• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Nederland is koploper in het aftappen van telefoons

    Nederland is koploper in het aftappen van telefoons. In absolute aantallen luisteren we hier meer af dan in de Verenigde Staten, Duitsland of Groot Brittannie. Dat bleek in 1994 uit onderzoek van het WODC naar afluisteren van telecom. Toch horen we met de regelmaat van de klok hoe moeilijk de politie het heeft met het vergaren van informatie. De groeiende mobiliteit en de moderne technologie zetten criminelen op voorsprong. Is dat waar?

    Het nieuwe boek Luisterrijk, een gids over afluisteren van buro Jansen & Janssen geeft een overzicht van de huidige stand van zaken.

    Een kleine inkijk. Tappen moest beperkt worden. Dit was een van de ondergesneeuwde eindconclusies van de Parlementaire Enquete Opsporingsmethoden. Van de beperkingen die van Traa vijf jaar geleden voorstelde is inmiddels weinig over. In de Wet bijzondere Opsporingsbevoegdheden, een direct gevolg van de enquete, is het accent verschoven van de bescherming van de burger naar het belang van de waarheidsvinding. Zo mag de politie vanaf begin 2000 direct gaan afluisteren, hoeft een verdachte niet meer zelf aan een gesprek deel te nemen, mag bij ontdekking op heterdaad al het telecommunicatieverkeer al het hele bel-verleden worden opgevraagd en mag er worden getapt bij een redelijk vermoeden van betrokkenheid bij een groep die een ernstig misdrijf voorbereid. Hiermee wordt afluisteren in de pro-actieve fase eerder regel dan uitzondering.

    Maar niet alleen de politie krijgt de ruimte. De Binnenlandse Veiligheidsdienst moet volgens het Wetsvoorstel op de Inlichtingendiensten de bevoegdheid krijgen om ongericht niet-kabelgebonden telecommunicatie op te vangen. Dat is dus inclusief het GSM-verkeer en alle gewone telefonie die waar dan ook boven Nederland wordt doorgegeven bijvoorbeeld via een straalzender (ondermeer alle telefoongesprekken tussen Amsterdam en Rotterdam).

    Ondanks al deze wettelijke uitbreidingen willen politie en inlichtingendiensten de grenzen nog verder oprekken. In het Sectoroverleg Justitieel Aftappen werd vorig jaar september afgesproken dat elke aanbieder van telefonie ‘een lijst samenstelt waarin wordt opgenomen welke extra’s op basis van de huidige stand van de techniek kunnen worden geboden bovenop de wettelijke kaders.’ Ook in het Overlegorgaan Aftappen met de telecommunicatie-aanbieders dringen politie en BVD aan op grotere aftapcapaciteit. Op dit moment is de capaciteit van de gezamelijke overheidspartijen 1500 gelijktijdige taps op het vaste net en 2000 op het mobiele net. Dit aantal is zeer snel uit te breiden tot 30.000 gelijktijdige taps, schrijft ingenieur A.S. van Bercheycke, beleidsmedewerker BVD in een recente nota voor het Aftapoverleg. Maar zelfs dat is de BVD niet genoeg, de ingenieur pleit voor een vast percentage aftapbare aansluitingen per aantal abonnees, dat in praktijk ver boven die 30.000 zal uitkomen. En als die faciliteiten er eenmaal zijn, dan zullen ze ook gebruikt worden, zo leert de praktijk.

    Met de wettelijke uitbreidingen en de daaraan gekoppelde tapcapaciteit maakt Nederland goede kans voorlopig haar koppositie op het afluisterterrein te behouden. De politie krijgt bevoegdheden voor praktijken die tot voor kort voorbehouden waren aan de BVD. De geheime dienst op haar beurt krijgt bevoegdheden die te vergelijken zijn met die van de Amerikaanse NSA. De BVD krijgt nieuwe afdeling Buitenland die zich hoofdzakelijk richt op economische spionage. Voor het verzamelen van inlichtingen mag deze afdeling alle internationale telecommunicatie die niet via kabels verloopt, opvangen en doorlopen op voor de diensten interessante gegevens. Zo kan de BVD volwaardig gaan meedraaien in het wereldwijde Echelon afluisterprogramma, dat een half jaar geleden zoveel opschudding veroorzaakte.

    Maar hoe zit het dan met de technische voorsprong van die criminelen? Hun gebruik van wisselende mobiele telefoons, pre-paid cards, cryptografie en Internet? Uit onderzoek voor het boek Luisterrijk van buro Jansen & Janssen blijkt dat dat verhaal de prullenbak in kan. Juist de nieuwe technieken maken het leven van opsporingsambtenaar en BVD-agent een stuk makkelijker.

    Luisterrijk onthult bijvoorbeeld hoe eenvoudig mobiele telefoons te onderscheppen zijn. Als een verdacht persoon een telefoon gebruikt die de speurder nog niet kent is er nu een oplossing: de IMSI-Catcher. Dit mobiele apparaat doet zich voor als dichtstbijzijnde GSM-paal en alle mobiele telefoons in de directe omgeving melden zich direct. Via de IMSI-catcher zijn op die manier niet alleen de gesprekken rechtstreeks te horen, ook is na te gaan welke telefoons zich ter plekke bevinden. In Ars Aequi nr 9 van september 1999 veegt jurist Benno de Boer de vloer aan met het gebruik van wetmatig verkregen telefoongegevens in combinatie met dit soort locatiebepaling om iemands gangen na te gaan. Hij waarschuwt dat de rechter steeds vaker geneigd is bewijsmateriaal te accepteren waarover wettelijk niets geregeld is.
    Conclusie: de politie mag niet klagen. De bevoegdheden worden flink uitgebreid, en los daarvan lijken opsporingsinstanties zich eerder te laten leiden door wat er technisch kan, dan door wat er wettelijk mag. Om met het Algemeen Dagblad te spreken Orwell is Pinkeltje in afluisterland van vandaag.

    Eveline Lubbers  en  Wil van der Schans