• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Bijlage X – 2.5. De voorvallen

    2.5. De voorvallen

    2.5.1. Inleiding

    Advocaten kunnen voor het karretje worden gespannen van een
    criminele organisatie zonder dat zij het zich bewust zijn. Onbewust
    en onbedoeld, dat wil zeggen: niet verwijtbaar, wordt een
    bijdrage geleverd aan de misdrijven die deze groepen plegen. Ter
    verduidelijking volgt een concreet voorbeeld van deze
    niet-verwijtbare betrokkenheid.

    lees meer

    Bijlage X – 5.3. De inbreng van derden

    5.3. De inbreng van derden

    5.3.1. Onoorbare externe contacten bij de uitvoering van de
    fraudeconstructie

    Uit de bestudeerde fraudezaken kan worden afgeleid dat met enige
    regelmaat een beroep wordt gedaan op personen die niet tot de
    criminele organisatie gerekend kunnen worden, maar die van cruciaal
    belang zijn voor de uitvoering van de fraudeconstructie. Zo zouden
    de gevallen van oplichting van financile instellingen, zoals
    beschreven in casus 4 en casus 17, niet mogelijk zijn geweest
    zonder de medewerking van enkele bankemploys. Een ander voorbeeld
    van verwijtbare betrokkenheid van een externe medewerker komt naar
    voren in de volgende zaak.

    lees meer

    Bijlage X – 12. SLOTBESCHOUWING

    12. SLOTBESCHOUWING

    Onder de algemene noemer fraude is een scala van illegale
    activiteiten in de reguliere economie beschreven. Deze
    verschijningsvormen hebben n belangrijk kenmerk met elkaar gemeen:
    er wordt misbruik gemaakt van het vertrouwen, dat de kurk is waarop
    de interacties en transacties in het reguliere economische verkeer
    drijven. Het rapport onderstreept eens te meer dat georganiseerde
    criminaliteit meer behelst dan drughandel. Het feit dat fraude zich
    in wettige bedrijfstakken en sectoren afspeelt, rechtvaardigt
    misschien zelfs extra aandacht voor deze vorm van georganiseerde
    criminaliteit. Het gevaar van verstrengeling van zakelijke en
    criminele belangen is immers juist ten aanzien van fraudedelicten
    aanwezig. Het rapport bestaat uit drie onderdelen: een analyse van
    18 fraudezaken, een beschrijving van het misbruik van rechtsfiguren
    om illegale activiteiten af te schermen en ten slotte een
    beschrijving van de wijzen waarop misdaadgeld in de legale economie
    wordt gesluisd. De in de beide laatste delen beschreven
    afschermings- en witwastechnieken hebben naast fraude ook
    betrekking op de drughandel.

    lees meer

    Bijlage XI – 6.4. Corruptie bij politie, justitie en bestuur

    6.4. Corruptie bij politie, justitie en bestuur

    Onderzoek doen naar corruptie is om allerlei redenen een lastige
    opgave. Niet alleen gaat het om gedrag dat door de betrokkenen
    liefst zo geheim mogelijk wordt gehouden, maar ook hebben
    instellingen er somtijds grote belangen bij om gevallen van
    corruptie in de doofpot te stoppen. Hierom vangt deze paragraaf aan
    met de resultaten van ons CID-onderzoek naar dergelijke gevallen.
    Vervolgens wordt nader ingegaan op de corruptie bij de politie,
    omdat vooral hier dit probleem het meest zichtbaar is geworden.
    Tenslotte wordt bezien in hoeverre er in Amsterdam inderdaad sprake
    is van corruptie in de politiek.

    lees meer

    Bijlage I – 1.3 Het plenaire debat

    1.3 Het plenaire debat

    Nadat de vaste commissie voor Justitie met het uitbrengen van
    een lijst van vragen en antwoorden Noot het
    voorbereidend onderzoek van het rapport van de Werkgroep
    vooronderzoek opsporingsmethoden had voltooid, vond op 16 november
    1994 het plenaire debat plaats. Noot Het rapport werd
    van achter de regeringstafel verdedigd door de voorzitter van de
    werkgroep. De ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken
    waren ook aanwezig ter beantwoording van aan hen gerichte
    vragen.

    lees meer

    Bijlage I – 7. Gesprekken
    Amerongen, W.C. van
    Chef van de afdeling georganiseerde criminaliteit bij de
    regiopolitie Brabant Zuid-Oost
    Anoniem
    Informantenrunner bij de regionale criminele inlichtingendienst
    van de regiopolitie Zuid-Holland Zuid
    Anoniem
    Rechercheur bij het observatieteam van de regiopolitie
    Utrecht
    Anoniem
    Observatierechercheur bij de Dienst operationele ondersteuning
    van de regiopolitie Zuid-Holland Zuid
    Anoniem
    Groepschef observatieteam van de Dienst operationele
    ondersteuning van de regiopolitie Zuid-Holland Zuid
    Augusteijn, A.W.P.
    Chef criminele inlichtingendienst van het Kernteam Randstad
    Noord en Midden
    Bakker, G.J.C.M.
    Teamleider douanerecherche bij de Fiscale inlichtingen- en
    opsporingsdienst
    Barendregt, B.N.
    Commissaris van politie en hoofd van de Afdeling cordinatie
    criminele inlichtingen van de Divisie centrale recherche
    informatie
    Barkman Kuitert, J.C.J.G.
    Landelijk officier van justitie voor de Divisie centrale
    recherche informatie
    Beaufort, L.A.R.J. de
    Hoofdofficier van justitie te Haarlem
    Beek, G.P. van der
    Als officier van justitie gedetacheerd bij de directie Politie
    van het ministerie van Justitie , waar hij projectleider
    georganiseerde criminaliteit was, vanaf 1 augustus 1995 officier
    van justitie te Rotterdam
    Belzen, A.J. van
    Voormalig informantenrunner bij de criminele inlichtingendienst
    van de regiopolitie Kennemerland
    Berserik, F.C.
    CID-Officier van justitie bij het Arrondissementsparket te
    Dordrecht
    Bindsbergen, R.J.J. van
    Misdaadanalist bij het Kernteam Noord Oost Nederland
    Blok, J.A.
    Hoofdofficier van justitie te ‘s-Gravenhage
    Borghouts, H.C.J.L.
    Directeur-Generaal Openbare Orde en Veiligheid bij het
    ministerie van Binnenlandse Zaken
    Boss, E.P.M.
    Financieel rechercheur bij het Kernteam Randstad Noord en
    Midden
    Brand, J.L.
    Hoofdcommissaris van politie, korpschef van de regiopolitie
    Haaglanden en voorzitter van de Raad van Hoofdcommissarissen.
    Braun, W.G.T.
    Chef regionale criminele inlichtingendienst bij de regiopolitie
    Limburg-Noord
    Brink, W.J. ten
    Informantenrunner bij de regionale criminele inlichtingendienst
    van de regiopolitie Noord- en Oost-Gelderland
    Brinkman, L.C.
    Voormalig voorzitter van de CDA-fractie in de Tweede Kamer der
    Staten-Generaal, was voorzitter van de commissie voor de
    inlichtingen- en veiligheidsdiensten
    Broere, A.
    Teamchef van het arrestatieteam van het regiokorps
    Rotterdam-Rijnmond
    Brokx, G.P.
    Burgemeester van Tilburg en korpsbeheerder van de politieregio
    Midden en West Brabant
    Brummen, H.A. van
    Directeur-Generaal Politie en Criminaliteitsbestrijding bij het
    ministerie van Justitie
    Corstens, G.J.M.
    Hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Katholieke
    Universiteit Nijmegen, vanaf 1 oktober 1995 raadsheer bij de Hoge
    Raad der Nederlanden
    Deelman, P.
    Chef Divisie Recherche bij de regiopolitie Utrecht
    Dinter, G.J. van
    Voormalig Secretaris-Generaal bij het ministerie van
    Justitie
    Docters van Leeuwen, A.W.H.
    Procureur-generaal bij het Gerechtshof te Den Haag en
    voorzitter van het College van procureurs-generaal
    Driessen, A.L.
    Chef van het Kernteam Haaglanden
    Dros, O.R.
    Chef van het Kernteam Randstad Noord en Midden
    Duijne, P.C. van
    Onderzoeker bij het ministerie van Justitie
    Entius, J.P.
    Lid van het Landelijke Bestuur Horeca Nederland
    Erve, M.E.F.H. van
    Fungerend hoofdofficier van justitie te ‘s-Hertogenbosch,
    voorheen landelijk officier van justitie voor de Divisie centrale
    recherche informatie
    Essen, P.M. van
    Cordinator fenomeenonderzoek bij het Kernteam Noord Oost
    Nederland
    Fokkens, J.W.
    Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden en
    hoogleraar strafrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam
    Geerestein, H.J.
    Voormalig douanier
    Gelderman, E.F.G.M.
    Vice-president van de rechtbank te ‘s-Hertogenbosch in de
    functie van cordinerend rechter-commissaris zware, georganiseerde
    criminaliteit
    Gemert, W.M. van
    Hoofd van het Landelijk rechercheteam bij het Korps Landelijke
    Politiediensten
    Geraedts, H.G.C.
    Dieptespecialist criminaliteit verdovende middelen bij de
    regiopolitie Limburg-Noord
    Gerding, R.A.F.
    Plaatsvervangend hoofdofficier van justitie te Rotterdam
    Gonzales, I.E.W.
    Officier van justitie te Haarlem, tevens officier van justitie
    zware criminaliteit en kernteamofficier
    Groot, F.C.V. de
    Tot medio 1995 officier van justitie voor de criminele
    inlichtingendiensten in het arrondissement Den Haag ( de korpsen
    Haaglanden en Hollands Midden), daarna officier van justitie bij
    het Landelijk bureau openbaar ministerie
    Groot, R. de
    Officier van justitie voor de criminele inlichtingendiensten te
    Rotterdam, tevens
    hoofd van de Unit fraude, economie en milieu en zware
    criminaliteit
    Haak, W.E.
    Vice-president en raadsheer bij de Hoge Raad der
    Nederlanden
    Haeren, C.F.M.
    Ploegchef van de Sectie technische ondersteuning van de
    regiopolitie Haaglanden
    Hagen, A.
    Teamleider van de Regionale recherchedienst van de regiopolitie
    Rotterdam-Rijnmond
    Hellemons, A.A.M.
    Hoofd van de Dienst technische operationele ondersteuning van
    de Divisie ondersteuning van het Korps Landelijke
    Politiediensten
    Helten, N.H.E. van
    Directeur Democratische rechtsorde bij de Binnenlandse
    veiligheidsdienst
    Hertoghs, J.J.M.
    Advocaat-belastingkundige
    Holthuis, H.A.
    Hoofdofficier van justitie en hoofd Landelijk bureau openbaar
    ministerie
    Hondt, E.M. d’
    Burgemeester van Nijmegen en voorzitter van het
    Korpsbeheerdersberaad
    Hoogland, H.A.
    Kernteamofficier voor het Kernteam Noord en Oost Nederland en
    CID-officier te Zwolle
    Huisman, H.M.
    Hoofd van het Douane informatiecentrum
    Jansen, H.A.
    Commissaris van politie bij de regiopolitie Rotterdam-Rijnmond,
    hoofd van de regionale recherche dienst waaronder ook het kernteam
    Rotterdam-Rijnmond/Zuid-Holland Zuid ressorteert
    Jansen, J.M.
    Hoofdofficier van justitie te ‘s-Hertogenbosch, voorzitter van
    de Centrale toetsingscommissie
    Karstens, R.
    Hoofd van de Afdeling nationale cordinatie politile infiltratie
    bij de Divisie centrale recherche informatie
    Kastel, J.A.P. van
    Commissaris van politie in de politieregio
    Amsterdam-Amstelland, voormalig teamleider van het interregionale
    rechercheteam Noord-Holland/Utrecht
    Kerf, E.L.A.M. de
    Voormalig hoofd bijzondere opleidingen van de Rechercheschool
    Zutphen
    Kievits, A.
    Waarnemend hoofd van de Binnenlandse veiligheidsdienst
    Klaveren, H.J.W. van
    Chef van de Afdeling criminele informatie van de regiopolitie
    Twente
    Kloosterman, A.
    Observatierechercheur
    Koers, J.
    Officier van justitie te Arnhem, hoofd van de Unit zware
    criminaliteit
    Kok, W.
    Minister-president, voormalig vice-premier
    Kolthof, E.W.
    Plaatsvervangend directeur van de Rechercheschool Zutphen
    Kooten, C. van
    Plaatsvervangend hoofd van het Milieubijstandsteam
    Kuijper, K.
    Commissaris van politie, hoofd van de rijksrecherche bij het
    parket van de procureur-generaal te Amsterdam
    Langendoen, K.P.
    Projectleider/plaatsvervangend teamleider bij het Kernteam
    Randstad Noord en Midden
    Lemereis, J.
    Ad interim hoofd van de regionale criminele inlichtingendienst
    van de regiopolitie Utrecht
    Limmen, B.
    Voormalig informantenrunner bij de criminele inlichtingendienst
    van de regiopolitie Kennemerland
    Linden, R. van der
    Directeur van de Dienst Recherchezaken van het ministerie van
    Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening en Milieubeheer
    Lith, A.
    Chef van het district Rijn en IJssel van de regiopolitie
    Utrecht, voormalig teamleider van het interregionale rechercheteam
    Noord-Holland/Utrecht
    Looijen, J. van
    Plaatsvervangend chef van de criminele inlichtingendienst van
    het regiokorps Amsterdam-Amstelland
    Lubbers, R.F.M.
    Voormalig minister-president
    Maan, A.C.
    Officier van justitie zware, georganiseerde criminaliteit te
    Amsterdam
    Mastenbroek, N.
    Hoofd van de Divisie centrale recherche informatie
    Meerman, R.D.
    Advocaat en voormalig commandant van het infiltratieteam der
    gemeentepolitie Amsterdam
    Molen-Maesen, P.M.H. van der
    Landelijk terreur en BVD Officier van justitie, voorheen
    CID-officier van justitie te Utrecht
    Monster, A.J.
    Informantenrunner bij de criminele inlichtingendienst van het
    Kernteam Randstad Noord en Midden
    Mosterd, A.M.
    Hoofd van de criminele inlichtingendienst van de politieregio
    Hollands Midden
    Mout, P.
    Raadsheer bij de Hoge Raad der Nederlanden
    Muurling, A.J.
    Chef van het Bureau informatie-inwinning van de regiopolitie
    Haaglanden
    Naey, J.
    Hoogleraar politierecht aan de Vrije Universiteit
    Amsterdam
    Nordholt, E.E.
    Korpschef van het regiokorps Amsterdam-Amstelland
    Paulissen, W.J.A.
    Commissaris van politie, districtschef Regiopolitie
    Brabant-Noord, voormalig teamleider van het Kernteam Zuid
    Perlot, W.F.
    Projectleider van de Afdeling bestrijding criminele
    organisaties van de Divisie recherche bij de regiopolitie
    Utrecht
    Pieneman, G.
    Tactisch cordinator bij de Afdeling bestrijding criminele
    organisaties van de Divisie recherche bij de regiopolitie
    Utrecht
    Pieters, J.J.Th.M.
    Officier van justitie zware criminaliteit en criminele
    inlichtingendienst te ‘s-Hertogenbosch
    Pijl, D.
    Commisaris van politie bij het parket van de procureur-generaal
    te ‘s-Hertogenbosch
    Prinsen, J.
    Voormalig douanier
    Putten, F. van der
    Hoofd van de regionale criminele inlichtingendienst van de
    regiopolitie Gooi- en Vechtstreek
    Randwijck, R.C.J. Graaf van
    Procureur-generaal bij het gerechtshof te Amsterdam
    Riessen, J.C. van
    Commissaris van politie, lid van de
    korpsleiding in de functie van hoofd justitile bedrijfsvoering bij
    de regiopolitie Amsterdam-Amstelland
    Rijneker, H.
    Chef van de criminele inlichtingendienst van het Kernteam
    Amsterdam-Amstelland/Gooi en Vechtstreek
    Rutten-Roos, A.
    Vice-president bij het gerechtshof te Amsterdam
    Sapman
    Limonadefabrikant
    Schmitz, E.M.A.
    Vanaf augustus 1994 staatssecretaris van Justitie, daarvoor
    burgemeester van Haarlem en korpsbeheerder van de politieregio
    Kennemerland
    Schrader, A.T.H.J.
    Medewerker van de Afdeling operationele bedrijfsvoering van de
    Dienst technisch operationele ondersteuning bij de Divisie
    ondersteuning van het Korps Landelijke Politiediensten
    Schuckmann, M.H.
    Chef van de criminele inlichtingendienst van de Koninklijke
    Marechaussee
    Smit, H.E.
    Ploegchef informantenrunners van de criminele
    inlichtingendienst bij de regiopolitie Haaglanden
    Snijders, J.W.P.
    Officier van justitie criminele inlichtingendienst te
    Haarlem
    Sorgdrager, W.
    Minister van Justitie, voorheen procureur-generaal bij het
    gerechtshof te Den Haag en te Arnhem en officier van justitie te
    Almelo
    Spoel, Tj.E. van der
    Advocaat-procureur te Rotterdam
    Stalenhoef, J.W.C.
    Plaatsvervangend directeur van de Economische controledienst,
    hoofd Internationale economische recherche en verantwoordelijk voor
    de Centrale inlichtingen- en analysedienst
    Steeg, M. van
    Adjudant van politie, teamleider bij de criminele
    inlichtingendienst van de regiopolitie Utrecht
    Straver, M.A.
    Hoofdcommissaris van politie en korpschef van de regiopolitie
    Kennemerland
    Suyver, J.J.H.
    Secretaris-generaal bij het ministerie van Justitie
    Swaab, E.H.
    Advocaat en deken van de orde van advocaten in het
    arrondissement Amsterdam
    Teeven, F.
    Officier van justitie te Amsterdam
    Teijlingen, D. van
    Chef van de criminele inlichtingendienst van de regiopolitie
    Amsterdam-Amstelland
    Theeuwes, H.J.C.M.
    Hoofdinspecteur van politie en
    beleidsmedewerker/plaatsvervangend hoofd van de Afdeling cordinatie
    criminele inlichtingen van de Divisie centrale recherche
    informatie
    Thijn, E. van
    Voormalig minister van Binnenlandse Zaken en burgemeester van
    Amsterdam, korpsbeheerder van de politieregio
    Amsterdam-Amstelland
    Tol, A. van
    Voormalig informantenrunner bij de criminele inlichtingendienst
    van de regiopolitie Kennemerland
    Trap, D.P.
    Hoofd van het ondersteunend rechercheteam van de Fiscale
    inlichtingen- en opsporingsdienst
    Tuijn, H.E.J. van
    Rechercheur van de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst in
    het Kernteam Zuid
    Valente, J.M.
    Sinds 1 juli 1995 officier van justitie te Middelburg, voorheen
    officier van justitie te Amsterdam
    Veen, O.C.W. van der
    Officier van justitie te Haarlem, hoofd van de Unit
    specialismen, waaronder georganiseerde criminaliteit, criminele
    inlichtingen en kernteam
    Veld, C.H. in ‘t
    Chef van de regionale criminele inlichtingendienst van de
    regiopolitie Rotterdam-Rijnmond
    Velt-Meijer, J.M.E. In ‘t
    Voorzitter van de strafkamer bij de rechtbank te Rotterdam in
    de zaak Ramola
    Verheul, J.M.
    Cordinerend rechter-commissaris bij de rechtbank te
    Amsterdam
    Veurink, D.
    Officier van justitie criminele inlichtingendienst te
    Middelburg
    Vondel, J. van
    Voormalig informantenrunner bij de regionale criminele
    inlichtingendienst van de politieregio Kennemerland
    Voort, C.V. van der
    Officier van justitie te ‘s-Gravenhage
    Vrakking, J.M.
    Hoofdofficier van justitie te Amsterdam
    Welten, B.J.A.M.
    Commissaris van politie bij de regiopolitie
    Amsterdam-Amstelland, chef van de Dienst centrale recherche, tevens
    verantwoordelijk voor het kernteam Amsterdam-Amstelland/Gooi- en
    Vechtstreek
    Wiarda, J.
    Korpschef van het regiokorps Utrecht
    Wierenga, H.
    Voorzitter van de Bijzondere Onderzoekscommissie IRT
    Willems, J.H.M.
    Vice-president van het gerechtshof te Amsterdam
    Wit, L.A.J.M. de
    Hoofdofficier van justitie te Rotterdam
    Woelders, W.H.
    Chef van het kernteam Amsterdam-Amstelland/Gooi en
    Vechtstreek
    Woest, A.P.
    Hoofd recherche informatie-ondersteuning van de regiopolitie
    Kennemerland
    Wooldrik, H.P.
    Hoofd van de directie Politie van het ministerie van Justitie,
    tevens belast met de leiding van de directie Staats- en
    Strafrecht
    Wortel, J.
    Officier van justitie te Amsterdam
    Woude, K. van der
    Chef van de Afdeling zware criminaliteit van de regiopolitie
    Limburg-Noord
    Zeben, P.D.J. van
    Hoofd van het Milieubijstandsteam
    Zllner, F.P.
    Teamcommandant van het arrestatieteam van de regiopolitie
    Utrecht

    inhoudsopgave en zoeken

    Bijlage V – XTC I

    XTC I

    Hof Amsterdam, 9 juni 1994, NJ 1994, 709 en HR 27 juni 1995, NJ
    1995, 751 (DD 25 (1995) 10 (dec) nr. 95.428) (zie ook NJ 1994, 710
    (XTC II))
    (Artt. 36e Sr en 125f Sv)
    Samenvatting van de gevoerde verweren voor het hof:
    Overkoepelend wordt gesteld dat openbaar ministerie niet
    ontvankelijk dient te worden verklaard, onderscheidelijk dat het
    bewijs onrechtmatig is verkregen, op gronden dat de officier van
    justitie misbruik van het procesrecht heeft gemaakt (3:13 en 3:15
    BW), door:

    lees meer

    Bijlage V – 3.3 Juridische grondslag

    3.3 Juridische grondslag

    3.3.1 Observatie algemeen

    De meeste van de hiervoren genoemde vormen van observatie hebben
    geen uitdrukkelijke wettelijke grondslag: het observeren en volgen,
    het gebruik van plaatsbepalingsapparatuur, het maken van foto- en
    video-opnamen en het (al dan niet met toestemming van een van de
    gesprekspartners) afluisteren met behulp van technische middelen
    zijn niet geregeld. Discussie of slechts gedeeltelijke regeling
    bestaat ten aanzien van het scannen van mobiel telefoon- en
    semafoonverkeer, de postvang en de inkijkoperaties. Wel wettelijk
    geregeld is het aftappen van gegevensverkeer dat wordt gevoerd via
    de telecommunicatie-infrastructuur: het tappen (en het scannen)
    daarvan wordt bestreken door artikel 125g Sv. De wettelijke
    grondslag voor de inzage in computerbestanden is te vinden in de
    artikelen 125i t/m 125n Sv (Wet computercriminaliteit). In de
    Nederlandse rechtspraak is de meeste aandacht uitgegaan naar de
    toelaatbaarheid van observatiemethoden met het oog op artikel 8
    EVRM dat de persoonlijke levenssfeer beschermt. Het observeren
    (schaduwen) van personen kan niet zonder meer worden beschouwd als
    een inbreuk op de privacy. Of daarvan sprake is hangt af van de
    concrete omstandigheden van het geval.

    lees meer

    Bijlage V – 7.4 Delta-methode IRT Noord-Holland/Utrecht

    7.4 Delta-methode IRT Noord-Holland/Utrecht

    7.4.1 Inleiding

    Medio 1992 was er contact tussen CID chef Dordrecht Van der
    Putten en CID-chef Haarlem Langendoen, waarbij de problematiek van
    het invoeren van containers met verdovende middelen aan de orde
    kwam. Noot Langendoen zocht een chauffeur om een
    container uit de haven te halen. Van der Putten introduceerde
    chauffeur M. bij Langendoen. Langendoen verklaart dat chauffeur M.
    vanaf 1992 ook daadwerkelijk zijn ingeschreven bij de CID Haarlem.
    De commissie heeft dat niet kunnen vaststellen. M. was behulpzaam
    bij het binnenhalen van containers voor het IRT. Daarmee was de
    Delta-methode voor het IRT begonnen.

    lees meer

    Bijlage VI – 12.5 Conclusies

    12.5 Conclusies

    1 Van de zijde van het ministerie van Justitie is niet of
    nauwelijks bij het openbaar ministerie gevraagd naar het gebruik
    van opsporingsmethoden en de daarbij ondervonden problemen, ondanks
    het feit dat enkele ambtenaren hiervoor de aandacht hebben
    gevraagd.

    lees meer

    Bijlage VI – 6.6 Samenwerking

    6.6 Samenwerking

    Kernteams worden geacht zelfstandig en herkenbaar georganiseerd
    te zijn. Kernteam-zaken betreffen vaak complexe onderzoeken naar
    georganiseerde criminaliteit, waarbij de politie, ook intern, een
    zekere mate van geheimhouding wil garanderen. Dit is bijvoorbeeld
    begrijpelijk als van de onderzochte criminele groep verwacht wordt
    dat deze corrumptieve contacten aangaat. Zowel de organisatievorm
    van de kernteams als de aard van hun onderzoeken leiden ertoe dat
    informatie zodanig vertrouwelijk is dat deze zeer beperkt wordt
    uitgewisseld.

    lees meer

    Bijlage VII – II.3. Besluit

    II.3. Besluit

    Tot besluit van dit hoofdstuk is het aangewezen om de definitie
    van georganiseerde criminaliteit die in de vorige paragraaf werd
    ontwikkeld, te situeren in de discussie die in Nederland is gevoerd
    over deze kwestie. De ene hoofdlijn in deze discussie betreft de
    vraag of georganiseerde criminaliteit primair moet worden
    gedefinieerd in termen van de maatschappelijke functies en belangen
    die zij vervult respectievelijk dient, dan wel in termen van de
    groepen die dergelijke criminaliteit plegen. Hiervoor is niet
    alleen duidelijk gemaakt dat in dit onderzoek is gekozen voor de
    tweede optie, maar ook waarom deze keuze is gemaakt. De andere
    hoofdlijn in die discussie draait om de kwestie of georganiseerde
    criminaliteit het best op een algemene, open manier wordt
    gedefinieerd, dan wel op een bijzondere, meer gesloten manier.
    Hiervoor is duidelijk
    gekozen voor de laatste benadering, omdat anders de term
    georganiseerde criminaliteit al te zeer aan betekenis inboet, dus
    een betekenisloze term wordt, die al te gemakkelijk op alle
    mogelijke soorten criminaliteit wordt geplakt. Zeker met het oog op
    empirisch onderzoek is het nodig dat zo specifiek mogelijk wordt
    bepaald wat onder georganiseerde criminaliteit wordt verstaan. Maar
    ook vanuit een oogpunt van beleid is dit wenselijk. Gezien de
    negatieve lading die de term georganiseerde criminaliteit doorgaans
    heeft, kan een ongebreidelde toepassing van deze term gemakkelijk
    beleidsontwikkelingen teweegbrengen die niet in verhouding staan
    tot de werkelijke ernst van het probleem.

    lees meer

    Bijlage VII – VIII.2. Een aantal zorgelijke kwesties

    VIII.2. Een aantal zorgelijke kwesties

    Het feit dat het op dit moment moeilijk, en in bepaalde
    opzichten zelfs onmogelijk, is om in algemene zin de ernst van de
    situatie op een adequate manier precies te bepalen, impliceert
    geenszins dat er niets zou kunnen worden gezegd over een aantal
    aspecten van de (aard van de) tegenwoordige georganiseerde
    criminaliteit in Nederland die als zorgwekkend betiteld kunnen
    worden. Uitgaande van de hier gehanteerde definitie van
    georganiseerde criminaliteit is dit namelijk heel goed mogelijk.
    Want waar gaat het volgens deze definitie in essentie om bij
    georganiseerde criminaliteit? Uiteindelijk om de vreedzaamheid van
    een maatschappij, om de integriteit van de democratische
    rechtsstaat, de vrijheid van het economisch leven en de rechten van
    individuele burgers. En dus kan worden nagegaan of zich momenteel
    in de sfeer van de georganiseerde criminaliteit ontwikkelingen
    voordoen die deze algemene waarden in het gedrang brengen of zouden
    kunnen brengen. De kwesties waarover men zich op grond van het
    onderhavige onderzoek zorgen over moet maken, kunnen – conform de
    opeenvolgende componenten van de definitie van georganiseerde
    criminaliteit – als volgt worden samengevat.

    lees meer

    Bijlage VIII – Woord vooraf

    Woord vooraf

    Over de vraag in hoeverre gevestigde etnische minderheden met
    politie en justitie in aanraking komen, is sedert de opheffing van
    de samenzwering van zwijgzaamheid naar aanleiding van de discussie
    over een Amsterdams rapport over Marokkaanse straatroof in 1989
    zeer veel geschreven, maar in die literatuur wordt geen aparte
    aandacht besteed aan de mate waarin etnische minderheden betrokken
    zijn bij de zware en georganiseerde criminaliteit. Komt de
    lucratieve georganiseerde misdaad in deze kring eigenlijk wel voor
    of bevinden de allochtonen zich ook in dit opzicht onder aan de
    criminele ladder aangezien zij vooral worden aangehouden voor
    lichte en niet winstgevende vergrijpen? Zijn op Nederlands
    grondgebied transnationale criminele organisaties actief (vergelijk
    de mafia) die in zoverre van uitheemse herkomst zijn dat zij vanaf
    elders worden aangestuurd? Politie en justitie weten hier naar
    verhouding weinig van af en dat komt onder andere doordat deze
    groepen moeilijk benaderbaar zijn en ook omdat zij geneigd kunnen
    zijn hun geschillen af te doen in de beslotenheid van hun eigen
    milieu. Voor zover zij er iets over weten, leggen hun
    vertegenwoordigers een zekere terughoudendheid aan de dag, omdat
    het taboe dat er op dit type misdaad rust nog grotendeels intact is
    en niemand dat graag doorbreekt. Ook ingeburgerde immigranten die
    ons erover zouden kunnen berichten weten soms maar weinig over hun
    onderwerelden af en voor zover zij ervan weten, bestaat bij hen de
    begrijpelijke angst dat openhartigheid hun hele groep in diskrediet
    kan brengen. Zonder deskundig commentaar uit deze kring zou het
    evenwel niet eenvoudig zijn geweest om de grote hoeveelheid
    feitelijk materiaal die wel bij de politie aanwezig is en die wij
    hier, net als bij alle rapporten over aard, omvang en ontwikkeling
    van de georganiseerde misdaad ten behoeve van de Enqutecommissie,
    tot uitgangspunt nemen van onze analyse, in volle omvang te
    doorgronden. Uitingen van georganiseerde misdaad in allochtone
    gemeenschappen in Nederland zijn moeilijk te begrijpen zonder dat
    insiders iets vertellen over de politieke context waarbinnen deze
    criminaliteit tot bloei kwam in het land van herkomst, over de
    economische belangen die ermee zijn gemoeid en over de manifestatie
    ervan binnen de etnische gemeenschap hier te lande.

    lees meer

    Bijlage VIII – VI. DE ITALIAANSE MAFIA

    VI. DE ITALIAANSE MAFIA:

    HAAR AANWEZIGHEID OP NEDERLANDSE BODEM

    In de voorbije jaren is bij herhaling de vraag opgeworpen of er
    sprake is van penetratie van de Italiaanse mafia

    lees meer

    << oudere artikelen