• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Inleiding Regenjassendemokratie

    “Het komt maar heel zelden voor dat mensen ons medewerking weigeren en nòg minder vaak dat mensen daarmee in de openbaarheid treden,” dat zei BVD-topman P. Keller juli 1990 in Wageningen op triomfantelijke toon tegen NOS-Pauline Broekema.

    Dat is niet waar. Bij aktievoerders die benaderd worden vangt de BVD vaak bot en veel verhalen daarover worden gepubliceerd in bewegingsbladen of komen bij buro Jansen & Janssen terecht. Onlangs zijn er ook een aantal gevallen in de landelijke pers verschenen, maar uit de manier waarop er in kranten over wordt geschreven zou ten onrechte de indruk gewekt kunnen worden dat het slechts om incidenten gaat, niet iets waar je je echt druk over hoeft te maken. Er wordt vaak wat lacherig gereageerd, verder dan een hoofdschuddend “‘t Is toch wat” gaat de bezorgdheid over het algemeen niet.
    Deze houding wordt in de hand gewerkt door de stereotype indruk die BVD-ers maken. Hun aanpak vanuit een schijnbaar enigszins achterhaald wereldbeeld en hun eeuwig gehamer op morele waarden van de demokratische samenleving geven hun een wat stoffig image, waarachter ze zich maar al te graag verschuilen. Dit leidt de aandacht af van waar de BVD in werkelijkheid mee bezig is.

    Iedere benadering is er één. Er wordt daarbij er op onaanvaardbare wijze gegraven in het privéleven van mensen, zonder dat zij daar van afweten. Zij kunnen zich niet verweren en zich er ook niet voor afsluiten, zodat hun privacy ernstig wordt aangetast. Blijkbaar zijn de ‘gewichtige belangen van de staat’ voldoende argument om mensen uitgebreid te bespioneren of als verklikkers te gebruiken.
    Door infiltranten in te zetten en die een ‘ruime taakstelling’ te geven wordt er een enorme hoeveelheid informatie gewonnen, maar wat er met die gegevens gebeurt is niet duidelijk. Niemand weet hoeveel personendossiers er worden aangelegd over mogelijk te benaderen mensen en hun omgeving. En hoe zou het gesteld zijn met een eventuele Nederlandse variant op de ‘Snuffelstaat’ zoals die in Zwitserland bleek te bestaan?
    De inmenging van de inlichtingendienst in het leven van mensen heeft ook een psychologische uitwerking. Omdat de aktiviteiten van de BVD geheim zijn, is het bijna onmogelijk een idee te krijgen over de omvang van haar werkzaamheden. Binnen groepen die -terecht of niet- denken dat ze in de gaten gehouden worden kan dat tot grote onrust leiden, zeker geen onbedoelde bijwerking van het optreden van de BVD.

    Geheimzinnigheid

    Essentieel voor het werk van de BVD is dat het in het geheim gebeurt. Een belangrijk wapen tegen die geheimzinnigheid is publiciteit.
    Jansen & Janssen houdt de stand van zaken op het gebied van benaderingen door de BVD al jaren zo goed mogelijk bij. In principe zijn we dus redelijk op de hoogte van het aantal pogingen dat deze inlichtingendienst doet om mensen voor hen te laten werken. Maar zelfs wij werden bij het samenstellen van deze brochure aan het denken gezet. Door de grote hoeveelheid materiaal die met betrekkelijk weinig moeite bereikte, door de inhoud van de verhalen en vooral door de verregaande voorstellen die door de geheime dienst aan mensen deed, begonnen we ons af te vragen wat de BVD nu eigenlijk als haar werkterrein beschouwt.
    Uit onze analyse van benaderingsgesprekken en van verhalen van door de mand gevallen infiltranten blijkt dat de BVD zeker niet alleen diegenen bespiedt die op het punt staan over te gaan tot levensgevaarlijk terrorisme of andere aktiviteiten die de ‘gewichtige belangen van de staat’ bedreigen. De interesse van de Dienst is veel breder, het lijkt er meer op dat de BVD het liefst alles wat beweegt in kaart zou brengen.
    Om het nivo van de inventarisatie en het waarschuwende vingertje te overstijgen, besloten we verder te gaan. Bestudering van de Wet op de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten bevestigde ons vermoeden dat het begrip ‘bedreiging van gewichtige belangen van de staat’ naar believen kan worden uitgebreid, zoals ook het begrip ‘terrorisme’ te pas en te onpas wordt verrijkt met ‘gewelddadige politieke akties’. Omdat er zijn geen vaste definities voor deze begrippen zijn, zijn ze onderhevig aan de “waan van de dag”. Zo maakt de BVD haar eigen beleid, waarop kontrole bijna onmogelijk is.
    Uit aktuele voorbeelden blijkt wat de gevolgen kunnen zijn van het eindeloos verzamelen van gegevens over radikaal links. Gegevens die ooit opgeslagen zijn kunnen op de raarste momenten weer opduiken. BVD-informatie vormde, zij het verhuld, ondersteuning voor de artikel 140-aanklacht in de zaak tegen de WoltersNoordhoff-krakers in Groningen. De geheime dienst begeeft zich hiermee op het gebied van het opsporingsonderzoek.

    Kanttekeningen.

    Bij deze presentatie van onze inventarisatie van benaderingsgevallen over de afgelopen jaren, moet een aantal kanttekeningen geplaatst worden.
    Om te beginnen beperkt het onderzoek zich tot een deelgebied, dat van radikale aktivisten, door de inlichtingendienst samengevat onder de noemer ‘de beweging’: krakers, anti-militaristen, dierenbevrijders, slangensnijders, anti-impi’s en ga zo maar door.
    De hier verzamelde verhalen werden opgestuurd naar aanleiding van herhaalde oproepen in bewegingsbladen of bereikten ons rechtstreeks, omdat bekend was dat Jansen & Janssen verzamelt. Zo krijgen we veel te horen, maar niet alles. Niet iedereen weet ons te vinden en soms zijn er redenen om een benadering niet openbaar te maken. Daar komt bij dat we niet echt aktief hebben gezocht. Wel zijn alle verhalen nagetrokken en is er zoveel mogelijk met de (direkt-)betrokkenen gesproken. Op basis van dit materiaal is het mogelijk een beeld te vormen van de aard en omvang van BVD-aktiviteiten in de beweging.
    Het gaat ons vooral om de interpretatie van het gevonden materiaal. De kale cijfers zeggen niet zo veel: ongeveer zestig gevallen over drie jaar. Dat zijn dan degenen die ermee naar buiten zijn gekomen, die het hebben durven zeggen. Vier mensen stopten na een jaar of langer met het doorgeven van informatie aan de politie of BVD. Is dat het topje van een ijsberg? Of komen alle gevallen vroeg of laat toch boven drijven? Moeten we de BVD geloven als ze tegen iemand die ze benaderen zeggen dat ze in een bepaald kafé nog 3 of 4 mensen hebben rondlopen? Dat kan net zo goed een poging zijn een (aankomend) informant op zijn gemak te stellen of paniek te zaaien in bepaalde kringen.
    De hier gepresenteerde verzameling van benaderingsgevallen kan niet meer zijn dan een indikatie van de werkelijke aktiviteiten van de BVD en de PID (Politie- of Plaatselijke Inlichtingen Dienst). Het werken met informanten c.q. infiltranten is zeker niet de enige manier is waarop de BVD aan haar informatie komt. De Dienst haalt haar kennis voor een groot deel uit openbare bronnen, zoals tijdschriften, pamfletten en discussiestukken en bezoekt demonstraties en openbare vergaderingen. Middelen als observatie, fotograferen en afluisteren van telefoongesprekken worden niet geschuwd om de uit gesprekken verkregen informatie aan te vullen. Het vrijpostig filmen van mensen op openbare bijeenkomsten vanuit speciaal daarvoor ingericht ME-bussen is een methode die het laatste jaar meer in zwang is geraakt.
    In deze brochure hebben we ons beperkt tot benaderingen.
    De rest van de aktiviteiten speelt zich nog méér in het duister af, daar is nauwelijks achter te komen.

    Verantwoording.

    Sinds de publicatie van het geheime kwartaal-overzicht van de BVD in bluf! 267 in 1987, is er van BVD-aktiviteiten onder aktievoerders geen systematisch overzicht meer verschenen. Daarom hebben wij ons gekonsentreerd op de afgelopen drie jaar: onze inventarisatie loopt van 1987 tot najaar 1990.
    De verhalen over benaderingen en door de mand gevallen infiltranten zijn door de hele brochure verwerkt. Achterin is als bijlage een kompleet overzicht opgenomen. In hoofdstuk 2 wordt wat uitgebreider ingegaan op een aantal specifieke gevallen. Hoofdstuk 3, over de manier waarop mensen benaderd worden en wie daarvoor in aanmerking komen, is gebaseerd op de verhalen van mensen die aangesproken werden. De analyse van het interessegebied van de BVD in hoofdstuk 4 is gemaakt mede op basis van informatie van benaderden, maar hierin komen met name de infiltranten aan het woord die langere tijd voor de BVD werkten.
    De namen van mensen die benaderd werden zijn veranderd. De ontmaskerde infiltranten waren allemaal al eerder in de publiciteit onder hun echte naam, dat hebben we dus zo gelaten. Namen van BVD-ers en PID-ers zijn, voor zover genoemd, de namen die zij opgaven.
    Omdat we PID-ers, politiemensen die in opdracht van de BVD werken, beschouwen als een verlengstuk van de landelijke geheime dienst, wordt in de tekst voor het gemak meestal slechts over BVD-ers gesproken.
    Achterin: Handige tips van Jansen & Janssen: Hoe om te gaan met ontmaskeringen en Hoe om te gaan met benaderingen.