• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Heden Ik, Morgen Gij

    Kleine voorgeschiedenis van het gebruik van Art.140

    Gepubliceerd in NN en Lekker Fris, 1991

    De inval bij Radio 100 gaat iedereen aan. Wat nu dààr is gebeurd kan morgen jou overkomen. Denk niet dat jij niet beschuldigd kan worden van ‘lidmaatschap van een criminele vereniging’ omdat je niet tot de mafia behoord of tot de zware criminelen. Artikel 140 Wetboek van Strafrecht kan iedere verzameling mensen bombarderen tot een groep met een misdadig doel. Hoewel het oorspronkelijk bedoeld is voor de strijd tegen misdaadsyndicaten, blijkt Artikel 140 zeer aantrekkelijk voor het criminaliseren van mensen die zich op de een of andere manier (af & toe) buiten de bestaande orde bewegen en van zich laten horen.

    Radiopiraten.

    De strijd tegen radio-piraten is niet nieuw.
    Toen in 1985 de Telegraaf- en Telefoonwet werd veranderd, leidde dat niet direkt tot een grootscheepse opsporingsaktie van de Radio Controle Dienst (RCD). Pas twee jaar later kwam minister Brinkman met het plan voor gecoördineerde actie tegen zowel de radiopiraten als hun adverteerders. Bij de vraag welke overtredingen met voorrang moesten worden aangepakt speelden drie faktoren een rol:
    1. is er sprake van een commerciële radiopiraat;
    2. veroorzaakt die storing van bijvoorbeeld luchtvaartverkeer;
    3. is er een reële mogelijkheid om voldoende bewijsmateriaal te verzamelen.

    Wat er bedoeld werd met die laatste faktor bleek meteen de volgende dag: op 25 augustus 1987 werd in Den Haag de commerciële zender Radio Centraal uit de lucht gehaald. Vier medewerkers werden in verzekerde bewaring gesteld op grond van Artikel 140 WvS: “het deelnemen aan een rechtspersoon die tot doel heeft het plegen van een misdrijf”. Het vooronderzoek had twee maanden geduurd, maar tot een strafzaak is het nooit gekomen.
    De eerste keer dat Artikel 140 in Amsterdam tegen radio-piraten werd gebruikt was in november van datzelfde jaar. De politie haalde om twee uur ‘s nacht 4 grote commerciële radio-stations uit de lucht, arresteerde 19 mensen en nam voor één miljoen aan zend- en studio-apparatuur, platen en cd’s in beslag. Daarnaast werd valsheid in geschrifte ten laste gelegd, vanwege het frauderen met rekeningen voor reclame-spotjes.

    Persofficier van Justitie de Wit was destijds buitengewoon openhartig over het gebruik van Artikel 140 en gaf onmiddelijk toe dat het gaat om een ‘kapstok-artikel’ waaraan veel op te hangen is. Als reden voor de inzet van dit zware middel geeft hij op dat de radiopiraterij van een onschuldige hobby is uitgegroeid tot een behoorlijk commerciële, goed georganiseerde business. “Op grond van de Telegraaf- en Telefoonwet zou je alleen dat ene mannetje aanpakken dat je bij een inval op heterdaad betrapt.”
    Dat is degene die voor een paar tientjes is ingehuurd om de bandjes om te draaien. Door de voortgang van de techniek worden zenders steeds vaker op afstand bediend en is er helemaal niemand te pakken. De commerciële piraten lieten zich ook niet afschrikken door een in beslag genomen zender, ze hadden geld genoeg om meteen weer terug te komen. Daarom werden nu ook alle studio’s opgerold. Groot probleem is daarnaast dat adverteerders bijna niet te pakken waren.
    De Wit: “Artikel 140 biedt de mogelijkheid van het begin af aan effectiever op te treden. De rechtbank is dan eerder bereid huiszoekingsbevelen af te geven en kan zelfs toestemming geven telefoons af te tappen. Bovendien kun je een bredere groep als verdachten aanmerken en zo ook de personen achter de schermen aanpakken.”

    Artikel 140 en de kraakbeweging

    Dat laatste was blijkbaar ook de bedoeling in Nijmegen, waar twee maanden na de ontruiming van de Mariënburcht op in maart 1987 acht mensen van hun bed werden gelicht terwijl hun huis werd doorzocht. Blijkbaar uit frustratie over het geringe aantal arrestaties tijdens de rellen, werd er een vooronderzoek tegen N.N.-verdachten gestart, om de ‘leiders’ te pakken te krijgen. Tijdens het proces is uiteindelijk het pand de Mariënburcht, de mensen die er woonden en/of sympatiseerden, als ‘criminele vereniging’ gedefinieerd. Dat gebeurde op basis van informatie over vergaderingen, maar ook op gemeenschappelijk gebruik van ijskast en huishoudpot. Deze ‘criminele vereniging’ zou dan tot doel gehad hebben het plegen van geweld tijdens de ontruiming.
    Op basis van deze constructie kreeg de Nijmeegse politie toestemming op grote schaal telefoons af te tappen (en konden de arrestanten tijdens verhoor geconfronteerd worden met hun eigen uitspraken en intimiteiten). Dit vonnis leidde tot veel kritiek en diskussie, maar is tot aan de Hoge Raad bevestigd.

    Bij de ontruiming van het Wolters Noordhoff Complex (WNC) in Groningen (mei 1990) ging men nog een stapje verder. Toen werd Artikel 140 niet ingezet tegen de mensen achter de schermen, nu arresteerde de politie meteen iedereen die ter plekke aanwezig was. Van een heleboel mensen was absoluut niet te bewijzen dat ze openlijk geweld gepleegd hadden. Om toch iedereen aansprakelijk te stellen werd een ‘criminele vereniging’ geconstrueerd. Daarmee werd iedereen gecriminaliseerd die er bij was, ook degenen die zich alleen bezig hadden gehouden met koffie zetten en broodjes smeren.
    De criminele vereniging werd nu niet zozeer gebruikt om de dwangmiddelen zoals in Nijmegen, maar om bewijsproblemen op te lossen.

    Grenzen verleggen

    Het ruime gebruik van Artikel 140 is zeer omstreden. Juristen waarschuwden naar aanleiding van deze voorbeelden al voor een ontwikkeling in de richting van een politiestaat. In het Nederlands recht kon je tot nu toe alleen vervolgd worden voor een door jouzelf gepleegd strafbaar feit. Maar als het Openbaar Ministerie zijn zin krijgt, dan kan in het vervolg iedere deelnemer aan een demonstratie, bezetting, staking of andere aktie verantwoordelijk gesteld worden voor strafbare feiten, die mogelijk gepleegd worden tijdens deze aktie. Het Openbaar Ministerie probeert stapje voor stapje de grenzen, waarbinnen mensen vrijelijk voor hun politieke, economische en sociale rechten kunnen opkomen, in te perken. De rechter blijkt geneigd dit goed te keuren.
    Met als gevolg dat Justitie en Politie steeds verder durven te gaan. Een kraakpand wordt een criminele vereniging om bevoegdheden te verkrijgen tot het afluisteren en volgen van krakers, als bij een rel geen arrestaties zijn gemaakt. Beter nog: iedereen aanwezig bij een ontruiming wordt opgepakt en verantwoordelijk gesteld voor het gepleegde geweld. Maar, het kan nog erger.
    Bij het oprollen van Radio 100 lijkt alle ervaring die de afgelopen jaren is opgedaan met het toepassen van Artikel 140 samen te komen. Al in november vorig jaar werd het vooronderzoek gestart en werd op basis van het vermoeden van het misdrijf ‘radio maken’ toestemming verleend om telefoons af te tappen en mensen te volgen waarvan men de naam nog niet eens wist. De huiszoekingen op 15 mei werden gedaan tegen NN-verdachten op verdenking van Artikel 140. Met deze ‘bevoegdheid’ werd van de gelegenheid gebruik gemaakt ook wat verder rond te kijken in de panden waar men binnentrad.
    Enerzijds leek het alsof de politie niet goed wist waar de studio zich bevond, men viel aanvankelijk een verkeerd deel van het pand binnen en arresteerde bovendien mensen als ‘hoofdverdachten’ die weinig met de radio te maken hadden. Anderzijds had men geen enkel probleem met het vinden van drukkerij Primavera achter dezelfde gevel als radiocafé Marconi. En nam men daar zeer gericht uitsluitend de klantenadministratie, het adressenbestand en de logboeken mee, waar zeer duidelijk opstond dat het de drukkerij betrof. Op andere plekken mocht het nieuwe computercrimi-team mee naar binnen om hun specifieke nieuwsgierigheid te bevredigen.

    Grondrechten worden met voeten getreden, advokaten en betrokkenen wordt de toegang ontzegd, en of de aktie achteraf door de rechter wordt goedgekeurd maakt voor de politie in feite niet zoveel uit.

    Binnenkort zal bijvoorbeeld blijken dat er inderdaad geen (ver)band is tussen de drukkerij en de radio, en zal Primavera haar administratie terugkrijgen; intussen draaien de copieermachines op volle toeren en er komt geen rechter aan te pas.
    Zelfs de zoektocht naar de ‘criminele vereniging’ is een spokenjacht, omdat ze tot de ontdekking zullen komen dat Radio 100 een vrijwillig netwerk met open strukturen op financieel noodlijdende basis was. Het zit er dik in dat het niet tot veroordeling van Radio-medewerkers zal komen, dus ook hier geen oordeel van de rechtbank over het misbruik van Artikel 140.

    Artikel 140 dreigt een vrijbrief te worden waarmee Politie, met in hun kielzog Justitie en de BVD op elk gewenst moment waar dan ook kan binnenstappen om de boel in beslag te nemen of mensen te arresteren.

     

    Evel