, bereidden velenzich daarop voor. De Nederlander Maarten Blok was een van hen. Al voor hetbegin van de Eurotop, werd de school waarin hij overnachtte omsingeld doorde politie en alle aanwezigen werden gearresteerd. Nadat Maarten tweedagen had vastgezeten, werd hij naar Nederland gevlogen en zonderaanklacht vrijgelaten. Enkele maanden later bleek dat Zweden Maartensuitlevering verzocht. Hij zou een agent met een stok op het hoofd hebbengeslagen.

    Dit boekje is een verslag van de gebeurtenissen die hierop volgden. Hetgaat over rechtszaken die Maarten voerde, acties die gevoerd werden, hetproces in Zweden en de vrijspraak in september 2004. Naast een feitelijkrelaas is het een verslag van de moeilijkheden die Maarten troffen, ookkomen vrienden en familieleden aan het woord.

    Maartens verhaal is ook een voorbeeld van de gevaren die het nieuweEuropees uitleveringsverdrag met zich meebrengt. Het laat zien dat hethebben van een blindelings vertrouwen in de rechtspraak van andere landeneen riskante zaak is.Voor Maarten is het uiteindelijk nog relatief goed afgelopen. Anderen zijnminder gelukkig. Wie de strijd echter aangaat heeft de kans misstandenboven tafel te krijgen en het recht alsnog te laten zegevieren.

    Gestraft zonder veroordeling – de uitlevering van Maarten Blok aan Zweden

    Uitgeverij Baalprodukties, Sittard
    Isbn: 9075825293
    Prijs: 9,90 euro

    Voor meer info:
    Steungroep Maarten: 06-42356735 of info@steunmaarten.org
    Baalprodukties: 046-4524803

    Bestellen:
    Maak 11,46 euro (inclusief porto) over naar giro 603904 tnv Stichting Res Publica ovv ‘Maarten’
    Steun Maarten