• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Migratie

  • Europa

  • Politieklachten

  • De inzet van de afluisterbevoegdheid en van de bevoegdheid tot de selectie van Sigint door de AIVD

    Bij het toezichtsrapport inzake de inzet van de afluisterbevoegdheid
    en de bevoegdheid tot de selectie van Sigint door de AIVD
    Het onderzoek van de Commissie heeft zich gericht op de rechtmatigheid van de inzet van
    de afluisterbevoegdheid en de bevoegdheid tot de selectie van Sigint door de AIVD in de
    periode van september 2010 tot en met augustus 2011. Deze bevoegdheden zijn neergelegd
    in de artikelen 25 en 27 van de Wiv 2002 en mogen enkel worden ingezet indien dit
    noodzakelijk is in het kader van de veiligheidstaak of de inlichtingentaak buitenland van de
    AIVD. Ook is wettelijk vereist dat de inzet van deze bevoegdheden proportioneel en
    subsidiair is en voldoet aan in de Wiv 2002 neergelegde zorgvuldigheidsvereisten.
    De Commissie constateert dat de AIVD bij de inzet van de afluisterbevoegdheid doordacht
    te werk gaat. Zij heeft in de door haar onderzochte operaties geen onrechtmatigheden
    geconstateerd. Dit is gezien het grote aantal onderzochte operaties een compliment waard.
    Op enkele punten constateert de Commissie evenwel dat er sprake is van
    onzorgvuldigheden, vooral ten aanzien van de motivering van operaties.
    Voor een deugdelijke motivering is van belang dat de AIVD hierin alle beschikbare relevante
    informatie betrekt. Alleen dan kan zorgvuldig worden afgewogen of de privacyinbreuk die
    gepaard gaat met de inzet van de afluisterbevoegdheid inderdaad noodzakelijk,
    proportioneel en subsidiair is. De Commissie heeft in één geval geconstateerd dat contraindicaties
    inzake de dreiging die van een target uitging, niet waren opgenomen in de
    motivering. De Commissie signaleert ook dat de AIVD incidenteel omwille van de efficiëntie
    van het inlichtingenwerk parallelle, verschillend gerubriceerde motiveringen aanwendt.
    Naar het oordeel van de Commissie staat dit op gespannen voet met het belang van een
    zorgvuldige en eenduidige motivering.

    De Commissie constateert dat het in het onderzoek van de AIVD naar
    radicaliseringstendensen niet altijd evident is dat de personen of organisaties jegens wie de
    afluisterbevoegdheid wordt ingezet, ook daadwerkelijk aanleiding geven tot het ernstige
    vermoeden een gevaar te zijn voor de nationale veiligheid. De Commissie onderkent het
    belang van dit onderzoek maar benadrukt dat dan wel voortdurend de inzet van bijzondere
    bevoegdheden jegens deze personen of organisaties kritisch geëvalueerd dient te worden. Zij
    heeft in één geval geconstateerd dat de AIVD gedurende enkele jaren bijzondere
    bevoegdheden heeft ingezet zonder duidelijkheid te hebben verkregen over de dreiging die
    van de betrokken personen uitging. De Commissie is van oordeel dat de inzet van de
    afluisterbevoegdheid met name in de laatste periode van dit onderzoek zich op het
    grensgebied bevond van wat wettelijk is toegestaan. In één geval zijn door de AIVD
    bijzondere bevoegdheden ingezet tegen een persoon die een bepaalde boodschap wilde
    publiceren waarvan volgens de AIVD niet uit te sluiten was dat deze opgevat kon worden
    als een oproep tot activisme of geweld. De Commissie vindt deze formulering te ruim. Voor
    ii
    de inzet van een bijzondere bevoegdheid moet immers gemotiveerd worden dat er een
    ernstig vermoeden van een gevaar is.
    In één geval constateert de Commissie dat de AIVD de afluisterbevoegdheid heeft ingezet
    terwijl er belangrijke redenen waren om voorafgaande hieraan de MIVD de consulteren.
    Hierdoor had de AIVD niet alleen mogelijk operationeel relevante informatie kunnen
    verkrijgen, ook kan zo voorkomen worden dat beide diensten zich los van elkaar met
    dezelfde operationele aangelegenheden bezighouden.
    De Commissie onthoudt zich, net als in twee eerdere rapporten waarin dit onderwerp ter
    sprake kwam, van een oordeel over de rechtmatigheid van de selectie van Sigint door de
    AIVD. Bij de inzet van deze bevoegdheid licht de AIVD vaak niet toe aan wie de nummers
    en technische kenmerken toebehoren en waarom deze telecommunicatie dient te worden
    geselecteerd. Deze problematiek lijkt eigen aan de selectie van Sigint, de Commissie heeft dit
    onlangs ook ten aanzien van de MIVD geconstateerd. De motiveringsvereisten van de Wiv
    2002 zijn evenwel strikt, aangezien bij de selectie van Sigint kennis wordt genomen van de
    inhoud van communicatie van personen en organisaties. In het eind 2011 uitgebrachte
    toezichtsrapport 28 inzake de inzet van Sigint door de MIVD heeft de Commissie het
    juridisch kader voor het gehele proces van de inzet van Sigint uiteengezet en
    aanknopingspunten gegeven voor een betere motivering. De Commissie zal dan ook in het
    volgende diepteonderzoek naar de inzet van de afluisterbevoegdheid en de bevoegdheid tot
    de selectie van Sigint door de AIVD nagaan in hoeverre de motivering van de selectie van
    Sigint is verbeterd.

    Het rapport is te vinden bij CTIVD

    Reactie van de minister

    Persbericht