• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Eindrapport project hermandad

    Aan: Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

    16 oktober 1997

    Hierbij bied ik u ter kennisneming aan het eindrapport van het project Hermandad. Dit project had voornamelijk tot doel de samenwerking tussen de BVD en bestuur, justitie en politie te verbeteren, en waar nodig opnieuw vorm te geven. Dit rapport, bestemd voor een brede verspreiding, is een samenvatting van een gerubriceerde versie, die overeenkomstig de geldende afspraken reeds ter kennis is gebracht van de Commissie voor de Inlichtingen.- en Veiligheidsdiensten van uw Kamer. In vervolg hierop heb ik bijgaand rapport eveneens ter kennisneming aan de Commissie toegezonden. De minister van Binnenlandse Zaken, H.F. Dijkstal


    SAMEN WERKEN AAN VEILIGHEID EINDRAPPORT PROJECT HERMANDAD

    Inhoudsopgave

    Voorwoord

    Samenwerking: een kwestie van willen en moeten

    Willen samenwerken

    Moeten samenwerken

    De samenwerking invullen: het project Hermandad

    Samenwerking handen en voeten geven

    Relatie met de politie

    Inleiding

    Afstemming met de regionale beheersdriehoeken

    Samenwerking op tactisch niveau

    Samenwerking met de RIDen

    Relatie met het Openbaar Ministerie

    Relatie met de Koninklijke marechaussee

    Relatie met de bijzondere opsporingsdiensten

    Inleiding

    Economische Controledienst

    Belastingdienst

    Rijksrecherche

    Vasthouden wat goed is, uitbouwen wat beter kan

    Vasthouden wat goed is

    Uitbouwen wat beter kan

    Informatie-uitwisseling verbeteren en waarborgen

    Een rol spelen in het internationale krachtenveld

     

    Voorwoord

    Er is een goede werkverhouding bereikt tussen de Binnenlandse Veiligheidsdienst en de Regionale Inlichtingendiensten van de politie, die zich ook in de praktijk bewijst. Binnen deze relatie is sprake van respect voor en in achtneming van de onderscheiden verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Hierdoor is het mogelijk ongewenste verstrengeling van belangen te voorkomen.

    Mijn voorgangster, mevrouw C.I. Dales, gaf in 1991 het hoofd van de Binnenlandse Veiligheidsdienst de opdracht de samenwerking tussen de BVD en de politie (Regionale Inlichtingendiensten) opnieuw vorm te geven. Tegelijkertijd kon dan de samenwerking tussen de BVD en het Openbaar Ministerie, de Koninklijke marechaussee en andere bijzondere opsporingsdiensten (Economische Controledienst, Belastingdienst en Rijksrecherche) structureel worden geregeld.

    Het hoofd van de BVD richtte een project in, Hermandad genaamd, dat binnen vijf jaar (1992-1997) diende te leiden tot de gewenste verbetering in de samenwerking. De meeste aandacht is uitgegaan naar de relatie van de BVD met de politie. Dit project is thans met succes afgerond. De BVD werkt al jarenlang nauw samen met andere Europese inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Binnen het project Hermandad heeft de BVD ook aandacht besteed aan internationale samenwerking, voor zover het afstemming en informatie-uitwisseling tussen inlichtingen- en veiligheidsdiensten en politie binnen Europa betreft. Het is essentieel dat er voldoende kennis bestaat over de juridische grondslagen van de, soms gemengde, politie- en inlichtingen- en veiligheidsdiensten van de Europese lidstaten. Door de toename van gemeenschappelijke werkterreinen en raakvlakken neemt het belang van goede afstemming en samenwerking nationaal en internationaal toe.

    Structurele aandacht voor de relatie-ontwikkeling in binnen- en buitenland is voor de BVD dan ook van groot belang. Met genoegen neem ik kennis van de duidelijkheid die – dank zij het project Hermandad – is ontstaan over de samenwerking tussen de BVD en zijn Nederlandse partners.

    De Minister van Binnenlandse Zaken

    H.F. Dijkstal  De resultaten van het project zijn in twee versies vastgelegd. Dit rapport, bestemd voor een brede verspreiding, is een samenvatting van een gerubriceerde versie, die is voorgelegd aan de Commissie voor inlichtingen- en veiligheidsdiensten van de Tweede Kamer en waarin de resultaten van het project en de nog door de BVD te ondernemen activiteiten in detail zijn vermeld.

    Terug naar inhoud Project Hermandad

    Samenwerking: een kwestie van willen en moeten

    Willen samenwerken

    Om het risico van aantastingen van de democratische rechtsorde en van de veiligheid en andere gewichtige belangen van de staat beheersbaar te houden, wil en moet de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) samenwerken met andere diensten en zijn beleid afstemmen op dat van de overige departementen die hierin eveneens een taak hebben. Steeds meer vraagstukken zijn immers niet meer te beschouwen als een zuiver staatsveiligheids-, crimineel of sociaal-economisch probleem.
    Voorbeelden hiervan zijn verschijns elen als proliferatie, terrorisme en de toenemende invloed van de georganiseerde misdaad op sectoren binnen de overheid en het bedrijfsleven. Een effectieve aanpak daarvan staat of valt met een goede beleidscoördinatie en samenwerking tussen de betrokken diensten en instanties, zowel in nationaal als in internationaal verband. Een van de belangrijkste samenwerkingspartners voor de BVD is de politie. Een goede aanleiding om deze samenwerking verder gestalte te geven, vormde de regionalisering van de politie en de reorganisatie van de BVD. Daarom gaf de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken in 1991 aan het hoofd van de Binnenlandse Veiligheidsdienst opdracht de samenwerkingsrelatie BVD-politie opnieuw vorm te geven. Tegelijkertijd zou de samenwerking met het Openbaar Ministerie, de Koninklijke marechaussee (Kmar) en de bijzondere opsporingsdiensten (de Economische Controledienst, de Belastingdienst en de Rijksrecherche) structureel moeten worden geregeld. De onderlinge verhoudingen tussen de politie en de BVD waren aan herziening toe. Juist vanwege de reorganisatie-perikelen bestond er namelijk weinig oog voor wederzijdse belangen. Verder bestond er onduidelijkheid over de manier waarop de BVD de plaatselijke en districts-inlichtingendiensten aanstuurde. Kortom, helderheid in de verhoudingen was geboden. Dit resulteerde in een aantal aanbevelingen voor de opzet van het project Hermandad. Moeten samenwerken De noodzaak tot samenwerking wordt niet alleen ingegeven door het beheersbaar houden van de veiligheidsrisicos; zij is ook vastgelegd in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (WIV). De WIV geeft drie uitgangspunten waarbinnen samenwerking dient plaats te vinden.
    1. Werkzaamheden voor de BVD. De WIV draagt de korpschefs, de commandant van de Koninklijke marechaussee (Kmar) en bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen ambtenaren die zijn belast met de grensbewaking, op werkzaamheden te verrichten voor de BVD op grond van artikel 18. Zij verrichten deze werkzaamheden onder politieke verantwoordelijkheid van de minister van Binnenlandse Zaken en op aanwijzing van het hoofd van de BVD. Met de feitelijke uitvoering van de werkzaamheden zijn medewerkers van de korpschefs en de commandant Kmar belast. BVD-werkzaamheden zijn in de politie-organisatie ondergebracht bij de Regionale Inlichtingendiensten2 en bij de Bijzondere Dienst van de Kmar. Algemeen uitgangspunt van de WIV is een strikte scheiding tussen enerzijds het werk van politie en justitie en anderzijds de werkzaamheden van inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Zo dienen de werkzaamheden van de politie voor de BVD strikt gescheiden plaats te vinden van de werkzaamheden voor het Openbaar Ministerie, justitie en de burgemeester. Politiefunctionarissen beschikken in de uitvoering van BVD-taken niet over opsporingsbevoegdheid. De reden hiervan is dat de BVD geen opsporingsbevoegdheid heeft. Verder zijn er specifieke bepalingen opgenomen over het verzamelen, registreren en verstrekken van persoonsgegevens. Tevens gelden bijzondere geheimhoudingsbepalingen.

    2. Informatieverstrekking door en aan de BVD. De minister – lees het hoofd van de BVD – is volgens de WIV verplicht daarvoor in aanmerking komende gegevens onmiddellijk door te geven aan overheidsinstellingen die dat aangaan. Hieronder vallen onder meer departementen en het Openbaar Ministerie. Omgekeerd zijn de politie en het OM verplicht informatie die van belang geacht wordt voor de BVD, door te geven aan die dienst.

    3. Samenwerking op het gebied van strafvordering. De verplichte samenwerking op het gebied van strafvordering komt tot uiting in het wettelijk geregeld overleg tussen de procureurs-generaal en het hoofd van de BVD. In de praktijk vervult de Landelijke Officier van Justitie hierin een belangrijke rol.

    Terug naar inhoud Project Hermandad

    De samenwerking invullen: het project Hermandad

    Om de samenwerking met de politie, het Openbaar Ministerie, de Kmar en de bijzondere opsporingsdiensten gestalte te geven, richtte het hoofd van de een project in, Hermandad genaamd. Binnen vijf jaar (1992-1997) diende het project te leiden tot de gewenste verbetering in de samenwerking. De meeste aandacht in het project ging uit naar de relatie BVD-politie. 2) Voor de reorganisatie bij de politie plaatselijke en districten-inlichtingendiensten genaamd. In dit rapport wordt verder over Regionale Inlichtingendiensten of RIDen gesproken.
    Het hoofdproject Hermandad werd onderverdeeld in zeven projecten, waarvan enkele werden onderverdeeld in deelprojecten. De algehele leiding van het project was in handen van een projectleider. De dagelijkse leiding kwam voor rekening van een projectmanager die werd ondersteund door enkele projectmedewerkers, samen het projectbureau Hermandad genoemd. Intern overlegde de projectleiding met regelmaat met de Adviesgroep Hermandad, extern met de Adviescommissie Inlichtingendiensten, een onderdeel van de Raad van Hoofdcommissarissen, en bilateraal met vertegenwoordigers van de andere diensten. Aan de concrete uitvoering van de projectwerkzaamheden droegen BVD-medewerkers en veel medewerkers van de bij het project Hermandad betrokken organisaties bij. Juist ook deze externe inbreng beïnvloedde de resultaten positief en zorgde voor extra draagvlak binnen de betrokken diensten.

    De parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden (Commissie Van Traa) merkte in haar eindrapport op dat in de samenwerking tussen de politie en de BVD, de aansturing van de RIDen door de BVD en de informatie-uitwisseling tussen beide organisaties voor verbetering vatbaar waren. De projectgroep heeft hieraan bijzondere aandacht besteed. Voorafgaand aan en in de beginfase van het project heeft de BVD uitvoerig gediscussieerd over de samenwerking BVD-politie, met als inzet de voortzetting en de verbetering van de relatie met de RIDen. Op het moment dat de enquêtecommissie haar rapport uitbracht, was de discussie over de voortzetting van de relatie met de RIDen intern bij de BVD al geruime tijd afgerond en had de BVD al besloten deze relatie opnieuw vorm te geven. De BVD acht deze samenwerking immers van groot belang voor een goede taakuitvoering. Dit was het uitgangspunt voor het project Hermandad.

    Uiteraard onderschrijft de BVD het standpunt van de enquêtecommissie dat het zinvol is de relatie BVD-RIDen periodiek te evalueren om waar nodig verbeteringen aan te brengen.

    Terug naar inhoud Project Hermandad

    Samenwerking handen en voeten geven

    De wil uitspreken tot samenwerken is mooi, maar hoe is het project Hermandad erin geslaagd de samenwerking met de politie, het Openbaar Ministerie, de Kmar en de bijzondere opsporingsdiensten te verbeteren? En welke vervolgacties zijn noodzakelijk? In d it hoofdstuk komt aan de orde wat met de diverse samenwerkingspartners tijdens het project Hermandad is bereikt en wat is afgesproken om de continu´teit van de diverse samenwerkingsverbanden zeker te stellen.

    Relatie met de politie

     

    Inleiding

    De samenwerking tussen de BVD en de politie, in het bijzonder met de Regionale Inlichtingen- diensten van de 25 regionale politiekorpsen en de inlichtingendienst van het Korps Landelijke Politiediensten, is inmiddels naar behoren geregeld. Het proces en de daaraan gekoppelde procedures zijn beschreven in het Handboek RID. Uitgangspunt bij het vormgeven van die samenwerking is steeds de artikel 18-relatie geweest. Binnen de politie zijn artikel 18-werkzaamheden nadrukkelijk gescheiden van andere politietaken. Hiermee is voldaan aan de aanbeveling van de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden. Achtereenvolgens komt de samenwerking met de regionale beheersdriehoeken (bestaande uit korpschef, korpsbeheerder en de betrokken Hoofdofficier van Justitie), op tactisch niveau en met de RIDen aan de orde.

    Afstemming met de regionale beheersdriehoeken

    Projectresultaten.

    Tussen het hoofd van de BVD en de Beheersoverleggen van de regionale politiekorpsen is afgesproken de intentie tot samenwerking en informatie-uitwisseling vast te leggen in samenwerkingsprotocollen. De aanleiding daarvoor is dat binnen de relatie politie-BVD steeds meer gemeenschappelijke werkterreinen en raakvlakken ontstaan. Waar overlap van belangen optreedt, is het van belang competentiegeschillen te voorkomen door goede afspraken over samenwerking en informatie-uitwisseling.

    Het protocol is opgesteld in de vorm van een standaard-overeenkomst en kan desgewenst worden toegesneden op de regionale situatie. Het beschrijft de wettelijke verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de BVD, politie (exclusief artikel 18-werkzaamheden) en Openbaar Ministerie waar het gaat om samenwerking en informatie-uitwisseling. De standaard-overeenkomst bevat verder voornamelijk intenties over de houding die alle partijen daarbij in acht nemen. Het protocol wordt ondertekend door het hoofd van de BVD, namens de minister van Binnenlandse Zaken, en de betrokken korpsbeheerder als bevoegd gezag.

    De meerwaarde van het protocol ligt niet zozeer in het document zelf, maar in het periodieke contact tussen het hoofd van de BVD en de regionale beheersdriehoeken. Het hoofd van de BVD en de regionale beheersdriehoeken hebben afgesproken elkaar geregeld te ontmoeten om nadere beleidsafspraken te maken over samenwerking en informatie-uitwisseling.

    Hoe verder?

    De gesprekken met de 25 regionale beheersdriehoeken en het Korps Landelijke Politiediensten dienen nog aan diepgang te winnen. Een goede voorbereiding tussen de BVD en de politie op tactisch niveau draagt hieraan bij.

    Terug naar inhoud Project Hermandad

    Samenwerking op tactisch niveau

    De reorganisatie van de politie heeft er in veel regio’s toe geleid dat de meeste RIDen een andere plaats kregen binnen het korps.
    In plaats van direct onder de korpsleiding werden de meeste RIDen ondergebracht bij een divisie of een andere beheerseenheid. Het hoofd van een dergelijke eenheid is niet de functionaris die met de dagelijkse leiding is belast. Hij heeft behalve de RID diverse andere politie-onderdelen in zijn beheer. Deze categorie politiefunctionarissen wordt aangeduid als de tactische chefs van de RIDen. Het betreft hier geen eenduidige categorie: de plaats van de RID en van hun tactische chef verschilt per korps.
    Projectresultaten.

    Leidinggevenden van de BVD voeren structureel overleg met de tactische chefs van de RIDen over actuele onderwerpen. Dit overleg tussen het tactisch management van de politie en de BVD is van groot belang gebleken om de kloof te overbruggen die was ontstaan door de reorganisatie binnen de politie. Verder heeft dit overleg een betere verbinding tussen de verschillende lagen van de politie tot stand gebracht. Het begrip voor de taken en werkwijzen van de RID voor de BVD is navenant toegenomen.

    Hoe verder?

    In de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten krijgen de tactische chefs van de RIDen afzonderlijk aandacht. In verband met de beheersmatige en toezichthoudende taak op de RIDen is het noodzakelijk hun positie in het kader van deze wet te verduidelijken. Vervolgens vindt minstens een keer per jaar overleg plaats tussen de tactische politiechefs en leidinggevenden van de BVD.

    Terug naar inhoud Project Hermandad

    Samenwerking met de RIDen

    Projectresultaten.

    De relatie met de RIDen is opnieuw ingevuld. Jaarlijks spreken de BVD en de RIDen met elkaar af wat ze van elkaar (mogen) verwachten. De uitkomsten worden in een activiteitenplan vastgelegd. Het hoofd van de BVD stelt jaarlijks voor elke RID na overleg met de korpschef een activiteitenplan vast. In de praktijk verloopt dit laatste door tussenkomst van de operationele RID-chef en zijn tactische chef.
    Een activiteitenplan bevat:

    • concrete afspraken over de werkzaamheden die een RID voor de BVD verricht. De werkzaamheden vloeien zowel voort uit artikel 18 WIV als uit artikel 22 WIV en vinden plaats op aanwijzing van het hoofd van de BVD, in de praktijk aangestuurd door BVD-leidinggevenden;
    • afspraken over de informatie-uitwisseling tussen beide organisaties. In de werkrelatie tussen de BVD en de RIDen zijn tal van afspraken gemaakt en procedures vastgelegd. Hieronder volgt een kort overzicht van de belangrijkste afspraken.
        • Ten eerste zijn er criteria en procedures opgesteld voor de selectie, benoeming en screening van artikel 18-functionarissen. De minister van Binnenlandse Zaken heeft deze categorie functies als vertrouwensfuncties aangewezen.

      De dienst heeft een hernieuwd opleidingstraject ontwikkeld om ervoor te zorgen dat de RID-medewerkers voldoende kennis opdoen en voldoende vaardigheden aanleren om de taken voor de BVD naar behoren uit te voeren. Daarbij besteedt de BVD veel aandacht aan beveiligingsaspecten die samenhangen met de uitvoering van artikel 18 werkzaamheden.

     

      • Verder leggen de RIDen een persoonsregistratie aan volgens de bepalingen van de Privacy-regeling BVD en op aanwijzingen van het hoofd van de BVD. Deze registratie is strikt gescheiden van andere gegevensbestanden die bij de politie aanwezig zijn. Hiertoe zijn regels ontworpen voor de RID-administratie, voor de registratie van BVD-gegevens, voor de uitwisseling van gegevens en voor de (geautomatiseerde) opslag van BVD-gegevens bij een RID. De BVD ondersteunt de RIDen hierbij door een documentatie-systeem ter beschikking te stellen, alsmede een beveiligde E-mailverbinding met de dienst. Periodiek schouwt de BVD de gegevensbestanden en geeft aan of gegevens verwijderd moeten worden.
      • BVD-gegevens mogen alleen met toestemming van het hoofd van de BVD door de RIDen aan derden worden verstrekt. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor gegevens die van belang zijn voor de openbare orde, maar bij de uitvoering van artikel 18-werkzaamheden naar boven zijn gekomen.
      • Ten slotte is de BVD alert op informatie die van belang kan zijn voor politie, openbaar bestuur en Openbaar Ministerie. Als de BVD beschikt over dergelijke informatie, zorgt deze ervoor dat belanghebbenden binnen de overheid kunnen beschikken over deze gegevens.

     

    • Op basis van dit alles kan worden gesteld dat van een moeizame aansturing van de RIDen door de BVD, zoals de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden constateerde, geen sprake meer is. Dit geldt evenzeer voor de discussie over het voortbestaan van de werkverhouding BVD-RIDen.

     

    Hoe verder?

    De aansturing van de RIDen door de BVD en de onderlinge samenwerking mag dan duidelijk verbeterd zijn, aan de gegevensverstrekking aan de RID valt nog veel te doen. Nog in 1997 doet de BVD voorstellen om de gegevensverstrekking op het gewenste niveau te brengen. Ook de inhoud van de activiteitenplannen moet nog aan kwaliteit winnen. Het is een taak voor de politie en de BVD hieraan samen invulling te geven. In het najaar van 1997 volgen voorstellen om de activiteitenplannen waar nodig te verbeteren.

    Terug naar inhoud Project Hermandad

    Relatie met het Openbaar Ministerie

    De leden van het Openbaar Ministerie (OM) verstrekken de BVD relevante informatie die onder het regime van het OM valt; dit gebeurt door tussenkomst van de procureurs-generaal. Daar waar de taakvervulling van een van beide partijen daartoe aanleiding geeft, overleggen de betrokken procureur-generaal en het hoofd van de BVD met elkaar.

    Projectresultaten.

    Om het wettelijk voorgeschreven overleg tussen het hoofd van de BVD en de betrokken procureurs-generaal uit te werken, hebben de BVD en het OM in 1993 werkafspraken gemaakt; deze zijn goedgekeurd door de Vergadering van procureurs-generaal. Afgesproken is dat de BVD overleg voert met een daartoe aangewezen Landelijk Officier Bestrijding Terroristische Misdrijven (LOvJ), zodra overleg met het OM noodzakelijk is om terroristische of andere misdrijven op te sporen dan wel te voorkomen. De vergadering van procureurs-generaal heeft de LOvJ, belast met de bestrijding van terroristische misdrijven, tevens aangewezen als landelijk coördinator voor het voorkomen en opsporen van andere misdrijven waarop de BVD in de uitvoering van zijn wettelijke taak stuit. Indien er verschil van inzicht bestaat, bijvoorbeeld over het verstrekken van gegevens, overlegt het hoofd van de BVD onmiddellijk met de betrokken procureur-generaal. Rechtstreeks contact tussen de BVD en de lokale Officier van Justitie blijft incidenteel mogelijk, mits de BVD de LOvJ informeert.

    Hoe verder?

    De relatie met het OM verdient meer aandacht. Zo neemt de LOvJ inmiddels deel aan het beleidsoverleg tussen de leiding van de BVD en de Divisie Centrale Recherche-Informatie (CRI). Bovendien fungeert deze Officier van Justitie als voorzitter van een periodiek werkoverleg tussen BVD en de dienst Bijzondere Recherche Zaken (CRI/dBRZ ). In het kader van wederzijdse informatie-uitwisseling zal het OM nadrukkelijker een rol vervullen. In het overleg met het college van procureurs-generaal zal het hoofd van de BVD aandacht vragen voor de structuur van gegevensverstrekking door de politie en het OM aan de Dienst.

    Terug naar inhoud Project Hermandad

    Relatie met de Koninklijke marechaussee

    De commandant van de Koninklijke marechaussee (C-Kmar) is aangewezen om werkzaamheden te verrichten voor de BVD. Deze werkzaamheden hangen voor een belangrijk deel samen met de grensbewakingstaak van de Kmar. Veel van de ingezette Kmar-capaciteit is erop gericht inlichtingen over reizigersverkeer te verzamelen.

    Projectresultaten.

    Al vele jaren is sprake van een uitstekende relatie tussen de BVD en de Kmar. Onder meer is afgesproken dat er tweemaandelijks beleidsoverleg plaatsvindt op directeurenniveau. De activiteiten van de Kmar ten behoeve van de BVD zijn ondergebracht bij de Bijzondere Dienst (BD) van de Kmar, vergelijkbaar met een RID bij de politie. Omdat de werkzaam-heden van de Kmar nauw samenhangen met de grensbewakingstaak, hebben de feitelijk opgedragen werkzaamheden ten behoeve van de BVD doorgaans een ander karakter dan die van de RIDen. Voor het overige komen aanwijzingen, regelingen en afspraken voor de Bijzondere Dienst vrijwel overheen met die van de RIDen. De BD voert zijn werk uit op basis van een activiteitenplan dat wordt opgesteld door de operationele BVD-teams. Het hoofd van de BVD stelt deze plannen jaarlijks vast na overleg met C-Kmar.
    De BD is te vinden op diverse plaatsen, maar is voornamelijk actief op Schiphol. De activiteiten van de BD hebben voornamelijk betrekking op de controle van reizigersverkeer, en wel op die (groepen) personen die binnen de taakuitvoering van de BVD van belang zijn. Daarnaast voert de BD alle veiligheidsonderzoeken uit naar personen die in aanmerking willen komen voor vertrouwensfuncties op Schiphol. Het hoofd van de BVD heeft deze taak ingevolge artikel 18 WIV opgedragen aan C-Kmar. Deze is bevoegd namens het hoofd van de BVD aan betrokken personen een verklaring van geen bezwaar af te geven. De weigering van een verklaring is voorbehouden aan de minister van Binnenlandse Zaken.

    Hoe verder?

    De Kmar is een belangrijke samenwerkingspartner voor de BVD. De BVD op zijn beurt kan de Kmar bij zijn taakuitvoering ondersteunen. Te denken valt hierbij onder meer aan het verstrekken van achtergrondinformatie over specifieke onderwerpen en aan ondersteuning op het terrein van vorming en opleiding. Het beleidsoverleg blijkt daarbij in de praktijk zeer waardevol. Eventuele problemen, maar ook nieuwe ideeën komen in een open sfeer aan de orde. Hierdoor is het mogelijk in een vroegtijdig stadium in te spelen op ontwikkelingen die zich voordoen. De relatie tussen de BVD en de Kmar is verder te verbeteren door deze overlegstructuur optimaal te benutten en de contacten inhoudelijk uit te bouwen op basis van het jaarlijks door het hoofd van de BVD vast te stellen activiteitenplan.

    Relatie met de Bijzondere Opsporingsdiensten

     

    Inleiding

    De samenwerking met de politie en de Kmar is gestructureerd op basis van artikel 18 WIV. Vanwege raakvlakken in werkterreinen ontstond de behoefte om ook structuur te brengen in het contact tussen de BVD en diverse bijzondere opsporingsdiensten. Het betreft hier de Economische Controledienst (ECD), de Belastingdienst (waaronder de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst en de Douane) en de Rijksrecherche. De afgelopen jaren is een goede werkrelatie met deze diensten ontstaan. Met het oog op verschillen in verantwoordelijkheden en bevoegdheden blijft de samenwerking beperkt tot afstemming ten aanzien van gemeenschappelijke werkterreinen en informatie-uitwisseling.

    Economische Controledienst

    Projectresultaten.

    De relatie tussen de BVD en de ECD komt in het bijzonder voort uit de gezamenlijke activiteiten op het terrein van de proliferatie van massavernietigingswapens. Wapens die, door de toepassing van bijzondere materialen, grote aantallen mensen in korte tijd kunnen doden. Het gaat daarbij zowel om kernwapens als chemische als biologische wapens en overbrengingsmiddelen. De BVD en de ECD hebben beide een taak bij de voorkoming van de verspreiding van dergelijke wapens. Jaarlijks ontmoeten de hoofden van de diensten elkaar om de samenwerking te bespreken. Periodiek stemmen vertegenwoordigers van de BVD en de ECD met elkaar af over lopende en nieuwe zaken om te zorgen dat bij de taakuitvoering beide diensten elkaar niet voor de voeten lopen. Daarnaast worden afspraken gemaakt over informatie-uitwisseling.

    Hoe verder?

    Initiatieven voor informatie-uitwisseling kunnen de relatie verder optimaliseren. Het is hier een kwestie van doorgaan op de ingeslagen weg.

    Terug naar inhoud Project Hermandad

    Belastingdienst

    Projectresultaten.

    Nadat al regelmatig op incidentele basis contacten plaatsvonden met de Belastingdienst zijn eind 1996 werkafspraken gemaakt tussen de BVD en de Belastingdienst over samenwerking. Deze afspraken hebben betrekking op de samenwerking tussen de BVD en de Douane en op afstemming en informatie-uitwisseling tussen de BVD en de FIOD. Op grond van artikel 18 WIV is de directeur van de directie Douane-aangelegenheden bij algemene maatregel van bestuur aangewezen om werkzaamheden te verrichten voor de BVD in verband met de grensbewaking. Met de Douane en de FIOD zijn afspraken gemaakt over afstemming ten aanzien van raakvlakken in werkterreinen en informatie-uitwisseling.

    Hoe verder?

    De recente afspraken tussen de BVD en de Belastingdienst verdienen nog een nadere uitwerking. Jaarlijks zullen de beide hoofden van de diensten met elkaar spreken over de relatie-ontwikkeling. Op korte termijn zal de BVD met de Belastingdienst nadere afspraken maken over de structuur van de samenwerking op tactisch niveau.

    Terug naar inhoud Project Hermandad

    Rijksrecherche

    Projectresultaten.

    De BVD en de Rijksrecherche overleggen ad hoc over onderwerpen en ontwikkelingen die voor beide diensten van belang zijn. Waar werkterreinen van de BVD en de Rijksrecherche elkaar overlappen, wisselen zij informatie uit. Er is sprake van een goed contact dat slechts in bijzondere situaties leidt tot nadere afspraken over concrete zaken.

    Hoe verder?

    Het contact tussen de BVD en de Rijksrecherche vindt primair plaats op dienstleidingniveau. De toenemende invloed van de georganiseerde criminaliteit in de bovenwereld noopt tot intensievere contacten. Samen met de Rijksrecherche bereidt de BVD werkafspraken voor die moeten leiden tot structurele afstemming over raakvlakken en een concrete procedure voor informatie-uitwisseling.

    Terug naar inhoud Project Hermandad

    Vasthouden wat goed is, uitbouwen wat beter kan

    Vasthouden wat goed is

    In het vorige hoofdstuk is aangegeven op welke wijze de samenwerking met de diverse partners tijdens het project Hermandad gestalte heeft gekregen en welke afspraken er zijn gemaakt om deze samenwerking verder te ontwikkelen. Binnen deze relaties is sprake van respect voor en in achtneming van de onderscheiden verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Hierdoor is het mogelijk ongewenste verstrengeling van belangen te voorkomen. Door het project Hermandad af te ronden, heeft de BVD voldaan aan de opdracht van de minister van Binnenlandse Zaken. Bovendien komen de projectresultaten tegemoet aan de aanbevelingen van de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden. Daarmee is het werk echter niet af; structurele aandacht voor de relatie-ontwikkeling is een eerste vereiste om de projectresultaten vast te houden. Door een toename van gemeenschappelijke werkterreinen en raakvlakken neemt het belang van goede afstemming en samenwerking immers toe. Een van de belangrijkste beslissingen van de BVD in dit kader is te blijven investeren in de relaties en binnen de BVD te komen tot een permanente voorziening om de bereikte resultaten verder uit te bouwen. De projectresultaten vormen een uitstekende basis om verder te werken. Afgesproken is de inhoudelijk operationele aspecten daar te behartigen waar ze operationeel aan de orde zijn. Dat betekent in dit kader dat activiteiten zoveel mogelijk decentraal plaatsvinden. Daarnaast blijft er een aantal zaken dat structureel op centraal niveau behartigd moet worden om ervoor te zorgen dat inhoudelijke, operationele samenwerkingsverbanden optimaal kunnen (blijven) functioneren.

    Uitbouwen wat beter kan

    In deze paragraaf komen tot slot twee onderwerpen aan de orde die de verdere ontwikkeling van de samenwerkingsrelatie tussen de BVD en het bestuurlijk-justitieel segment in toenemende mate beïnvloeden: informatie-uitwisseling en internationale ontwikkelingen.

    Terug naar inhoud Project Hermandad

    Informatie-uitwisseling verbeteren en waarborgen

    De minister is verplicht daarvoor in aanmerking komende gegevens onmiddellijk door te geven aan overheidsinstellingen die dat aangaan. In veel gevallen is het hoofd van de BVD daartoe gemachtigd. Omgekeerd zijn onder meer de politie en het OM verplicht informatie die van belang geacht wordt voor de BVD, door te geven aan die dienst. De BVD onderneemt een aantal acties om deze informatie-uitwisseling verder te verbeteren. Dit betekent niet alleen waar nodig het bevorderen van uitwisseling van informatie, maar ook de zorg dat dit verantwoord gebeurt, met respect voor ieders verantwoordelijkheden en bevoegdheden.
    Een werkgroep CID-BVD, waarin vertegenwoordigers van politie, justitie en BVD, heeft aan het hoofd van de BVD een rapport overhandigd, dat betrekking heeft op:

    •  uniforme en transparante afspraken over informatie-uitwisseling;
    •  het vergroten van de kennis over elkaars organisatie en werkwijzen;
    •  het verduidelijken van de rol en de positie van een RID bij afstemming en informatie- uitwisseling tussen de CID en de BVD.

    Allereerst ontwikkelt de dienst een plan om de informatie-uitwisseling tussen de BVD en met name de politie te verbeteren; hierin staat eenduidig en systematisch welke rol de BVD wenst te spelen in de samenwerking met politie-onderdelen. De Regionale Inlichtingendiensten zullen hierin een intermediaire rol vervullen.
    De werkgroep stelt in het rapport vast dat er geen juridische belemmeringen bestaan voor de verstrekking van CID-gegevens aan de BVD. De politie is op grond van artikel 22, lid 2 WIV verplicht gevraagd en ongevraagd gegevens te leveren die van belang zijn voor de taakuitoefening van de BVD Ook stelt zij vast dat de informatie-uitwisseling niet altijd langs heldere en eenduidige lijnen verloopt. Ten slotte veronderstelt zij een gebrek aan afstemming, waardoor bij een toename van raakvlakken in werkterreinen de kans groter wordt dat de politie en de BVD in elkaars vaarwater opereren. De werkgroep vertrouwt erop dat de kwaliteit van de samenwerking zal toenemen als haar aanbevelingen zijn uitgevoerd.

    Terug naar inhoud Project Hermandad

    Een rol spelen in het internationale krachtenveld

    Al jarenlang werkt de BVD nauw samen met buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Deze diensten kennen evenals de BVD op hun beurt nationale samenwerkingsverbanden, onder meer met politiediensten. In het kader van het project Hermandad zijn verkenningen uitgevoerd naar de (juridische) verhoudingen tussen Europese inlichtingen- en veiligheidsdiensten en politiediensten. Dit kwam voort uit de behoefte aan een grotere duidelijkheid over de kaders waarbinnen uitwisseling van informatie tussen de Europese politiediensten en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (I&V-diensten) onderling plaatsvindt. Binnen elk land van de Europese Unie zijn politie en I&V-diensten actief en bestaan er afspraken over samenwerking en informatie-uitwisseling tussen deze diensten. Soms is er in een land sprake van een gemengde (politie- en inlichtingen-) dienst en vindt informatie-uitwisseling binnen deze dienst zelf plaats.
    Het is van belang dat de BVD kennis heeft van de politieke en justitiële kaders waarbinnen de Europese politie- en I&V-diensten werken, alsmede van bestaande kruisverbanden tussen politie- en I&V-diensten in de afzonderlijke lidstaten van de EU. Om deze redenen geeft de BVD acte de présence in verscheidene internationale gremia. In dit politieke spectrum bewaakt en verdedigt de BVD niet alleen zijn eigen nationale verworvenheden, maar wordt ook een bijdrage geleverd aan het realiseren van de politieke doelstellingen van de Nederlandse regering op Europees veiligheidsgebied.
    De drieledige taak van de BVD, zoals aangegeven in artikel 8 WIV. Voortdurende aandacht voor internationale ontwikkelingen in dit veld moet er voor zorgen dat de BVD zijn expertise inbrengt daar waar afspraken worden gemaakt tussen politie en I&V-diensten op Europees niveau. Hierbij geeft de BVD de meeste aandacht aan de scheiding van bevoegdheden en verantwoordelijkheden, als ook aan de regulering van internationale informatiestromen. Een verdieping van de kennis omtrent de politieke en justitiële kaders waarbinnen samenwerking op Europees niveau plaatsvindt is daarvoor van belang.
    Terug naar inhoud Project Hermandad