• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Knarsetanden op de Kennedylaan

    Ingezonden brief aan het Algemeen Dagblad, buro Jansen & Janssen, augustus 1993.

    “BVD verdenkt ‘oude’ verdachte van bomaanslag” kopte NRC-Handelsblad afgelopen vrijdag. Een zegsman van de Binnenlandse Veiligheidsdienst liet middels de kwaliteitskrant weten dat zijn dienst en justitie “exact” weten wie achter de bomaanslag zitten. Tot zover kan de berichtgeving door de beugel, al kunnen natuurlijk vraagtekens geplaatst worden bij de exactheid van de kennis van de diensten die “vier of vijf” mensen verantwoordelijk achten voor zowel de aanslag op de woning van staatssecretaris Kosto als die op het op het ministerie van sociale zaken.

    NRC-Handelsblad gaat echter ernstig over de schreef met het met naam en toenaam in de kolommen opvoeren van twee van die zogenaamde verdachten, de illustere René R. en diens vriendin, volgens de zegsman schrijfster van de verklaring bij de bom. Drie dagen later herhaalt het Algemeen Dagblad dat laatste deel van de beschuldiging. Hebben de kranten zich domweg voor een BVD-karretje laten spannen? Zonder het noemen van namen was de nieuwswaarde van het bericht even groot geweest; een terughoudender verslaggeving is in zo’n geval niet alleen correct maar voorkomt ook dat mensen als verdachten worden gebrandmerkt terwijl zij dat (in strafrechtelijke zin) niet zijn. Belangstelling van de BVD betekent, ook zonder medewerking van de pers, vaak een stigma voor het leven. Met de ‘nieuwe openheid’ als wapenkreet heeft de BVD de afgelopen jaren herhaaldelijk de publiciteit gezocht. Dat heeft niets te maken met echte openbaarheid (journalisten en historici die onderzoek willen doen treffen een hermetisch gesloten organisatie) maar met een zorgvuldig uitgestippeld PR-beleid. Uit het reorganisatieonderzoek van de BVD dat in 1990 werd gepresenteerd kwam namelijk als centrale conclusie naar voren dat de Dienst moest streven naar een betere inbedding in de samenleving. De ‘glasnost aan de Kennedylaan’ bleek dé manier om dat te bereiken. Bijkomend voordeel was dat de pers meestal gretig toehapt wanneer de BVD te kennen geeft informatie kwijt te willen. De BVD werd in staat gesteld onbeschaamd & onbestraft mensen en groeperingen verdacht te maken, zonder toe te lichten waarop de beschuldigingen gebaseerd zijn. De voormalige minderhedencordinator bij de Amsterdamse politie Eric Sinester werd hiervan slachtoffer. De Palestijnse vluchteling Ibrahim Al-Baz was een tijdlang mikpunt van verdachtmakingen en het asielverzoek van de Filippijnse professor José Sison is vanwege niet-openbare, oncontroleerbare BVD-informatie nog steeds niet ingewilligd. De geheimhouding van het rapport over de vermeende dumping van Antilliaanse jongeren in Nederland leidt tot een bizarre klucht waarin alle partijen zichzelf gelijk geven. Het spook van de veiligheidsdienst kan overal opdoemen, zo laat het onlangs gepubliceerde boek ‘Opening van Zaken – een ander BVD-jaarverslag’ zien. Ook mensen die solliciteren op niet-vertrouwensfuncties kunnen te maken krijgen met een beroepsverbod. Een BVD-agent kan zomaar in je keuken staan, in je auto stappen, je moeder of werkgever bezoeken en praatjes rondstrooien. De onverschrokken burger kan daarover klagen, procedures aanspannen, of de publiciteit zoeken; de BVD bepaalt zelf – in de Tweede Kamer, in de publiciteit of voor de rechter – waar de openheid ophoudt. Hoe nu de beschuldigingen in de dagbladen te interpreteren? Is een van de BVD-medewerkers weer eens loslippig geweest? Of betreft het een wanhoopsoffensief van Hoofd-BVD Docters van Leeuwen die deze week nogal wat kritiek te verduren kreeg? Beide opties bieden interessante gezichtspunten. Ondanks alle branie van de afgelopen jaren – Docters van Leeuwen kende immers de leden van de RaRa, hij wist precies in welk schuurtje ze bijeenkwamen – heeft zijn Dienst de laatste bomaanslag niet kunnen voorkomen. De methode van openlijke intimidatie die agenten van de BVD op vermeende RaRa-leden toepaste heeft niet gewerkt. De BVD is niet uitgenodigd in het team dat de aanslag onderzoekt. Zelfs premier Lubbers berispte de BVD die in zijn ogen onvoldoende inspanningen had verricht om de RaRa op te sporen (wat eventueel opgevat kan worden als een vrijbrief voor de veiligheidsdienst). Met louter bluf zal Docters van Leeuwen het deze keer niet meer kunnen redden. Het zou dus buitengewoon dom zijn als hij zelf de berichtgeving georkestreerd heeft. Daarom is het waarschijnlijker dat een van zijn medewerkers een redacteur heeft ingefluisterd. En dat zou betekenen dat Docters van Leeuwen zijn medewerkers niet (meer) in de hand heeft. Zo verwonderlijk is dat eigenlijk niet. Het knarsetanden op de Kennedylaan is in het hele land te horen. Daarvoor is nog wel begrip op te brengen. Dat mag echter niet leiden tot het klakkeloos citeren van een ‘zegsman’ van de ontgoochelde BVD. NRC-Handelsblad en het Algemeen Dagblad hadden de ongefundeerde beschuldigingen nooit mogen overnemen.