• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Overheid subsidieert vervuiling kunstgrasvelden

    Door de aanbeveling van het RIVM uit 2006 te negeren is de overheid verantwoordelijk voor de ernstige vervuiling van het milieu door grootschalig gebruik van rubbergranulaat op de Nederlandse kunstgrasvelden.

    Nadat de toepassing van rubbergranulaat in 2006 is onderzocht door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), heeft zij gerapporteerd aan het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM, thans Infrastructuur en Waterstaat). In Nederland zijn dan 400 kunstgrasvelden aangelegd. In de rapportage spreekt het RIVM haar zorg uit over het gebruik van rubbergranulaat (gemalen rubberen autobanden) vanwege de gevaarlijke stoffen die uitlogen en in het grondwater terecht komen.

     

    Het RIVM beveelt aan om het drainagewater te meten en ervoor te zorgen dat dit niet in het oppervlaktewater wordt geloosd. De overheid verzuimt vervolgens de toepassing van rubbergranulaat te verbieden. Daarnaast worden de waterschappen niet ingelicht over de uitloging van de stoffen. Hierdoor geeft het ministerie een vertekend beeld van de werkelijke situatie, met als gevolg dat het aantal kunstgrasvelden inmiddels is opgelopen tot 2000.

     

    Economische belangen

    Waar de overheid de nadelige gevolgen voor het milieu negeert, houdt zij wel oog voor het economische aspect. Het bedrijf RecyBEM is verantwoordelijk voor de inzameling en verwerking van autobanden en ontvangt 1,30 euro per band. De afspraken worden gemaakt met het ministerie van VROM in het kader van Besluit beheer autobanden [1].

    Het Besluit, dat is gebaseerd op de Wet Milieubeheer, heeft als doel een milieuverantwoorde inname en verwerking van gebruikte autobanden te realiseren. De inzameling levert RecyBEM jaarlijks een bedrag van gemiddeld 10 miljoen euro op.

    In 2001 wordt in Utrecht (sportvereniging Hercules) en Groningen (Sportpark Esserberg) het Styrene-Butadiene Rubbergranulaat op kunstgrasvoetbalvelden geïntroduceerd. Het is afkomstig van autobanden (Granuband) en/of vrachtautobanden (Rumal).

    Het idee om rubbergranulaat van afgedankte banden te gebruiken op de kunstgrasvelden is afkomstig uit Amerika. Daar wordt het materiaal sinds 1998 met succes toegepast vanwege de sporttechnische eigenschappen. De toepassing biedt de oplossing voor het overschot aan afgedankte autobanden in Nederland.

     

    Koepelorganisaties ontzien milieu niet

    De partijen die de ‘belangen behartigen’ van de gemeenten, te weten de Vereniging Sport en Gemeenten (Andre de Jeu), Kiwa ISA Sport, KNVB en NOC*NSF, zien ook slechts voordelen van het rubbermateriaal. Ze zweren erbij omwille van de sporttechnische eigenschappen. En, ook niet onbelangrijk, het is het meest voordelige materiaal om af te nemen. Vanuit het kostenaspect bezien spreekt dat de bezuinigende gemeenten aan. Een enkele gemeente kiest voor de duurdere Infill alternatieven: het synthetische TPE (recyclebaar), EPDM (minder goed recyclebaar) en/of het natuurlijke product kurk en/of kokos.

    In 2006, onder het Kabinet-Balkenende II, als inmiddels 400 kunstgrasvoetbalvelden voorzien zijn van rubbergranulaat, wordt door het onderzoek van het RIVM verricht naar schadelijke stoffen in autobandendeeltjes. Aanleiding zijn de ingezonden Kamervragen van 21 november 2005 door Van der Sande (VVD) en Verbeet (PvdA).

    De uitkomst van het onderzoek Rubbergranulaat als instrooimateriaal in kunstgrasvelden is dusdanig zorgelijk dat het RIVM op 23 juni 2006 een Waarschuwingsbrief [2] aan het adres van VROM richt. Drie stoffen overschrijden ruimschoots de MTR-waarde (Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau). Er wordt aanbevolen om het oppervlaktewater rond kunstgrasvelden te monitoren en de bodemkwaliteit te meten.

     

    VROM negeert adviezen

    Deze harde conclusies zijn niet te weerspreken, maar desondanks start de bandenindustrie, samen met onder andere de KNVB, het NOC*NSF en Ten Cate B.V. (producent van o.a. rubbergranulaat), een eigen onderzoek uitgevoerd door Intron. Uit dat onderzoek blijkt dat de eerdere bevindingen van het RIVM worden gedeeld: “vanwege de gevaarlijke stoffen die rubbergranulaat bevatten, dient de grondwaterkwaliteit en het oppervlaktewater te worden gemonitord” [3].

    Na deze rapporten is het wachten op een verbod van de overheid voor toepassing van rubbergranulaat. Niets is minder waar. Het ministerie van VROM onder leiding van minister Cramer, gaat akkoord met een document dat ervoor zorgt dat de stoffen geen bedreiging vormen voor het milieu. Dit document Invulling van de Zorgplicht [4], ontwikkelt door de bandenindustrie, beschrijft hoe de rubberen korrels zonder problemen gebruikt kunnen worden op kunstgrasvelden.

    Deze beschrijving geeft puntsgewijs aan hoe men voldoet aan de zorgplicht. De zorgplicht [5] is opgenomen in artikel 13 van de Wet Bodembescherming. Het houdt in dat verontreiniging of aantasting van de bodem voorkomen moet worden. Deze handleiding van drie A4-tjes, waarin niets is terug te vinden van de zorgelijke stoffen uit de RIVM- en Intronrapporten, wordt naar een adressenbestand van gemeenten, ingenieurs- en adviesbureaus en aannemers gestuurd. Het is inmiddels 2009 en in Nederland zijn dan bijna 1.000 kunstgrasvelden aangelegd. 

    Saillant detail is dat de waterschappen niet door de overheid op de hoogte worden gebracht van de nieuwe situatie met betrekking tot het monitoren van de bodemkwaliteit en het oppervlaktewater rondom kunstgrasvelden om de gevaarlijke stoffen inzichtelijk te maken, ondanks de aanbevelingen van het RIVM en Intron.

     

    Subsidieverstrekking

    De subsidies worden jaar in jaar uit verstrekt. Over een periode van tien jaar biedt de overheid meer dan 100 miljoen subsidiegelden aan de bandenindustrie [6]. Per band ontvangt de bandenindustrie 1,30 euro, gemiddeld worden jaarlijks 8 miljoen banden ingezameld. Uit de jaarstukken van 2016 is op te maken dat de bandenindustrie in totaal 11.221.827 euro heeft ontvangen. 

    In 2008 komen toegekende subsidies door milieuminister Cramer in opspraak door toedoen van Kamerlid Helma Neppérus (VVD). De Telegraaf van 27 augustus 2008 wijdt er een groot artikel aan: ‘Cramers subsidieparadijs. Vele miljoenen aan overheidsgeld gaan in rook op’. De (banden)industrie blijft echter profiteren van de overheidsgelden. Deze subsidie- werkwijze wordt ook bij het ministerie van Economische Zaken gehanteerd waar men van duurzaamheidssubsidies spreekt. Onder deze noemer worden de subsidieverstrekkingen voortgezet.

    In 2010 wordt 800.000 euro toegekend voor de ‘nuttige’ toepassing van rubbergranulaat. Via Stichting Kenniscentrum Leiden ontvangt VACO (vereniging voor de banden- en wielenbranche) in 2012 een bedrag van 1.819.400 euro aan Europese subsidie. In 2015 wordt door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland een subsidiebedrag aan de bandenindustrie verstrekt van 1.200.000 euro om energie te wekken uit autobanden. In 2015 ontvangt bandenproducent Apollo Tyres 488.777 euro.

     

    Nieuw onderzoek

    Pas eind 2016, onder Kabinet-Rutte II, laait de discussie over de gezondheidsrisico’s van rubbergranulaat voor sporters weer op na een uitzending van het tv-programma Zembla. Het aantal kunstgrasvelden is dan inmiddels gestegen naar 2.000. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu (thans Infrastructuur en Waterstaat) komt in actie vanwege de maatschappelijke onrust die de uitzending veroorzaakt en geeft opdracht voor nieuw onderzoek, maar de effecten op het milieu vallen daarbuiten. Zembla blijft het onderwerp belichten en wijdt eind 2017 een uitzending aan de milieugevolgen die rubbergranulaat veroorzaken.

    Uit verkregen documenten via de Wob (Wet openbaarheid van bestuur), opgevraagd bij verschillende gemeenten in Nederland, blijkt dat geen enkele gemeente voldoet aan de geldende zorgplicht. Dat het ministerie geen signalen heeft ontvangen over de (ernstige) schade die het milieu rondom kunstgrasvelden ondervindt, komt omdat het uitlogen van de gevaarlijke stoffen niet gemonitord is. Dit is de overheid zelf aan te rekenen omdat ze de waterschappen in 2006, ondanks het dringende advies van het RIVM, niet ingelicht heeft.

    Staatssecretaris Van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat kan niet om de feitelijke vervuiling heen die zijn vastgesteld in de uitzending van Zembla. Ze geeft het RIVM/STOWA opdracht voor een verkenningsonderzoek naar de milieueffecten van rubbergranulaat. Dit terwijl in 2006 al onderzoek heeft plaatsgevonden en de conclusies duidelijk zijn gecommuniceerd.

    Op 3 juli 2018 worden de conclusies uit 2006 bevestigd in het nieuwe rapport ‘Verkenning milieueffecten rubbergranulaat bij kunstgrasvelden’ [7]. Op alle onderzochte locaties zijn verontreinigingen van PAK’s (Polycyclische aromatische koolwaterstoffen), zware metalen en minerale olie aangetroffen, alsmede talloze andere stoffen in de berm, het drainagewater en de waterbodem rondom kunstgrasvelden. In het rapport staat dat er zelfs bestrijdingsmiddelen worden aangetroffen. Op één locatie is sprake van acute toxiciteit; hier wordt maar liefst 250 keer normoverschrijding van zink aangetoond.

    Sinds 2006, 12 jaar lang, heeft de overheid willens en wetens vastgehouden aan de toepassing van gemalen autobanden op kunstgrasvelden. Aanbevelingen zijn in de wind geslagen. Economische belangen zijn veiliggesteld. Met als gevolg dat tientallen chemische stoffen zich langzaam verspreiden uit het afvalrubber naar de bodem, naar de berm, naar de waterbodem, naar het oppervlaktewater en grondwater.  

    C. Groenen-Rompelman (groenen72@kpnmail.nl)

     

    Artikel als pdf

     

    1. Besluit Beheer Autobanden

    2. Brief RIVM 23-06-2006

    3. Intronrapport 09-02-2007

    4. VACO Zorgdocument 2009

    5. De zorgplicht is Artikel 13 van de Wet bodembescherming. Dit artikel bepaalt dat de bodem niet mag worden verontreinigd.

    6. Subsidieverstrekker namens ministeries VROM en Economische Zaken was Senternovem. Dit orgaan gaat in 2010 over in Agentschap NL en in 2014 in Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

    7. Milieuonderzoek RIVM juli 2018