• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • De Tragiek van een Geheime Dienst, een beschouwing

    “De BVD verzamelt geen gegevens om daar
    vervolgens niets mee te doen.”

    Uit: De Groene Amsterdammer, buro Jansen & Jansen, 1990.

    “Mijn kontaktpersoon schreef altijd tijdens onze gesprekken dingen op. Namen van mensen. Wanneer er onbekende mensen op vergaderingen zijn moet ik die beschrijven. Groot, klein, brildragend, lang, kort haar, leren jekkie aan, dat vragen ze wel ja. Een half jaar geleden hebben ze me foto’s laten zien, van uhh, Groningen of daar bekenden bij waren. Het was een groot fotoboek. Er zaten allemaal foto’s in. Van die, ja zegmaar zes bij vijf, van die, uuh, geen politiefoto’s laat ik het zo zeggen, maar gewone foto’s. Gewoon op straat. Mensen die het niet in de gaten hadden. Ik vermoed van lui die bij Wolters Noordhoff naar binnen zijn gegaan, zo te zien. Het waren allemaal dezelfde soort foto’s. In totaal denk ik zo’n honderd foto’s, allemaal zwart-wit. Het waren foto’s die allemaal vanuit dezelfde positie waren, van hoog naar laat. Ik denk vanuit een gebouw. Dat boek hebben we samen een keer rustig doorgekeken. Eerlijk, ik kende er niemand van. De foto’s waren genummerd, allemaal. En achterin lat een groot vel met nummers en daar zaten namen bij. Waarschijnlijk meer dan honderd namen.”

    Aan het woord is de onlangs ontmaskerde Joop de Boer, alias Joop Tiel. Hij infiltreerde negen jaar lang in allerlei aktiegroepen, had goede kontakten met veel vredesaktivisten en was altijd te porren voor een praktische klus. Zijn ontmaskering was een van de gevolgen van een uitgebreid onderzoek naar het funktioneren van de BVD in Nijmegen. In het boekje de Tragiek van een Geheime Dienst doen de om begrijpelijke wijze anoniem gebleven onderzoekers verslag van een klaarblijkelijk maandenlange speurtocht naar de geschiedenis en werkwijze van de Plaatselijke Inlichtingen Dienst (PID). Een duik in de geschiedenis van de politieke politie wordt gevolgd door een nauwgezette rekonstruktie van middelen en taktiek van de Dienst, geïllustreerd met foto’s van auto’s, safe-houses, agenten en infiltranten. Achterin de Tragiek is een verslag opgenomen van het gesprek dat met Joop Tiel dat plaatsvond nadat hij gekonfronteerd was met foto’s van zijn ontmoetingen met de PID. De Nijmeegse politie was met de publikatie van het boekje “niet echt gelukkig”, maar moest dagenlang vergaderen over te ondernemen stappen. Gronden voor strafrechtelijke vervolging werden niet gevonden. De enige zet met naar men hoopt redelijke kans van slagen leek het civiel rechterlijk aanklagen van de verspreider, uitgeverij Ravijn in een kort geding met als eis het stopzetten van de distributie op somma van een boete van 5000,- per dag om verdere schending van de individuele agenten te voorkomen. Ravijn, die de dagvaarding voor het proces van maandag 10.00 uur op vrijdag aan het begin van de middag kreeg uitgereikt (zegt de deurwaarder uit gewoonte: “Prettig weekend!”), ziet het kort geding als een goeie publiciteitsstunt en bovendien als kans de diskussie over de BVD nog een keer onder de aandacht te brengen.
    Ook de BVD in Den Haag bleek ‘not amused’. Docters van Leeuwen deed samen met Joop Tiel aangifte van wederrechtelijke vrijheidsberoving, oftewel ontvoering. De infiltrant was onder valse voorwendselen naar een vergadering gelokt om een goed gesprek met hem te kunnen voeren. De advokate van de arrestant die in dit verband vorige week werd gemaakt, probeerde erachter te komen in welk arrondissement er dan een gerechtelijk vooronderzoek was gestart. Zij kreeg echter zowel in Amsterdam, Arnhem als Nijmegen nul op rekest en dus ook geen inzage in de eventuele stukken of ingezette dwangmiddelen als telefoontaps.
    Kennelijk voelde de BVD zich dusdanig in het kruis getast, dat zij zich onmiddellijk het bekend worden van de ontmaskering van Joop Tiel verlaagde tot het verspreiden van valse insinuaties als zou de infiltrant onder hete lampen en bedreigd met elektrocutering zwaar onder druk gezet zijn. Minister Dales nam in dit verband zelfs het woord ‘marteling’ in de mond. Afgezien van het feit dat uit het gepubliceerde verslag in de Tragiek blijkt dat Joop uitvoerig en in alle rust gepraat heeft en het verhaal over de met tape op tafel bevestigde snoeren van een mikrofoon uit de persverklaring van de ondervragers een stuk geloofwaardiger klinkt, is het de vraag of de verontwaardiging over het schenden van privacy niet wat selektief is. Met iemand die negen jaar lang het vertrouwen van mensen geschaad heeft door vriendschappen te misbruiken om ieder detail wat hij wist door te geven aan de BVD, daarmee moet toch op zijn minst een indringend gesprek gevoerd worden.
    Natuurlijk kwamen deze ontmaskering en het verschijnen van de Tragiek van een Geheime Dienst de BVD uitgesproken slecht uit, net nu ze begonnen waren aan een nieuw openbaarheidsoffensief. Via ‘onthullingen’ over nog immer aktieve russische spionnen in KRO’s Brandpunt moest het publiek worden overtuigd van de noodzaak van het bestaan van de Dienst. De Tweede Kamer was zeer verontwaardigd over deze manoeuvre, voor minister Dales aanleiding vooralsnog alweer een einde te maken aan deze nieuwe openheid.
    De makers van het boekje over de PID in Nijmegen hebben hun eigen invulling gegeven aan het streven naar meer openheid over de BVD. Zij stellen zich op het standpunt dat een serieuze diskussie over de BVD niet mogelijk is zonder kennis van methodes en werkwijze van de Dienst en dragen daar hun steentje aan bij.
    Door ontmaskering van Joop Tiel laaide voor de zoveelste keer de diskussie over BVD-interesse voor geweldloze groepen op. Ondanks het feit dat Joop de B. jarenlang systematisch alle informatie doorgaf over klubs variërend van de anti-militaristische wandelvereniging Is het hier Oorlog en 50+ tegen Kernenergie tot de Hekkenknippers van Kees Koning, blijft minister Dales ook nu weer volhouden dat de BVD niet geïnteresseerd is in de Vredesbeweging. Ze doet vragen vanuit de Kamer hierover af als ‘gezeur over futiliteiten’ en loopt weg als er te veel kritiek komt.
    Ontkennen dat de BVD overmatig veel aandacht voor de Vredesbeweging heeft is onderhand niet meer geloofwaardig. Uit de handel en wandel van Joop de B. zijn echter nog verdergaande konklusies te trekken, zijn verhaal bevestigt de analyse van buro Jansen & Janssen dat de BVD het liefst de hele alternatieve beweging in kaart zou willen brengen.

    In de onlangs door uitgeverij Ravijn uitgebrachte brochure Regenjassendemokratie is op basis van 59 infiltratiepogingen een schets gemaakt van het interessegebied van de Dienst.
    Het gaat de BVD niet uitsluitend om bommengooiers of anderen die mogelijk in staat zijn tot activiteiten die een ernstige bedreiging vormen voor het voortbestaan van de democratische rechtsorde. Integendeel. Iedereen die wel eens een aktie voert of op de een of andere manier mensen kent die dat doen, is mogelijk object. Bovendien is de Dienst geïnteresseerd in allerlei mogelijke ‘zachte’ informatie, in vriendschappen, drankgewoontes, de binnenkant van een kraakkafé, kortom informatie die zich uitstrekt tot diep in de persoonlijke levenssfeer van mensen. En, om met minister Dales te spreken: “De BVD verzamelt geen gegevens om daar vervolgens niets mee te doen”. (antwoord op vragen uit de Tweede Kamer over het gebruik van BVD-informatie in de Groningse WNC-zaak).

    Uit de analyse die buro Jansen & Janssen maakte van de opsporingsmethoden die gehanteerd zijn om de Groningse WNC-arrestanten achter slot en grendel te krijgen, blijkt hoe aktief de rol van de BVD daarin kan zijn.
    Om te beginnen is de hulp van de BVD ingeroepen om achter de identiteit van die arrestanten te komen die hun naam niet wilden zeggen. Maar dat was nog niet alles: de BVD leverde zoveel informatie, ook over al wel bij naam bekende mensen, dat de CRI daarmee haar hypothese van een ‘criminele vereniging’ kon ondersteunen.
    Omdat het werken met uitsluitend BVD-gegevens als bewijsmateriaal in Nederland door de rechter niet geaccepteerd wordt, heeft de politie geprobeerd te verhullen dat deze informatie uitsluitend van de inlichtingendienst afkomstig was, door het achteraf toevoegen van processen-verbaal over zogenaamd politie-onderzoek.
    Het speciale onderzoeksteam van de Groningse politie heeft al het mogelijke gedaan om achter de identiteit van de WNC-krakers te komen. Zij deed daarvoor onder andere een beroep op de BVD voor een onderzoek “met betrekking tot de (…) aangehouden verdachten, welke reeds eerder bij soortgelijke strafbare feiten betrokken zijn geweest”. De Dienst levert in antwoord hierop een lijst met een bonte variatie aan akties waar de arrestanten die zij konden identificeren in het verleden aan meegedaan zouden hebben. Opvallend aan deze lijst is dat de BVD geen onderscheid maakt tussen akties waarbij mensen opgepakt zijn en gebeurtenissen waarbij iemands deelname kennelijk is waargenomen. Vaak staat er in de BVD-lijst alleen “betrokken bij verzet tegen een ontruiming”, “spreker bij een demonstratieve optocht” of “deelgenomen aan bezetting van het VNO-kantoor in Den Haag”. Van “strafbare feiten” was in die gevallen geen sprake. Integendeel, veel van de akties die mensen nu nagedragen worden en waarover de BVD blijkbaar informatie verzameld, zijn geheel geweldloos en wat de BVD zelf beoor- deeld als politieke drukmiddelen die je in een democratie als de onze ter beschikking hebt.
    Van deze lijst met akties werd vervolgens door de CRI driftig gebruik gemaakt om aan te tonen dat mensen zich bewust waren dat ze meededen aan een criminele vereniging, vanwege het simpele feit dat ze al eerder aan akties hadden deelgenomen. Dat de gegevens die de CRI gebruikt afkomstig zijn van de BVD en niet (uitsluitend) uit CRI- of politie-archieven probeert men te verhullen door het toevoegen van processen verbaal die het moeten doen voorkomen dat de informatie afkomstig is van plaatselijke politie resp. Marechaussee. Deze stukken zijn echter niet alleen allemaal opgesteld nádat de CRI-analyse al was afgerond, uit het onderzoek van Jansen & Janssen blijkt dat de gegevens in die processen-verbaal domweg niet overeenkomen met die in het CRI-rapport. Kort gezegd komt het er op neer dat in de legitimerende brieven steeds een kleiner aantal mensen genoemd wordt, dan door de CRI uiteindelijk wordt opgevoerd. Ook op andere punten blijkt bij vergelijking dat er met de feiten gesjoemeld is.

    De BVD verdedigt haar gewroet in op het oog vreedzame groepen steeds weer met het argument dat het de Dienst gaat om bepaalde individuen die mogelijkerwijs…enzovoort. Uit de manoeuvres die voorafgingen aan het WNC-showproces blijkt echter dat eerder het omgekeerde het geval is. De BVD bespioneert allerlei zelfs de meest geaccepteerde politieke akties, als bezettingen en picketlines, en noteert wie daarbij aanwezig was. Die informatie wordt opgeslagen in de catacomben van de Kennedylaan totdat het moment rijp is er gebruik van te maken.
    Na de ontruiming van het WNC deed zich zo’n mogelijkheid voor. De publieke opinie is geschokt door het verzet van de krakers, men roept om wraak. Het Openbaar Ministerie ziet geen kans personen aan te klagen voor specifieke strafbare feiten en grijpt in de trukendoos: artikel 140. De jurisprudentie vereist dat er voor de constructie van een criminele vereniging sprake moet zijn van enige duurzaamheid. Geen probleem, de gegevens van de BVD bieden een prima basis ter ondersteuning van de artikel 140-aanklacht. Mensen die gearresteerd zijn krijgen hun aktie-verleden nagedragen en dreigen veroordeeld te worden op alles waar ze ooit aan meegedaan zouden hebben. Zo bezien werkt de BVD mee aan de criminalisering van aktievoerders, die beschuldigd worden van feiten die hen op niet eens persoonlijk aan te rekenen zijn.
    In tegenstelling tot dat wat altijd beweerd wordt blijkt uit het WNC-dossier dat de BVD geïnteresseerd is in alle mogelijke akties, hoe soft of geweldloos ook; dat die informatie moeiteloos gekoppeld kan worden aan personen; dat dat geheel los staat van de vraag of de personalia ooit aan Justitie of Politie bekend zijn gemaakt. En dat de BVD genegen is materiaal aan te voeren om te dienen als ondersteunend bewijs. Puur juridisch is dit al verwerpelijk, omdat de BVD geen opsporingsbevoegdheid heeft en zich dus ook niet hoeft te houden aan het Wetboek van Strafvordering. De gehanteerde opsporingsmethoden hoeven dientengevolge nooit onderworpen te worden aan rechterlijke toetsing, dus hoe ze bij jou terecht gekomen zijn is nooit te controleren.
    Bovendien is hiermee eindelijk een keer bewezen dat de BVD wel degelijk het liefst de hele beweging in kaart brengt, niet om – zoals ze dat zelf zo graag formuleren – zich bezig te houden met hen die de ‘gewichtige belangen van de staat in gevaar brengen’, maar om als het hen uitkomt eenieder die niet in het gareel loopt uit te rangeren.