• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • De mythe over Göteborg en de Zweedse rechtvaardigheid

    Rechtsschandalen zijn er in alle landen, ook in Zweden. Maar als ze in Zweden plaatsvinden, wordt door media en politici gesproken van uitzonderingen, van voorvallen, ondanks een goed systeem en niet vanwege een slecht systeem. Over de schendingen van het recht na de Eurotop in 2001 in Göteborg kan niemand beweren dat het uitzonderingen zijn, daarvoor zijn het er eenvoudigweg  te veel en hebben ze te systematisch plaatsgevonden. Dat is wat de processen van Göteborg maakt tot het grootste rechtsschandaal van het moderne Zweden.

    Toch zijn de omvang en diepgang van het schandaal niet zo bekend in het algemene bewustzijn. Dat komt niet zozeer door het zwijgen van media en politici maar vooral door het feit dat er een mythe is opgebloeid over de rellen in Göteborg, die het inzicht vertroebelt en die moeilijk te ontzenuwen is. De mythe luidt ongeveer zo:

    Het waren gemaskerde beroepsvandalen die -zonder dat ze geprovoceerd werden-  de politie aanvielen, de straten van Göteborg kort en klein sloegen, belangrijke demonstraties verstoorden en die nu hun verdiende straf krijgen.

    Deze mythe wordt, geheel of gedeeltelijk, voortdurend herhaald vanuit alle mogelijke hoeken. Ik hoor dit verhaal van mijn buren, van journalisten en advocaten, ik hoor het van politieagenten en politici, ik hoor het op de radio en de televisie, ik lees het in kranten en boeken, ik hoor het zelfs van geëngageerde radicalen die anders altijd klaarstaan voor activisten die in het nauw gedreven worden en in de bres springen voor rechtvaardigheid.

    Breed verspreide mythes hebben vele levens. Hier is een eerste poging om deze mythe te ontzenuwen.

     

    Het waren gemaskerde beroepsvandalen…

    Laten we ons beperken tot de 59 personen die (tot maart 2004) veroordeeld werden voor aan ‘oproer’ gerelateerde misdaden  – het grootste deel met de delictsomschrijving  ‘gewelddadig oproer’ (als medeplichtige, deelnemer, aanvoerder of aanstichter)- en een aantal voor ‘voorbereiding of poging tot geweldpleging’.

    Van deze 59 waren er 32 – meer dan de helft – niet gemaskerd en heeft minder dan een derde ooit eerder een overtreding begaan. De eerdere overtredingen waren voor het overgrote deel licht van aard: graffiti, stelen of kleine drugsdelicten. Slechts twee personen werden eerder tot een gevangenisstraf veroordeeld.

    De onverschilligheid  of minachting van velen komt voor een deel voort uit het idee dat de veroordeelden toch maar verwende jongeren uit de middenklasse zijn. Er zijn redacteurs die hele artikelen hebben gebouwd op de stelling dat deze geprivilegieerde jongeren in pure onverantwoordelijkheid opgegroeid zijn. In een hoofdartikel van het conservatieve Svenska Dagbladet staat het zo: ‘De ouders, die dokter of maatschappelijk werker zijn, denken vaak terug aan hun eigen geromantiseerde, revolutionaire jeugd en idealiseren het geweld van activisten. Nu zullen de kinderen de dromen van hun ouders vervullen en de dingen doen die ze zelf nooit durfden te doen. In plaats van ze een halt toe te roepen, sporen ze hen aan. In plaats van een grens trekken, jagen ze hen op.’ De redacteuren van het liberale Dagens Nyheter hebben uiting gegeven aan vergelijkbare ideeën en bij deze geëngageerde ouders zelfs nazistische tendensen gesignaleerd!

    Aan maar weinig veroordeelden is in het openbaar een gezicht gegeven. Dat is eigenlijk alleen maar gebeurd in het geval van de zwaargewonde demonstrant Hannes Westberg, die bijna gedood werd door een politiekogel en die veel aandacht kreeg in de media. Zijn grootste misdaad bestond er uit dat zijn vader chef-arts is. Dat de vader, Gunnar Westberg, een geëngageerd type is en onder meer woordvoerder van Artsen tegen kernwapens, maakt de zaak natuurlijk alleen maar erger.

    Zonder sociologisch onderzoek gedaan te hebben, beweer ik dat het beeld van de veroordeelden als een groepje verwende slungels verkeerd is. Dit baseer ik op de adressen en namen van de veroordeelden; veel uit de flats in de buitenwijken, veel met buitenlandse namen. Ik baseer dat op het feit dat geen van de 59 veroordeelden het geld had –of dat kon regelen- om een eigen advocaat in de arm te nemen. Zij waren daardoor gedwongen om op de pro deo advocaten te vertrouwen en mochten slechts bij uitzondering van advocaat wisselen. Ik baseer dit ook op de ontmoetingen die ik heb gehad met ongeveer een dozijn van de veroordeelden , soms vluchtig en soms meer uitgebreid. Een paar van hen leek een tamelijk goede middenklasse achtergrond te hebben. Maar de meesten ploeteren voort, ze werken in de zorg, zijn werkloos of studeren bij een instituut voor volwasseneneducatie.

    Alles bij elkaar ben ik van mening dat waarschijnlijk 80 tot 90 procent van de veroordeelden uit de lagere midden- of arbeidersklasse komt, en niet zelden een allochtonenachtergrond heeft. Iemand uit de hogere klassen ben ik niet tegengekomen, en ik heb er ook nooit van gehoord.

    Nu we het toch over het algemene profiel van de veroordeelden hebben, kan ik ook aan de statistiek toevoegen dat de gemiddelde leeftijd -ten tijde van de Eurotop- rond de 21 lag. Acht van de 59 zijn vrouwen. Elf van de negenenvijftig  zijn buitenlandse burgers – zeven Denen, twee Duitsers, een Engelsman en een Italiaan woonachtig in Noorwegen.

    Elf van de veroordeelden waren minderjarig ten tijde van de Eurotop. Zes waren zeventien jaar oud en vijf zestien jaar oud. De minderjarigen hebben in de regel een voorwaardelijke straf met een werkstraf gekregen of werden onder behandeling van het maatschappelijk werk gesteld. Een zeventienjarige jongen heeft toch een gevangenisstraf gekregen  – van twee maanden – wat bijzonder opmerkelijk is.

     

    …die –zonder dat ze geprovoceerd werden-…

    Deze kwestie is natuurlijk niet eenvoudig; want wat is nou eigenlijk een provocatie? Wat is provocerend genoeg om een tegenaanval te verklaren? Wat – als iets dat überhaupt ooit is – is provocerend genoeg om een tegenaanval goed te praten of te rechtvaardigen?

    Hier komen we in de buurt van het begrip noodweer, een excuus waarvan overvloedig gebruikt werd gemaakt door de mishandelende, stenengooiende en schietende politie – en wat als excuus werd geaccepteerd door zowel aanklagers (die daarop besloten het vooronderzoek naar de agenten af te sluiten) als rechtbanken (die politieagenten vrijgesproken hebben).

    Kijken we beter naar de drie keer dat er rellen zijn uitgebroken dan is er iedere keer sprake van een begin dat werd gemaakt door politieagenten die demonstranten aanvielen of krenkten. Dit is in de media niet belicht maar wel naar voren gekomen in getuigenissen van politieagenten, en in beslissingen en uitspraken van de rechtbank.

    De rellen rond de Hvitfeldtska school begonnen met de omsingeling en het opsluiten van ongeveer 600 demonstranten. De rellen op de Avenyn begonnen nadat de politie probeerde het ‘zwarte blok’ te omsingelen en af te snijden van de rest van de demonstranten. De rellen bij Vasaplatsen (waarbij de politie geschoten heeft) begonnen met het omsingelen en aanvallen van vreedzame deelnemers aan een feestje.

     

    …de politie aanvielen…

    Weliswaar kwamen er verschillende wrede aanvallen op de politie voor tijdens de Eurotop, maar als we bij de veroordeelden blijven, blijkt uit de vonnissen dat bij vier vijfde van hen niet overtuigend bewezen is dat ze werkelijk een politieagent, een politieschild of zelfs maar een politieauto hebben geraakt. Bij niemand van de veroordeelden is overtuigend bewezen dat hij of zij werkelijk een politieagent heeft verwond. Degenen die de politie ernstige schade hebben toegebracht, zijn ontsnapt.

     

    …de straten van Göteborg kort en klein sloegen…

    Ze hebben onze stad gesloopt. Ze vernielden Avenyn (de paradestraat van Göteborg). Dat is de klacht die ik na de rellen het meest gehoord heb. Nog frequenter zelfs dan die dat politieagenten gewond waren geraakt door straatstenen.

    Het beeld van de verwoeste Avenyn begeleidde bijna ieder verslag in onze journaals. Ongeacht het onderwerp: rechtszaken, pesterijen, politiegeweld, nieuwe bijdragen aan de discussie of iets anders, we zagen gemaskerde personen straatstenen door etalages gooien of zwaaien met een vlag boven een brandende hoop stoelen.

    Dit is blijkbaar het beeld waar de media voor gekozen hebben: de verwoeste Avenyn als beeld voor de rellen in Göteborg.

    Een grote paradestraat met pompeuze gebouwen aan iedere kant, met wandelpaden en een tramrails. En wat het resultaat was: een aantal kapot gegooide etalages, een of andere stukgeslagen bushalte en een aantal uitgebrande tapijten, caféstoelen en mobiele wc’s. Maakt dat deze straat tot een verwoeste straat? De dag na de beschadigingen  kon ik constateren dat de sporen al aan het verdwijnen waren, er was niet meer nodig dan een paar glazenmakers en straatvegers om dat te regelen.

    De rekening voor de winkeliers bedroeg uiteindelijk -niet 100 miljoen zoals de media eerst zeiden- maar 5 miljoen (kronen, ongeveer 500.000 euro). Dat is erg genoeg zou je kunnen denken, maar het is een bagatel vergeleken met de rest van de gebeurtenissen.

    Het is erger voor de werknemers van de winkels die van de vandalen schrokken. Het is nog erger voor al die demonstranten en politieagenten die werkelijk mishandeld zijn. Maar het meest betreurenswaardig vind ik dat, op hetzelfde moment dat een Zweedse demonstrant voor zijn leven vecht, na –midden op straat- door de politie te zijn neergeschoten, media, politici en het hele establishment bezig zijn met het uiten van hun ontsteltenis over kapotte etalages.

    Van de 59 veroordeelden na de Göteborg rellen is er maar één schuldig verklaard aan het verwoesten van Avenyn! Maar één. Dat is een 19-jarig meisje dat een mand op een brandend vuur had gelegd, en een t-shirt uit een sportwinkel had weggenomen. Weliswaar legde ze het t-shirt weer terug toen ze zag dat het een kindermaat was, maar de rechtbank vond dat het oorspronkelijke stelen genoeg was om haar voor diefstal te veroordelen.

     

    …belangrijke demonstraties verstoren…

    Dit argument hoor je veel in linkse groepen. Als ik oudere en jongere radicalen -die anders snel opgewonden raken over onrecht- vraag, waarom ze niet debatteren of zich druk maken over de processen van Göteborg, antwoorden ze meestal dat ‘die vandalen/anarchisten onze mooie demonstraties hebben verpest; laten ze zich maar schamen in hun cellen’.

    Tegelijkertijd weten deze linkse dwepers dat de grote demonstraties zonder onregelmatigheden verliepen. Tussen de 10.000 en 20.000 demonstranten namen deel aan enkele grote demonstraties die zonder ernstige verstoringen door Göteborg trokken. Die verliepen uitstekend ondanks -of misschien dankzij- het feit dat er maar een handjevol ongewapende en onbeschermde politieagenten aanwezig waren. Rustig, ondanks de zwartgeklede, gemaskerde, autonome demonstranten die met een eigen blok deelnamen aan de laatste -en waarschijnlijk grootste- van de drie demonstraties.

    De meeste mensen binnen de linkse groepen weten dit. Waar ze eigenlijk kritiek op hebben  is dat de rellen de media-aandacht kregen, en niet de demonstraties. Dat valt natuurlijk niet te ontkennen. De media hebben uren en vele pagina’s aan de rellen gewijd, en slechts minuten en enkele kolommen aan de verschillende grote vreedzame demonstraties. De boodschap die via spandoeken en debatten overgebracht moest worden drong niet tot de grote media door, dat is duidelijk.

    Ik kon het niet laten om hierover na te denken tijdens de Eurotop in Kopenhagen in december 2001. Daar verliep alles rustig en vreedzaam. Zowel de conventionele demonstraties als de meer alternatieve en militante acties verliepen zonder confrontaties met de politie.

    Waar ging in het vreedzame Kopenhagen de aandacht van de media naar uit? Naar de demonstraties en de vergaderingen? Nee, helemaal niet. Integendeel, het was de Eurotop zelf die alle krantenkoppen en alle ruimte in de media kreeg. Het werd één grote propagandawinst voor het EU-establishment en het Deense voorzitterschap.

    Het beeld van Göteborg had er zo verschillend uit kunnen zien, hoe moeilijk dat ook is voor te stellen. Ik durf te beweren dat, als er geen herrie was geweest, president Bush en minister-president Persson veel vaker op televisie te zien waren geweest dan de verschillende volksbewegingen met hun kritiek op de EU.

     

    …en die nu hun verdiende straf krijgen.

    Ja, gestraft zijn ze zeker, die meestal ongemaskerde, voor het grootste deel niet eerder veroordeelde jonge Zweden die Avenyn helemaal niet verwoest hebben (op één na). Ze hebben straffen gekregen die gemiddeld (9 maanden gevangenisstraf) 12 keer hoger waren dan de gemiddelde straf voor ‘gewelddadig oproer’ in de jaren ‘90 (3 weken gevangenisstraf).

    Maar hebben ze dat verdiend? Nee, niemand verdient een straf die twaalf keer zo hoog is. Een verklaring hiervoor is dat de veroordeelden niet veroordeeld zijn voor hun concrete daden, maar voor de algehele  indruk die de Göteborgse rellen op de rechtbank hebben gemaakt – en dan vaak volgens de valse mythe die ik beschreven heb. Hoe kan men anders verklaren dat een steen, gegooid naar een lege politieauto -ver van politieagenten en toeschouwers- net zo’n hoge straf oplevert als een echte aanval op een politieagent in het centrum van de oploop? Dit heeft natuurlijk geen wettelijke grond.

    Als de mythe die ik hier beschreven heb niet klopt, en het eigenlijk zo gemakkelijk is om dat te bewijzen, waarom zijn de processen dan toch zo gelopen? Waarschijnlijk doordat de mythe zich zo stevig heeft ingenesteld en nog steeds het algemene beeld van de gebeurtenissen beheerst. Uiteindelijk verantwoordelijk voor de mythevorming zijn mensen van het hoogste politieke niveau in samenwerking met aanklagers en politie – maar natuurlijk ook de media die nooit naar de waarheid hebben gespit.

    Al tijdens de Eurotop trad de minister-president naar voren om het volgende vast te stellen: ‘Ik vind dat de politie goed en professioneel werk heeft geleverd, zoals er onder de omstandigheden van hen te verwachten viel. En zij (de stenengooiers) zijn een militair georganiseerde groep, met een goede uitrusting, goede verbindingen, buitengewoon goed voorbereid en met grote financiële reserves.’

    De minister-president liep daarmee vooruit op de schuldvraag in een omvangrijk en belangrijk strafrechtelijk onderzoek. Dat is natuurlijk in strijd met de belangrijkste fundamenten van democratie en rechtsstaat. Maar het bleek wel een beeld dat aanklagers en rechters in hun oren knoopten: de politie was onschuldig en de demonstranten waren goed georganiseerde criminelen. In iedere aanklacht staat het volgende: ‘De handelingen moeten worden beoordeeld als bijzonder serieus omdat ze deel uitmaakten van een oploop die gepland, voorbereid en georganiseerd was.’ Geen enkele aanklager heeft ook maar een poging gedaan om het gestelde te bewijzen, geen enkele rechter heeft het in twijfel getrokken.

    De veroordeelde jongeren hebben een hoge prijs betaald voor de leugens van de politici. Een groot deel van de veroordeelden had nooit bestraft mogen worden. Het is lastig om exact vast te stellen, maar naar mijn oordeel is een derde deel veroordeeld op niet-bestaand of vervalst bewijs. Het gaat hierbij om tegenstrijdige verklaringen van politieagenten, gemanipuleerd bewijsmateriaal, irrelevante aanwijzingen, en logische kronkels.

    In drie zaken is de verdediging erin geslaagd om eigen bewijs te voorschijn te halen. In al deze gevallen bleek dat de politieagenten valse verklaringen hadden afgelegd!

    In één zaak kwam het document (een videofilm) te laat te voorschijn – de 19-jarige demonstrant moest de 2,5 jaar lange gevangenisstraf  toch uitzitten. In het andere geval betrof het bewijsmateriaal (foto’s) slechts vier van de vijf  beweringen van de politiegetuige. Het liet duidelijk zien dat de politieagent loog, maar aangezien er geen foto was van de vijfde bewering, sprak de rechtbank toch een veroordeling uit!

    Het derde geval is Maarten Blok. Het lukte zijn hardwerkende steungroep om getuigenissen en een videofilm te voorschijn te halen die Maartens verhaal ondersteunden en die duidelijk bewezen dat de politieagent loog. De rechtbank werd gedwongen om Maarten onmiddellijk vrij te spreken.

    Geen andere gevangene heeft naar aanleiding van de gebeurtenissen in Göteborg zo’n steun gekregen. Misschien komt dat door de mythe die ik beschreven heb. Iedereen, ook activisten, is ervan uitgegaan dat het niet mogelijk was om de rechtbank te beïnvloeden. Er is een grote gelatenheid tegenover het Zweedse rechtssysteem en de Zweedse repressie geweest. Op dat vlak heeft Maarten Bloks strijd tegen het Zweedse rechtsapparaat een enorme betekenis gehad. De inzet van Maarten en zijn steungroep tonen zowel aan de Zweden als aan mensen in andere landen dat solidariteit en actief verzet lonen.

    door Erik Wijk