• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Infiltrant Adrian Franks – verslag van een speurtocht

    Half mei werd buro Jansen & Janssen benaderd door mensen van A SEED die serieuze twijfels hadden over de betrouwbaarheid van een activist in Frankrijk, Adrian Franks uit Equihen-Plage. Een anonieme brief met zware beschuldigingen was de aanleiding een onderzoek in te stellen. Hij zou informatie over actiegroepen duur verkopen aan multinationals. Het verslag van een speurtocht.

    Gepubliceerd in Ravage,

    ‘Tot voor kort werkte ik als assistente van de chef beveiliging van een multinationale oliemaatschappij. In die tijd werd mijn baas benaderd door iemand die hem informatie aanbood over extremistische groepen die van plan waren het bedrijf aan te vallen.’ Zo begon de anonieme brief, geschreven in het Engels en ondertekend door een vrouw, die begin mei werd toegestuurd aan de milieu-actiegroep A Seed. ‘Hij zei dat de top van het bedrijf en hun familie gevaar liepen omdat deze actievoerders gewelddadig waren en erg gevaarlijk.

    ‘Hij zei dat hij als free lance security consultant werkte en optrad als adviseur voor meerdere multinationals waaronder British Aerospace, Rio Tinto en een defensiebedrijf in Frankrijk. Zijn naam was Adrian Mayer en op zijn visitekaartje stond het adres 95 Rue de la Marine, 62224 Equihen-Plage.’

    Bij A Seed gingen op dat moment de alarmbellen rinkelen. Een van hun contacten in Frankrijk was iemand met dezelfde voornaam, op hetzelfde adres. Alleen was hij bij hen bekend als Adrian Franks.

    ‘Hij liet een heleboel documenten bij ons achter, met name interne documenten van A Seed, veel over Oil Watch groepen, stukken van Earth First, met details over hun anti-oil campagne. Er waren ook documenten van iets dat ‘Corporate Watcher’ heette.’

    ‘Corporate Watch’ moet dat zijn, een Engelse groep die actievoert tegen multinationals. Juist door zo’n foutje doet de brief authentiek aan. Adrian Franks heeft recent het kantoor van A Seed in Amsterdam bezocht en een middaglang uit de archieven staan kopiëren.

    ‘Hij zei dat zijn agenten naar alle vergaderingen gingen van wat hij extremistische actiegroepen, om dat te bewijzen liet hij een rapport zien over een conferentie in Genève. Er waren ook papieren over ‘Hot Springs’ en ‘Peoples Global Action’.

    Die conferentie in Genève was de Corporate Roundtable, een bijeenkomst van actiegroepen voorafgaand aan de People’s Global Action week in februari van dit jaar. A Seed schreef een kritische evaluatie over deze bijeenkomst -waarschijnlijk het enige rapport dat er over de Corporate Roundtable bestaat- en Adrian kopieerde het bij zijn bezoek.

    ‘Als aanvulling op de informatie over acties, zei hij dat hij een database had van tienduizenden actievoerders en dat hij sollicitanten kon screenen voor bedrijven. Hij beweerde ook dat hij voor het Franse leger had gewerkt. Het normale tarief waarvoor hij werkte was vijfduizend dollar per maand.’

    De eerste vraag was hoe de brief opgevat moest worden. Iedereen kan een anonieme brief schrijven. Maar deze vrouw had persoonlijk niets tegen mr. Mayer. Wees voortaan wat voorzichtiger met wie je in vertrouwen neemt, schrijft ze.

    ‘Een van de redenen dat ik ontslag heb genomen was omdat de security staff van het bedrijf in het geheim bereid was alle mogelijke middelen in te zetten, inclusief illegale methodes, om informatie te verkrijgen over de vijanden die ze meenden te hebben. I have a sense of honesty and fairplay, en ik heb het gevoel dat deze manier van werken uit de hand gaan lopen, als niemand het aan de kaak stelt.’

    Al voor de eerste vergadering met buro Jansen & Janssen bedachten mensen van A Seed een plannetje om Adrian in de val te laten lopen. Ze lieten vanuit de Verenigde Staten iemand opbellen naar het telefoonnummer dat Adrian als activist gebruikt. De beller vroeg naar Adrian Mayer, kreeg hem aan de lijn en checkte nog een keer of hij werkelijk met Adrian Mayer sprak. Het antwoord was ja. Op een verzoek om informatie over actievoerders voor een groot bedrijf in Europa, reageerde Adrian niet verbaasd of afwijzend. Hij zei:

    ‘I can’t open my addressbook just like that, I need to check you first.’ Maar omdat de beller geen fax of postbusnummer kon geven waar de informatie eventueel naartoe moest, liep het gesprek dood.

    Deze poging was eigenlijk een beetje te vroeg. Adrian raakte gealarmeerd -hij stuurde per e-mail een waarschuwing rond aan bevriende groepen dat hij een raar telefoontje had gehad- wat nadere stappen in die richting een stuk moeilijker maakte.

    Desondanks was Adrian’s reactie een reden temeer om de brief serieus te nemen. Het zou een opzetje kunnen zijn, van iemand die Adrian niet mag, of om verwarring te zaaien in groepen waarin hij actief is. Maar dat lijkt na zorgvuldige afweging niet echt waarschijnlijk. Teveel van de details in de brief stroken met de werkelijkheid, en voor optie twee is zijn rol in de actiebeweging niet belangrijk genoeg. Ook de mogelijkheid dat hij met edele motieven infiltreert bij bedrijven, is uit te sluiten. Dat levert niets op, behalve een hoop geld voor hemzelf, en bovendien maakt hij degenen voor wie dat bedoelt zou zijn onnodig zwart. Het verhaal dat er mensenlevens in gevaar zijn door toedoen van door hem genoemde actievoerders is klinkklare onzin, en nog riskant ook.

    Wat is er waar van de anonieme brief? Dat Adrian zich laat aanspreken door de naam Mayer, en in principe bereid lijkt aan nader te identificeren cliënten informatie te leveren over actiegroepen zegt niet genoeg. Voor wie werkt hij, dat is de grote vraag.

    Behalve bij A Seed is Adrian in Nederland ook bekend bij Amok-Maritiem. Daar kennen ze hem als deelnemer aan het European Network Against Arms Trade (Enaat) al sinds eind 1996. Eerder dat jaar schreef hij Amok een brief vanuit Beauvais om zichzelf te introduceren: ‘Wij zijn een recent heropgerichte groep die contact wil leggen met mensen die achter de ideeën van Earth First! staan door heel Europa.’ Hij noemt meteen de onderwerpen die ook later zijn stokpaardje blijven: de criminele aspecten van wapenhandel en de bankkredieten die dat mogelijk maken. Het adres van Amok heeft hij gekregen van Agir Ici, een grote Franse organisatie vergelijkbaar met Milieudefensie hier. Hij wil graag op de mailinglist om op de hoogte te blijven. In november 1996 bespreekt het Enaat-overleg in Zürich voor het eerst het plan om actie te gaan voeren bij de grote internationale wapenbeurs Eurosatory in Parijs, in juni 1998. Adrian komt als geroepen: iemand met contacten in de Franse actie-beweging, die nog vloeiend Engels spreekt ook. Hij krijgt als taak te proberen grote, wat gematigde Franse organisaties achter de Eurosatory-campagne te krijgen. Het pamfletje dat hij vervolgens produceert is ook na herhaalde redactionele ingrepen uit Amsterdam veel te radiaal, het staat vol met holle retoriek en allesomvattende complottheoriën. Daarmee heeft hij het bij Agir Ici en Amnesty International -die net begonnen aan een campagne tegen stroomstokken en dus welwillend waren- compleet verknald. Adrian is sindsdien steeds meer op een zijspoor gezet.

    Het verbaast de mensen bij Amok Maritiem niet dat er nu verdenkingen tegen hem zijn gerezen. Eigenlijk vonden ze hem al van het begin af aan geen prettig figuur, door zijn manier van doen, zijn overheersend gedrag op vergaderingen, en altijd dat gehamer op de link wapenhandel-banken-oliehandel. Hij had veel kritiek om de Enaat-campagne rond wapenhandel met Indonesië, terwijl dat nou net de enige echt geslaagde actie is geweest sinds de oprichting van het Netwerk in 1982. Een ruziezoeker, die ook bij andere leden van het overleg niet goed viel. Iemand van het International Peace Bureau belde Amok om te vragen wat dat voor iemand was. Ook een activist uit Bangkok, met een heel andere cultuur en achtergrond, vroeg voorzichtig naar Adrian’s betrouwbaarheid.

    Nu pas blijkt dat iedereen die hem kent hem raar vond. Omdat hij altijd liep te kankeren op de vegetarische pot geserveerd bij actie-bijeenkomsten, hij haalde liever zelf wat. Omdat hij zich uitgaf voor radicale dierenactivist, maar wel vlees eet – een doodzonde in deze kringen.

    Kennelijk was er nooit eerder voldoende verdenking om de zaak verder uit te zoeken. Nu er wel een concrete aanleiding is, blijkt dat niemand de achtergrond van Adrian precies kent. Hij is actief geweest bij het dierenbevrijdingsfront, maar of dat in Frankrijk was of in Engeland, daarover verschillen de meningen. Of was het zijn vrouw die heeft vastgezeten voor acties van het Animal Liberation Front? En is dat dan zijn huidige vrouw, of de moeder van zijn kinderen die hem nog steeds geld toeschuift voor hun verzorging? Mensen die hem kennen van vergaderingen hebben allemaal verschillende stukjes informatie. Hij heeft twee kinderen -of vier- en een van hen zou ernstig gehandicapt in een inrichting wonen. Verdient hij zijn geld als freelance fysiotherapeut of als pedicure zonder eigen praktijk? In ieder geval kan hij onmogelijk veel tijd overhouden om te werken, gezien zijn drukke actie-agenda. Desondanks heeft hij geld genoeg om regelmatig per vliegtuig naar het buitenland te reizen en altijd met de auto naar vergaderingen te komen.

    Adrian’s clubje heet Eco-action, en hij geeft zich uit voor contactpersoon van Earth First! Frankrijk. Dat kan hij makkelijk doen. Earth First! is geen organisatie met kantoren en betaalde medewerkers, maar een netwerk van autonome lokale actiegroepen. Meer dan de slogan en een radicale actie filosofie is het niet, alhoewel het concept van kleine plaatselijke groepen die zelf bepalen wat voor campagne ze voeren enorm aanslaat. In Groot Brittannië zijn sinds 1991 zestig groepen ontstaan, veel daarvan tegen de uitbreiding van het snelwegnet. Earth First! Frankrijk is nagenoeg non-existent, maar daarvan zijn de Engelsen slecht op de hoogte. Net als het Animal Liberation Front is Earth First! een prima binnenkomer in de actiewereld. Ze staan goed bekend, en niemand vraagt verder vanwege respectievelijk het geheime en het autonome karakter van hun activiteiten.

    Een snelle speurtocht op Internet leert dat Adrian zijn adres op alle internationale lijsten van Earth First! heeft staan als hèt contact voor Frankrijk. Ook staat zijn groep als zodanig vermeld op de Peace-agenda op het net en de pagina van het Enaat-overleg voor de campagne tegen de Eurosatory wapenbeurs in Parijs. Verder is Eco-Action in Equihen-Plage te vinden als contactpunt voor de Hot Spring, een verzameling van manifestaties tegen de liberalisering van de wereldeconomie vanuit milieu-oogpunt, en op verschillende aanverwante adreslijsten.

    Het doorbladeren van de map Ingekomen Post bij A SEED en Amok levert de opeenvolgende adressen die de groep sinds 1996 als afzender gebruikt. Achtereenvolgens Laval, twee plekken in Beauvais en sinds september vorig jaar Equihen-Plage, een dorpje aan de kust vlakbij Boulogne. Daar staat hij onder de naam Adrian Franks in het telefoonboek.

    In zijn emailadres eco-action.ef.mala@wanadoo.fr zijn de namen van zijn actiegroepjes verwerkt (mala staat voor een frans initiatief tegen mishandeling van dieren). Zijn emailaccount blijkt bij de provider van de Franse PTT (Wanadoo) geregistreerd op naam van Adrian Le Chene in Beauvais. Die naam heeft hij ook een tijdje gebruikt in mailtjes aan Amok, wat hij verklaarde met het smoesje ‘foutje van de PTT’. Voordien had hij nooit een achternaam, en nadien noemde hij zich Adrian Franks.

    Uit verdere naspeuringen in Frankrijk bleek waarom de naam Le Chene zo cruciaal was, en geheim moest blijven. Onder die naam heeft Adrian een bedrijf met de naam

    Risk Crisis Analyses, opgericht in Beauvais, thans gevestigd in Equihen-Plage. ‘Secretariaat en vertaling’ staat er summier als activiteiten opgegeven, er zijn geen werknemers en het bedrijf heeft een mobiele telefoon – met een geheim nummer. De datum van oprichting is volgens het Franse Bureau voor de Statistiek (INSEE) 1 februari 1997; dat is kort na de start van Adrian’s activiteiten voor de campagne tegen Eurosatory.

    Het moederbedrijf van Risk Crisis Analyses zetelt in Rochester, Groot Brittannië. Over de vestiging in Equihen-Plage is als filiaal van een buitenlands bedrijf niets geregistreerd bij de Kamer van Koophandel in Frankrijk. Ook in Engeland heeft Risk Crisis Analysis een geheim telefoonnummer. Via de Kamer van Koophandel is het vooralsnog niet gelukt een adres te vinden.

    De tijd begint te dringen, het is eind mei. De verzamelde aanwijzingen zijn op zich voldoende om het contact met Adrian te verbreken. Maar we willen meer. We willen het liefst het hele verhaal. Weten voor wie hij werkt, welke bedrijven gebruik maken van dit soort mensen. En dat zal van Adrian zelf moeten komen.

    Een mogelijkheid om meer over hem te weten te komen dient zich vanzelf aan. A Seed is wanhopig op zoek naar nieuwe bestuursleden en Adrian solliciteert per email. Alhoewel het niet de gewoonte is bij A Seed, wordt voor deze gelegenheid gevraagd om uitleg over de achtergrond en motivatie van de sollicitant.

    Adrian’s antwoord voegt niet veel toe aan wat we al weten. Een warrig verhaal over zijn drijfveren, en Eurosatory als mijlpaal in zijn actiegeschiedenis, als proeve van deskundigheid in het bijelkaar brengen van gematigde en meer radicale groepen.

    ‘Jaren geleden kwam ik tot de ‘alternatieve E.F! visie’ toen ik het idee had dat ik iets radicaals voor het welzijn van dieren moest doen en misstanden van overbodige staatsuitgaven aanklagen terwijl instellingen voor psycho-motorisch gehandicapte mensen -nog steeds- met een zwaar tekort aan personeel en subsidie kampen.’ (de aanhalingstekens zijn van Adrian; ook in het Engels is het een hele rare zin).

    De hoogste tijd om in Equihen-Plage langs te gaan. Het verhaal is als volgt. Adrian heeft de laatste maanden veel interesse getoond in Oil Watch, een project bij A Seed speciaal gericht op de activiteiten van oliemaatschappijen. Nu gaat Oil Watch hem benaderen voor een nieuw op te richten ondergronds netwerk dat acties tegen Shell in Nigeria wil voeren. Dat netwerk is zo geheim dat er niet over de telefoon of per email over gesproken mag worden. Adrian hapt.

    Het bezoek bevestigt onze indrukken, maar brengt geen concreet bewijs. Hij heeft een klein kantoortje ingericht achterin de garage van een groot vrijstaand huis aan een stil straatje in Equihen-Plage, met uitzicht op zee. Drie tafels met dure computers en een printer, kennelijk onlangs gekocht want de oude apparatuur staat er ook nog. Een kast vol ordners, met de namen van actiegroepen erop: EF!, Enaat, Greenpeace, A Seed enzovoort. Er hangt één affiche aan de muur, van de Hot Spring campagne.

    Het gesprek verloopt vrij moeizaam, Adrian lijkt op zijn hoede. Hij geeft korte antwoorden en gaat nergens echt op in. Soms zit hij ronduit te bazelen. Hij vindt het zo jammer dat hij nooit in landen als Nigeria of Colombia is geweest. Waar hij dan wel is geweest. In Noord Afrika. Waar was dat dan voor? In het kader van de dierenrechtenstrijd. Op de verbazing van zijn bezoekers reageert hij nerveus. Zegt in het Frans tegen zijn vriendin die erbij zit: ‘Ik heb een gat in mijn geheugen’ en probeert zich eruit te praten door te zeggen dat het was om de situatie te vergelijken.

    Verder legt Adrian uit dat hij de dierenrechtenbeweging in

    Frankrijk niet zo groot is, zijn groep is vooral actief in Engeland. Ook de bezigheden met betrekking tot wapenhandel en oliemaatschappijen spelen zich vooral af aan de andere kant van het Kanaal. Hij beweert betrokken te zijn bij de Crude Oil Campaign van Corporate Watch.

    Het nieuw op te richten ondergronds netwerk heeft zijn belangstelling, maar hij vraagt niet door over de inzet van de campagne, het politieke doel en de te hanteren middelen. Hij weet nog wel anderen om te benaderen, maar de computer gaat niet aan om even hun adressen op te zoeken, hij belooft ze later in de week te sturen.

    Het gesprek blijft zeer zakelijk, er blijkt niets van enige persoonlijke betrokkenheid – hij was duidelijk opgelucht toen het afgelopen was.

    Terug thuis stapelen de aanwijzingen zich op.

    Amok ontvangt een fax van Adrian met een evaluatie van de Eurosatory-actiedriedaagse begin juni. Hij excuseert zich voor het feit dat hij er maar één dagje was en de laatste weken niet veel tijd meer aan de voorbereiding had kunnen besteden. Dat er niemand anders van zijn groep was komen opdagen kwam omdat ze een dierenrechtenactie in Engeland moesten voorbereiden, hij belooft beterschap voor de toekomst.

    Dan komt er nog een brief, gericht aan Action Update, de nieuwsbrief van Earth First! Een Franse studente die een jaar in Engeland doorbrengt, beweert dat ze, vanuit haar betrokkenheid bij in milieu- en vredesgroepen in Frankrijk, Adrian kent als iemand die vooral actief is in Engeland. Groot was haar verbazing toen ze daar precies het tegenovergestelde verhaal hoorde.

    Hij doet zich in Frankrijk voor als een prominent iemand van

    Corparate Watch, schrijft ze. Hij vroeg iedereen om informatie over bedrijven, die zou dan via hem ter bestemder plekke terecht komen. ‘Ik weet dat veel mensen dat hebben gedaan, maar ik begin nu nieuwsgierig te worden hoeveel van die informatie bij jullie terecht is gekomen.’

    Van Earth First! France of Eco-Action heeft in Frankrijk nog nooit iemand gehoord, ze betwijfelt of die groepen wel echt bestaan.

    ‘Hij zegt dat hij een aanhanger van directe actie is, maar hij neemt nooit het risico gearresteerd te worden, terwijl hij altijd erg geïnteresseerd is in ‘geheime’ plannen tegen bedrijven.

    Woensdag 1 juli jongstleden hebben we een lang gesprek gehad met Adrian. Hij was naar Amsterdam gekomen voor de eerste bijeenkomst van het zogenaamde ondergrondse netwerk. Voor die vergadering kon beginnen, moesten er eerst een aantal zaken worden opgehelderd. Adrian kreeg alle onduidelijkheden die er rond zijn persoon bestaan één voor één voorgelegd. Hij begreep dat hij niet kon vertrekken voor hij het een en ander had uitgelegd. Dus begon hij te praten. Hij hield niet meer op. Zijn verhalen waren incoherent en ontwijkend. Hij had wel overal een antwoord op, maar dat verklaarde nog niets.

    We moeten het gesprek nog verder analyseren, maar een paar dingen zijn duidelijk.

    De actiegroep Eco-action bestaat niet, net zo min als Earth First! France in Equihen-Plage. Adrian wist geen actie te noemen van zijn eigen groep. Uiteindelijk kwam hij wel met een aantal namen, maar dat waren geen leden van zijn groep, meer mensen die hij kende.

    Adrian gaat naar veel vergaderingen, bijeenkomsten en manifestaties, maar doet daar verder niets mee – beweert hij.

    Adrian zegt dat hij officieel twee achternamen heeft, in zijn paspoort staat Franks, maar hij gebruikt het liefst Le Chene.

    Op de naam Mayer reageerde hij keer op keer erg agressief, dat waren de enige momenten in het gesprek dat hij begon te schreeuwen. Helaas konden we hem niet met een exemplaar van het visitekaartje confronteren.

    Over zijn bedrijf, en de naam Risk Crisis Analyses, had hij niets zinnigs te zeggen. Hij ontkende niet dat het zijn bedrijf was, maar wat hij ermee deed bleef onduidelijk.

    Dit gesprek heeft ons er niet van overtuigd dat Adrian een betrouwbare en onschuldige activist is. Hij is niet OK.

    Harde bewijzen van de uiteindelijke verkoop van informatie zijn er niet, wel veel te veel verdachte omstandigheden. Maar ook zonder het laatste stukje van de puzzle vormt zich een redelijk compleet beeld.

    A SEED, Oil Watch en AMOK hebben een waarschuwing rondgestuurd aan groepen die hem kennen, en een brief aan bedrijven waar hij mogelijk contact mee heeft.

    We zijn nog niet klaar. In Engeland kan nog veel worden uitgezocht, over het bedrijf en over groepen waar hij actief in is geweest. Iedereen die iets over Adrian Franks weet, of over Adrian Le Chene of Adrian Mayer wordt dan ook vriendelijk maar zeer dringend verzocht dit op te sturen aan buro Jansen & Janssen. (info@burojansen.nl )

    Buro Jansen & Janssen


    Postbus 10591
    1001 EN Amsterdam
    info@burojansen.nl