• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Justitie en Veiligheid

  • Nieuwsblog

  • Openbaarheid

  • Nationaal Veiligheidsarchief

  • Publicaties

  • Crisis en Onveiligheid

  • Europa

  • Politieklachten

  • Veilig Internetten

  • Jansen Library

  • Inhoudsopgave Observant #29, september 2004

    01 Rasterfahndung in Nederland
    02 Maatregelen op het gebied van de bestrijding van terrorisme
    03 Minister Donner dient wetsvoorstel in dat het mogelijk moet maken om informatie van de AIVD als bewijsmateriaal in een rechtszaak te kunnen gebruiken
    04 Controle op informatieverzameling over onverdachte burgers ontbreekt
    05 Special Justitiële verkenningen over Europa
    06 Nieuwe directeuren bij de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst AIVD
    07 Uit de ‘vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2005’,

    Observant #29, september 2004

    24 september 2004
    Rasterfahndung in Nederland
    Ravage #12 , Wil van der Schans

    Terwijl in kringen van Duitse terrorismebestrijders de twijfel groeit over het nut van rasterfahndung, komt minister Remkes van Binnenlandse Zaken met een voorstel om het systeem ook in Nederland in te gaan voeren. Hiermee krijgt de AIVD onbeperkt toegang tot digitale bestanden, hetgeen gevaren oplevert voor de burger.

    ,,Goedemorgen, AIVD, mag ik even binnenkomen?” Het zal niet de eerste associatie zijn bij nieuwe vormen van geautomatiseerde data-analyse om in een vroeg stadium mogelijke terroristen te ontdekken. Plannen die minister Johan Remkes deze zomer bekend maakte.
    Toch zullen de Arie’s en Freek’s van de AIVD (Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst) na elke gevonden afwijking in de gekoppelde databestanden op pad moeten gaan. De maatregel werd aangekondigd na de aanslagen van 11 maart jl. in Madrid en dringt diep binnen in het privé-leven van burgers.
    Volgens Remkes tonen de aanslagen aan dat minder dan voorheen bij de opsporing van de daders de aandacht zich kan beperken tot bepaalde groepen en organisaties. Een analyse die de plank aardig mis lijkt te slaan. In Duitsland is gebleken dat vergaande data-analyse, rasterfahndung (fijnmazige opsporing), niets dan narigheid oplevert.


    Maatregelen op het gebied van de bestrijding van terrorisme

    Brief van 15 juli van minister Remkes:

    • Inzetten van Rasterfahndung om zo vroeg mogelijk terroristen te kunnen onderscheiden
    • De Koninklijke Marechaussee gaat (net als de KLPD al doet) technische ondersteuning geven aan de MIVD en AIVD
    • De procedures voor de inzet van bijzondere bevoegdheden (afluisteren, hacken, observeren, inzet agenten, etc.) worden vereenvoudigd. Als voorbeeld noemt Remkes dat voor de inzet van agenten de minister nu elke drie maanden opnieuw toestemming moet geven, terwijl de operaties meestal langer duren.
    • De Nationale Sigint Organisatie (NSO), de afluisterpost die alles wat door de ether gaat opvangt, wordt verzelfstandigt. Nu valt deze dienst nog onder de MIVD.
    • Aan de hand van een evaluatie van de Wet Veiligheidsonderzoeken wordt gekeken of er iets verandert moet worden aan de screeningen
    • Het ministerie van Buitenlandse Zaken kan ook opdrachten gaan geven aan de AIVD/MIVD in het kader van hun inlichtingentaak buitenland.
    • Alle ambtenaren van de belastingdienst krijgen de plicht gegevens die van belang zijn voor de AIVD/MIVD te melden. Meldingsplicht voor andere ambtenaren wordt onderzocht.
    • Onderzocht wordt of ook bijvoorbeeld de FIOD of andere diensten kunnen worden ingezet bij de technische ondersteuning van de AIVD/MIVD

    Brief van 10 september van de ministers Donner en Remkes

    • De bestrijding van terrorisme wordt gecoördineert door de Natioale coördinator terrorismebestrijding, Joustra. Bedoeling is dat de werkzaamheden bij de departementen van Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden samengebracht binnen zijn eenheid. (NCTb)
    • Voor het verwerven combineren, analyseren, veredelen en gebruiken van informatie wordt een andere organisatie opgezet. Onder leiding van het NCTb wordt een expertise- en analysecentrum gevormd, waarin naast de AIVD en de politie, ook de MIVD, de IND, de Kmar, de FIOD/ECD, de Douane en Buitenlandse Zaken en eventuele andere partners participeren. Dit centrum gaat
      – integrale (regionale, nationale en internationale) dreigingsanalyses;
      – analyses ten behoeve van het Nationaal Alerteringssysteem;
      – analyses ten aanzien van Bewaking en Beveiliging;
      – specifieke analyses op verzoek van bijvoorbeeld gemeenten (onder andere ten behoeve van evenementen of andere soft targets).
    • Al een tijd worden zo’n 100 – 150 mensen ivm terrorisme in de gaten gehouden. ‘Het gaat daarbij niet om personen die zijn te typeren als “hard core” terroristen van wie een acuut gevaar uitgaat of ten aanzien van wie concrete vermoedens bestaan van betrokkenheid bij aan terrorisme gerelateerde strafbare feiten; het betreft personen die in eerdere of nog lopende onderzoeken van de AIVD en politie, op enig moment naar voren zijn gekomen als mogelijke schakels in terroristische netwerken.” In dit kader werken de AIVD, politie, OM en IND nauw samen. De MIVD wil ook gaan meedoen.
    • Informatie-uitwisseling tussen deze diensten gaat via de CT(Contra-Terrorisme)-infobox.
      Deze CT-infobox is een informatieknooppunt en analyse-eenheid. Verschillende informatiebestanden worden zo met elkaar gecombineerd. NAV deze informatie wordt besloten wat het traject is: die kan bestaan uit a) strafrechtelijk ingrijpen, b) vreemdelingrechtelijk optreden, c) inlichtingenmatig observeren of d) verstoren.
    • Verstoren van activiteiten
      Eén van de opties die bovenstaande diensten kunnen kiezen is het verstoren van iemands activiteiten. Volgens de regering kan deze optie gekozen als ‘tijdens het monitoren aan terrorisme gerelateerde activiteiten worden geconstateerd, die niet tevens als strafbare feiten kunnen worden getypeerd’. De betrokken persoon zou vervolgens ‘zodanig “in de gaten gehouden moeten worden” dat hem en zijn omgeving duidelijk wordt dat hij onderwerp is van enigerlei vorm van overheidsoptreden, zonodig met gebruikmaking van andere wettelijke bevoegdheden, zodat de persoon feitelijk geen rol meer zal kunnen spelen in aan terrorisme gerelateerde zaken.’
    • Aansturen verstoringsacties.
      De minister van Justitie wordt verantwoordelijk voor de algemene aanpak bij de verstoringsacties. De regering verwacht namelijk dat er verschillende diensten bij betrokken kunnen worden en wil dat de acties wel direct kunnen worden doorgezet. De KLPD/UTBT krijgt een centrale rol bij de bewaking van de samenhang van de verschillende feitelijke acties die in het kader een verstoringsactie worden ondernomen.
    • Inzetten vreemdelingenrecht
      Vanaf het moment dat iemand een visum aanvraagt moet getoetst worden of er mogelijke betrokkenheid is bij terrorisme. Hetzelfde geld voor asielaanvragen. Instapcontroles en gate-checks door de KMAR moeten ook als extra controlepunt gaan dienen.
    • Uitbreiding mogelijkheden Verkennend onderzoek
      Sinds 2001 is het mogelijk voor de politie om ‘verkennend onderzoek’ te verrichten. Het is bv een scan van activiteiten van transportondernemingen in een streek of horecafraude in een stad. Bij zo’n verkennend onderzoek kan de politie inzage krijgen in andere openbare registers. De regering wil in het kader van onderzoeken naar terroristische misdrijven de politie ook toegang geven tot andere instanties dan overheidsinstanties. Ook zouden die gegevens gekoppeld moeten kunnen worden aan gegevens die al bij de politie bekend zijn.
    • Uitbreiding Preventief fouilleren
      Nu kan preventief fouilleren worden toegepast in van te voren vastgelegde gebieden. Het kabinet wil de wet zodanig wijzigen dat het mogelijk wordt ‘dat in verband met een (dreigende) terroristische aanslag de officier van justitie in een aangewezen gebied (bijvoorbeeld vervoersassen zoals een autosnelweg of een treintraject) een ieder kan laten fouilleren en verpakkingen en vervoersmiddelen kan laten doorzoeken’.
    • Uitbreiding opsporingsbevoegdheden (afluisteren, observeren, e.d.)
      Deze bevoegdheden zijn voor de politie geregeld in de Wet Bijzondere opsporingsbevoegdheden (BOB) en voor de AIVD?MIVD in de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (WIV).
      De inzet van bijzondere opsporingsbevoegdheden door de politie kan als er sprake is van ‘een georganiseerd verband’. Nu wil het kabinet uitbreiding om ook bij ‘onvoldoende aanwijzingen van een dergelijk verband onderzoek naar het beramen van ernstige strafbare feiten te kunnen doen, waarbij geen eis van verdenking van een concreet misdrijf wordt gesteld’.
    • Voorlopige vrijheidsbeneming
      De regering wil de mogelijkheid openen om verdachten van terroristische misdrijven, ook als zij in eerste instantie voor betrekkelijk lichte vergrijpen worden gearresteerd, voor langere tijd in bewaring te kunnen stellen
    • Voor de rechter brengen
      Momenteel is wettelijk geregeld dat iedereen binnen 106 dagen na zijn of haar arrestatie voor de rechter moet verschijnen. De regering wil deze termijn voor van terrorismeverdachte personen verlengen. Het kabinet wil deze regeling aldus herzien ‘dat het langer onvolledig houden van de processtukken bij terrorisme mogelijk wordt’.
    • Aanpak ondersteuners van terrorisme
      Onderzocht worden de mogelijkheden een vordering bij de rechtbank tot ontbinding van een rechtspersoon te bewerkstelligen, een verzoek tot verbodenverklaring, een verzoek aan bestuurders om inlichtingen bij ernstige twijfel of destatuten te goeder trouw worden nageleefd of het bestuur naar behoren wordt gevoerd of het vorderen van ontslag van bestuurders bij wanbeheer.

    13 september 2004
    Minister Donner dient wetsvoorstel in dat het mogelijk moet maken om informatie van de AIVD als bewijsmateriaal in een rechtszaak te kunnen gebruiken

    Na de ophef rond de twee terrorisme rechtszaken in Rotterdam stelde minister van Justitie, Piet Hein Donner dat er meer mogelijkheden moesten komen om informatie van de AIVD als bewijsmateriaal als bewijsmateriaal in rechtszaken te kunnen gebruiken. Dit wetsvoorstel is de uitwerking daarvan.
    Voorgesteld wordt om te komen tot een regeling waarbij de ambtsberichten van de AIVD nader getoetst kunnen worden en vervolgens als wettig bewijsmateriaal gebruikt kunnen worden.
    De twee uitgangspunten van het voorstel zijn:

    a. de verdediging houdt het recht op ondervraging van getuigen

    b. een verruiming van de mogelijkheid om rekening te houden met het belang van de staatsveiligheid

    Als in het belang van de staatveiligheid een getuige (de AIVD) niet openbaar gehoord kan worden, krijgt de verdediging de mogelijkhied om vragen in te dienen via de rechter-commissaris. Vervolgens bepaald de AIVD welke stukken in een proces verbaal opgenomen mogen worden. Dit proces verbaal wodrt door de rechter commissaris opgesteld. Ook wordt de regeling van het bewijsrecht dusdanig aangepast dat ambtsberichten van de AIVD en MIVD door de wet voortaan onder alle omstandigheden als volwaardig worden aangemerkt.

    Uit de Memorie van Toelichting:
    Niet zelden doen zich zaken voor waarin het belang van openheid in het strafproces zich niet goed laat verenigen met andere belangen. Recentelijk is dat wederom aan het licht getreden in zaken waarin een ambtsbericht van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD)tot het instellen van een strafrechtelijk onderzoek leidde. Daarbij rezen vragen rond de bruikbaarheid van ambtsberichten als startinformatie en als bron van bewijs. Dit wetsvoorstel strekt ertoe deze bruikbaarheid te verruimen door de in het ambtsbericht van de AIVD opgenomen informatie onderwerp te laten zijn van nader onderzoek door middel van het verhoren van getuigen. Daartoe worden enkele aanpassingen voorgesteld van de regelingen die betrekking hebben op het verhoren van getuigen. Voorts bevat dit wetsvoorstel een aanpassing van het wettelijk bewijsrecht.
    Elk van de voorgestelde aanpassingen draagt eraan bij dat de mogelijkheden om in het strafproces gebruik te maken van door de inlichtingenen veiligheidsdiensten verstrekte informatie worden vergroot. Tegelijkertijd dient echter op voorhand te worden vastgesteld dat de aard van dergelijke informatie alsmede de wettelijke taak van deze diensten impliceren
    dat de bruikbaarheid van deze informatie in het strafproces ook bij aanvaarding en inwerkingtreding van dit wetsvoorstel niet ongelimiteerd zal zijn. Het belang van staatsveiligheid prevaleert boven het belang van strafvordering, zo volgt ook uit de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002. Dat belang, en het daarmee verbonden belang van het voorkomen van ernstige aanslagen, moet niet in gevaar worden gebracht doordat ongeacht welke prijs informatie in een strafzaak wordt geopenbaard.

    Het wetsvoorstel
    Memorie van Toelichting
    Oorspronkelijke voorstel
    Advies Raad van State en Nader Rapport


    21 september 2004
    Controle op informatieverzameling over onverdachte burgers ontbreekt
    College Bescherming Persoonsregistraties

    Het kabinet zal nieuwe maatregelen en bevoegdheden invoeren voor de bestrijding van het terrorisme. Het gaat om de coördinatie van de bestrijding, de respons op een concrete dreiging en om bevoegdheden met het oog op het voorkomen van terrorisme. Uitgebreide verzameling, koppeling en analyse van informatie over groepen en personen ziet het kabinet als de sleutel tot het voorkomen van terrorisme.

    Het College bescherming persoonsgegevens constateert dat de noodzaak van uitbreiding van bevoegdheden tot het verzamelen van informatie niet is aangetoond. De vergaande coördinatie van de informatieverzameling miskent de gescheiden wettelijke taken en bevoegdheden die inlichtingendiensten en politie hebben. Voorts meent CBP dat structureel toezicht op de informatie die in het kader van deze nieuwe bevoegdheden wordt vergaard, geboden is.


    september 2004
    Special Justitiële verkenningen over Europa
    WODC

    Themanummer van Jv tegen de achtergrond van het Nederlandse voorzitterschap van de Europese raad, tweede helft van 2004. Tijdens de Europese top op 5 november 2004 presenteert Nederland een Meerjarenprogramma, dat de politieke richtsnoeren moet geven voor de samenwerking op het terrein van Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ) voor de komende 5 jaar. In dit themanummer laat de redactie enerzijds zien wat er tot nu toe is bereikt op justitieel terrein en wat de gevolgen zijn voor de Nederlandse rechtspraktijk, en anderzijds ruimte geven aan (toekomst-)visies op Europa. Er is aandacht voor de nieuwe grondwet voor Europa en voor de vraag of de uitbreiding met tien lidstaten een kans of risico is (artikel Holman). Voorts een artikel over mogelijke export van criminaliteit vanuit de nieuwe lidstaten (Bruinsma) en in verschillende artikelen ruime aandacht voor de justitiële samenwerking, waarbij onder meer de vraag aan de orde komt of we met die samenwerking niet te hard van stapel lopen (De Hert & De Roos).

    Inhoudsopgave artikelen:
    Artikel 1: B.R. Limonard en M. Sie Dhian Ho
    Een grondwet vor Europa; een beoordeling op hoofdpunten
    Artikel 2: O. Holman
    De uitbreiding van de Europese Unie in historisch perspectief
    Artikel 3: G.J.N. Bruinsma
    Misdaaddreigingen uit de nieuwe lidstaten van de EU
    Artikel 4: A.M.C. Boerwinkel en P.M.M. van der Grinten
    Wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen
    Artikel 5: A. Smeulders
    Het Europese Aanhoudingsbevel; consequenties voor de rechtspraktijk en mensenrechtelijke aspecten
    Artikel 6: H. Battjes
    Het Europese asielrecht
    Artikel 7: P. de Hert
    Het einde van de Europese rechtshulp; de geboorte van een Europese horizontale strafprocesruimte
    Artikel 8: P. de Hert en Th. de Roos
    De positie van Nederland in het Europees strafrechtelijk landschap

    Zie ook : Keizer in Lompen, politiesamenrking in Europa, door W van der Schans en J. van Buuren


    20 september 2004
    Nieuwe directeuren bij de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst
    AIVD
    Op 20 september treedt drs. Ing. W.M. (Wil) van Gemert bij de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) in dienst als directeur Democratische Rechtsorde. Hij zal worden belast met onder meer de bestrijding van terrorisme.
    De heer Van Gemert (43) volgde een opleiding aan de Academie voor Verkeer, Vervoer en Planologie in Tilburg. Van 1984 tot 1988 studeerde hij aan de Nederlandse Politie Academie en in 1994 is hij aan de Vrije Universiteit afgestudeerd in Politieke en Sociaal Culturele Wetenschappen, studierichting Organisatie en Beleid.
    Van Gemert vervulde vanaf 1988 diverse functies binnen het politieapparaat, waaronder die van plaatsvervangend chef bureau Fraude, teamleider Financieel-Economische Criminaliteit en hoofd Landelijk Rechercheteam. Zijn laatste functie was directeur Recherche KLPD.
    In 2003 was Van Gemert als projectleider verantwoordelijk voor de bouw en realisatie van de Nationale Recherche.

    Voorts is op 1 juli 2004 drs. J.W.C.H (Jan) Jansen als directeur Bedrijfsvoering bij de AIVD in dienst getreden.
    De heer Jansen (47) studeerde aan de Hogeschool in Haarlem arbeidsmarktpolitiek en personeelsbeleid. In 1996 studeerde hij aan de Vrije Universiteit af in de studierichting management en organisatie in Amsterdam op het onderwerp ’ambtelijke integriteit in het openbaar bestuur’. Jansen heeft 25 jaar bij de Belastingdienst gewerkt in functies als hoofd Personeel en Organisatie en hoofd Bedrijfsvoering. Zijn laatste functie daar was hoofd Resourcemanagement bij het Centrum voor ICT.
    Als directeur Bedrijfsvoering bij de AIVD is Jansen belast met de centrale voorzieningen van de AIVD op het gebied van personeel, automatisering, organisatie, financiën, veiligheid, kwaliteitsmanagement, registratie en archivering.


    september 2004
    Uit devaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2005′, MEMORIE VAN TOELICHTING

    BELEIDSARTIKEL 5: NATIONALE VEILIGHEID

    Werkterrein 1: Bescherming van de democratische rechtsorde, staatsveiligheid en andere gewichtige belangen van de staat

    Wat willen we bereiken?

    – Het adequaat informeren van verantwoordelijken en belanghebbenden over (potentiële) bedreigingen van de democratische rechtsorde, de staatsveiligheid, of andere gewichtige belangen van de staat, teneinde hen in staat te stellen maatregelen te treffen om de gesignaleerde dreigingen tegen te gaan, alsmede het eventueel operationeel preventief optreden tegen deze bedreigingen, op de volgende aandachtsgebieden:
    * Terrorisme;
    * Gewelddadig activisme;
    * Radicaliseringstendensen;
    * Economisch en financieel onderzoek;
    * Ongewenste bemoeienis van vreemde mogendheden;
    * Contra-proliferatie van massavernietigingswapens;
    * Internationale organisaties;
    * Migratie.

    Wat gaan we daarvoor doen?

    – Terrorisme: het onderzoeken van personen en organisaties die op enigerlei wijze deelnemen aan terrorisme in of vanuit Nederland of dit ondersteunen; tevens vindt onderzoek plaats naar fenomenen die hiermee verband houden.
    – Gewelddadig politiek activisme: het onderzoeken van politiek activistische personen en organisaties, die (mogelijk) gebruik maken van geweld om hun doelen te bereiken.
    – Radicaliseringstendensen: het onderzoeken van radicaliseringsprocessen onder bevolkingsgroepen in Nederland, in het bijzonder binnen de moslimgemeenschap.
    – Economisch en financieel onderzoek: het onderzoeken en zonodig verstoren van geldstromen van en naar terroristische en extremistische groeperingen.
    – Ongewenste bemoeienis van vreemde

    Werkterrein 5: Apparaat

    Toelichting:

    Voor terrorismebestrijding heeft de AIVD naar aanleiding van het Actieplan Terrorismebestrijding en Veiligheid, uit 2001, meerjarig extra middelen toegewezen gekregen. Hiermee kon gedurende 2002 en 2003 een intensivering van de inzet worden gefinancierd. De intensievere inzet werd vooral benut voor meer target gericht onderzoek.

    Tegelijkertijd was sprake van een meer dan evenredige toename van de kosten voor personeel en materieel, omdat hogere kwaliteitseisen gesteld werden aan nieuwe medewerkers en aan de techniek van informatisering en operationele ondersteuning. De benodigde inzet op andere aandachtsgebieden van de dienst dan het islamitisch terrorisme kwam onder druk te staan. In 2004 is een verdere intensivering op terrorismebestrijding noodzakelijk gebleken. Daartoe is scherp geprioriteerd op de diverse taken van de dienst.

    Voor 2005 en verder zijn opnieuw meerjarig extra middelen toegewezen. Deze zullen vooral worden benut om de targetgerichte activiteiten – ook in de nationale en internationale samenwerking – verder uit te bouwen en onderzoek naar aan terrorisme gerelateerde fenomenen te borgen.

    Voor een inlichtingen- of veiligheidsdienst is voorts het op peil houden van specifieke vaardigheden en kennis van medewerkers van eminent belang. De komende 10 jaar zullen veel ervaren medewerkers de dienst verlaten, wat noopt tot extra investeren in kennisoverdracht. Van vergelijkbaar belang is dat gebruikte (inlichtingen-)methoden en technieken state of the art zijn en dat het internationaal netwerk van inlichtingen- en veiligheidsdiensten ten volle wordt benut. Het is noodzakelijk in dit verband geld vrij te krijgen voor lange termijn investeringen, met name in techniek en interne informatiehuishouding en in internationale presentie (o.m. liaisons). Aan de commissie Bestuurlijke Evaluatie (cie. Havermans) is gevraagd in het najaar van 2004 te adviseren over de toerusting van de AIVD om op middellange termijn zo optimaal mogelijk te kunnen presteren.

    Terrorisme plannen Remkes doen Oostbloktijden herleven

    Wil van der Schans
    Ravage #12 van 23 september 2004

    Terwijl in kringen van Duitse terrorismebestrijders de twijfel groeit over het nut van rasterfahndung, komt minister Remkes van Binnenlandse Zaken met een voorstel om het systeem ook in Nederland in te gaan voeren. Hiermee krijgt de AIVD onbeperkt toegang tot digitale bestanden, hetgeen gevaren oplevert voor de burger.

    ,,Goedemorgen, AIVD, mag ik even binnenkomen?” Het zal niet de eerste associatie zijn bij nieuwe vormen van geautomatiseerde data-analyse om in een vroeg stadium mogelijke terroristen te ontdekken. Plannen die minister Johan Remkes deze zomer bekend maakte.
    Toch zullen de Arie’s en Freek’s van de AIVD (Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst) na elke gevonden afwijking in de gekoppelde databestanden op pad moeten gaan. De maatregel werd aangekondigd na de aanslagen van 11 maart jl. in Madrid en dringt diep binnen in het privé-leven van burgers.
    Volgens Remkes tonen de aanslagen aan dat minder dan voorheen bij de opsporing van de daders de aandacht zich kan beperken tot bepaalde groepen en organisaties. Een analyse die de plank aardig mis lijkt te slaan. In Duitsland is gebleken dat vergaande data-analyse, rasterfahndung (fijnmazige opsporing), niets dan narigheid oplevert.

    lees meer

    Terrorisme plannen Remkes doen Oostbloktijden herleven

    Ravage #12 van 23 september 2004

    Terwijl in kringen van Duitse terrorismebestrijders de twijfel groeit over het nut van rasterfahndung, komt minister Remkes van Binnenlandse Zaken met een voorstel om het systeem ook in Nederland in te gaan voeren. Hiermee krijgt de AIVD onbeperkt toegang tot digitale bestanden, hetgeen gevaren oplevert voor de burger.

    lees meer

    Terrorisme plannen Remkes doen Oostbloktijden herleven

    Ravage #12

    Terwijl in kringen van Duitse terrorismebestrijders de twijfel groeit over het nut van rasterfahndung, komt minister Remkes van Binnenlandse Zaken met een voorstel om het systeem ook in Nederland in te gaan voeren. Hiermee krijgt de AIVD onbeperkt toegang tot digitale bestanden, hetgeen gevaren oplevert voor de burger. lees meer

    Controle op informatieverzameling over onverdachte burgers ontbreekt

     Persbericht Autoriteit Persoonsgegevens/21 september 2004

    Het kabinet zal nieuwe maatregelen en bevoegdheden invoeren voor de bestrijding van het terrorisme. Het gaat om de coördinatie van de bestrijding, de respons op een concrete dreiging en om bevoegdheden met het oog op het voorkomen van terrorisme. Uitgebreide verzameling, koppeling en analyse van informatie over groepen en personen ziet het kabinet als de sleutel tot het voorkomen van terrorisme.

    Het CBP constateert dat de noodzaak van uitbreiding van bevoegdheden tot het verzamelen van informatie niet is aangetoond. De vergaande coördinatie van de informatieverzameling miskent de gescheiden wettelijke taken en bevoegdheden die inlichtingendiensten en politie hebben. Voorts meent CBP dat structureel toezicht op de informatie die in het kader van deze nieuwe bevoegdheden wordt vergaard, geboden is.

    De Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wijzen in hun brief van 10 september 2004 aan de Tweede Kamer erop dat informatie de belangrijkste grondstof is voor terrorismebestrijding. De informatie-uitwisseling tussen veiligheidsdiensten, politie, openbaar ministerie en IND zal daarom worden geïntensiveerd. Daartoe wordt een informatieknooppunt in het leven geroepen, de Contra-Terrorisme-infobox, waar bestanden zullen worden gecombineerd en geanalyseerd. Dreigingsanalyses van het informatieknooppunt kunnen leiden tot strafrechtelijk of vreemdelingenrechtelijk ingrijpen tegen individuen maar ook tot “inlichtingenmatige observatie” van personen, eventueel over langere perioden. Indien aan terrorisme gerelateerde activiteiten worden geconstateerd die niet kunnen worden getypeerd als strafrechtelijke feiten, kan ook worden overgegaan tot het “verstoren” van deze activiteiten. Door een persoon zodanig in de gaten te houden dat hem en zijn omgeving duidelijk wordt dat hij onderwerp is van overheidsoptreden, zou deze feitelijk geen rol meer kunnen spelen in aan terrorisme gerelateerde zaken. De Minister van Justitie zal verantwoordelijk worden voor de algemene aanpak van verstoringsacties.

    Het CBP signaleert in de voorstellen een verruiming van bevoegdheden zonder dat de onderbouwing met feiten is gestaafd. De nieuwe bevoegdheden komen boven op de 1 september in werking getreden antiterrorismewetgeving. Het ging hierbij om uitbreiding van de reikwijdte van het Wetboek van Strafrecht door nieuwe strafbaarstellingen en door verhoging van de strafmaat voor het plegen van misdrijven met een terroristisch oogmerk. Voorts is samenspanning (d.w.z. het maken van afspraken) tot terroristisch handelen strafbaar gesteld.

    Met deze nieuwe wettelijke bepalingen voor informatieverwerking is nog geen enkele ervaring opgedaan die zicht geeft op nut en noodzaak van de maatregelen. Daarbij komen nog de reeds ingevoerde of nog in te voeren bevoegdheden voor het onderscheppen van telecommunicatie en de bevoegdheid tot het opeisen van informatie bij bedrijven en andere organisaties. De voorstellen betekenen dat opsporingsbevoegdheden al mogen worden ingezet zonder dat sprake is van verdenking van overtreding van het Wetboek van Strafrecht. Het is, aldus de brief van de ministers, voor de overheid voldoende dat een burger haar argwaan opwekt om hem te kunnen observeren teneinde vast te stellen of de argwaan gerechtvaardigd is of niet.

    Het CBP waarschuwt voor de gevolgen van een vermenging van de taken van veiligheidsdiensten en politie. Het kabinet introduceert met de Contra-Terrorisme-informatiebox een concept dat veel vragen oproept. Het lijkt een vrijbrief voor ongelimiteerde informatieuitwisseling tussen de veiligheidsdiensten en de politie. Dit betekent dat onderzoek op grond van losse vermoedens en aannames op grotere schaal gedeeld zal worden. Zo lijkt informatie over veel onverdachte burgers van de dossiers van de veiligheidsdiensten terecht te zullen komen in de politieregisters.

    De gevolgen van zo’n vermenging van functies kunnen zeer ingrijpend zijn. De bescherming van de staatsveiligheid is primair een zaak van de inlichtingendiensten. Deze hebben zeer vergaande bevoegdheden om reeds bij het enkele vermoeden dat de staatsveiligheid in het geding is informatie te verzamelen. Het delen van deze veelal ‘’zachte” informatie met de opsporingsdiensten mag pas plaatsvinden, na zorgvuldige analyse en taxatie, indien sprake is van een begin van verdenking dat er strafbare feiten worden beraamd of gepleegd. Samenwerking is noodzakelijk voor terrorismebestrijding, maar de politie moet dan wel worden geïnformeerd op een moment dat er sprake is van uitoefening van de politietaak. Op dat moment kan informatie van met name de Algemene inlichtingen- en veiligheidsdienst worden ingebracht in een gemeenschappelijke informatiebox.

    Los van nut en noodzaak van de voorgenomen maatregelen ontbreekt in de geschetste plannen een voorstel voor een adequate en structurele controle op het proces van het verzamelen en delen van informatie. Het zou een ernstige tekortkoming zijn als het kabinet hierin niet voorziet. Veel van de werkzaamheden zullen in het verborgene blijven, ook voor de personen die ten onrechte voorwerp van onderzoek zijn geweest. Des te noodzakelijker is het om controle op de uitoefening van deze vergaande overheidsmacht in te bouwen. De burger moet beschermd worden tegen terrorisme maar moet ook het vertrouwen kunnen behouden dat de overheid op rechtmatige wijze haar vergaande bevoegdheden uitoefent.

    Het CBP onderschrijft vanzelfsprekend de noodzaak voor het kabinet om effectieve maatregelen te nemen ter bestrijding van het terrorisme. Internationale verdragen, Europese regels, de Nederlandse grondwet en andere wetten vereisen echter dat de beoogde verwerking van informatie over grote groepen onverdachte burgers voldoet aan de maatstaf van nut en noodzaak en dat voorzien is in rechtsbescherming. In zijn advisering aan de betrokken ministers zal het CBP eventuele wetsvoorstellen op basis van deze plannen beoordelen aan de hand van dit normatieve kader.

    Over het CBP
    Het CBP houdt – onder de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) – toezicht op de naleving van wetten die het gebruik van persoonsgegevens regelen. Bij het CBP moet het gebruik van persoonsgegevens worden gemeld, tenzij hiervoor een vrijstelling geldt.

    Het CBP adviseert de regering en organisaties over de bescherming van persoonsgegevens en onderwerpen die daarmee samenhangen. Het CBP toetst gedragscodes en bemiddelt in geschillen tussen burgers en gebruikers van persoonsgegevens. Op eigen initiatief of op verzoek van een belanghebbende kan het CBP onderzoeken of de manier waarop persoonsgegevens in een bepaalde situatie zijn gebruikt, in overeenstemming is met de wet en daaraan zo nodig gevolgen verbinden. Voor in gebreke blijven bij de melding kan een boete worden opgelegd. Bij overtreding van de wet of daarop gebaseerde regelingen kan het CBP overgaan tot bestuursdwang of een dwangsom opleggen.