• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Draak

    24 november 1999

    Afluisteren

    Misschien bent u het zich niet bewust, maar uw mobiele telefoon fungeert ook als een permanent peilapparaat; wie wil weten waar u bent, kan u elk moment van de dag en de nacht lokaliseren. Wanneer u niets kwalijks in uw schild voert is dat niet verontrustend, maar inbrekers en overvallers kunnen hun mobiele apparatuur beter thuis laten. Al staat de methode juridisch nog ter discussie, de eerste verdachten zijn al veroordeeld op grond van het via hun mobiele telefoon verkregen bewijs dat ze op het cruciale moment op de plaats van de misdaad aanwezig waren.

    In een zeer uitvoerige ‘gids over afluisteren’ met de titel ‘Luisterrijk’ schetst Bureau Jansen en Janssen de uitbreiding van afluistermogelijkheden door politie en justitie dankzij de opkomst van Internet en de mobiele telefoon. Vijf jaar eerder schreef dezelfde organisatie nog een afluistergids, waarin nauwelijks woorden aan Internet en mobiele telefonie werden vuil gemaakt. Tegenwoordig vormt de mobiliteit van data- en telefoonverkeer voor politie en justitie een soort opsporingsmekka, door de mogelijkheid van bepaling van de plaats, de gelegde contacten en de inhoud van de gesprekken. Het enige tijd in de gaten houden van een verdacht groepje kan een prachtig organogram opleveren: wie sprak waar met wie af, waarover gingen de contacten binnen en buiten de groep, wie heeft de leiding, etcetera.

    “Gesprekken met GSM-telefoons zijn nooit anoniem, welke kaart er ook in zit”, vat Jansen en Janssen samen. “Het gebruik (of het regelmatig dragen) van GSM telefoons door hen die iets te vrezen hebben van een tegenstander met toegang tot de databases van de GSM-providers is dom, dom, dom.” Wie wat te verbergen heeft, moet zich volgens het bureau niet van de wijs laten brengen door berichtgeving over de moeilijke afluisterbaarheid van bijvoorbeeld ‘prepaid’ telefonie: “Feit is dat veel nieuwe ontwikkelingen in de telecommunicatie (doorschakelen, autotelefoons, ISDN, GSM, netwerken met meerdere providers, prepaid GSM, kabelmodems, ADSL) op een bepaald moment tot ‘probleem voor justitie’ zijn uitgeroepen. Dit gebeurt dan meestal door middel van een tendentieus artikel in De Telegraaf, en meestal met de conclusie dat er nu toch snel iets aan moet gebeuren. Maar nieuwe telecommunicatiediensten maken het leven van de opspoorder en inlichtingenman over het algemeen alleen maar gemakkelijker.”

    Ook over de privacy van het e-mail-contact dient men zich volgens het bureau geen illusies te maken: “Providers houden logfiles bij van alle gebruikers. Daarin staat eigenlijk alles wat jij via hun computer doet, naar wie je mail hebt gestuurd, wanneer je welke Internetsites hebt bekeken, enzovoort. Door de logfiles te bekijken is het erg gemakkelijk om een ‘verkeersanalyse’ te maken: wie heeft contact met wie? In wat voor onderwerpen is deze persoon geïnteresseerd?” Volgens Jansen en Janssen zoeken politie en inlichtingendienst meestal naar dit ‘opsporingsgoud’ van een verdachte: “De gegevens van een jaar passen binnenkort op een DVD, dus praktisch gezien is er ook geen al te groot probleem meer.”

    PTT Telecom houdt alle ‘verkeer’ van zijn klanten bij, volgens Jansen en Janssen ‘tot in lengte van dagen’. Formeel wordt daarvoor, in een briefje bij de telefoonrekening, toestemming gevraagd, omdat de Telecommunicatiewet dit nu eenmaal voorschrijft. Maar PTT Telecom hamert in de brief dermate op het belang van onze ‘verkeersgegevens’ voor “de ontwikkeling en verbetering van producten en diensten die aansluiten op uw vragen en behoeften”, dat weinigen de moeite zullen nemen hiertegen bezwaar aan te tekenen.