zoeken ga naar de homepage mail naar Jansen & Janssen
vorige
nieuwsbrieven: Item
 
datum nieuwsbrief: 23 maart 2006
 
 
Ruimte voor Recht
auteur / publicatie: 01 Buro Jansen & Janssen
datum: 24 februari 2006

In opdracht van de Haagse Stadspartij heeft Buro Jansen & Janssen een onederzoek verricht naar het recht op demonstratie in Den Haag.

Op 24 februari 2006 is het eindrapport “Ruimte voor Recht” gepresenteerd. Het onderzoek behandelt tot in detail de wet- en regelgeving en praktijk van het recht op demonstratie in Den Haag in de periode 2000 – 2005.

Het onderzoek is aangeboden aan burgemeester Deetman, die deze maand een reactie zal geven.

Uit de conclusies:

De Haagse APV voldoet niet aan de Wet Openbare Manifestaties.
Van organisatoren van een demonstratie in Den Haag wordt veel verlangd.
Vaak wordt niet de vereiste belangenafweging gemaakt tussen het verkeersbelang en het recht op betoging.
Niet tijdig aangemelde demonstraties (in Den Haag geldt een meldingsplicht van 4 keer 24 uur) worden bijna allemaal op last van de burgemeester ontbonden. De wet vereist echter dat er ook in deze situaties slechts beperkingen opgelegd kunnen worden ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer of ter voorkoming of bestrijding van wanordelijkheden.

Wijziging Wet op inlichtingen- en veiligheidsdi
auteur / publicatie: 02 Buro Jansen & Janssen
datum: 15 maart 2006

Binnenkort dient de regering een wijzigingsvoorstel in voor de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002. Buro Jansen & Janssen beschikt reeds over het aan te bieden wetsvoorstel.
De regering stelt voor om een aantal bevoegdheden van de inlichtingendiensten (AIVD en MIVD) uit te breiden in het belang van de bestrijding van terrorisme. Het betreft de mogelijkheid tot ‘verstoring’ , een verplichting voor bepaalde bestuursorganen en bedrijven om gegevens af te staan aan de diensten als zij daarom vragen en de vergroting van de mogelijkheid tot datamining.
Het wetsvoorstel is een uitvloeisel van de brief van 15 juli 2005 van minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatie Remkes. In die brief werd voortgeborduurd op de analyse van de aanslag in Madrid die de regering in maart 2004 had gemaakt.
’De aanslagen in Madrid lijken te wijzen op een veel diffusere werkwijze bij de organisatie en voorbereiding. Waar daders en organisaties zich verschuilen onder hun potentiële slachtoffers en schuil gaan achter een patroon van ogenschijnlijk normale maatschappelijke activiteiten, zullen ook het speuren naar informatie, de bewaking en eventuele onderzoeken en controles minder gericht kunnen zijn. Dat betekent dat meer dan voorheen door uitwisseling van informatie tussen uiteenlopende overheidsdiensten, door koppeling van gegevensbestanden en door uitwisseling en coördinatie van informatie getracht zal moeten worden om de 'verdachte afwijking' te vinden,’ melden de ministers destijds.
Inmiddels is meer dan duidelijk geworden dat de aanslagen in Madrid voorkomen hadden kunnen worden door goed politiewerk, en niet door ‘ongerichte zoekacties’. Ook zijn er kanttekeningen te plaatsen bij de rol van inlichtingen en veiligheidsdiensten bij de aanslagen in Madrid.

Uit het wetsvoorstel wordt duidelijk dat de AIVD vooral gegevens betreffende identificatie, verplaatsing, communicatie en financiën van belang vindt.

1. de verplichting informatie af te staan wordt uitgebreid

Momenteel is het zo dat de AIVD zich kan wenden tot bestuursorganen met een vraag om bepaalde gegevens. In het nieuwe voorstel wordt bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld welke bestuursorganen verplicht worden gegevens af te staan aan de AIVD. Expliciet wordt hierbij rechtstreekse geautomatiseerde toegang mogelijk gemaakt, ‘hierbij moet worden gedacht aan de situatie dat door een dienst via een on line verbinding in real time gegevens kunnen worden opgevraagd bij het bestuursorgaan’.

Er bestond al een verplichting voor aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en openbare telecommunicatiediensten om verkeersgegevens en gegevens van de abonnee (naam/nummergegevens af te staan). Wel wordt de begripsomschrijving dusdanig gewijzigd (aanbieder van een communicatiedienst) dat ook webhosting, internettelefonie (maar ook besloten netwerken) onder deze verplichting vallen.

Nieuw wordt dezelfde verplichting gegevens aan te leveren voor bepaalde (door een AMVB aangewezen) financiële dienstinstellingen en vervoerders.

2. meer gegevens

Tot nu toe kan de AIVD alleen gegevens verzamelen en verwerken over mensen waarvan het vermoeden bestaat dat ze een ernstig gevaar vormen voor de democratie, mensen tegen een wie een veiligheidsonderzoek loopt, als het nodig is in het kader van het onderzoek naar andere landen(contra-spionage), als een andere inlichtingen- of veiligheidsdienst gegevens heeft ingewonnen, als de gegevens noodzakelijk zijn ter ondersteuning van een goede taakuitvoering door de dienst of van mensen die werkzaam zijn of zijn geweest voor een dienst (huidige artikel 13).
Dit wordt in het wetsvoorstel flink uitgebreid. Het nieuw artikel 29b geeft de inlichtingendiensten de bevoegdheid om een (geautomatiseerd) gegevensbestand of een deel daarvan op te vragen bij bestuursorganen, communicatiedienst aanbieders, financiële dienstverlener of een vervoerder. Ze zijn verplicht deze bestanden af te staan. De gegevens mogen expliciet ook betrekking hebben op andere personen dan in het eerste en tweede lid van artikel 13 (nieuw: artikel 13 lid 5).

3. verstoren

De mogelijk tot verstoren, die wettelijk is vastgelegd in artikel 21 wordt gewijzigd. Het gaat dan om activiteiten van de AIVD waarbij ‘met name bepaalde antidemocratische , staatsgevaarlijke activiteiten of ander in de WIV 2000 genoemde belangen worden ontmoedigd of in de kiem gesmoord met als doel te voorkomen (preventief) dat de met de genoemde activiteiten gepaard gaande risico’s worden gerealiseerd’. Ook het (preventief) onder controle brengen van targets valt hieronder.
Nu is deze bevoegdheid alleen toe te passen door de inzet van een agent. In het wetsvoorstel wordt voorgesteld deze bevoegdheid ook aan de AIVD zelf te geven. Als voorbeeld stelt de regering in de Memorie van Toelichting dat een reguliere medewerker van de AIVD bijvoorbeeld verstoringactiviteiten met betrekking tot internet eenvoudig zou kunnen uitvoeren
De regering geeft aan verstoringacties niet als laatste middel (ultimum remedium) te willen beschouwen, maar sluit in toepassing wel aan bij de door de Commissie Bestuurlijke Evaluatie AIVD gestelde voorwaarden.
Er moet volgens de CBE gekeken worden naar 1. de ernst van het risico (product van ernst, waarschijnlijkheid en dreiging), 2. de onmiddellijkheid van het risico, 3. de sterkte van de aanwijzing dat de dreiging wordt verwezenlijkt en 4. de impact van de verstoringactie op de direct betrokkenen. Deze voorwaarden worden nader uitgewerkt in operationele aanwijzingen.

Naast deze 3 belangrijke uitbreidingen van de bevoegdheden kent het wetsvoorstel nog een aantal procedurele aanpassingen. Bijvoorbeeld in de termijnen, toestemmingprocedures en benoemingsprocedure van de Commissie van Toezicht. Ook krijgt de CT-inbox een duidelijkere wettelijk status door de toevoeging van de directeur van de IND aan het rijtje artikel 60 ambtenaren (misschien even verduidelijken). Net als politie-ambtenaren kunnen ambtenaren van de IND dan in opdracht van de AIVD taken verrichten. In dit geval dus informatie van vreemdelingen verzamelen ten behoeve van de AIVD-taken. Daarmee wordt de uitwisseling van gegevens gestroomlijnd

4. betekenis

De AIVD kan met de bevoegdheden uit dit wetsvoorstel veel meer gegevens gaan verzamelen.
Zolang het gaat om mensen die een gevaar vormen voor de nationale veiligheid zit er duidelijk een bepaalde logica achter: de dienst wil niet afhankelijk zijn van de vrijwillige medewerking van derden. In het geval van bestuursorganen lijkt er tot op heden echter geen probleem te zijn. Daar waar nodig zijn er duidelijke convenanten afgesloten, een wettelijke plicht lijkt hier overbodig.
Zodra het gaat om mensen die geen gevaar vormen voor de nationale veiligheid levert de uitbreiding die dit wetsvoorstel beoogd wel degelijk bepaalde risico’s op. De bestanden zullen op verschillende manieren doorzocht kunnen worden.
De belangrijkste inzet zal gericht zijn op het doorzoeken van de bestanden aan de hand van profielen. Vanuit de NCTB wordt onderzocht (o.a. door bezoeken aan de VS) welke profielen van toepassing zijn. Het grote probleem hierbij is natuurlijk dat binnen dergelijke profielen grote groepen mensen vallen die niet aan terrorisme te relateren zijn. Er wordt veel data verzameld over niet staatsgevaarlijke personen, waarbij het risico bestaat dat die data uiteindelijk een eigen leven gaan leiden. Ook levert het handmatig uitzoeken van de resultaten bergen werk op waarvan het resultaat vrijwel niks oplevert. Een blik op de resultaten van Rasterfahdung projecten in Duitsland laat zien dat deze sleepnetmethode niet werkt, terwijl een grote groep toch ‘verdacht’ wordt gemaakt.

Ook kan er worden kan gekeken worden naar afwijkingen in de data. Wijken bepaalde gebeurtenissen af van het gemiddelde/ het normale en wat betekend dat? Is er bevoorbeeld een plotselinge peiek in geldopnames? Reist een bepaalde bevolkingsgroep plotseling anders dan normaal?
Het onderzoek naar data stream mining staat wereldwijd nog in de kinderschoenen, dus blijft het voorlopig de vraag of de AIVD wel de kennis in huis heeft hiermee aan de slag te gaan.

De vuile oorlog tegen het terrorisme in Turkije
auteur / publicatie: 03 Buro Jansen & Janssen
datum: 23 maart 2006

Informant zet zijn werk voor de Turkse geheime dienst op tape


De laatste maanden is het erg onrustig in Semdinli, Turkije. Na een bomaanslag op een boekwinkel, de betrokkenheid van de geheime dienst bij die aanslag, een parlementair onderzoek, een aanklacht tegen een generaal van het Turkse leger volgt nu een rechte rug van de Turkse generale staf tegen deze vervolging. ‘De Turkse generale staf geeft geen toestemming voor strafvervolging van generaal Yasar Büyükanit. Met de standpuntbepaling van de militairen komt voorlopig een einde aan een zaak die in Turkije de afgelopen weken tot grote opschudding heeft geleid’ (NRC 18 maart 2006).

De aanslag in Semdinli is geen incident, maar eerder de praktijk van de vuile oorlog tegen het zogenaamde terrorisme van de Koerden.

Eerst wat gebeurde er in Semdinli

Op 9 november 2006 werd er vanuit een witte auto een bom gegooid naar de Umut boekwinkel in Semdinli in zuid oost Turkije. Een persoon werd door de bom gedood en een persoon raakte gewond. Omstanders konden de auto omsingelen en wilden de daders uit de auto sleuren. Deze schoten toen op de omstanders waarbij opnieuw een dode en enkele gewonden vielen. De Turkse politie die arriveerde ‘bevrijde’ de daders uit de handen van de woedende menigte.
Een van de omstanders had in de auto drie machinegeweren gevonden en een identiteitsbewijs van een lid van de Turkse geheime dienst met de naam Ali Kaya. Later bleek de auto ook op naam te staan van de Turkse geheime dienst.
Het lijkt er sterk op dat de aanslag een wraak actie was tegen Mehmet Zahit Korkmaz de eigenaar van de boekwinkel. Of de aanslag was gericht op Seferi Yilmaz, een voorbijganger, die wel omkwam. Yilmaz was betrokken geweest bij een aanslag van de PKK in 1984 en had daarvoor 15 jaar in de gevangenis gezeten. In 2000 was hij vrijgekomen.
Het NRC schrijft over de betrokkenheid van het leger: ‘Generaal Büyükanit, nu nog bevelhebber van de landmacht, staat op de nominatie om later dit jaar stafchef van het hele Turkse leger te worden. Een openbaar aanklager in de Oost-Turkse stad Van heeft hem ervan beschuldigd banden te hebben met een paramilitaire groep die in de Koerdische regio betrokken was bij de strijd tegen de PKK van Abdullah Öcalan. Daarnaast zou de generaal hebben geprobeerd de rechtsgang op ontoelaatbare wijze te beïnvloeden. De openbaar aanklager doelde daarbij op de gebeurtenissen na een bomaanslag, vorig jaar, in het stadje Semdinli, eveneens in het oostelijke Koerdische gebied in Turkije. Na die aanslag, die waarschijnlijk het werk was van een paramilitaire groep, zei generaal Büyükanit dat hij een van de daders kende, en hij duidde hem aan als "goede man".’ (NRC 18 maart 2006)

Informanten, doodseskaders, geheime diensten en het leger
De zaak is niet nieuw en lijkt te passen in de langlopende betrokkenheid van het leger en de geheime dienst bij doodseskaders die worden ingezet tegen de Koerden in het Oosten van Turkije. Het Parool schrijft op 18 november 2005: ‘De gebeurtenissen in Semdinli doen denken aan het Susurluk-schandaal dat Turkije schokte in 1996. Een maffialid, een hoge politieofficier en een politicus werden toen na een ongeluk dood in een auto aangetroffen. Na die ontdekking deden geruchten de ronde over banden tussen de Turkse veiligheidsdiensten en de georganiseerde misdaad. Sommige politieagenten en militairen zouden criminelen inschakelen om, in de strijd tegen de PKK, vuile zaakjes op te knappen. Enkele kleine vissen belandden in de gevangenis, maar de zaak werd daarna al snel in de doofpot gestopt.’

Een van de informanten die bekend is onder de naam Yeşil, heeft nu zijn daden op tape gezet om zich te beschermen tegen de Turkse staat en vervolging. Yeşil wordt gevreesd onder Koerden. Als leider van een doodseskader/informant/huurmoordenaar pleegde hij vele gruweldaden in het Oosten van Turkije. Iedere Koerd was en is volgens hem lid van de PKK.




Engeland: inlichtingendiensten over de streep
auteur / publicatie: 04 Buro Jansen & Janssen
datum: 23 maart 2006

Sluipenderwijs worden de regels van de democratische rechtsstaat opgerekt in het kader van de oorlog tegen het terrorisme. Terecht? Dat lijkt niet te beoordelen, aangezien veel informatie niet goed te controleren of the verifiëren is. De diensten hanteren meestal als tegen argument dat achteraf vaak wel gezegd kan worden dat de informatie juist was omdat een aanslag is voorkomen. Neem het voorbeeld van de man R. v Bourgass die levenslang kreeg voor het doodsteken van een politieagent tijdens zijn arrestatie. Die arrestatie was het gevolg van informatie uit Algerije uit het verhoor van de verdachte Muhammad Meguerba. Deze man werd verhoord in Algerije. Aanvankelijk gaf hij een verkeerd adres op waar twee Nivea crème potten zouden zijn verstopt. MI5, de Britse geheime dienst kon het adres niet vinden en verzocht de Algerijnse liaison om extra informatie. Gevolg was een nieuw adres waar op 5 januari 2003 een inval plaats vond. Ricine was op die dag meteen bekend als terreurgif aangezien beweerd werd dat R. v Bourgass en enkele andere dit zogenaamde ‘terreurgif’ aan het vervaardigen waren. Wetenschappers concludeerden echter dat in het zogenaamde ‘keukenlaboratorium’ geen ricine werd geproduceerd.
Over de omstandigheden waaronder Muhammad Meguerba is gearresteerd, vastgehouden en verhoord kon het hoofd van MI5 Eliza Manningham-Buller niets zeggen. In haar verklaring in het House of Lords schrijft zij dat de dienst in veel gevallen niet weet waar de informatie vandaan komt en ook niet te verifiëren is.
Dat de omstandigheden niet al te fris zijn lijkt genoegzaam bekend bij de Engelse geheime dienst. De Ethiopische student Binyam Mohammed zegt dat Britse agenten tegen hem hebben gezegd dat hij zal worden uitgezet naar landen waar marteling wordt gebruikt. Binyam Mohammed werd uitgezet naar Marokko waar hij naar eigen zeggen na marteling verklaarde dat hij betrokken was bij de voorbereiding van een aanslag. Tijdens zijn verhoor werden ook gedetailleerde vragen gesteld over de zeven jaar dat hij in London verbleef. Vragen die volgens zijn advocaten afkomstig waren van Britse bronnen. Binyam Mohammed zou hebben samengewerkt met Jose Padilla die op verdenking van het beramen van een aanslag vier jaar in voorarrest in de Verenigde Staten had vastgezet. Na het bekend maken van de claim van Binyam Mohammed dat hij een verklaring had afgelegd na marteling werden de aanklachten tegen Jose Padilla ingetrokken.
De betrokkenheid van Engelse agenten bij marteling wordt zelfs onderzocht door het Griekse openbaar ministerie. Nicolas Langman, MI6 hoofd aan de Britse ambassade in Athena zou betrokken zijn bij de geheime arrestatie en verhoor van 28 Pakistaanse mannen een week na de aanslagen in London op 7 juli 2005. De mannen, waarvan enkele al diverse jaren in Griekenland wonen, beweren dat zij werden ontvoerd uit hun huizen in Athene en Ioannina en zijn ondervraagd op een geheime locatie. Tijdens de verhoren zijn verschillende mannen geslagen en bedreigd. Een van de mannen zegt dat hij een geweerloop in zijn mond kreeg geduwd. Enkele andere zeggen dat zij door Britse agenten zijn bedreigd dat hun familie in Engeland zal lijden als zij klagen over hun behandeling. Sommige mannen zijn twee dagen vastgehouden anderen zes.

Er zat een mol in de Belgische ‘terreur’ organi
auteur / publicatie: 05 Buro Jansen & Janssen
datum: 23 maart 2006

De Belgische krant De Morgen bericht in februari 2006 over de inzage in een onderzoek naar infiltratie van de Belgische inlichtingendiensten in de CCC. Cellules Communistes Combattantes (CCC) (Strijdende Communistische Cellen) pleegde in 1984 en 1985 veertien aanslagen in België. Bij de aanslagen kwamen twee brandweerlieden om en raakten 28 mensen gewond. Eind 1985 werden de vier belangrijkste leden opgepakt. Zij werden veroordeeld en kwamen in 2000 en 2003 vrij. De CCC opereerde in de zelfde tijd als de Bende van Nijvel en de Westland New Post.
De CCC werd ondersteund door het collectief Ligne Rouge dat ook steun verleende aan RAF gevangenen. De ‘leider’ van de CCC Pierre Carette stond aanvankelijk aan het hoofd van de Ligne Rouge, maar verdween in de clandestiniteit op het moment van zijn lidmaatschap van de CCC. Zijn plek werd ingenomen door Christopher Vercauteren die werd ondersteund door Maurice Appelmans. Deze laatste man wordt in het onderzoek dat De Morgen heeft ingezien aangemerkt als informant van de Staatsveiligheid, de Belgische inlichtingendienst.
Maurice Appelmans zou op de loonlijst hebben gestaan van de dienst en vanaf het prille begin van de CCC direct in contact te hebben gestaan van Pierre Carette en de andere leden van de CCC. Het onderzoek dat De Morgen heeft ingezien is van de hand van CVP magistraat Edwig Steppé uit Brussel. Dit onderzoek werd van hogerhand, van de zijde van de Brusselse procureur-generaal André van Oudenhove, in 1994 beëindigd.


CIA vluchten
auteur / publicatie: 06 Buro Jansen & Janssen
datum: 22 maart 2006

Op 15 februari meldde het NRC Handelsblad dat acht van de tien vliegtuigen waarover mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch de grootste verdenkingen koestert, in de periode 2001-2005 Nederland aangedaan. De vliegtuigen zouden op illegale wijze verdachten van terrorisme vervoeren naar geheime gevangenissen waar de CIA zou martelen. In een debat met Tweede kamer ontkende de regering dat er sprake was van aanwijzingen dat de VS illegaal gevangenen vervoeren.
In Groot Brittannië heeft de regering recent ook een lijst vluchten gepubliceerd. Het betreft vluchtnummers die door Human Rights Watch in verband worden gebracht met de CIA. De lijst is gepubliceerd op de website van Statewatch. Vooral van het Schotse vliegveld Prestwick bevestigen eerdere berichten in bijvoorbeeld de Guardian een sterk vermoeden van het doorvoer van illegale gevangenen door de CIA. Op 12 september 2005 beschreef de Guardian bijvoorbeeld hoe de Pakistaanse islamist Iqbal na arrestatie in Indonesië zonder uitleveringbevel werd overgebracht naar Egypte. Twee jaar later werd hij via Preswtick naar Guantánamo Bay gevlogen door de CIA. Ook noemt de Guardian voorbeelden van vluchten uit Pakistan via Prestwick naar Uzbekistan.

Donateurs gezocht!
auteur / publicatie: 07 Buro Jansen & Janssen
datum: 23 maart 2006

Sympathie voor het werk van Buro Jansen & Janssen? Wordt dan nu donateur.
Buro Jansen & Janssen heeft hard donateurs nodig om de komende recessie te overleven. Voor het doen van onderzoek is Buro Jansen & Janssen volledig afhankelijk van giften en subsidies.
Stort gul: € 10,- , € 25,- € 50,- of meer per maand op:
Giro: 603904
tnv Stichting Res Publica te Amsterdam
Bij storing van € 50,- of meer krijg je een origineel Jansen & Janssen T-shirt opgestuurd!







Toegang tot databanken en oude kranten/tijdschr
auteur / publicatie: 08 Buro Jansen & Janssen
datum: 23 maart 2006



Buro Jansen & Janssen is een klein bureau met weinig financiële middelen. Onze toegang tot databanken in Nederland is erg goed geregeld. Wij zijn echter ook op zoek naar toegang tot internationale databanken en archieven van buitenlandse kranten en tijdschriften. Vooral de Belgische krant De Morgen, de Engelse krant de Guardian, de Franse kranten Le Monde en Le Monde diplomatique, de Spaanse kranten el Mundo en el Pais en de Duitse kranten die Tageszeitung, die Zeit en die Frankfurter Allgemeine.

Alvast bedankt
Buro Jansen & Janssen








logo buro jansen & janssen
Buro Jansen & Janssen
Postbus 10591
1001 EN Amsterdam
info@burojansen.nl
tel. 020 6123202
sponsor :
logo sponsor xs4all