• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Wie niet weg is, wordt bekeken…

    De Leeuwarder Courant

    Kortgeleden werd in het Algemeen Politieblad een vier pagina’s lang artikel gewijd aan de nota ‘Nee! tegen geweld’, het plan van aanpak dat het geweld op straat in Leeuwarden moet verminderen. In dit artikel ontpopte districtschef Bangma van de Leeuwarder politie zich niet bepaald tot voorstander van cameratoezicht. ‘Afstandelijk, vertechnocratiseerd, anoniem toezicht’, aldus Bangma, ‘Camera’s leggen geen verbinding met mensen, ze registreren alleen maar’. Een verfrissend geluid vanuit politiekringen, waar elders in het land cameratoezicht min of meer als tovermiddel gepresenteerd wordt. Verbazingwekkend is het dan ook dat er nu in Leeuwarden toch stemmen opgaan om cameratoezicht in te voeren. Sinds in januari 1999 in Ede voor het eerst cameratoezicht in openbare ruimte plaatsvond, lijken de ontwikkelingen in een stroomversnelling terecht te zijn gekomen. Ging men in Ede nog relatief voorzichtig te werk, anderhalf jaar later is van enige terughoudendheid nauwelijks sprake meer. Na Ede volgden in rap tempo onder meer Bergen op Zoom, Den Helder, Breda, Zwolle, Groningen, Tilburg en Arnhem (54 camera’s!). Ook zijn er ettelijke gemeenten waar men bezig is plannen te ontwerpen voor het plaatsen van camera’s. Van enige discussie rond privacyaantasting is nauwelijks sprake geweest. Zoals de toenmalige Ministers Sorgdrager en Dijkstal het in hun in 1997 verschenen Notitie Cameratoezicht formuleerden: ‘Er is naar ons oordeel geen reden om de toelaatbaarheid van het gebruik van camera’s op zichzelf ter discussie te stellen (…).Met het inzetten van 24-uurs cameratoezicht in de Rotterdamse wijk Saftlevenkwartier lijkt een volgende stap in de strijd tegen de ‘gevoelens van onveiligheid’ gezet. Voor het eerst wordt niet een station of een uitgaansgebied met camera’s bekeken, maar een complete woonwijk. Voor politie en justitie een opsporingsmiddel waar ze al jaren van dromen, voor mensen die nog iets om hun privacy geven een nachtmerrie.

    Wetgeving

    De vraag dringt zich op: kan dat allemaal maar zo? Op dit moment is het zo dat er geen passende wetgeving op het gebied van cameratoezicht is. Er zijn een aantal wetten of verdragen (zoals de Grondwet en het Europees Vedrag van de Rechten van de Mens) waarin in algemene termen iets gezegd wordt over privacy of ‘recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer’. De redenen dat de privacy geschonden mag worden zijn echter nogal ruim geformuleerd en slechts in beperkte mate van toepassing op cameratoezicht. Ook de Wet Persoonsregistratie biedt niet echt uitkomst. Deze wet betreft slechts het verzamelen, registreren en verwerken van beelden. Op vragen als: ‘wie mogen er besluiten camera’s te plaatsen?’, ‘wat gebeurt er met de opgeslagen beelden?’ en ‘wie kijken er mee?’ ligt het antwoord vooralsnog bij de gemeentes of de politie. Wel wordt er over het algemeen om advies gevraagd aan de Registratiekamer. Deze heeft slechts een adviserende functie, en deze adviezen worden nogal eens terzijde geschoven of slechts gedeeltelijk overgenomen.
    Op het ogenblik wordt er door het Ministerie van Binnenlandse Zaken gewerkt aan een regeling rond cameratoezicht, maar ook daarin wordt de beslissingsbevoegdheid bij de gemeentes gelegd.

    Operators

    In Rotterdam wordt er ‘live’ meegekeken, 24 uur per dag. Dit betekent dat er nogal wat personeel nodig is. En hoewel plaatsvervangend korpschef Ottevanger in het Rotterdams Dagblad nog stellig was over wie er mee zou moeten kijken (‘Agenten hebben het juiste inschattingsvermogen’) blijken er nu langdurig werklozen ingeschakeld te worden.
    Uit onderzoek van de britse wetenschappers Norris en Armstrong bleek al dat de mensen achter de camera’s een niet geringe rol spelen binnen cameratoezicht. Norris en Armstrong deden in Engeland uitgebreid onderzoek naar de gedragingen van deze ‘operators’. Uit dit onderzoek vallen een aantal zaken op te maken. Zo blijkt dat operators er hun eigen modus operandi op na houden. Wie, wat en waarom er bekeken wordt blijkt sterk afhankelijk van achtergrond en persoonlijkheid van de operator zelf. Een aantal algemeenheden kunnen echter wel benoemd worden. Zo worden er aanmerkelijk meer personen met een donkere huidskleur gevolgd. Ook worden personen met een ‘sjofel’ uiterlijk en personen met sportkleding veel sneller als potentieel verdachte gezien. Het ‘zoekend rondlopen’ in een bepaald gebied blijkt eveneens aanleiding om met de camera gevolgd te worden. Opmerkelijk is verder dat vrouwen niet of nauwelijks gevolgd worden als potentieel verdachte, maar veeleer uit voyeuristische redenen.

    Waterbed

    Blijft de vraag: helpt het eigenlijk wel? Omdat er in Nederland nog maar zo kort met cameratoezicht in openbare ruimte gewerkt wordt is dit geen gemakkelijk te beantwoorden vraag. Een paar dingen kunen echter wel gezegd worden. In de evaluatie van het project van Ede viel al te lezen dat cameratoezicht ‘gevoelens van onveiligheid’ niet zomaar wegneemt. Integendeel, voor het plaatsen van camera’s voelde 65 % van de bezoekers van het Museumplein zich nooit onveilig, vijf maanden na plaatsing was dit percentage gedaald naar 57 %. Uit Schots onderzoek blijkt eveneens dat na een korte daling de ‘gevoelens van onveiligheid’ weer toenemen.
    Ook is er rond cameratoezicht sprake van het zogenaamde waterbedeffect. Steeds vaker worden camera’s geinstalleerd in gebieden waar sprake is van drugsoverlast of hangjongeren.
    Na het ophangen van camera’s verdwijnt het hele circus naar de buurt of het pleintje verderop. De ene buurt blij, de andere boos, maar een oplossing is het zeker niet.
    Ook de suggestie dat cameratoezicht een middel is om ‘zinloos geweld’ tegen te gaan lijkt onterecht. Mensen die dit soort geweldsdelicten begaan zijn over het algemeen onder invloed van drank en / of drugs en zullen zich ook niet door camera’s laten stoppen.

    Hoe je het ook wendt of keert: camera’s zijn een fikse inbreuk op de privacy. Dat nu in Leeuwarden het gebrek aan personeel bij de politie een reden lijkt te zijn om cameratoezicht in te voeren is een zorgwekkende ontwikkeling.