• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • De kale feiten over terreur

    datum uitzending: 17 februari 2006

    Jansen & Janssen in de pers :
    De kale feiten over terreur
    NRC Handelsblad

    17 februari 2006

    JOOST ORANJE
    Check the facts, het belangrijkste dogma voor journalistiek onderzoek, kan vooral in roerige tijden ontnuchterend werken. Raadpleeg bijvoorbeeld eens een rapportage van de AIVD uit 1992 en lees hoe de inlichtingendienst toen al waarschuwde dat radicalisering van de islam ‘zijn weerslag kan hebben op de verhoudingen tussen deze migrantengroepen in Nederland en hun houding ten opzichte van de Nederlandse samenleving’. Of hoe de dienst in 1995 wees op het ‘uitermate stigmatiserend effect’ dat aanslagen van islamitische terreurgroepen in het buitenland hebben op de islamitische gemeenschap in Nederland.

    De politiek deed destijds niets met die opmerkingen, concludeert het Amsterdamse onderzoeksbureau en journalistencollectief Jansen & Janssen in zijn nieuwste boek. Maar nu, in een tijdperk, waarin (islamitische) terreurbestrijding hoog op de agenda staat, sanctioneert diezelfde politiek vergaande wetgeving die zowel de rechten van het individu als de strafrechtspleging onder druk zet. Dat gebeurt, zo stelt het bureau ‘met groot gebrek aan kennis’. Want voor onderzoek, bijvoorbeeld naar de effectiviteit van de maatregelen of de werkwijze van politie en inlichtingendiensten, neemt Den Haag nauwelijks tijd. Hoe kan het parlement dan zijn controlerende taak verrichten

    Jansen & Janssen werpt bekende, maar prikkelende vragen op, vooral omdat het onderzoekscollectief, anders dan in veel van hun vorige publicaties, merendeels de feiten laat spreken. Mager gestaafd activistisch complotdenken is achterwege gebleven, al kunnen de auteurs het hier en daar niet laten de lezer (hun) sturing te geven. Maar over het algemeen vormen de kale feiten de leidraad. Het boek zet vele facetten over terrorismebestrijding op een rij: de wetgeving, de uitgebreide bevoegdheden van overheidsdiensten, de actuele strafzaken, het maatschappelijk debat, de aanpak van inlichtingendiensten. Pas in het laatste, korte, hoofdstuk volgt het commentaar van de schrijvers zelf.

    Zo ligt er een handig naslagwerk op tafel, maar dat is nog wat anders dan een goed (onderzoeks)boek. De voorstanders van het huidige terreurbeleid komen er bekaaid vanaf, waardoor de lezer moeilijk een objectieve weging kan maken. Daarnaast was een strenge eindredacteur geen overbodige luxe geweest. Die had wellicht meer samenhang weten te brengen in wat nu toch vooral een bundeling van losse opstellen lijkt. Bovendien had hij kunnen zorgen voor een aantal onmisbare elementen voor goed onderzoek: een literatuur- en namenregister en betere en completere bronvermelding.

    Neem je dat allemaal voor lief, dan blijft er een op zichzelf deugdelijke inventarisatie over van een hausse aan recente gebeurtenissen, maatregelen en gevolgen. Een handzaam boek dus om bij lopend nieuws over Hofstadgroep, kwetsende islam-cartoons of terreurwetgeving nog eens een blik in te werpen. Want ze mogen op het eerste gezicht vaak bekend en saai lijken; niets zet beter aan tot denken dan juist die kale feiten.