• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • De dozen van de AIVD

    Op 21 januari van dit jaar publiceerde de Telegraaf journalisten Joost de Haas en Bart Mos het verhaal: ‘MINK K. KOCHT HOOGSTE KRINGEN OM’. In een paginagroot artikel onthulden de twee journalisten aan de hand van gelekte staatsgeheime documenten van de BVD (de voorloper van de AIVD) dat deze dienst eind negentiger jaren een uitgebreid onderzoek heeft verricht naar mogelijke corruptie van politie agenten door de organisatie van Mink K. De affaire kreeg een opmerkelijk staartje toen de journalisten bekend maakten dat de AIVD hen afluisterde. Zij spanden een kort geding aan, waarbij ze eisten dat de dienst daar onmiddellijk mee zou stoppen. Op 21 juni wees de rechter de vordering van de journalisten toe. Minister Remkes is in hoger beroep gegaan en heeft de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten gevraagd met spoed een onderzoek te verrichten naar deze kwestie.

    De onthulling

    “Misschien kunnen we hem toch verleiden alles te vertellen”, staat in één van de gelekte verslagen waaruit de Telegraaf citeerde. “Zo bieden we hem de mogelijkheid om, indien hij geliquideerd wordt, toch wraak te nemen op zijn moordenaars.” Het citaat betreft een BVD-agent die een belangrijke informant binnen de organisatie van Mink K., codenaam Sentaro over de streep wil trekken. Sentaro vertelde aanwezig te zijn geweest bij betalingen aan corrupte agenten in sjieke hotelkamers. Namen wilde hij uit veiligheid niet noemen. Een andere informant, met de codenaam Herfstbos, zat volgens de Telegraaf meer in de periferie van de organisatie.
    Sentaro zou volgens Vrij Nederland de in oktober 2005 geliquideerde advocaat Evert Hingst zijn. Volgens de Telgraaf gaat het om de in 2003 geliquideerde Jules Jie.

    Het onderzoek van de BVD naar de groep Mink K. liep onder de naam Mikado van november 1997 tot het najaar van 1999. De minister gaf in een brief aan de Tweede Kamer aan dat ‘het team Mikado werd opgericht om inlichtingenonderzoek te verrichten vanuit een tweeledige opdracht, te weten: a) het achterhalen van het waarheidsgehalte van de mogelijke verwevenheid van de onderwereld en de bovenwereld en het toetsen van de verhalen over corrumpering van (hoge) ambtenaren bij politie en justitie, en b) een bijdrage te leveren aan het van de markt halen van een grote hoeveelheid wapens waarover de groepleek te beschikken.
    Zowel aantasting van de integriteit van de overheid en (internationale) wapenhandel zijn die jaren als een taak van de BVD omschreven.

    Dat de BVD destijds met een uitgebreid onderzoek naar Mink K. en andere topcriminelen bezig was is overigens al jaren bekend. De wazigheden rondom het deels geheime proces tegen Mink K., de ambtsberichten van de BVD in de zaak tegen voormalige CID-officieren Langendoen en Vondel en het post-fort onderzoek naar de IRT-affaire, in alle gevallen bleek de BVD betrokken te zijn.

    Volgens het artikel van de Telegraaf lukte het de BVD niet om de aanwijzingen voor corruptie hard te maken. Sentaro was in deze de belangrijkste informant. Hij gaf door aan de BVD dat de ‘administratie van de corrupte contacten’ bij een buurman van Jan Femer lag. Volgens de Telegraaf liep het plan om die administratie veilig te stelen echter mis omdat er gereorganiseerd werd binnen de BVD. Team Mikado werd opgeheven. Volgens de Telegraaf kon de dienst wel vaststellen dat de groep Mink K. beschikte over ‘zeer zwaar wapentuig’. In 1999 berichtte het NOS journaal hier reeds over. De wapenvondsten in de Amsterdamse Vijheidslaan en Nachtwachtlaan vielen toevalligerwijs samen met het Mikado-onderzoek. In het geheime deel van het proces kwam dit destijds ook aan de orde.

    Terug naar de onthullingen in de Telegraaf. Feit is dat de journalisten de beschikking hebben over staatsgeheime documenten. Ze hebben deze voorgelegd aan de AIVD om de authenticiteit vast te laten stellen. Feit is ook dat er mager wordt geciteerd, maar dat er wel harde conclusies worden getrokken. Het eerste artikel leunt vooral op verklaringen van twee informanten “Sentaro” en “Herfstbos”. Onduidelijk is de status van de staatsgeheime documenten. Is het ruw onverwerkt materiaal? Wordt er iets gemeld over de betrouwbaarheid van de informatie? Is er een analyse beschikbaar? En last but not least, waarom werd team Mikado opgedoekt?

    Het opmerkelijkste aan de hele zaak blijft het feit dat de staatsgeheime documenten in handen zijn gekomen van het criminele milieu en vervolgens bij de journalisten van de Telegraaf. Volgens de Telegraaf van 22 januari 2006 zou ook Mink K. beschikken over een setje. Vreemd genoeg (zeker gezien de hele discussie over het afluisteren) geven de journalisten die dag hun bron publiekelijk al bloot: één of meer (ex-)medewerkers van de inlichtingendienst AIVD heeft de staatsgeheimen doorgespeeld aan criminelen.

    De AIVD lijkt een probleem te hebben met een ex-agenten. Volgens de Telegraaf is deze ex – agent aan het muiten geslagen uit onvrede met het stoppen van het Mikado-onderzoek. Dat onderzoek werd ruim zes jaar geleden gestaakt. Volgens minister Remkes kwam uit de evaluatie in 2000 naar boven dat ’’het onderzoek er niet toe heeft geleid dat in de bewuste periode corrumperende contacten van de groep – Mink K. binnen het politioneel en/of justitieel apparaat zijn vastgesteld. Ook later incidenteel onderzoek van de BVD, dat in 2000 is afgerond, heeft dergelijke contacten niet vastgesteld. De BVD heeft op basis van dit onderzoek geen ambtsberichten over corruptie aan het Openbaar Ministerie uitgebracht.’’

    In die periode zijn er overigens wel redelijk wat ambtsberichten de deur uitgegaan.. Opmerkelijk is een ambtsbericht van de BVD van 12 juni 1997. Formeel is het dan wel niet van het team Mikado dat pas vanaf november 1997 onderzoek deed naar de georganiseerde misdaad, maar van de voorloper van team Mikado moet het wel zijn. In het ambtsbericht van 12 juni 1997 gaf de BVD aan het Openbaar Ministerie door dat [nn] in opdracht van iemand anders in het IRT geïnfiltreerd zou zijn, dat hij grote partijen drugs op de Nederlandse markt zou hebben gebracht, dat hij samen met anderen en op grote schaal allerlei winkels en horecagelegenheden zou hebben opgekocht, dat hij samen met anderen, onder wie Klaas Langendoen en Joost van Vondel (ex CID-Kennemerland), een vermogen zou hebben belegd in buitenlandse ondernemingen, en dat hij gebruik zou hebben gemaakt van de diensten van een Amsterdamse makelaar. De BVD tekende aan dat men de genoemde informatie niet zelf had onderzocht en ook de juistheid ervan niet kon beoordelen.

    Op aandrang van de Tweede Kamer onderzochten de wetenschappers H. Nelen, H. van de Bunt en C. Fijnaut de manier waarop dit onderzoek heeft plaatsgevonden. Over het BVD-ambtsbericht zijn ze duidelijk: ‘Hoe het ook zij, er zijn zelfs geen aanknopingspunten gevonden om de vermeende hoofdrolspelers Langendoen en van Vondel als verdachten aan te merken. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat zij grote sommen geld hebben verdiend en dat zij miljoenen guldens hebben belegd in een met name genoemde Oostenrijkse onderneming.’

    Mink K, IRT, BVD

    Begin mei arresteert de politie uiteindelijk een ex-medewerker van de BVD. Paul H., die van 1980 tot 2001 bij de dienst werkte. Hij wordt van zijn bed gelicht en er volgt een huiszoeking, ook in de woning van zijn moeder in Wateringen. Paul H. was in 2001 ontslagen bij de BVD. H. kon zich volgens de Telegraaf niet neerleggen bij de het besluit over het stopzetten van het Mikado onderzoek. De kern van de kwestie is onduidelijk maar vlak voor zijn vertrek beweerde Paul H. dat een aantal collega’s geprobeerd hadden zijn auto op te blazen. Onderzoek van de politie wees echter juist naar Paul H. .
    Na zijn vertrek duikt Paul H’s naam op in het criminele circuit. Volgens de Telegraaf zou hij zijn diensten hebben aangeboden aan internationale zakenlieden die zich bezighouden met de handel in wapens en was hij betrokken bij een internationaal bedrijf dat zich richtte op witwassen. Ook zou hij contact hebben gezocht met Mink K.. Hij zou het BVD-materiaal aangeboden hebben aan Mink K.

    We hebben het dan inmiddels over 2003/2004. Mink K. zit al tijden in de gevangenis in Vught en wordt verdacht van de moord op Jaap van der Heijden. Het Nationaal Rechercheteam doet uitgebreid onderzoek, waaronder (althans dat mag je aannemen) onderzoek naar Mink’s contacten buiten de gevangenis.
    Dat roept de nodige vragen op over het contact dat Paul H. gelegd zou hebben. Is het een opzetje en werkt Paul H. ‘free lance’ nog wel voor de dienst? Is hij inmiddels geronseld door een buitenlandse dienst? En als deze optie niet opgaan, werd hij als mogelijk veiligheidsrisico niet zelf door de dienst in de gaten gehouden?

    Vreemd staartje

    Paul H. verscheen in 2003 op de lijst van de Politieke Partij Alianza die in Zuid Holland meedeed aan de verkiezingen voor de Provinciale Staten. Een blik op die lijst doet wonderen. Naast een de oud-BVD’er stond er ook een oude criminele burgerinfiltrant op de lijst: de Antilliaanse Villes Franken, bekend uit het onderzoek van de Commissie van Traa naar de IRT-affaire. Franken deed ook in 2005 mee aan de gemeenteraadsverkiezingen in Den Haag onder de naam lijst Villes Franken.

    Villes Franken (nu vrouw, destijds nog man) werkte begin jaren negentiger als criminele burgerinfiltrant voor de Haagse politie. Villes Franken was als burgerinfiltrant bij een aantal importen van cocaïne betrokken. Franken was echter onbetrouwbaar en niet stuurbaar, zo bleek uit de verhoren bij de commissie van Traa. Oud hoofdcommissaris Brand van Den Haag vertelde daar dat het om twee zaken ging. “De eerste is een zaak van 40 kg cocaïne waar de informant F. aan een tactische rechercheur van ons meldt dat hij hem kan brengen bij 40 kg cocaïne en bij een dader. (….) In dat traject is inderdaad 40 kg cocaïne door ons in beslag genomen en er zijn daders bij aangehouden. Vervolgens bleek dat de informant zich niet aan de afspraken gehouden had. (…) Hij had de container op zijn naam laten zetten. Hem was dus verboden, dat te doen. (…) En de zaak is dus niet doorgezet naar de rechter.
    Officier van Justitie van der Voort voegde daar aan toe dat F. zich presenteerde als informant en een partij bij de politie meldde. Hij vertelde dat iets buiten de haven een schip lag met een partij van maar 40 of 50 kilo groot. Hij zei tegen ons dat de politie daar vooral niet aan moest komen, omdat daarna een partij zou komen die vele malen groter zou zijn. Dat verzekerde hij ons ook. Ik geloof dat zelfs werd gesproken over 1000 kilo cocaïne. (…) In dat geval hebben wij de partij gecontroleerd afgeleverd, omdat er twee dingen aan de orde waren. Het ene was dat de informant F volstrekt oncontroleerbaar en onbestuurbaar was. Dat was al in een eerdere zaak gebleken. Het andere aspect was dat wij zeer ernstige twijfels hadden over de betrouwbaarheid van deze informant. Ik had de indruk, samen met de politie, al in een heel vroeg stadium, dat het helemaal geen kleine partij was, maar dat op deze manier, met toestemming van de politie, met bescherming van de politie zelfs, om een ripdeal te voorkomen, een grotere partij werd ingevoerd. Het laatste bleek, want er zat geen 40 kilo in, maar 200 kilo.(…) De partij is geschept, er is een gecontroleerde aflevering van gemaakt. De informant, tevens zijnde verdachte, is aangehouden, voorgeleid aan de rechter-commissaris en uiteindelijk voor de rechtbank gebracht. Ik heb een gevangenisstraf van acht jaar geëist. De rechtbank heeft er zeven van gemaakt. Het hof, om hem moverende redenen, heeft er drie jaar gevangenisstraf van gemaakt.”

    Franken veroorzaakt nog flink ophef door in een uitzending van Lopende Zaken van de VPRO in maart 1996 te stellen dat ze onder druk was gezet door Docters van Leeuwen om meineed te plegen bij een verhoor voor de commissie van Traa. Dat verhoor heeft overigens nooit plaatsgevonden, maar zat volgens haar advocaat, Michael Mantz, wel in de pijplijn. In de Groene Amsterdammer van 29 mei 1996 stelde Mantz overigens dat Franken ‘inmiddels weer volop bij doorleveringoperaties is betrokken in het oosten des lands, en dat zij veel geld binnenkrijgt, bij wijze van zwijggeld’.

    De AIVD moet dus in ieder geval in 2001 op de hoogte zijn geweest van het contact tussen Franken, Paul H. en ook de advocaat Mantz, die op dezelfde lijst PPA figureert. Zowel Franken als Paul H. komen in 2004 in contact met justitie. Paul H. blijkt achter een bomaanslag te zitten op het Haagse Makelaarskantoor Westerhouse aan de Valkenboslaan. De Haagse recherche constateerde al direct dat het een professionele bom was en al snel richtte de recherche haar pijlen op oud BVD’er Paul H. H. had na zijn ontslag bij de BVD €300.000,- meegekregen, maar daar was niet veel meer van over. Zijn bedrijfjes waren begin 2004 failliet verklaard en hij moest zijn woning aan de Piet Heinstraat gedwongen verkopen. De koper was Westerhouse. Ondanks de sterke verdenking wist de recherche het bewijs echter niet rond te krijgen.

    Villes Franken duikt op in het schandaal rondom het Haagse Juridisch adviesbureau Stichting Instituut voor Multi Juridische Service (MJS). Het VARA programma Zembla zond op 29 januari 2005 een documentaire uit, waarin de praktijk van MJS aan de orde werd gesteld. MJS had een klein kantoortje in Den Haag waar illegale vreemdelingen voor een bedrag van €3500,- werden opgelicht. MJS zou voor dat bedrag een verblijfsvergunning regelen, terwijl er in feite alleen een aanvraag voor een verblijfsvergunning werd ingediend. Villes Franken was de oprichtster van stichting MJS. Volgens haar advocaat Mantz “werd ze volledig verkeerd aangestuurd door de Haagse vreemdelingendienst. Mijn cliënte zag gewoon een gat in de wet. Als dat strafbaar zou zijn, waarom heeft de vreemdelingendienst het dan zo lang willens en wetens toegestaan?” Het onderzoek van de politie richtte zich ook op een oud-medewerker van de vreemdelingendienst.

    Een bijzondere naam bij de Stichting MJS is die van de enige advocaat in het geheel: Maarten Dankelman. Deze Haagse advocaat werd in 2002 namelijk beschuldigd van lidmaatschap van een criminele organisatie. En niet zo maar één. Néé, volgens justitie was Dankelman lid van de organisatie van groei-infiltrant van het IRT, Kris J..
    Volgens het OM was Dankelman ‘een juridisch adviseur die 24 uur per dag beschikbaar is om de criminele organisatie met raad en daad bij te staan’. Hij stelde kantoorruimte en telefoon- en faxaansluitingen beschikbaar aan mensen van wie hij wist dat ze actief waren in de drugshandel. Dankelman werd zowel in deze zaak als in de zaak van de illegalen vrijgesproken.

    Villes Franken heeft inmiddels de Rijksrecherche op bezoek gehad. De Telgraaf van 3 juni 2006 meld dat ze ‘een bevel tot overlevering van de staatsgeheime documenten ’heeft ontvangen, maar dat ze voorlopig als getuige is gehoord, niet als verdachte. Franken zelf zegt in de Telegraaf Ik heb dozen vol met dossiers ontvangen. Het gaat om veel notulen, maar ook verslagen van operaties. De politie voelt zich gechanteerd door mij, omdat ze weten dat ik de stukken heb”.
    Haar advocaat , Michael Mantz vertelde een andere versie aan de krant. “Ik heb de dossiers nooit gezien. Maar de rijksrecherche stond onlangs niet voor niets bij haar op de stoep. Ik heb rechter-commissaris L. K. van Zaltbommel onlangs per brief laten weten dat ook haar runners van de Haagse politie op de hoogte zijn van het feit dat hun infiltrant Villes nu naar voren komt in dit onderzoek.”

    Afluisteren

    Inmiddels is de aandacht voor de zaak bijna geheel verschoven naar het juridische gevecht rondom het afluisteren van de Telegraafjournalisten de Haas en Mos. De rechtbank stelde hen in het gelijk bij hun vordering richting AIVD om onmiddellijk te stoppen met afluisteren en om alle gegevens die de dienst al had verzameld te vernietigen. Minister Remkes is in hoger beroep gegaan en heeft de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten opdracht gegeven te kijken of het afluisteren wetmatig was.

    Onderzoek

    Minister Remkes heeft in een brief aan de Tweede Kamer laten weten dat de AIVD en de Rijksrecherche beiden het lek onderzoeken. De Tweede Kamer verzocht de minister in het debat van 26 januari om ook de CTIVD een onderzoek te laten doen naar het integriteits- en geheimhoudingsbeleid van de AIVD. Remkes beloofde de Tweede Kamer een brief naar aanleiding van het gesprek van de CTIVD dat hij gaat voeren.

    Inmiddels is er echter genoeg materiaal om een parlementaire enquête naar deze zaak te overwegen. Wat zijn de omstandigheden van het ontslag van Paul H. geweest? Onderhield Paul H. nog contacten met medewerkers van de dienst? Is Paul H. misschien benadert door een buitenlandse dienst? Hoe heeft Paul H. na zijn ontslag de contacten met dit netwerk van criminele burgerinfiltranten in stand kunnen houden? Was de AIVD daar wel of niet van op de hoogte? Kloppen de beweringen van Franken? Is er daadwerkelijk sprake van een contra-strategie?
    Wellicht dat naast de Commissie van Toezicht een voorbereidend onderzoek naar de achtergronden kan worden verricht bijvoorbeeld door Van de Bunt, Fijnaut en Nelen, die in 2000 het wetenschappelijk onderzoek naar de nasleep van de IRT-affaire deden.