Op 4 juli startte het Pilotproject Pepperspray in de regio's Brabant Noord, Groningen, Drenthe (district Noord Drenthe) en Rotterdam-Rijnmond. In deze gebieden mocht de politie peperspray gebruiken in bedreigende situaties. De grens om het middel in te zetten was vrij hoog gesteld. De politie mocht het gebruiken als alternatief voor het pistool. De pilot zou duren tot 1 oktober, om daarna door de Universiteit van Nijmegen geëvalueerd te worden. De afgelopen maanden is er ruim zeventig keer gebruik gemaakt van het middel. De politie is zeer tevreden over het gebruik.
In de afgelopen jaren is er een flinke discussie rond peperspray in
de media en politiek gevoerd. De politie heeft steeds erkend dat er flinke
gevaren aan het gebruik van peperspray verbonden waren. In Amerika had
het middel onder andere tot een aantal dodelijke slachtoffers geleid. Door
het echter te presenteren als alternatief voor een kogel, bleek de politiek
over te halen om akkoord te gaan met introductie van het middel. Buro Jansen
& Janssen waarschuwde in haar Dossier Peperspray al dat introductie
met beperkingen onvermijdelijk zou leiden tot een glijdende schaal in het
gebruik.
En zo geschiedt nu. Het pilotproject wordt door de Minister van Binnenlandse
Zaken verlengd tot 1 januari 2001. Het doel van deze verlenging is om te
kijken of peperspray ook kan worden ingezet bij minder serieuze bedreigingen:
"In de Voorschriften pilot pepperspray is in de toelichting bij de artikelen
3, 5 en 6 aangegeven dat dit geweldmiddel qua
geweldsniveau dichterbij het vuurwapen dan bij de wapenstok is gepositioneerd.
Uit de voorlopige ervaringen met het middel in de politiepraktijk blijkt
dat er behoefte aan bestaat om het middel qua geweldsniveau meer in de
omgeving van de wapenstok te plaatsen."
Behalve deze gevaarlijke oprekking wordt de pilot verder voortgezet, omdat de politieambtenaren het middel dan geen drie maanden hoeven te missen. Per 1 januari wordt het middel namelijk landelijk ingevoerd.
ANP-bericht 5 oktober 2000
DEN HAAG (ANP) - De proef met de pepperspray wordt met drie maanden
verlengd. Agenten van de politieregio's Brabant-Noord, Groningen, Drenthe
en Rotterdam-Noord kunnen het nieuwe wapen tot 1 januari 2001 in de praktijk
testen. Het is de bedoeling dat de spray daarna landelijk wordt ingevoerd,
als het middel voldoet aan de verwachtingen.
De ministers De Vries (Binnenlandse Zaken) en Korthals (Justitie) vinden
verlenging van het experiment noodzakelijk om te kunnen beoordelen hoe
gewelddadig het wapen is. De vraag is daarbij of de pepperspray vergeleken
kan worden met een vuurwapen of eerder met een wapenstok. Dat is weer van
belang om te bepalen in welke situaties de pepperspray gebruikt mag worden.
Daarnaast vinden de bewindslieden het handig dat 3700 agenten die het
middel nu bij zich dragen, dat tot de (eventuele) landelijke invoeringsdatum
kunnen blijven doen. Dit voorkomt dat politiemensen die met de spray geoefend
hebben, 'misgrijpen', en zichzelf daardoor in gevaar brengen. Ook bespaart
het de rompslomp om de wapens (tijdelijk) weer in te leveren.
Tot nu toe is het middel, dat bestaat uit een bijtende stof die de
ogen irriteert, 116 keer gebruikt. Door het toenemende geweld tegen de
politie bestaat er behoefte aan een middel waarmee agressieve verdachten
snel en effectief kunnen worden aangehouden, zonder hen ernstig letsel
toe te brengen. De politieregio's zijn positief over de pepperspray.
Wijziging Voorschriften pilot pepperspray
Uit: Staatscourant 29 september 2000, nr. 189 / pag. 22
Klik hier voor eerder voorschrift.
De Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie,
Gelet op artikel 15 van de Bewapeningsregeling politie;
Besluiten:
Artikel I
De voorschriften pilot pepperspray worden als volgt gewijzigd:
A
De pilotperiode, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Voorschriften
pilot pepperspray, wordt gewijzigd van 3 juli 2000 tot 1 januari 2001.
B
Na artikel 3 wordt een nieuw artikel 6a ingevoegd luidende:
De ministers kunnen nadere voorschriften geven voor het gebruik en
de nazorg na toepassing van pepperspray.
Artikel II
Deze voorschriften treden in werking met ingang van 1 oktober 2000
en vervallen met ingang van 1 januari 2001.
Deze voorschriften zullen met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
K.G. de Vries.
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals.
Toelichting
Een verlenging van de pilot tot 1 januari 2001 wordt in de eerste plaats noodzakelijk geacht om te bezien welke plaats pepperspray in het geweldscontinuüm moet innemen. In de Voorschriften pilot pepperspray is in de toelichting bij de artikelen 3, 5 en 6 aangegeven dat dit geweldmiddel qua geweldsniveau dichterbij het vuurwapen dan bij de wapenstok is gepositioneerd. Uit de voorlopige ervaringen met het middel in de politiepraktijk blijkt dat er behoefte aan bestaat om het middel qua geweldsniveau meer in de omgeving van de wapenstok te plaatsen. De verlenging van de pilot biedt de mogelijkheid om te bezien of deze nieuwe plaatsing voldoet. Aan de pilotkorpsen zullen, op basis van het nieuwe artikel 6a, nadere richtlijnen worden gegeven waaruit duidelijk wordt hoe met deze veranderde positionering moet worden omgegaan. In de tweede plaats biedt de verlenging de mogelijkheid aan de pilotkorpsen Rotterdam-Rijnmond, Brabant-Noord, Groningen en Drenthe om dit geweldmiddel tot de (mogelijke) landelijke invoeringsdatum van 1 januari 2001 te blijven gebruiken. Dit is van belang omdat indien de ambtenaren in de pilotkorpsen verplicht zouden zijn geweest het middel tot aan de (mogelijke) landelijke invoering in te leveren, het risico zou bestaan dat een in het gebruik van pepperspray getrainde ambtenaar zou ‘misgrijpen’ naar pepperspray waardoor diens veiligheid in gevaar zou kunnen komen.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
K.G. de Vries.
De Minister van Justitie, A.H. Korthals.