• Buro Jansen & Janssen, gewoon inhoud!
    Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, overheid in Nederland en de EU kritisch volgt. Een grond- rechten kollektief dat al 40 jaar, sinds 1984, publiceert over uitbreiding van repressieve wet- geving, publiek-private samenwerking, veiligheid in breedste zin, bevoegdheden, overheidsoptreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Migratie

  • Politieklachten

  • Inlichtingendiensten in de War on Drugs in Bolivia

    De geheim agent werkt vooralsnog illegaal in de Boliviaanse oorlog tegen drugs. Dat is niet handig bij de berechting van drugshandelaren, want op de rechtszitting moet het onrechtmatig verkregen bewijs via allerlei omwegen worden gepresenteerd. Het kwam dan ook niet als een verrassing toen afgelopen juli de minister van Binnenlandse Zaken een voorstel indiende om undercoveractiviteiten in de strijd tegen de ‘georganiseerde misdaad’ te wettigen. “Als het toch gebeurt, kan het maar beter legaal gebeuren”, zo redeneerde de minister. Vertegenwoordigers van de ambassade van de VS hadden deze kwestie vorig jaar al aan de orde gesteld. Het is allang geen geheim meer dat de CIA haar aantal in het buitenland gestationeerde agenten aan het verdubbelen is, terwijl in het budget van de spooks de strijd tegen drugs een hoofdthema is geworden.


    Toen in september 1995 in Lima (Peru) een Boliviaans vliegtuig werd aangehouden met meer dan 4 kilo cocaïne bracht parlementair onderzoek aan het licht dat bepaalde secties van de Boliviaanse drugsinlichtingendienst op hun eigen houtje opereren, maar wel in nauwe samenwerking met agenten uit de VS. Bovendien bleken deze agenten perfect op de hoogte te zijn geweest van het reilen en zeilen van de betrokken drugshandelaren. Onder druk van de toenmalige minister van Binnenlandse zaken werd het onderzoek afgesloten voordat het leidde tot ophelderingen over de ‘echte kopstukken’ achter de drugslading. Tot op heden speculeert men in besloten kring over de mogelijke betrokkenheid van de CIA bij de vracht.
    Er mag op dit vlak dan nooit iets bewezen zijn, het is voor Bolivia niet nieuw dat buitenlandse agenten de dienst uitmaken in de inlichtingenwereld aan zowel leger- als politiezijde. Steeds weer blijken hun Boliviaanse partners parallelle structuren op te zetten, die door geen nationale instantie of hiërarchie meer gecontroleerd worden. En eens in de zoveel tijd is er dan een schandaal over een drugsvangst of over mensenrechtenschendingen waarbij deze agenten betrokken blijken te zijn. De hele handel wordt dan voor het publiek geschoond, een aantal subofficieren berecht, hun chefs overgeplaatst naar niet in het oog lopende functies (overigens vaak in de VS), en het verhaal begint weer van voren af aan. Het publiek krijgt geen inzicht in wat er nou eigenlijk allemaal aan de hand was. In drugszaken is het nooit voorgekomen dat de VS-agenten verantwoording hebben afgelegd voor Boliviaanse instanties of commissies.
    De constructie lijkt te simpel om stand te kunnen houden. Maar Bolivia is financieel te afhankelijk van de VS om haar poot stijf te kunnen houden. Voor de buitenwereld ligt de verklaring voor de eeuwige mislukkingen in de War on Drugs in Latijnsamerikaanse corruptie en de ongelimiteerde macht van de drugsmaffia; argumenten die goed blijken te werken als alibi om de inlichtingendiensten vrij spel te geven. In de strijd tegen drugs is alles geoorloofd (TR).