• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Inleiding Vluchteling Achtervolgd

    In januari 1991 werden in verband met de Golfoorlog een aantal Irakese vluchtelingen en asielzoekers door de BVD benaderd met vragen over mogelijke terroristische acties in Nederland. En dat terwijl deze mensen juist gevlucht zijn om zich te onttrekken aan de onderdrukking door het regime van Saddam Hussein.

    Onder invloed van de oorlog bleek plotseling meer begrip te zijn voor BVD-benaderingen van vreemdelingen, vooral als zij afkomstig waren uit een Arabisch land. De bovengenoemde benaderingen zijn niet alleen onzinnig, ze zijn ook politiek gevaarlijk. Ze dragen slechts bij tot stemmingmakerij en stigmatisering van buitenlanders.

    In deze brochure staan vluchtelingen centraal. Mensen die gedwongen uit hun land vertrekken, in de meeste gevallen omdat hun leven gevaar loopt. Het zou vanzelfsprekend moeten zijn dat een land als Nederland er alles aan doet om deze vluchtelingen asiel te verlenen en hen als gelijken op te nemen en te beschermen. De werkelijkheid is echter anders.

    Deze publikatie wil de politieke discussie over de noodzaak en het functioneren van de BVD – een noodzakelijk kwaad? – ondersteunen met nieuw feitenmateriaal en nieuwe analyses.

    De nieuwe ‘openheid’ van de BVD is slechts bedoeld als legitimatie van de bestaande werkwijzen. De dienst presenteert zich graag als een transparante, democratisch gecontroleerde overheidsdienst. Dat beeld is onjuist, net zo onjuist als dat van ‘klompengestapo’. De Binnenlandse Veiligheidsdienst is een overheidsdienst die mensen met een zwakke positie voor haar eigen doeleinden gebruikt.

    Het hier gepresenteerde onderzoek beperkt zich tot een klein deel van het werkterrein van de BVD: de benadering van politieke vluchtelingen, asielzoekers en illegalen.

    Over het totaal aantal BVD-benaderingen onder asielzoekers kunnen we (nog) geen uitspraak doen. De ervaringen van de door ons geïnterviewde asielzoekers laten zich niet lezen als een Wild-West-verhaal of een ander spannend avontuur. Het zijn geen verhalen die bol staan van fysiek geweld en bedreigingen door geheime agenten. Het is juist de aanpak van BVD-agenten, de ambtenaren met hun consequent terugkerende ‘vriendelijkheid’, hun manipulaties en hun gebruik maken van macht over asielzoekers, waar het om gaat.
    De brochure
    Dit boekje bestaat uit twee delen die met elkaar te maken hebben maar toch elk een eigen verhaal bevatten. In het eerste deel draait het om benaderingen van asielzoekers en vluchtelingen door Nederlandse inlichtingendiensten. Om deze benaderingen te kunnen plaatsen wordt in Hoofdstuk 1 ingegaan op het Nederlandse asielbeleid en de historisch gegroeide verwevenheid van de Vreemdelingendienst en de Plaatselijke Inlichtingen Dienst.

    In Hoofdstuk 2 komen de ervaringen van vluchtelingen en asielzoekers aan bod. Veertien individuele verhalen laten zien hoe de benaderingen verlopen, waar de BVD zoal in geïnteresseerd is en waar deze benaderingen toe kunnen leiden.

    In hoofdstuk 3 wordt aan de hand van ervaringen uit de praktijk, zoals die ook uit de interviews naar voren komen, de werkwijze van de BVD uiteengezet. De aandacht gaat daarbij vooral uit naar de manieren waarop, vanuit een ongelijke machtssituatie, getracht wordt via een ‘vertrouwensrelatie’ benaderden te rekruteren voor het informatie- en infiltratiewerk.

    In het tweede deel, De weg terug, internationale informatiestromen, gaan we in op de risico’s, die de ruim 90 procent van de asielzoekers lopen, die niet in Nederland worden toegelaten. Een aantal van hen zal terugkeren naar het land van herkomst en kan daar geconfronteerd worden met informatie die in Nederland is verzameld maar elders terecht is gekomen. Aan de orde komen de internationale contacten waarlangs informatie van en over vluchtelingen wordt uitgewisseld en die de Nederlandse overheid gebruikt om ondermeer de betrouwbaarheid van vluchtverhalen te controleren. We bekijken de uitwisseling van informatie tussen politie, justitie en veiligheidsdiensten van de verschillende landen en de gevolgen daarvan voor de veiligheid van asielzoekers. We beschrijven vier internationale ‘informatieroutes’, deels gedestilleerd uit de interviews, deels afkomstig uit de bestaande literatuur.

    Aan het einde van de brochure wordt geprobeerd een aantal conclusies te trekken uit hetgeen in beide delen beschreven is. Daarna volgen een aantal tips voor advocaten, vluchtelingenwerkers en anderen die met asielzoekers te maken hebben.
    Verantwoording
    Het onderzoek richtte zich vooral op het verzamelen van informatie door middel van interviews. In de eerste onderzoeksfase werd bestaand materiaal over de vluchtelingenproblematiek bestudeerd. Begin 1990 werd via een enquêteformulier gevraagd om verhalen over asielzoekers die ervaringen hadden met inlichtingendiensten. Onder de tientallen organisaties die op de enquête reageerden waren advocatenkantoren, vluchtelingen-zelforganisaties, kerken en vluchtelingengroepen. Uit deze reacties vloeide een groot aantal oriënterende gesprekken voort, die in veel gevallen tot interviews leidden.

    Tussen februari en oktober 1990 zijn meer dan 100 interviews afgenomen met direct betrokkenen. Benaderde asielzoekers en vluchtelingen, familieleden van benaderden, vluchtelingenwerkers, advocaten en anderen. Op deze manier konden 70 benaderingen in kaart gebracht worden. De interviews met deze getuigen vormen de kern van het onderzoek.

    Vaak wensten asielzoekers anoniem te blijven, of stonden zij alleen onder voorwaarden een interview toe. De gesprekken zijn daarom niet op band vastgelegd.

    Vervolgens werd een analyse gemaakt van het verzamelde materiaal. Er werd onder meer gekeken naar de stand van zaken in de asielprocedure op het moment van de benadering en naar de aanbiedingen die asielzoekers werden gedaan. Ook zijn de landen van herkomst vergeleken en de lokaties waar de benaderingen plaatsvonden.

    Vanaf eind 1990 werden de resultaten van het onderzoek uitgewerkt en werd deze publikatie voorbereid.