NRC Handelsblad
17 februari 2006
De kale feiten over terreur
JOOST ORANJE
Check the facts, het belangrijkste dogma voor journalistiek
onderzoek, kan vooral in roerige tijden ontnuchterend
werken. Raadpleeg bijvoorbeeld eens een rapportage
van de AIVD uit 1992 en lees hoe de inlichtingendienst
toen al waarschuwde dat radicalisering van de islam
'zijn weerslag kan hebben op de verhoudingen tussen
deze migrantengroepen in Nederland en hun houding
ten opzichte van de Nederlandse samenleving'. Of hoe
de dienst in 1995 wees op het 'uitermate stigmatiserend
effect' dat aanslagen van islamitische terreurgroepen
in het buitenland hebben op de islamitische gemeenschap
in Nederland.
De politiek deed destijds niets met die opmerkingen,
concludeert het Amsterdamse onderzoeksbureau en journalistencollectief
Jansen & Janssen in zijn nieuwste boek. Maar nu,
in een tijdperk, waarin (islamitische) terreurbestrijding
hoog op de agenda staat, sanctioneert diezelfde politiek
vergaande wetgeving die zowel de rechten van het individu
als de strafrechtspleging onder druk zet. Dat gebeurt,
zo stelt het bureau 'met groot gebrek aan kennis'.
Want voor onderzoek, bijvoorbeeld naar de effectiviteit
van de maatregelen of de werkwijze van politie en
inlichtingendiensten, neemt Den Haag nauwelijks tijd.
Hoe kan het parlement dan zijn controlerende taak
verrichten
Jansen & Janssen werpt bekende, maar prikkelende
vragen op, vooral omdat het onderzoekscollectief,
anders dan in veel van hun vorige publicaties, merendeels
de feiten laat spreken. Mager gestaafd activistisch
complotdenken is achterwege gebleven, al kunnen de
auteurs het hier en daar niet laten de lezer (hun)
sturing te geven. Maar over het algemeen vormen de
kale feiten de leidraad. Het boek zet vele facetten
over terrorismebestrijding op een rij: de wetgeving,
de uitgebreide bevoegdheden van overheidsdiensten,
de actuele strafzaken, het maatschappelijk debat,
de aanpak van inlichtingendiensten. Pas in het laatste,
korte, hoofdstuk volgt het commentaar van de schrijvers
zelf.
Zo ligt er een handig naslagwerk op tafel, maar dat
is nog wat anders dan een goed (onderzoeks)boek. De
voorstanders van het huidige terreurbeleid komen er
bekaaid vanaf, waardoor de lezer moeilijk een objectieve
weging kan maken. Daarnaast was een strenge eindredacteur
geen overbodige luxe geweest. Die had wellicht meer
samenhang weten te brengen in wat nu toch vooral een
bundeling van losse opstellen lijkt. Bovendien had
hij kunnen zorgen voor een aantal onmisbare elementen
voor goed onderzoek: een literatuur- en namenregister
en betere en completere bronvermelding.
Neem je dat allemaal voor lief, dan blijft er een
op zichzelf deugdelijke inventarisatie over van een
hausse aan recente gebeurtenissen, maatregelen en
gevolgen. Een handzaam boek dus om bij lopend nieuws
over Hofstadgroep, kwetsende islam-cartoons of terreurwetgeving
nog eens een blik in te werpen. Want ze mogen op het
eerste gezicht vaak bekend en saai lijken; niets zet
beter aan tot denken dan juist die kale feiten.