zoeken ga naar de homepage mail naar Jansen & Janssen
vorige
Jansen & Janssen in de pers: index
 
Wetgeving op het terrein van terrorismebestrijding
Je vindt hier een overzicht van de wetgeving in Nederland op het terrein van terrorismebestrijding



Overzicht reeds in werking getreden wetgeving
Overzicht in wetgeving in behandeling

Afgeschermde getuigen

Wetsvoorstel Wijziging van het Wetboek van Strafvordering, het Wetboek van Strafrecht en enige andere wetten ter verruiming van de mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven

Goedkeuring van het op 24 april 1986 te Straatsburg totstandgekomen Europees Verdrag inzake de erkenning van de rechtspersoonlijkheid van internationale niet-gouvernementele organisaties<

Wet bestuurlijke maatregelen nationale veiligheid

Wet politiegegevens

Wijziging van de Wet op het onderwijstoezicht onder meer in verband met de bevoegdheid van de vertrouwensinspecteurs om bijzondere persoonsgegevens te verwerken

Voorstel van wet tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de strafbaarstelling van de verheerlijking, vergoelijking, bagatellisering en ontkenning van zeer ernstige misdrijven en ontzetting van de uitoefening van bepaalde beroepen

Wijziging van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 in verband met de verbetering van de mogelijkheden van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten om onderzoek te doen naar en maatregelen te nemen tegen terroristische en andere gevaren met betrekking tot de nationale veiligheid alsmede enkele andere wijzigingen

Wet terroristische misdrijven (28.463)

Dit wetsvoorstel wijzigt het Wetboek van Strafrecht en enige andere wetten in verband met de uitvoering van de verplichtingen die voortvloeien uit het EU-kaderbesluit over terrorismebestrijding. Met dit voorstel worden terroristische misdrijven afzonderlijk omschreven en worden misdrijven die beogen terroristische misdrijven voor te bereiden of gemakkelijk te maken zwaarder bestraft.

Wetsvoorstel

Memorie van toelichting

Tweede nota van wijzigingen (introductie samenspannen)

Hoorzitting

Debat Tweede Kamer

Vervolg debat Tweede Kamer

Andere Tweede Kamer stukken (zoek op nr 28463)

Eerste Kamer stukken

Wet terroristische misdrijven

Overzicht van wetgeving in behandeling

Afgeschermde getuigen (29.743)

Dit wetsvoorstel beoogt de bruikbaarheid van informatie, afkomstig van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD), in het strafproces te verbeteren door de informatie voorwerp te laten zijn van nader onderzoek door het horen van getuigen.

belangrijkste onderdelen:

  • een getuige kan in het belang van de staatveiligheid gehoord worden als afgeschermde getuige
  • diens identiteit kan, als het belang van de staatveiligheid dat eist, verborgen blijven.
  • de afgeschermde getuige wordt gehoord door de rechter-commissaris
  • de afgeschermde getuige kan in het belang van de staatveiligheid niet instemmen met verstrekken van het proces verbaal van het verhoor aan de officier van justitie en de advocaten
  • de rechter-commissaris onderzoekt de betrouwbaarheid en legt daarover rekenschap af in het proces verbaal
    ambtsberichten van de AIVD en/of MIVD worden aangemerkt als zelfstandig bewijsmateriaal

 

Wetsvoorstel

Memorie van Toelichting

Debat Tweede Kamer

Vervolg debat Tweede Kamer

Vervolg debat Tweede Kamer


Andere Tweede Kamer stukken (zoek op nr 29743)

Eerste Kamer-stukken

Wetsvoorstel Wijziging van het Wetboek van Strafvordering, het Wetboek van Strafrecht en enige andere wetten ter verruiming van de mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven (30164)

Dit voorstel verruimd in het Wetboek van Strafvordering, het Wetboek van Strafrecht en enkele andere wetten de mogelijkheden voor politie en justitie om ter voorkoming van terroristische aanslagen in een zo vroeg mogelijk stadium op te treden.Met dit voorstel kan de overheid sneller optreden bij grote dreiging van terrorisme. Voor inzet van bijzondere opsporingsbevoegdheden bij terrorisme is niet langer een redelijk vermoeden van een strafbaar feit nodig. Aanwijzingen zijn voldoende.

Andere Tweede Kamer stukken (zoek op nr 30164)

Eerste Kamer stukken

Goedkeuring van het op 24 april 1986 te Straatsburg totstandgekomen Europees Verdrag inzake de erkenning van de rechtspersoonlijkheid van internationale niet-gouvernementele organisaties (28764)

Belangrijkste bepaling:
In de nota van wijziging worden twee regelingen voorgesteld die zijn gericht op de bestrijding van rechtspersonen en andere juridische lichamen die zich in Nederland schuldig maken aan gedragingen die een inbreuk vormen op de openbare orde.
De eerste regeling voorziet in de mogelijkheid om de rechter te verzoeken een verklaring voor recht af te geven waarin het doel of de werkzaamheid van een buitenlandse corporatie in strijd met de openbare orde wordt verklaard.
De tweede regeling bepaalt dat organisaties die zijn geplaatst op een EU terrorismelijst gedurende de vermelding in de lijst van rechtswege verboden zijn en niet bevoegd om in Nederland rechtshandelingen te verrichten.

Wetsvoorstel

Memorie van toelichting

Nota van wijzingen

Debat Tweede Kamer

Vervolg debat Tweede Kamer

Andere Tweede Kamer stukken (zoek op nr 28764)

Eerste Kamer stukken

 

Regelsinzake het opleggen van beperkende maatregelen aan personen met het oog op de bescherming van de nationale veiligheid en inzake het weigeren of intrekken van beschikkingen met het oog op de bescherming van de nationale veiligheid (Wet bestuurlijke maatregelen nationale veiligheid)(30566)

Belangrijkste bepaling:
1. Onze Minister kan, indien dat noodzakelijk is met het oog op de bescherming van de nationale veiligheid, aan een persoon die op grond van zijn gedragingen in verband kan worden gebracht met terroristische activiteiten of de ondersteuning daarvan, een maatregel opleggen, strekkende tot beperking van de vrijheid van beweging.
2. Een maatregel kan bestaan uit een of meer van de volgende verplichtingen:
a. zich te houden aan een verbod om zich te bevinden in of in de omgeving van een of meer bepaalde objecten dan wel in een bepaald gedeelte of bepaalde delen van Nederland;
b. zich te houden aan een verbod om zich te bevinden in de nabijheid van een of meer bepaalde personen;
c. zich op door Onze Minister vast te stellen tijdstippen te melden bij de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente is gelegen waar de betrokkene woon- of verblijfplaats heeft, dan wel bij de korpschef van een ander door Onze Minister aan te wijzen regionaal politiekorps.

Wetsvoorstel

Memorie van toelichting

Andere Tweede Kamer stukken (zoek op nr 30566)

 

Regels inzake de verwerking van politiegegevens (Wet politiegegevens)(30327)

Het wetsvoorstel beoogt oa. het opzetten van themaregisters. Het betreft artikel 10 lid b:
Onderdeel b van dit lid betreft de gegevensverwerking teneinde inzicht te verkrijgen in de betrokkenheid van personen bij handelingen die kunnen wijzen op het beramen of plegen van misdrijven die door hun omvang of ernst of hun samenhang met andere misdrijven een ernstig gevaar voor de rechtsorde opleveren. De aanpak van deze misdrijven vergen de opbouw en instandhouding van een permanente informatiepositie. In dit onderdeel gaat het om zwaarwegende strafrechtelijke thema’s, zoals terrorisme, die zeer bedreigend zijn voor de samenleving en ten aanzien waarvan geldt dat de klassieke strafrechtelijke benadering, waarbij ervan wordt uitgegaan dat de overheid reageert op gepleegde normschendingen, niet afdoende is. Om deze dreigingen het hoofd te kunnen bieden en inzicht te kunnen verkrijgen in de kring van personen die op grond van de handelingen die zij verrichten daarbij betrokken kunnen zijn,
is het noodzakelijk dat relevante gegevens worden verzameld en geanalyseerd zodat de normschending, bijvoorbeeld een bomaanslag, kan worden voorkomen. Aanleiding voor de gegevensverwerking is dat de handelingen kunnen wijzen op het beramen of plegen van bepaalde categorieën van misdrijven die een ernstig gevaar voor de rechtsorde opleveren. De categorieën van misdrijven die de rechtsorde ernstig bedreigen, ter zake waarvan op grond van dit onderdeel gegevens mogen worden verwerkt, zullen bij algemene maatregel van bestuur worden omschreven.

Wijziging van de Wet op het onderwijstoezicht onder meer in verband met de bevoegdheid van de vertrouwensinspecteurs om bijzondere persoonsgegevens te verwerken (30460)

Belangrijkste bepaling:
1.vertrouwensinspecteurs de bevoegdheid wordt toegekend bijzondere persoonsgegevens te verwerken in overeenstemming met de Wet bescherming persoonsgegevens (WBP);
2. de taak van de vertrouwensinspecteur wordt uitgebreid ten behoeve van personen die in het onderwijs te maken krijgen met discriminatie of radicalisering;

Wetsvoorstel

Wijziging van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 in verband met de verbetering van de mogelijkheden van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten om onderzoek te doen naar en maatregelen te nemen tegen terroristische en andere gevaren met betrekking tot de nationale veiligheid alsmede enkele andere wijzigingen

Belangrijkste bepaling:

1. de verplichting informatie af te staan wordt uitgebreid

Momenteel is het zo dat de AIVD zich kan wenden tot bestuursorganen met een vraag om bepaalde gegevens. In het nieuwe voorstel wordt bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld welke bestuursorganen verplicht worden gegevens af te staan aan de AIVD. Expliciet wordt hierbij rechtstreekse geautomatiseerde toegang mogelijk gemaakt, ‘hierbij moet worden gedacht aan de situatie dat door een dienst via een on line verbinding in real time gegevens kunnen worden opgevraagd bij het bestuursorgaan’.Er bestond al een verplichting voor aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en openbare telecommunicatiediensten om verkeersgegevens en gegevens van de abonnee (naam/nummergegevens af te staan). Wel wordt de begripsomschrijving dusdanig gewijzigd (aanbieder van een communicatiedienst) dat ook webhosting, internettelefonie (maar ook besloten netwerken) onder deze verplichting vallen. Nieuw wordt dezelfde verplichting gegevens aan te leveren voor bepaalde (door een AMVB aangewezen) financiële dienstinstellingen en vervoerders.

2. meer gegevens

Tot nu toe kan de AIVD alleen gegevens verzamelen en verwerken over mensen waarvan het vermoeden bestaat dat ze een ernstig gevaar vormen voor de democratie, mensen tegen een wie een veiligheidsonderzoek loopt, als het nodig is in het kader van het onderzoek naar andere landen(contra-spionage), als een andere inlichtingen- of veiligheidsdienst gegevens heeft ingewonnen, als de gegevens noodzakelijk zijn ter ondersteuning van een goede taakuitvoering door de dienst of van mensen die werkzaam zijn of zijn geweest voor een dienst (huidige artikel 13).
Dit wordt in het wetsvoorstel flink uitgebreid. Het nieuw artikel 29b geeft de inlichtingendiensten de bevoegdheid om een (geautomatiseerd) gegevensbestand of een deel daarvan op te vragen bij bestuursorganen, communicatiedienst aanbieders, financiële dienstverlener of een vervoerder. Ze zijn verplicht deze bestanden af te staan. De gegevens mogen expliciet ook betrekking hebben op andere personen dan in het eerste en tweede lid van artikel 13 (nieuw: artikel 13 lid 5).

3. verstoren

De mogelijk tot verstoren, die wettelijk is vastgelegd in artikel 21 wordt gewijzigd. Het gaat dan om activiteiten van de AIVD waarbij ‘met name bepaalde antidemocratische , staatsgevaarlijke activiteiten of ander in de WIV 2000 genoemde belangen worden ontmoedigd of in de kiem gesmoord met als doel te voorkomen (preventief) dat de met de genoemde activiteiten gepaard gaande risico’s worden gerealiseerd’. Ook het (preventief) onder controle brengen van targets valt hieronder.
Nu is deze bevoegdheid alleen toe te passen door de inzet van een agent. In het wetsvoorstel wordt voorgesteld deze bevoegdheid ook aan de AIVD zelf te geven. Als voorbeeld stelt de regering in de Memorie van Toelichting dat een reguliere medewerker van de AIVD bijvoorbeeld verstoringactiviteiten met betrekking tot internet eenvoudig zou kunnen uitvoeren
De regering geeft aan verstoringacties niet als laatste middel (ultimum remedium) te willen beschouwen, maar sluit in toepassing wel aan bij de door de Commissie Bestuurlijke Evaluatie AIVD gestelde voorwaarden.
Er moet volgens de CBE gekeken worden naar 1. de ernst van het risico (product van ernst, waarschijnlijkheid en dreiging), 2. de onmiddellijkheid van het risico, 3. de sterkte van de aanwijzing dat de dreiging wordt verwezenlijkt en 4. de impact van de verstoringactie op de direct betrokkenen. Deze voorwaarden worden nader uitgewerkt in operationele aanwijzingen.

 

 

 

Voorstel van wet tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de strafbaarstelling van de verheerlijking, vergoelijking, bagatellisering en ontkenning van zeer ernstige misdrijven en ontzetting van de uitoefening van bepaalde beroepen

Belangrijkste bepaling:
Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, een misdrijf, omschreven in de Wet internationale misdrijven, een misdrijf, omschreven in artikel 6 van het Handvest van het Internationale Militaire Tribunaal bij het Verdrag van Londen van 8 april 1945, of een terroristisch misdrijf als bedoeld in artikel 83 waarop levenslange gevangenisstraf is gesteld, verheerlijkt, vergoelijkt, bagatelliseert of ontkent, welke verheerlijking, vergoelijking, bagatellisering of ontkenning, naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, de openbare orde ernstig verstoort of kan verstoren, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.

 

 

logo buro jansen & janssen
Buro Jansen & Janssen
Postbus 10591
1001 EN Amsterdam
info@burojansen.nl
tel. 020 6123202
sponsor :
logo sponsor xs4all