• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Internationale politiesamenwerking

    Uit: Europol Dossier 2 Bijlage I

    Wat het daglicht niet kan velen

    Internationale samenwerking in de praktijk Europese politiesamenwerking vond ook plaats voordat Europol in het leven werd geroepen. De ervaringen die daarmee opgedaan zijn, geven inzicht in de alledaagse werkelijkheid van dergelijke samenwerking. Daarmee maakt het tastbaarder wat Europol in de praktijk zal gaan betekenen.
    De Parlementaire Enquete Commissie Opsporingsmethoden heeft in haar onderzoek aandacht besteed aan de internationale politiesamenwerking. Uit het onderzoek blijkt  dat er nogal ruim met de regels van uitwisseling van informatie en het inzetten van infiltranten wordt omgegaan.
    Er blijkt nauwelijk controle te zijn op uit het buitenland verkregen informatie. Een zeer groot deel van de informatie-uitwisseling blijkt via informele kanalen te lopen. De Belgische professor. dr. Brice De Ruijver heeft ook onderzocht hoe informele politienetwerken in Europa functioneren. Net als de van Traa-commissie ondervond hij dat ‘het elkaar bellen’ om na te gaan of er ergens informatie over bepaalde mensen aanwezig is, de gewoonste zaak van de wereld is. Als dat zo blijkt te zijn, worden de bewijsstukken alsnog via de officiële weg (rechtshulpverzoek) opgevraagd.

    lees meer

    Georganiseerde misdaad in Europa

    Uit: Europol Dossier 2 BIJLAGE III

    Moeilijk te meten

    Georganiseerde criminaliteit De legitimatie voor de oprichting van Europol, en andere vormen van politiële en justitiële samenwerking, ligt in de bedreiging van de georganiseerde, grensoverschrijdende criminaliteit. Vanaf het einde van de jaren tachtig wordt deze trom steeds veelvuldiger beroerd.
    Nu bestaat er geen Europese definitie van georganiseerde criminaliteit. Ook in wetenschappelijke kringen worden er verschillende definities gehanteerd.
    Daarnaast is het een cruciale vraag hoe érg het nu eigenlijk precies is gesteld met de georganiseerde criminaliteit. De ingrepen in persoonlijke vrijheden en rechten, de ontbrekende democratische en juridische controle op Europol, het wordt uiteindelijk allemaal gelegitimeerd en geaccepteerd onder verwijzing naar de enorme bedreigingen van de georganiseerde criminaliteit. Er wordt weliswaar door politici veel en hard geroepen dat de georganiseerde criminaliteit een omnipotente bedreiging vormt voor alles dat ons lief is, maar daarmee is het nog niet wáár. Ook is daarmee de vraag niet beantwoordt of de all-out attack die men tegen het fenomeen wenst te lanceren, de beste en geeigende manier is. Om maar niet te spreken over het rijtje burgerrechten dat en passent sneuvelt. Bovendien blijkt keer op keer dat een oprekking van de bevoegdheden naar méér doet smaken. Onlangs pleitten de politiechefs ervoor om de bevoegdheden die ze zich in het kader van de strijd tegen de georganiseerde, of ‘zware’ criminaliteit hadden verworven, uit te breiden naar allerlei andere vormen van criminaliteit.

    lees meer

    Brochure Europol 2 – Inleiding

    Politie zonder verdachten

    Inleiding

    Bij de officiële opening van het Europolkantoor in Den Haag in maart 1995, bood minister van Justitie Winnie Sorgdrager de Europese politiedienst een boompje aan. “Ik hoop en verwacht dat de jonge loot Europol zich zal ontwikkelen tot een sterk en volwassen onderdeel van ons Verenigd Europa” duidde de minister de symboliek. (1)

    lees meer

    De totstandkoming van Europol: Niet fraai, maar het kon nou eenmaal niet anders

    Sinds de jaren zeventig wordt in Europa samengewerkt door de nationale politie- en inlichtingendiensten. De samenwerking had een sterk informeel karakter. Met de verdergaande Europese integratie werd deze samenwerking meer geformaliseerd. Onder de naam Trevi kreeg het overleg een regelmatig karakter en werd de invloed van deze samenwerking op het nationale beleid van de Lidstaten groter. De formalisering van de samenwerking leidde er niet toe dat er meer openbaarheid of democratische controle tot stand kwam. De samenwerking was intergouvernementeel: een onderlinge zaak van de regeringen, waar nationale parlementen niets over te zeggen hebben.
    Met de ondertekening van het Verdrag van Maastricht (december 1991) werd een belangrijke stap gezet om de Europese samenwerking op het gebied van Justitie en Binnenlandse Zaken te intensiveren. In het Verdrag van Maastricht verklaarden de Europese regeringsleiders politie- en justitiezaken tot een kwestie van ‘gezamenlijk belang.’ De samenwerking kreeg een officieel plekje binnen de structuren van de Europese Unie. De Europese Raad voor Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ-Raad) werd het orgaan waarin de samenwerking haar beslag kreeg.
    Toch bleef de samenwerking een vreemde eend in de Europese bijt. De instituten van de Europese Unie, zoals de Europese Commissie, het Europese Parlement en het Europese Hof van Justitie, kregen geen zeggenschap over de politie- en justitiesamenwerking, omdat de samenwerking intergouvernementeel bleef.
    Ook de nationale parlementen staan buiten spel bij bij intergouvernementele samenwerking. Op afspraken tussen regeringen hebben zij geen invloed. Alleen als het uitmondt in een verdrag, kan een nationaal parlement zijn zegje doen. Maar dit is een beperkte invloed: een parlement kan een verdrag alleen in zijn geheel aannemen of verwerpen. Het kan een verdrag niet amenderen of veranderen. De JBZ-Raad, kortom, valt niet echt als een proeftuin der democratie te karakteriseren.
    Het Nederlands Parlement vond de volstrekt marginale rol die het toebedeeld kreeg in JBZ-zaken wel erg mager. Het had al de ervaring van de verdragen van Schengen achter de rug, waarbij voor de Nederlandse praktijk ingrijpende beslissingen tot stand kwamen, zonder dat het parlement daar enige invloed op had kunnen uitoefenen. Als voldongen feiten werden de vruchten van de intergouvernementele samenwerking op het bordje van het Parlement gekieperd: slikken of stikken.
    Om toch enige grip te kunnen houden op de Europese beleidsontwikkeling, bedong het Nederlands Parlement in de Goedkeuringswet van het Verdrag van Maastricht een zogenaamd instemmingsrecht: voordat de Nederlandse regering in de JBZ-Raad haar goedkeuring hecht aan besluiten die Nederland juridisch binden, moet het dat besluit aan de Kamer voorleggen.
    Formeel had de Kamer daarmee een beetje grip op de beleidsontwikkeling. In de JBZ-pijler wordt met unanimiteit besloten. Op het moment dat de Nederlandse Kamer tegen de regering zegt: U mag met dit besluit niet instemmen, spreek het veto maar uit, dan wordt de Europese besluitvorming geblokkeerd. lees meer

    Actieplan georganiseerde criminaliteit

    Uit: Europol Dossier 2 4

    operationeel, pro-actief, effectief, executief

    Actieplan georganiseerde criminaliteit Europol is niet het enige project waarin de Europese politiesamenwerking vorm krijgt. Sterker nog: terwijl de verschillende nationale parlementen zich buigen over de ratificatie van het Europol-verdrag, zijn de Europese leiders al weer een paar stappen verder. Er worden volop plannen gesmeed om de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit verder te intensiveren en het mandaat en de bevoegdheden van Europol uit te breiden. De politieke druk, vooral vanuit Duitsland, om de Europese politiesamenwerking een nieuwe impuls te geven komt tot uiting tijdens de Europese Top van Dublin in 1996.

    lees meer

      nieuwere artikelen >>