• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Bijlage VI – 7.4 De Economische Controle Dienst

    7.4 De Economische Controle Dienst

    7.4.1 De organisatie

    De ECD heeft als centrale taakstelling de preventie en
    bestrijding van economische (bedrijfs)criminaliteit die van een
    zodanige omvang is, dat daardoor sprake is van een belemmering van
    gezonde economische groei en van aantoonbare schade voor de
    overheid, het bedrijfsleven en/of consumenten. Noot In
    totaal werken er 202 mensen bij de ECD, waarvan 156 in de functie
    van rechercheur. De ECD organiseert samen met de AID, DRZ-VROM en
    Milieu een cursus voor de opleiding tot controleur en buitengewoon
    opsporingsambtenaar. De dienst bestaat na de laatste reorganisatie
    in 1993 uit drie hoofdafdelingen, te weten: de Economische
    Ordeningsrecherche (EOR, 60 formatieplaatsen), de Internationale
    Economische Recherche (IER, 62 formatieplaatsen) en de Financieel
    Economische Recherche (FER, 34 formatieplaatsen). Daarnaast is er
    de Centrale inlichtingen- en analysedienst, een pseudo CID. Voor
    1995 waren in totaal bijna 7000 opsporingsonderzoeken gepland.
    Noot

    lees meer

    Bijlage VII – III.6. Besluit

    III.6. Besluit

    Uit de bovenstaande beschrijving van de gehanteerde
    onderzoeksmethoden, de geraadpleegde bronnen en de uitgevoerde
    onderzoeken blijkt wel dat de onderhavige studies er voornamelijk
    op gericht zijn om de aard van de georganiseerde criminaliteit te
    kunnen beschrijven. Dit wil niet zeggen dat in de deelrapporten
    alln de aard van de georganiseerde criminaliteit aan bod is
    gekomen. Er is wel geprobeerd, zoveel als dat wetenschappelijk
    verantwoord en mogelijk was, bepaalde ontwikkelingen, bijvoorbeeld
    die van de liquidaties, te kwantificeren.

    lees meer

    Bijlage VIII – 2.6. Tot besluit

    2.6. Tot besluit

    De geschiedenis van de georganiseerde criminaliteit is nog
    slechts gebrekkig onderzocht. Hierom is het niet mogelijk om het
    verleden in dit opzicht naadloos te laten aansluiten op het heden.
    Desalniettemin is het belangrijk om hier expressis verbis
    vast te stellen dat die aansluiting er wel is. Want zij impliceert
    de conclusie dat georganiseerde criminaliteit ook in Nederland geen
    probleem is dat van vandaag of gisteren dateert. En tevens de
    conclusie dat zij geen probleem vormt dat recent door buitenlanders
    of allochtonen naar Nederland is gebracht. Ook in Nederland heeft
    de georganiseerde criminaliteit voor een stuk diepgaande wortels in
    de samenleving. Vroeger werd in Nederland de term georganiseerde
    criminaliteit niet veel gebruikt, maar dit neemt niet weg dat –
    retrospectief – kan worden vastgesteld dat zich ook hier vroeger al
    ontwikkelingen in het criminele voordeden die door Amerikaanse
    onderzoekers zonder meer als uitingsvormen van georganiseerde
    criminaliteit zouden worden betiteld. Hierbij kan zowel worden
    gedacht aan de ontwikkeling van het bendewezen in Oss in de jaren
    dertig, als aan de na-oorlogse smokkelpraktijken aan de Belgische
    grens. Het mag dan ook geen verbazing wekken dat in het volgende
    hoofdstuk een relatie wordt gelegd tussen de mensen die bij deze
    smokkelpraktijken waren betrokken en de mensen die in de jaren
    zestig en zeventig in de
    grootschalige drugshandel (hashhandel) stapten.

    lees meer

    Bijlage VIII – II.8. Conclusie

    II.8. Conclusie

    De sociologische gegevens die voorhanden zijn over de
    ontwikkeling van de maatschappelijke positie van Surinamers in
    Nederland, laten er geen twijfel over bestaan dat een ruime
    meerderheid zijn weg in de Nederlandse samenleving heel goed heeft
    gevonden. Dat geldt ook voor Antillianen en Arubanen. Over die
    meerderheid gaat het hier niet. In de afgelopen twintig jaar is er
    echter tegelijkertijd een categorie Carabische immigranten ontstaan
    die in allerlei opzichten het risico loopt om verzeild te raken in
    criminaliteit. Hoe groot die categorie precies is, valt niet met
    zekerheid te zeggen maar de dertig veertig procent langdurig
    werklozen zijn kandidaat voor de vorming van een bijzondere
    Carabische onderklasse op langere termijn. De sociale
    omstandigheden die tot de vorming van deze onderklasse leiden, zijn
    wel min of meer duidelijk: deze categorie heeft weinig onderwijs
    doorlopen; ze is slecht voorbereid op de eisen die op de
    Nederlandse arbeidsmarkt worden gesteld; deze groep is gearriveerd
    in de jaren zeventig en tachtig toen er geen werkgelegenheid voor
    nieuwkomers bijkwam; gekleurde immigranten lopen op verschillende
    fronten aan tegen rassendiscriminatie.

    lees meer

    Bijlage VIII – VI.5. Conclusie

    VI.5. Conclusie

    Het staat dus buiten kijf dat de Italiaanse mafia, en in het
    bijzonder de camorra, op Nederlands grondgebied opereert, en dat
    haar optreden hier als het ware de harde kern vormt van veel
    ruimere criminele betrekkingen tussen Nederland en Itali. Met deze
    constatering is helemaal niet gezegd dat er in Nederland ook
    Italiaanse toestanden zouden heersen. Want, ook voorzover het om de
    mafia-groepen gaat, is het zo dat zij Nederland vr alles nog
    beschouwen als een marktplaats waar tegen betrekkelijk geringe
    kosten illegale goederen, en speciaal dan drugs, kunnen worden
    ingekocht. In de mate dat zij zich in Nederland zelf organiseren –
    horecabedrijven opkopen, makelaars uitsturen – gaat het dan ook
    grotendeels om het treffen van logistieke voorzieningen die een
    adequate uitgangspositie op die markt garanderen.

    lees meer

    Bijlage VIII – Bibliografie Hoofdstuk VII

    Bibliografie Hoofdstuk VII:

    De rol van de Colombiaanse kartels in Nederland

    Bouley Jr., E. E. en Vaughn, M. S., Violent Crime and
    Modernization in Colombia, in Crime, Law and Social Change,
    jaargang 23, 1995, p. 17-40.

    lees meer

    IX – De branche van het wegtransport – 11.6 BTW-fraude

    11.6 BTW-fraude

    Wanneer bepaalde goederen in een land verkocht worden, moet er
    BTW over worden betaald. Om de BTW te ontduiken, kunnen de spullen
    fictief naar het buitenland worden verkocht, terwijl ze gewoon op
    de binnenlandse markt worden verkocht. Hiervoor worden soms zelfs
    fictieve inkoop-bedrijven op poten gezet, compleet met een
    opslagloods voor de papieren goederen. Deze vorm van fraude
    is mogelijk geworden door het opheffen van de grenscontrole –
    voorheen werd er bij de douane een bewijs afgegeven dat de goederen
    de grens daadwerkelijk waren gepasseerd – maar dit staat verder los
    van transport. Dat wil zeggen: er is sprake van fictief
    transport
    .

    lees meer

    IX – De zeehaven Rotterdam en de luchthaven Schiphol – 1. INLEIDING

    1. INLEIDING

    Nederland is al eeuwen een handelsnatie bij uitstek. De
    dienstensector is niet voor niets een van de belangrijkste
    economische sectoren en nog steeds sterk in ontwikkeling. Het
    Nederlandse transportwezen neemt in Europa maar ook daarbuiten een
    belangrijke plaats in. De omvang van het vrachtvervoer op de weg,
    per trein, via de lucht en per binnenscheepvaart en die van het
    personenvervoer per trein, per auto(bus) en per vliegtuig, maken
    Nederland tot een vooraanstaand transportland. Ons land kent twee
    belangrijke transportknooppunten waar uit de hele wereld goederen
    en personen samen komen: de Rotterdamse haven en de luchthaven
    Schiphol. Miljoenen tonnen aan goederen worden elk jaar weer naar
    de Rotterdamse haven en het vliegveld Schiphol getransporteerd en
    ongeveer 23 miljoen mensen maken gebruik van de luchthaven als
    eerste tussenstop voor vervoer naar elders dan wel als
    eindbestemming.

    lees meer

    IX – De branches horeca en gokautomaten – 3.4. Kapitaalverstrekking

    3.4. Kapitaalverstrekking

    Het is mogelijk om zonder kapitaal van enige betekenis een
    horecagelegenheid te beginnen, want er zijn legio
    financieringsmogelijkheden in de horecawereld. Koninklijke Horeca
    Nederland gaat ervan uit dat een beginnend ondernemer zo’n 25 % aan
    eigen kapitaal inbrengt, maar geeft eveneens toe dat het mogelijk
    is om met minder of geen geld te beginnen (Van Spronsen, 1995). Van
    de beginnende cafetariahouders brengt ongeveer de helft eigen
    kapitaal in. Hoewel voor het starten van een snackbar ongeveer een
    ton nodig is, brengt tien procent van de starters minder dan 25.000
    gulden aan eigen kapitaal in (Lenting en Partners, 1991). Voor het
    caf- en restaurantbedrijf zijn deze cijfers niet bekend. Een
    starter zonder voldoende kapitaal kan kiezen voor pacht van
    een bestaande horeca-gelegenheid; hierbij huurt hij het
    horeca-pand, de inrichting en de zogeheten goodwill: dit is
    een percentage van de omzetwaarde van het bedrijf. Soms wordt het
    onroerend goed door de verpachter van een derde persoon gehuurd en
    het komt eveneens voor dat een bedrijf door een pachter wordt
    doorverpacht. Bijna driekwart van alle caf-bedrijven zit in een
    gehuurd pand (Lenting & Partners, 1990). Bij cafetaria-houders
    is dat iets meer dan de helft. Driekwart van de nieuwe
    cafetaria-ondernemers neemt een bestaand bedrijf over (Lenting
    & Partners, 1991). Vooral de onervaren starters zonder eigen
    kapitaal kiezen voor de pachtconstructie en onder hen bevinden zich
    veel allochtone ondernemers. Soms komen verpachter en pachter
    overeen dat er winstdeling plaatsvindt tegen een bepaald percentage
    (tien tot twintig procent van de opbrengst is dan, naast de
    pachtsom, voor de verpachter).

    lees meer

    IX – De branches horeca en gokautomaten – 2.5. De behoefte aan kapitaal

    2.5. De behoefte aan kapitaal

    Zoals in iedere branche, is er in de horeca behoefte aan
    kapitaal. De beginnende horeca-ondernemer heeft startkapitaal nodig
    of zoekt een zaak in pacht. De banken zijn niet royaal met leningen
    aan ondernemers uit de horeca, en daarom is er ruimte ontstaan voor
    leningverstrekking door anderen dan banken. Van oudsher vervullen
    brouwerijen de rol van kapitaalverstrekker. Volgens meer
    genterviewden verschuift de leningverstrekking de laatste jaren
    steeds meer van brouwerijen naar speelautomatenbedrijven die voor
    hun broodwinning bijna volledig van de horeca afhankelijk zijn.
    Cijfers om deze veronderstelling te staven, zijn er niet.

    lees meer

    IX – De afvalverwerkingsbranche – VOORWOORD

    Gerben Bruinsma Universiteit Twente

    VOORWOORD

    De grote hoeveelheden afval die wij met z’n allen produceren
    moet op de een of andere manier worden verwerkt en onschadelijk
    gemaakt. De vrij jonge branche die in korte tijd heeft kunnen
    uitgroeien tot een krachtige economische sector, wordt er al langer
    van beschuldigd dat zich daar onoirbare praktijken voordoen die
    ernstige gevolgen hebben voor het fysieke milieu en voor de
    volksgezondheid. In het buitenland wordt er in diverse bronnen op
    gewezen dat de georganiseerde misdaad bij de afvalverwerking
    betrokken is. De markt is kwetsbaar voor infiltratie en het vele
    geld dat in die branche omgaat maakt deze branche aantrekkelijk
    voor criminele groepen. De opbrengsten kunnen met illegale
    activiteiten nog verder worden vergroot. In dit deelrapport wordt
    onder andere de vraag gesteld wat de aard en de omvang van de zware
    milieucriminaliteit in Nederland is en wie voor deze vorm van
    criminaliteit verantwoordelijk kunnen worden gesteld.

    lees meer

    IX – De verzekeringsbranche – 4.3. Soorten verzekeringen en fraudes

    4.3. Soorten verzekeringen en fraudes

    In hoofdstuk 2 hebben we de volgende typen verzekeringen
    onderscheiden: levensverzekeringen en hypotheken,
    motorrijtuigenverzekeringen, zorgverzekeringen zoals verzekeringen
    tegen ongevallen en ziekte, transportverzekeringen voor zee-, wegen
    luchtvaarttransport, brandverzekeringen, inboedelverzekeringen en
    reisverzekeringen. Van al deze typen verzekeringen zullen we hierna
    aangeven wat er op basis van de literatuur, de zaakanalyses en de
    interviews bekend is over de omvang van fraude en de eventuele
    betrokkenheid van criminele groepen hierbij.

    lees meer

    Ambstedig proces-verbaal J.C.J.G. Barkman-Kuitert naaraanleiding van vragen van de commissie (4/28)

    118

    Eindrapport – 10.11 Overige methoden

    10.11 Overige methoden

    A. Inwinning, opslag en gebruik van informatie

    lees meer

    Eindrapport – 3.2 Omschrijving methode

    3.2 Omschrijving methode

    De methode bestaat uit het onder regie van politie en justitie
    gebruik maken van informanten die criminele organisaties facilitair
    ondersteunen. De politie gebruikt de informanten om informatie te
    verzamelen over het functioneren van de criminele organisatie. De
    informanten hebben op n of andere wijze contact met leden van
    criminele organisaties. Het gaat onder andere om informanten die
    werkzaam zijn in de transportwereld. Noot De politie
    wordt door een informant in kennis gesteld van de verwachte
    aankomst van een container waarin verdovende middelen zijn
    verborgen. De informant draagt kennis van de gegevens van de
    container, het schip en de vermoedelijke datum van aankomst. De
    politie zorgt er met hulp van FIOD-medewerker(s), voor dat de
    container niet door de douane wordt gecontroleerd. De FIOD/politie
    heeft afspraken met de douane dat indien de FIOD/politie daarom
    vraagt bepaalde containers zonder verder vragen door de douane
    worden geloodst. Onder regie van de politie en door tussenkomst van
    de FIOD wordt de container dan door een burgerchauffeur, die met de
    politie samenwerkt, uit het havengebied gereden en getransporteerd
    naar een neutraal terrein, bijvoorbeeld een parkeerplaats.
    Vervolgens zorgt politiepersoneel of de burgerchauffeur voor
    transport naar een loods. Een medewerker van de FIOD zorgt
    inmiddels voor de inklaring van de containers en de daarvoor
    benodigde documenten. In een aantal gevallen vervoeren
    politiemensen zelf de container vanaf het haventerrein naar de
    loods.
    In de loods wordt door politiefunctionarissen de lading in de
    container gecontroleerd. De politie weegt de hoeveelheid verdovende
    middelen. De lading drugs wordt opgesplitst en op afroep door de
    politie vervoerd naar een plaats die door leden van de criminele
    organisatie is opgegeven aan de burgerinfiltrant. De deklading (de
    lading die noodzakelijk is om de drugs te verstoppen) wordt apart
    gezet en eventueel later verkocht, dan wel om niet aan bepaalde
    bedrijven weggegeven. In andere gevallen heeft de politie geen
    bemoeienis met de dekladingen.

    lees meer

    << oudere artikelen