• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Controle op maat

    Op 1 juni 1994 is na jarenlange discussie de Wet op de Identificatieplicht in werking getreden. Na veel politiek geharrewar heeft ‘de beperkte identificatieplicht’ het gewonnen van de algehele identificatieplicht. In de praktijk geldt echter voor niet-blanke mensen een volledige identificatieplicht.

    De handhaving van de identificatieplicht vindt plaats door toepassing van de in maart 1993 ingevoerde wet op Anonieme Verdachten. Iedereen die zich in verplichte gevallen niet kan identificeren kan worden gefouilleerd, zes uur worden vastgehouden en er mogen foto’s en vingerafdrukken worden afgenomen.
    Alleen als uiterste middel ‘ter vergemakkelijking van de opsporing en vervolging van strafbare feiten’ mag de identificatieplicht een rol spelen. Fraudebestrijding, ordehandhaving en controle op illegalen zijn de belangrijkste trefwoorden.
    Bij fraudebestrijding vervult de identificatieplicht een rol in combinatie met een uitgewerkt preventiebeleid. In het geval van controle op illegalen wordt de identificatieplicht wel zelfstandig gebruikt. Als onderdeel van de op 1 februari 1994 ingevoerde ‘Wet identificatie bij financiäle dienstverlening’ geldt voor alle geldhandelingen een identificatieplicht. Sinds 1 juni 1994 geldt dit ook bij de aanvraag van uitkeringen in het kader van de sociale zekerheid en bij de aanvraag van een sofi-nummer.
    Bij de bestrijding van het zwartrijden geldt dat er sprake moet zijn van een preventiebeleid voordat de identificatieplicht aan de orde ‘mag’ komen. Vervoersbedrijven zouden ook de civiel-rechtelijke weg in repressieve zin moeten bewandelen om zwartrijden aan te pakken.
    Het derde belangrijke punt van de wet is de identificatieplicht bij voetbalwedstrijden. Deze mag op supporters worden toegepast ‘als redelijkerwijs mag worden verwacht dat zij betrokken raken bij voetbalvandalisme’.

    Vreemdelingentoezicht

    Belangrijkste element van de identificatieplicht is de controle op illegalen. Als reden voor het invoeren werd het wegvallen van de grenscontroles opgevoerd. Ironisch genoeg is met de invoering van de identificatieplicht de ‘grens(gebied)controle’ juist weer flink uitgebreid. Tegelijk met de invoering van de Wet op de Identificatieplicht (WID) is het binnenlands vreemdelingentoezicht fiks uitgebreid. Langs de grenzen is het Mobiel Toezicht Vreemdelingen ingesteld (zie hoofdstuk 3) en in het hele land zijn de vreemdelingendiensten versterkt met 800 agenten. Tussen het ministerie van Justitie en de politiekorpsen zijn ondertussen afspraken gemaakt waarbij het aantal illegalen dat daadwerkelijk moet worden verwijderd is vastgelegd.

    Ter uitbreiding van de controles op de verblijfsstatus van migranten is de Vreemdelingenwet zodanig veranderd dat de identiteitscontroles sinds 1 juni 1994 voor iedereen, ook voor Nederlanders, gelden. Deze op zich kleine verandering is belangrijk omdat de beperking in de oude wet, dat alleen vreemdelingen gecontroleerd mochten worden, hiermee is komen te vervallen. In het verleden moest de politie een ‘redelijk vermoeden’ hebben dat iemand een ‘vreemdeling’ was. De kleine verandering in de wet heeft grote gevolgen. Doordat deze nu op iedereen van toepassing is, is ‘een redelijk vermoeden’ niet meer nodig. Het opent het de mogelijkheid gemakkelijker te controleren. In de praktijk, en dat blijkt niet alleen uit verhalen uit deze brochure, blijft de politie toch vaak op uiterlijk of andere etnische kenmerken selecteren, zowel bij grens- als bij straatcontroles.
    Eenzelfde wijziging heeft plaatsgevonden in de WABW, de Wet Arbeid Buitenlandse Werknemers. In het verleden moesten alleen buitenlanders zich kunnen legitimeren bij controles door de Dienst Inspectie Arbeidsverhoudingen (DIA), tegenwoordig moet iedereen dat kunnen.

    richtlijnen

    Om de praktijkgevallen te kunnen beoordelen naar rechtmatigheid zijn de richtlijnen voor de controles van belang. De in het wetsvoorstel aangekondigde richtlijnen zijn uitgewerkt in deel A5/41.1.1 van de Vreemdelingencirculaire. Identiteitscontroles mogen plaats plaatsvinden als er sprake is van concrete aanwijzingen over illegaal verblijf. Hoe ‘concreet’ is nu concreet? Ten eerste kan besloten worden tot identiteitscontroles op basis van informatie van overheidsinstanties. Als voorbeeld worden de Sociale Dienst en de Inspectiedienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ISZW, voorheen DIA) genoemd. Het kan dus betekenen dat informatie van deze diensten terecht komt bij de vreemdelingenpolitie. Daarnaast kan informatie uit eigen politie-onderzoek ‘concrete aanwijzingen over illegaal verblijf’ opleveren. ‘Ervaringsgegevens’ over eerdere constatering van illegaal verblijf vormen hierbij een belangrijke leidraad. Het zijn vooral de Horeca-teams en teams tegen vrouwenhandel die deze gegevens verzamelen.

    Naast de richtlijnen geldt in bijna politieregio’s dezelfde prioriteit binnen de opsporing van illegalen.
    In alle convenanten die de vreemdelingendiensten het afgelopen jaar hebben afgesloten komt het rijtje criminele vreemdelingen, overlast veroorzakende illegalen, uitzetting uitgeprocedeerden en gecombineerde opsporingsacties met de ISZW op identieke wijze terug.

    Identificatieplicht

    De eerste selectie bij straatcontroles door de politie vindt vaak plaats op huidskleur: zwarte/gekleurde mensen, anders uitzienden, niet-Nederlanders zowel als Nederlanders, worden in de speurtocht naar illegalen aangehouden. Zwarte/gekleurde Nederlandse ingezetenen, genaturaliseerden of mensen in een asiel- of gezinsherenigingsprocedure zijn de dupe van deze vorm van controle. Identiteitscontrole vindt plaats op de openbare weg, op andere publieke plekken dan de straat, zoals in en rondom stations, in stationshallen, op perrons, op metrostations, in delen van het centrum van grote steden, enzovoorts. De politie voert dit soort controle op persoonsgegevens uit. In de politieauto is een computer aanwezig waarmee de verblijfsstatus van de aangehouden voorbijganger direct kan worden vastgesteld.
    De gecontroleerden die geen identiteitspapier kunnen overleggen, worden na een korte check ter plekke vrijwel altijd meegenomen naar het politieburo. Daar vindt nader identiteitsonderzoek plaats. Men kan tot maximaal tien dagen in een politiecel worden vastgezet als het identiteitsonderzoek niet direct vordert of de persoon zonder verblijfstitel blijkt. Vanuit de politiecel kan men direkt worden uitgezet of er volgt vreemdelingenbewaring. Er moet dan wel een last tot uitzetting zijn of deze moet er spoedig komen. De persoon zit zowel op het politieburo als in een gevangenis voor illegalen, zoals Willem II Tilburg, vast op artikel 26 van de Vreemdelingenwet. Dit artikel kent geen tijdslimiet en men zit dan ook vaak zeer lang vast. Dit kan oplopen tot negen maanden of meer. De basis van dit artikel 26 Vw is dat persoon in kwestie een ‘probleem’ is voor de openbare orde en veiligheid. Bedoeld wordt dat hij of zij zou kunnen gaan onderduiken om zich aan uitzetting te onttrekken.
    Bijna de helft van het aantal illegalen wordt vanuit de politiecel of gevangenis uiteindelijk toch niet het land uitgezet, waar het allemaal wel om begonnen was. Zij worden op straat gezet, ‘geÜllegaliseerd’.

    ‘Noodverordeningen’

    In bepaalde delen van Amsterdam Zuid-Oost, zoals de Ganzenhoef en Fazantenhof, wordt regelmatig een ‘noodverordening’ uitgevaardigd. Er heerst dan een soort samenscholingsverbod onder het argument bestrijding van ‘overlast’ waarbij het verboden is met een paar personen in een groepje bij elkaar te staan. Het gaat zelfs zo ver dat op openbare wegen lijnen getrokken zijn, lees ‘grenzen’, die men niet mag overschrijden. Bepaalde gebieden zijn weliswaar probleemgebieden, maar begrippen als ‘overlast’ zijn vaag en rekbaar en worden selectief toegepast. Bovendien is iedereen de dupe van deze samenscholingsverboden, en zwarte mensen in het bijzonder, omdat overlast, criminaliteit en veiligheid vaak in âân adem genoemd worden met illegalen en zwarte mensen. Ook worden er de laatste jaren in Amsterdam de zogeheten Paasoffensieven afgekondigd. Volgens Justitie en politie komen rond die feestdagen hordes criminele illegalen uit met name Noord-Afrika naar Amsterdam om toeristen te beroven. En daar moet tegen opgetreden worden. Er is een aantal cellen speciaal voor hen ingeruimd. En dan gaat de politie aan de slag met regelmatige razzia-achtige controles in het centrum van de stad en op bepaalde metrostations.
    Tijdens het Paasoffensief in 1995 meldde de politie een aantal mensen op heterdaad betrapt te hebben bij tasjesroof in een bus met Engelse toeristen. Onduidelijk bleef om hoeveel mensen het ging die daadwerkelijk op heterdaad waren betrapt en wat er met hun zaak gebeurde. Velen worden namelijk bij deze Paasoffensieven en passant ook aangehouden zonder dat zij een strafbaar feit hebben begaan. Het vreemde is dat tegen de verdachte mensen geen strafzaak dient volgens het strafrecht, terwijl ook illegalen toegang hebben tot het strafrecht. De verdachte moet zich kunnen verdedigen met behulp van een advocaat. In deze Paasoffensieven worden de aangehouden personen op basis van de Vreemdelingenwet in politiecellen en illegalengevangenissen geplaatst, en zonder vorm van proces maandenlang vastgezet. Een soort administratieve hechtenis dus, waarna illegalen indien mogelijk uitgezet worden. De combinatie illegaal-crimineel ligt bij Justitie en politie v¢¢r in de mond. Negatieve beeldvorming over illegalen wordt zo gevoed, ook door verdachte en onberechte illegalen in vreemdelingenbewaring te plaatsen.
    De praktijkverhalen laten zien dat de richtlijnen voor de identificatieplicht in praktijk niet zo nauw worden genomen.
    Een analyse van een groot aantal (vreemdelingen)rechtszaken laat hetzelfde beeld zien (Migrantenrecht 1995, 1, p 8-13). De rechtbank oordeelde dat de politie in een aantal gevallen ten onrechte de identiteit had gecontroleerd. In de volgende gevallen vonden de rechters dat er onvoldoende concrete aanwijzingen waren geweest voor een vermoeden van illegaal verblijf:

    – vreemdeling aangehouden bij niet nader omschreven controle, zag er verdacht uit (ZP Den Bosch, 13/6/1994 AWB 94/3169);
    – vreemdeling aanhouden in een nieuwbouwwijk tijdens een regelmatig ter preventie van inbraken gehouden politiecontrole, op geen enkele wijze gebleken dat hij zich in de nieuwbouwwijk verdacht zou hebben opgehouden (ZP Den Bosch 28/6/1994 AWB 94/3376);
    – uit de stukken blijkt geen vermoeden van schuld aan het plegen van een strafbaar feit, strafrechtelijke aanhouding onrechtmatig, tevoren geen concrete aanwijzingen over illegaal verblijf; staandehouding onrechtmatig, bewaring onrechtmatig (ZP Haarlem 9/8/1994 AWB 94/2797);
    – vermoeden van drugsrunners (rijden in een auto met Frans kenteken door jeugdige personen in Rotterdam) bleek niet juist, vervolgens WVW-controle, pas daarna concrete aanwijzingen over illegaal verblijf; staandehouden niet rechtmatig, derhalve bewaring onrechtmatig (ZP Den Bosch 23/8/1994 AWB 94/5683).

    Ter vergelijking een aantal zaken waarbij de rechters wel akkoord gingen met de aanhoudingen:

    – op heterdaad betrapt, kon zich niet legitimeren (Haarlem 21/7/94 nr 94/2313); – onderzoek na melding van diefstal, vreemdeling liep weg, aanvankelijk aanhouding op verdenking strafbaar feit, geen identiteitsdocument, staande houden rechtmatig (Haarlem 22/7/94 nr 94/832);
    – bij huiszoeking door RC grote som geld aangetroffen, redelijk vermoeden van schuld, bekend drugspand, strafrechtelijk aanhouding rechtmatig, staandehouding ook (Haarlem 11/8/94 nr 94/2871);
    – uit eigen onderzoek van de politie zijn leegstaande panden bekend waarin regelmatig illegale vreemdelingen verblijven, rechtmatig (Haarlem 11/8/94 nr 94/2984);
    – controle van uitzendkracht/schoonmaker op doorlaatpost KMAR, vreemdeling kon zich niet legitimeren, uit nader onderzoek bleek valse vestigingsvergunning en eerdere uitzetting, staandehouding rechtmatig (Haarlem 27/6/94 nr 94/1867); – bij verkeerscontrole bleek onduidelijkheid over verblijfsstatus autobestuurder, Frans sprekende inzittenden werden ook gecontroleerd en bleken illegaal: rechtbank acht een en ander in het kader van de uitoefening van de overige politietaken voldoende concrete aanwijzingen (Haarlem 20/7/94 nr 94/2014);
    – melding naar aanleiding van oplichtingsactiviteiten van een bende dat een man met vermoedelijk een vals paspoort een bankrekening wilde openen, staande houding ex art 19 rechtmatig geacht (Haarlem 19/11/94 nr 94/4823).
    Van belang is dat, anders dan in het verleden, een verkeerde toepassing van de identificatieplicht opheffing van de vreemdelingenbewaring tot gevolg heeft.

    Computerregistratie

    In de uitvoeringsconvenanten, die in 1995 in het kader van de uitbreiding van het vreemdelingentoezicht zijn gesloten, hebben de verschillende politieregio’s hun prioriteiten gelegd bij het op orde brengen van de administraties. In bijna alle regio’s is of wordt momenteel het Vreemdelingen Administratie Systeem (VAS) ingevoerd.
    Deze registratie zal in de naaste toekomst het belangrijkste onderdeel gaan vormen van het vreemdelingentoezicht. Al sinds jaar en dag worden buitenlanders in Nederland geregistreerd bij de verschillende vreemdelingendiensten. Gebeurde dat vroeger nog gewoon met kaartjes, met de komst van de computer hebben de meeste vreemdelingendiensten een geautomatiseerde administratie ingevoerd. De Immigratie- en Naturalisatie Dienst (IND) van het Ministerie van Justitie houdt een uitgebreide registratie bij van allen die een asielaanvraag hebben gedaan. Hiernaast houdt de marechaussee bij welke buitenlanders het land niet in mogen. Momenteel loopt er ook een Europees experiment om vingerafdrukken van asielzoekers geautomatiseerd uit te wisselen. Met de opzet van het VAS is al in 1982 begonnen, alleen is het doel de afgelopen jaren bijgesteld. Begin tachtiger jaren was de bedoeling om de procedures te versnellen en de werkdruk van de vreemdelingendiensten te verlichten. Het VAS zal nu vooral een belangrijke rol gaan spelen in het oppakken en verwijderen van illegalen. Bij de uitwisseling van gegevens over buitenlanders, maar ook bij politiecontroles, zal het VAS een zeer belangrijke rol gaan spelen. Elke regionale vreemdelingendienst heeft of krijgt een eigen DVAS (Deel VAS). Deze bevat de uitgebreide dossiers van geregistreerde migranten. In het hele land zal op dezelfde manier worden geregistreerd zodat uitwisseling eenvoudig is. Bovendien is er het Centraal Register Vreemdelingen (CRV), dat beheerd wordt door de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI). Hierin zitten een aantal basisgegevens van alle migranten die in Nederland verblijven. Naast de persoonsgegevens zijn ook een pseudoniem en gegevens over de verblijfsstatus opgenomen. Elke migrant krijgt een CRV-nummer en een vermelding van de vreemdelingendienst. Vreemdelingendiensten hebben dag en nacht toegang tot dit systeem. Zij kunnen bovendien met elkaar en met Justitie communiceren om gegevens op te vragen en uit te wisselen. Het bijgevoegd plaatje geeft de structuur duidelijk weer. Naast alle persoonsgegevens is het VAS ook voorzien van een foto van de betreffende migrant die op een soortgelijke manier op te vragen is. In een apart systeem, VISAGE/VRD, zijn de foto’s met ‘optimale kleurenkwaliteit’ opgeslagen. Via een eigen nummer zijn ze direct gekoppeld aan het VAS.

    Het VAS is zodoende een uitgebreid informatiesysteem over alle migranten in Nederland. Doordat alle informatie op dezelfde wijze genoteerd staat is uitwisseling van gegevens erg eenvoudig. Niet alleen binnen het systeem maar ook met andere systemen. Daarnaast is het mogelijk met het VAS gegevens op te vragen die nodig zijn in de procedure die een vreemdeling doorloopt, een soort standaard formulieren systeem. Tenslotte is het met het systeem mogelijk gegevens op verschillende categorieän te sorteren. Zo kan het systeem een uitdraai geven van bijvoorbeeld alle buitenlanders boven de 15, of alle buitenlanders die niet aan hun meldingsplicht hebben voldaan, of alle Turken in Nederland.
    Het VAS zal een belangrijke rol gaan spelen bij het uitsluiten van illegalen van voorzieningen, zoals huursubsidie, uitkeringen, etc. In de toekomst moeten ambtenaren de verblijfsstatus van migranten gaan controleren bij aanvraag van een dienst. De wettelijke regelingen hiervoor worden voorzien in de Koppelingswet (zie hoofdstuk 2). De controle van migranten zal via de Gemeentelijke Basis Administratie gaan lopen. Op aandringen van de gehele Tweede Kamer zal in dit systeem ruimte worden gemaakt om een stuk of negen verschillende verblijfsstatussen voor migranten op te nemen. Het VAS zal de leverancier van dit systeem moeten worden.
    De uitwisseling van gegevens beperkt zich echter niet alleen tot die van het VAS naar de (semi-)overheidsdiensten. De informatiestroom zal ook de andere kant op lopen. Zo moeten de Sociale Diensten aan de vreemdelingendiensten doorgeven of iemand een uitkering heeft. Dit kan dan weer gevolgen hebben voor de verblijfsstatus, die in sommige gevallen gekoppeld is aan het hebben van werk. Ook bij de straatcontroles zal het VAS een belangrijk instrument worden om migranten te controleren. De databestanden van het Centraal Register Vreemdelingen worden direct toegankelijk voor alle politiekorpsen, zodat de gegevens die iemand op grond van de nieuwe identificatieplicht verstrekt direct gecontroleerd kunnen worden. Voorstanders van deze koppeling beargumenteren dat migranten dan niet meer in de situatie terecht kunnen komen waar ze onterecht een dag worden vastgezet ter vaststelling van hun verblijfsstatus. Tegenover dit schijnbare voordeel staat het grote gevaar van toenemende controle. Het wordt natuurlijk vrij simpel om bij elke aanhouding van een als buitenlands ogend persoon de verblijfsstatus te controleren in het VAS. De problemen die hierbij ontstaan spreken voor zich: in de praktijk zullen zwarte mensen gecontroleerd worden. Voor zwarte Nederlanders ontstaat helemaal een vreemde situatie. Zij komen niet voor in het VAS, dus zullen zij moeten aantonen dat ze Nederlander zijn, een omgekeerde bewijslast. Naast de identificatieplicht vormt het VAS dus het sluitstuk binnen de opsporing van illegalen. Wie zich niet kan legitimeren en niet in het VAS voorkomt, of geregistreerd staat als illegaal, wordt verwijderd.

    Eind ’94, rijdt Chris met drie zwarte vrienden in een auto. Een politie-auto komt achter hen rijden en dwingt hen te stoppen. De politieagenten stellen dat de auto onverzekerd rondrijdt; de inzittenden denken dat de auto ook wordt aangehouden omdat er vier zwarte mensen inzitten. Twee van hen (ook illegalen) springen uit angst uit de auto en sprinten weg. Chris blijft gewoon zitten in de veronderstelling dat hij zo kort na zijn vrijlating niet opnieuw zal worden gearresteerd. Een pijnlijke vergissing, zo merkt hij al snel. Er wordt hen naar hun identiteitspapieren gevraagd. De bestuurder kan deze wel tonen. Chris heeft deze echter niet en toont de agenten wel het papier van zijn eerdere arrestatie en dumping, maar dit negeren ze. Opnieuw volgt na ruim een week diverse politiecellen detentie in de illegalengevangenis Willem II. Dit keer wordt hij na een maand op het station Tilburg gedumpt met een treinkaartje richting Amsterdam en het bevel Nederland binnen enkele dagen te verlaten.
    Half februari ’95 wordt Chris voor de derde maal aangehouden. Vijf ge?niformeerde politieagenten vallen een huis in de Amsterdamse Bijlmer binnen waar Chris en een ander op dat moment aanwezig zijn. De agenten zeggen van de vreemdelingenpolitie te zijn, op zoek naar uitgeprocedeerde illegalen in dat huis. Zij doorzoeken alles. Chris heeft zich in de douche verstopt, maar wordt gevonden. Beide personen voelen zich danig geÜntimideerd, de agenten maken opmerkingen als ‘mensen zoals jullie hebben we hier niet nodig’. Chris en de ander worden meegenomen omdat identiteitspapieren ontbreken. Chris laat tevergeefs zijn papieren van de twee eerdere aanhoudingen en dumpingen uit bewaring zien.
    Op het politieburo wordt gevraagd of ze geld voor een advocaat hebben, wat beiden ontkennen. De twee zitten zeven dagen in een politiecel, zonder advocaat. Dit is vreemd want iedere arrestant heeft na zes uur recht op een piketadvocaat. De politie kondigt hun deportatie aan, terwijl die op dat moment daar geen uitspraak over kan doen. Chris wordt overgeplaatst naar een illegalengevangenis. Eind maart ’95 komt Chris vrij. Van het jaar dat hij dan in Nederland is, heeft hij negen maanden in de gevangenis doorgebracht omdat hij geen papieren heeft.

    Melvin leert in oktober ’93 fietsen in Den Haag. Dat leerproces en deze integratiepoging (een fiets is toch typisch Hollands?) komt hem meteen duur te staan: hij wordt aangehouden omdat in hij de verkeerde richting fietst. “Je rijdt op een vrouwenfiets,” zegt de agent die hem aanhoudt ook nog, “…je kunt helemaal niet fietsen.” Melvin moet zijn identiteitspapier laten zien, heeft dit echter niet. Hij wordt dan twee dagen in een politiecel opgesloten na een computerregistratie, daarna weer gedumpt op straat.

    Ahmed wordt bij het verspreiden van reclamekranten aangehouden door de politie en om zijn identiteitsgegevens gevraagd. Die kan hij niet tonen. Hij heeft ‘geluk’, de politie laat hem gaan…

    Pierre, Rwandees vluchteling, reist per schip vanuit Burundi richting Polen. Via Polen reist hij verder over land naar Nederland. Hij meldt zich bij aankomst hier bij de korpschef met een Brits paspoort van een ander. De korpschef wijst hem er op dat hij drie maanden de tijd heeft voor het zoeken van werk. Hij gaat op zoek, meldt zich bij uitzendburo Tempo Team. Dit buro eist voor uitbetaling zijn bankpasje. Pierre opent dan een bankrekening. De bank in Assen vraagt om zijn identiteitsbewijs en ontdekt dat het door hem overgelegde paspoort niet van hem is. Hij wordt apart genomen en door de politie opgehaald. Op het politieburo zit Pierre negen dagen in een cel, waarna hij in Huis van Bewaring (HvB) Zwolle wordt geplaatst wegens illegaliteit. Hij krijgt een advocaat toegewezen en vraagt asiel aan. Het is dan eind december ’94. Zijn asielverzoek wordt niet ontvankelijk verklaard omdat hij geen geldig document van grensoverschrijding heeft en Justitie niet geheel zeker is over de door hem opgegeven identiteit. Pierre blijft in bewaring in HvB Zwolle. Na 1 maand en 1 week wordt hij bij wijze van strafmaatregel overgeplaatst naar de gevangenis in Veenhuizen, waarna hij vrij komt en toch naar een Opvangcentrum voor asielzoekers (OC) te Schalkhaar doorverwezen wordt. Daar wacht hij de asielprocedure verder af, totdat hij in mei ’95 samen met andere vluchtelingen in het OC wordt opgepakt als uitgeprocedeerde. Pierre zit dan 5 maanden in HvB Nieuwersluis. In oktober ’95 volgt overplaatsing naar de grensgevangenis in Amsterdam Zuid-Oost. In november ’95 wordt hij met handboeien om bij de Nigeriaanse ambassade gepresenteerd. Pierre is Rwandees, de Nigeriaanse ambassade erkent hem niet als Nigeriaan. Na anderhalve maand grensgevangenis wordt Pierre op straat gedumpt. Pierre gaat naar een vriend in een ROA-huis (Regeling Opvang Asielzoekers) in Assen. De politie valt deze vluchtelingenwoning binnen op zoek naar een bepaald persoon en neemt en passant ook de andere drie bezoekers mee. Pierre wordt opnieuw vastgezet wegens illegaal verblijf. Zijn voorgeschiedenis in de gevangenis en in de computer plus het tonen van een Brits rijbewijs mag niet baten. Hij zit een weekendje in de politiecel. De gezochte persoon wordt zonder verder proces een maand later vrijgelaten, hoewel hij beschuldigd wordt van een strafbaar feit in verband met bankfraude. De andere bezoeker is getrouwd met een Nederlandse en wordt direkt weer vrijgelaten.

    Brian reist per metro, ook eenmaal zonder ticket. Hij is niet de enige in de coupâ die geen ticket heeft. De anderen zonder ticket zijn blank. Brian is wel de enige die zich moet identificeren. Hij wordt meegenomen omdat hij geen papieren heeft. Na controle op een politieburo, waaruit blijkt dat hij eerder uit de grensgevangenis is gedumpt, wordt hij weer op straat gezet.