• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Tip 1: Hoe om te gaan met ontmaskering.

    De ontmaskering van iemand die langere tijd voor de politie of de BVD heeft gewerkt is een pijnlijke geschiedenis. Aangezien het praktisch onmogelijk is de beweging of wat daar voor door gaat kontinu te scannen op mogelijke infiltranten, komen de meeste mollen vanzelf naar boven. Omdat ze het niet meer uithouden, wat het gevolg kan zijn door wantrouwen van de omgeving. Vaak zijn er achteraf gezien onbegrepen ‘seintjes’ van de infiltrant geweest, waarmee hij heeft aangegeven dat er iets aan de hand was.
    In de regel wordt een infiltrant na zijn ontmaskering uitgehoord, worden er een of meerdere lange gesprekken gehouden. Dat is geen eenvoudige zaak.

    Afhankelijk van de lust tot praten en de dwang waaronder de bijeenkomsten plaatsvinden, komen er allerlei verhalen boven tafel, die echter niet altijd even betrouwbaar zijn. Bij de beoordeling daarvan moet bedacht worden dat de ontmaskerde infiltrant zich in die situatie niet bepaald op zijn gemak voelt. Hij (of zij) is afgebrand en slaat een flater, voor de BVD én vrienden & vriendinnen en de beweging. Dat heeft consequenties voor het verhaal dat hij vertelt. Enerzijds heeft hij misschien de neiging niet met alle details op de proppen te komen, anderzijds kan er sprake zijn van overdrijving, de boel mooier voorstellen dan het was. En voor het ontzenuwen van de komplottheorie moet altijd even overwogen worden of de hele ontmaskering niet een onderdeel is van een strategie om de betrokkene of iemand anders onverdacht te maken, of om paniek te zaaien in de scene.
    De ervaring leert dat iemand die ontmaskerd wordt práat; het probleem is meer de woordenstroom in een bepaalde richting te leiden. Tegenstrijdige faktoren spelen daarbij een rol. Vlak na de ontmaskering is er nog geen ruimte geweest om na te denken over het eigen gedrag, de vraag of er maatjes verraden worden is vaak erg diep weggestopt. Het praten met de BVD of PID is al langere tijd een normaal onderdeel van het leven, dus eróver vertellen lijkt ook niet zo vreemd. Tegelijkertijd geeft open kaart spelen een gevoel van opluchting, een opheffing van de spanning van het verborgene.
    Ronnie, die in 1989 in Den Haag naar buiten kwam met zijn verhaal, deed dat ook omdat hij een verplichting voelde ten opzichte van de kraakbeweging. Ondanks dat hij dacht dat hij iets goeds gedaan had, kreeg hij het gevoel dat het steeds meer de verkeerde kant uitging. De PID-ers vindt hij nu niet sympathiek meer. Hij kon er niet meer tegen dat hij de enige was die het wist, werd bang voor krakers én PID-ers. Hij had een informatiebron voor de beweging willen worden, maar overschatte zichzelf. Achteraf vindt hij dat hij het niet in zijn eentje had moeten doen.
    Kontraspionage is een vak, en als het gepruts wordt is het zinloos, dat kan niet vaak genoeg worden gezegd. Als iemand wil proberen de BVD of PID een hak te zetten, moet dat zeer goed voorbereid worden. Voor hen is het hun dagelijks werk, het is geen spelletje, wil je er wat aan hebben dan moet het goed gebeuren. Te vaak wordt er in het kader van veiligheid gekozen voor teveel geheimzinnigheid.
    Ook als je alleen een gesprek gaat houden om iemand goed uit te horen, is het belangrijk de zaak goed voor te bereiden. Wát er wordt onthuld hangt verder voor een groot deel af van degenen die met de infiltrant praten. In de meeste gevallen zijn dat direkt-betrokkenen, mensen uit de omgeving van de infiltrant. Voor hen is vooral van belang wát er allemaal is doorgegeven: welke akties, over wie is er gepraat, wat waren de panden die ze interessant vonden, enzovoort. Op zich natuurlijk zeer belangrijke vragen om een inschatting te kunnen maken van de schade die de infiltrant heeft aangericht en om inzicht te krijgen in de strategie en taktiek van de inlichtingendiensten. De achterliggende vragen met betrekking tot operationele werkwijzen van de PID of BVD komen echter vaak tussendoor of pas helemaal op het laatst ter sprake. Wat erg jammer is, omdat feiten als foto’s, beschrijvingen van uiterlijk, auto’s en kentekens, adressen van kantoren en safe-houses het werk van de diensten aanmerkelijk kan bemoeilijken. Bovendien kan praktische informatie inzicht verschaffen in de daadwerkelijke kracht en grootte van het apparaat dat ons in de gaten houdt. Daarmee kan een betere inschatting gemaakt worden.

    Dus:

    1.

    Stel een groepje samen van betrouwbare mensen met wie aan de zaak gewerkt gaat worden. Dit groepje zou moeten bestaan uit:

    a. mensen die direkt betrokken zijn, uit kringen waarin geïnfiltreerd werd, om de schade te beoordelen;

    b. mensen die de persoon in kwestie wat beter kennen om te bedenken hoe er met hem of haar gepraat moet worden en om het waarheidsgehalte van de verhalen te beoordelen;

    c. mensen met meer achtergrondkennis over de politie en inlichtingendiensten voor het opvissen van achtergrondinfo;

    d. voor zover nog niet aanwezig: mensen die goed zijn in gesprekstechnieken;
    2.

    Maak een lijst met dingen die je wilt vragen.

    Ter ondersteuning hebben we hier al een lijst bijgevoegd, niet om zo achter elkaar af te vuren maar als aandachtspunten.
    3.

    Bespreek hoe je het gesprek gaat aanpakken.

    Grote kans dat het verhaal van de infiltrant een grote warboel is, van de hak op de tak, zonder dat er een duidelijke lijn in zit. Dit kan als voordeel hebben dat er meer gezegd wordt dan bij een strikte ondervraging. Risiko is wel dat je zelf ook de draad kwijtraakt.

    4.

    Bedenk wie het gesprek gaan voeren.

    Twee of drie mensen is genoeg. Een of twee voor het voeren van het eigenlijke gesprek, waarbij het goed is om een rolverdeling af te spreken. Degene die niet aan het woord is kijkt hoe het gesprek gaat, wat er aan bod komt, hoe degene die uitgehoord wordt reageert op vragen en probeert te beoordelen of er gelogen wordt.
    5.

    Zorg voor zo min mogelijk stress.

    Ga niet nachten achter elkaar zitten praten, maar wissel het ondervragingsteam af. Zorg voor genoeg slaap en eten. Neem de tijd om tussentijds te evalueren en te bekijken of het nog zin heeft (op dat moment) door te gaan. De druk opvoeren tijdens een gesprek heeft alleen zin als je zelf de macht over het stuur houdt.
    6.

    Openheid.

    Probeer je eigen paranoïa op waarde te schatten, niet met bivakmutsen op gaan zitten verhoren. Kies voor zover dat kan voor openheid. Het enige wapen dat er is tegen geheime diensten is het bekend maken van hun sneaky praktijken en je er zelf zo min mogelijk aan schuldig maken.
    7.

    Publiciteit.

    Neem alles op op de band. Stel benadeelde mensen zo snel mogelijk op de hoogte. Maak een verslag van de belangrijkste onderdelen voor de mensen die dat moeten hebben. Geef nuttige informatie door aan aktieblaadjes of Jansen & Janssen. En publiceer er over, maak duidelijk wat er aan de hand is. Anders lukt het ze ondanks de ontmaskering toch nog een hoop schade aan te richten. Meer dan nodig is.

    Lijst met mogelijke vragen.

    * Over de benadering & het kontakt
    Wanneer is het begonnen

    Hoe is het begonnen

    Hoe intensief waren de kontakten

    Hoe vaak waren er gesprekken

    Waar zag je ze

    Hoe verliepen die gesprekken

    Had je een band met die mensen

    Vond je ze aardig

    Geloofden ze je altijd

    Wisten ze vaak al wat je zei

    Hadden ze het door als je zat te liegen

    Vertelden zij je wel eens iets

    Met wie had je kontakt

    Met hoeveel verschillende mensen

    Kon je ze altijd bellen

    Belde jij hen vaak

    Hoe vaak

    Belden ze jou thuis

    Belden ze jou nog elders

    Belden ze je vaak

    Heb je telefoonnummers

    Heb je kentekens

    Heb je adressen

    Weet je safe-houses

    * Over de runners
    Van welke dienst waren ze

    Uit welke stad kwamen ze

    Hoe heetten ze

    Hoe zagen ze eruit

    Wat voor types waren het

    Waar houdt de PID kantoor

    Hoeveel PID-ers zijn er

    Klaagden ze (over geldgebrek bijv.)

    Waar wonen die PID-ers

    Waar wonen die BVD-ers

    Is er veel kontakt PID/BVD

    Hoe gingen de ontmoetingen precies

    Wist je van tevoren waar het was

    Was er kontra-observatie

    Hoe was die kontra-observatie

    Waren ze zenuwachtig

    Bang voor ontmaskering

    * Over het werk
    Hoe moest je te werk gaan

    Waar waren ze in geïnteresseerd

    Kreeg je foto’s te zien

    Wat voor foto’s?

    Politiefoto’s (drieluik)

    Aktiefoto’s

    Observatiefoto’s

    Stiekeme foto’s (waarvandaan genomen?)

    Wat voor opdrachten kreeg je

    Moest je ergens gaan werken

    En waarom daar?

    Moest je aan akties meedoen

    Stuurden ze je naar akties toe

    Kreeg je daar een bepaalde rol

    Moest je fotograferen
    Werd je naar vergaderingen gestuurd

    Wat moest je dan vertellen

    Moest je zelf iets zeggen/voorstellen

    Moest je rapporteren wie er wat zei

    Moest je op foto’s aanwijzen wie er waren

    Wat was de bedoeling

    Op de lange termijn

    Doordringen in bepaalde groep

    Bepaalde mensen leren kennen

    Had je een eigen inbreng

    Werd dat op prijs gesteld
    Over welke aktie/vergadering/pand heb je gepraat

    (stuk voor stuk behandelen)

    Over wie heb je iets verteld

    Wat heb je precies over diegene gezegd

    Heb je akties verraden

    * Wat stond er tegenover?
    Kreeg je een vergoeding

    en hoeveel dan?

    Kreeg je onkostenvergoeding

    en hoeveel dan?

    Kreeg je strafvermindering aangeboden?

    Kreeg je vrijstelling van boetes?

    Kreeg je een huis, een brommer o.i.d.?

    Kreeg je abonnementen

    Wat zou er gebeuren als je opgepakt zou worden

    Mocht je hun bellen

    Zouden zij zorgen dat je vrijkwam

    Zou je een schadevergoeding krijgen

    Wat zou er gebeuren als je ontmaskerd zou worden

    Mocht je hun bellen

    Boden zij bescherming

    En hoe dan

    Hebben ze meer beloofd

    * Over de persoon van de infiltrant
    Waarom ben je er aan begonnen

    Waarom ben je ermee doorgegaan

    Wanneer begon je te twijfelen

    Hoelang heeft het toen nog geduurd

    Waarom ben je er niet eerder mee gekomen

    Wie weet er van jouw dubbelrol

    Waar kom je vandaan

    Hoe opgegroeid

    Gebruik je drugs

    Kontakten met justitie

    Ben je ooit gearresteerd, wanneer

    * De ontmaskering
    Moest de PID/BVD je kwijt

    Werd je niet meer vertrouwd

    Weten ze al dat je ermee ophoudt

    Heb je nog kontakt

    Is er nog een afspraak

    Ga je erheen

    Wat zeg je dan

    * Voor de groep
    Hoe is het aan het licht gekomen

    Kwam hij er zelf mee

    Wat waren de eerste aanknopingspunten

    Hoe sloot het net zich

    Werd hij al gewantrouwd

    Zijn er nep-akties georganiseerd

    Hoeveel kontakt is er na de ontmaskering geweest

    Heeft hij zijn runners nog gesproken

    Aan welke akties heeft hij meegedaan

    * Voor anderen:
    Wie heeft er ooit iets gemerkt

    Wisten vrienden/naasten er van af

    Werd hij al gewantrouwd

    Zat hij diep in de scene

    Hoeveel schade is er aangericht

    Bij wie kwam hij over de vloer

    Hoeveel wist hij echt

    Wie waren zijn vrienden

    Wie zag hem vaak

    Bij wie kwam hij thuis

    Waarom ging hij infiltreren

    Bij welke akties was hij

    * Maatregelen:
    Is zijn huis doorzocht (is dat nodig)

    Is zijn verhaal gecheckt

    Heeft hij veel verzwegen

    Hoeveel zit hij te liegen

    Gaattie verhuizen

    Waar heeftie nog toegang

    Weten genoeg mensen ervan af

    Zijn de direkt betrokkenen ingelicht