• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Moira van Dijk, (actief) lid steungroep en vriendin

    ‘Het had iedereen uit ons groepje kunnen gebeuren’, zegt Moira van Dijk over wat Maarten in en na Göteborg overkwam. Net als veel andere leden van Steungroep Maarten was ook zij bij de Eurotop aanwezig. ‘Ik zet me in uit solidariteit. Door Maartens zaak aan te kaarten probeer je daarnaast ook aandacht te vragen voor andere onderwerpen, zoals het uitleveringsbeleid.’

    Een paar mensen uit de steungroep, onder wie Van Dijk, spannen zich vanaf het begin in voor de politieke gevangenen van Göteborg. In 2001 worden twee benefieten georganiseerd om informatie te verspreiden en geld in te zamelen. Het jaar erna is er een actie om de gegevens van mensen die tijdens de Eurotop ten onrechte zijn gearresteerd, op te vragen. ‘We hadden het idee dat die nog in databases opgeslagen zaten en dat mensen daar in de toekomst last mee konden krijgen.’

    Steungroep Maarten wordt opgericht als blijkt dat er een aanklacht tegen Maarten loopt. ‘De actiegroep wilde op een ludieke manier Maartens zaak specifiek en in een groter perspectief onder de aandacht brengen. Om op goede ideeën te komen, brainstormden we met elkaar. Via acties die aansloten bij de actualiteit wilden we ons punt duidelijk maken. En we probeerden Donner aan te spreken op zijn verantwoordelijkheid.’

    Piet Hein Donner, als minister van Justitie bevoegd om uitlevering te weigeren, is meerdere malen benaderd, ook al leek hij weinig geneigd zich in de zaak te verdiepen. ‘Hij reageerde steeds niet, dus besloten we het toch te blijven proberen. Je kunt zeggen: laat maar, het heeft geen zin, maar daarvoor hebben we niet gekozen. Ik denk dat het goed is politici erop te wijzen dat ze niet losstaan van de samenleving en dat hun beslissingen grote gevolgen hebben voor iemands persoonlijke leven. Door Donner daarmee te confronteren, gaat hij misschien zorgvuldiger met de zaak om dan met een papieren dossier waarop hij alleen de regels hoeft toe te passen. Tegelijk probeer je ook de media te interesseren.’

    De grootte van de steungroep fluctueerde nogal. ‘Een aantal mensen is altijd bereid praktische dingen uit te voeren, maar uiteindelijk komt toch veel neer op een klein groepje. Zeker bij de eerste acties was het leuk en hadden we goede ideeën. Op een gegeven moment wordt het een lange termijn project en verdwijnt het enthousiasme een beetje.’ Op de vraag waardoor zij gedreven werden, antwoordt ze: ‘Ik denk dat de meesten het gewoon belangrijk vonden. We zijn allemaal bezig met gevangenenondersteuning en dat soort zaken. Ikzelf haalde uit geen van de acties een kick. Misschien is er voldoening als een actie veel publiciteit krijgt, maar vaak blijkt maar de helft van het verhaal goed te zijn doorgekomen. Je gaat door omdat je ervan overtuigd bent dat het onrechtvaardig is wat er gebeurt. Je moet wel volledig achter je zaak staan, anders hou je het niet vol.’

    Soms vroeg ze zich wel af of het nuttig was om voor één persoon zo’n grote campagne op te zetten. ‘Er zijn zo veel onderwerpen waarvoor je je kunt inzetten. Daarom hebben we steeds geprobeerd om Maartens situatie te koppelen aan thema’s als het uitleveringsbeleid of het politieoptreden rond een Eurotop.’ Het was volgens haar goed om politici – Tweede Kamerleden van SP en PvdA en een Europarlementariër van Groen Links – bij Maartens uitlevering te betrekken. ‘Het lijkt me voor politici die kritisch zijn, goed om te merken dat Maartens zaak ook bij anderen leeft. Dat stimuleert hen om dingen aan te kaarten en er iets mee te doen.’ Zo was het voor de steungroep goed om in Zweden te merken dat het werd toegejuicht dat ze zo actief waren.

    Opvallend bij een manifestatie tijdens Maartens proces in Göteborg was dat vooral directbetrokkenen bij de Eurotop of de arrestanten aanwezig waren. ‘Ik had gehoopt op een grotere opkomst, ook omdat de rechtszaak van Jaldung speelde en het een goed moment was om wat er tijdens de Eurotop is gebeurd, te bekritiseren. Ik denk dat veel mensen hun ideeën toch niet omzetten in daden en de straat opgaan of naar een manifestatie gaan. Dat heeft misschien met beeldvorming te maken. Er is in Zweden natuurlijk vooral gepubliceerd over de vernielingen die er tijdens de Eurotop zijn aangericht. Misschien hebben mensen het gevoel dat ze geen aansluiting bij ons kunnen vinden.’

    Ze merkt dat buitenstaanders geen idee hebben waar zij en haar metgezellen voor staan. ‘Maarten heeft wel geprobeerd dat naar voren te brengen, maar in de media komt uiteindelijk vooral de persoonlijke kant aan bod of beperken ze zich juist tot de feiten, waardoor je nog niets weet over iemands persoonlijke beweegredenen. Dat vond ik zo goed aan die film Terrorister, daarin worden de achterliggende overtuigingen duidelijk. Het is met Maartens zaak opnieuw bewezen dat die kant meestal niet aan bod komt.’