• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Justitiële samenwerking en migratiebeleid binnen Europa.

    gepubliceerd in Grenzenloos, maart 1994 door Wil van der Schans
    De Europese Eenwording lijkt aardig in het slop te zijn geraakt. Gekissebis over stemverhouding door de toetreding van Noorwegen, Zweden en Oostenrijk lijkt bijna uit te lopen op een definitieve scheuring tussen een aantal landen. Wat had moeten leiden tot een sterk economisch blok lijkt uiteindelijk toch ten onder te gaan aan nationale belangen. Ook op het gebied van justitiële samenwerking en migratie lijkt het niet erg te vlotten met de totstandkoming van één Europa. Het keer op keer uitstellen van het Verdrag van Schengen en de moeilijkheden rondom de vestigingsplaats van Europol spreken boekdelen. Aan de andere kant zijn een groot aantal beleidsvoorstellen, die op europees niveau zijn voorbereid inmiddels wel al in een groot aantal landen geaccepteerd.

    Hoe zat het ook al weer met Schengen?

    1 januari 1993 was gepland als magische datum voor de inwerkintreding van de Uitvoeringsovereenkomst van Schengen. Nadat zelfs de streefdatum najaar 1993 niet werd gehaald, is men na februari 1994 maar opgehouden met het noemen van een datum. Problemen met het SIS (het Schengen Informatie Systeem) zouden de oorzaak zijn, maar de tegenwerking van de nieuwe rechtse Franse regering blijkt ook een grote te spelen. Voor de Nederlandse situatie maakt het niet zo veel uit. De wetten die aangepast moesten worden hebben zonder al te veel moeite de parlementaire afweging doorstaan en vooral voor vluchtelingen en migranten is dit goed merkbaar. Zo vloeien de laatste wijzigingen in de vreemdelingenwet voor een groot deel voort uit Schengen:

    •  verscherpte bewaking buitengrenzen.

    Voor Nederland betekende dit aanpassen van Schiphol. Er bestaat nu de mogelijkheid onderscheid te maken tussen verkeer binnen en buiten de EG. Hiernaast wordt er regelmatig direct bij de uitgang van het vliegtuig gecontroleerd, de zogenaamde ‘gate-checks’. Nederland gaat in het idee over wat ‘buitengrenzen’ erg ver. Afgelopen jaar zijn er een aantal proeven gedaan in Kenya en Nigeria, waarbij mensen al bij het instappen door de Marechaussee op valse papieren werden gecontroleerd. Op Schiphol zelf beschikt de Marechaussee sinds afgelopen jaar over de allernieuwste technische snufjes om valse papieren te kunnen ontdekken. Laatste belangrijke ‘buitengrensmaatregel’ is natuurlijk de opening van de grensgevangenis. Ongewenste asielzoekers worden hier na aankomst op Schiphol opgesloten met het doel ze zo snel mogelijk uit te zetten.

    •  instellen van Vreemdelingen Administratie Systeem en legitimatieplicht.

    Met het openstellen van de binnengrenzen zocht het kabinet naar andere methodes om migranten toch te kunnen blijven controleren. Samen met de legitimatieplicht krijgt het VAS deze rol toebedeeld. In een centrale computer die bij de CRI (Centrale Recherche Informatiedienst) is gevestigd worden alle persoonsgegevens van migranten geregistreerd. In de toekomst moeten ambtenaren van een aantal diensten (Sociale Dienst, Huursubsidie, Arbeidsbureau, enz.) dit systeem raadplegen om te controleren of iemand wel legaal in Nederland verblijft. Zo niet dan kan de betreffende persoon geen beroep doen op zo’n voorzieningen. Maar ook politie, marechaussee en bijvoorbeeld DIA (Dienst Inspectie Arbeidsverhoudingen) zullen het VAS gaan gebruiken bij controles. Door simpel op hun hand- of boordkomputer in te typen krijgen zij binnen enkele seconden op hun scherm te zien wat voor verbijfsstatus iemand heeft.
    Deze laatste methode van controle zal vooral gecombineerd gaan worden met de legitimatieplicht. De wet is zo gewijzigd dat vanaf 1 juni 1994 iedereen zich moet legitimeren in het kader van het vreemdelingentoezicht. In het kader van het wegvallen van de grenzen waren hiervoor al 200 marechaussees vrijgemaakt.
    Staatssecretaris Kosto liet in het laatste asieldebat vallen dat hij graag het aantal vliegende brigades vlak achter de grenzen wilde uitbreiden met 1000 man actief en 200 administratief. Hoofddoel zou moeten zijn het opsporen van ‘ongewenste asielzoekers’.

    • vluchtelingen kunnen voortaan nog maar slechts in één lidstaat asielaanvragen.

    Vooral de laatste weken heeft het vluchtelingenvraaagstuk weer uitgebreid in het nieuws gestaan. Bovenop deze Schengenmaatregel is een rits nieuwe wijzigingen voorgesteld, die nog verder gaan. Momenteel werkt de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND, voorheen Vreemdelingenzaken van Justitie) al met een interne circulaire, die inhoud dat mensen uit een aantal ‘veilige’ landen direct afgewezen en teruggestuurd kunnen worden. Het gaat hier dan vooral om Oost Europese landen. Binnenkort zal dit als wetsvoorstel behandeld worden. Hiernaast is het kabinet voorstander van één keer asielaanvragen in Europa en dan wel in het land van aankomst. Ook dit gaat verder dan Schengen, daarin wordt opengelaten in welk land asiel wordt aangevraagd. De kloe zit hem in het feit dat Nederland Schiphol al zeer restrictief heeft afgesloten middels de grensgevangenis en dat de meeste vluchtelingen nu binnenkomen via Duitsland en België. Met dit voorstel zouden deze dus allemaal terug moeten. Langs de grenzen moeten twee intakecentra komen waar snel beslist kan worden wie wel of niet mag blijven.

    • grensoverschrijdende politiesamenwerking

    Door een wijziging van artikel 54 lid 4 van het Wetboek van Strafrecht is inmiddels geregeld dat ook opsporingsambtenaren van ander Schengenlanden op Nederlands grondgebied mensen mogen volgen en aanhouden. Aangezien Nederland toch nog steeds als één van de belangrijkste doorvoerhavens geld van drugstransporten is de kans dus erg groot dat een aantal observatieteams van vooral Duitsland en Frankrijk Nederland regelmatig aan zullen doen. Blijkbaar verwacht de Nederlandse politie hier toch wel moeilijkheden mee, want om de taken van de buitenlandse OT’s zoveel mogelijk bij de grens over te kunnen nemen zijn er hiervoor 5 extra Nederlandes OT’s opgezet. De politiesamenwerking in het kader van Schengen is weer iets anders als Europol, daarover laten meer.

    • geautomatiseerde informatie uitwisseling over gezochte personen en gestolen goederen. (SIS)

    Naast een groot aantal technische problemen (De Franse Bull software wil het maar niet doen op de Duitse Siemens computer) zijn er ook nog steeds inhoudelijke problemen. Wie en wat moet er allemaal op Europees nivo gerigistreerd gaan worden en wat moet daar uiteindelijk mee gebeuren. Duitsland wil erg veel gegevens opnemen, terwijl bijvoorbeeld België huiverig was een ‘als ETA verdachte’ bekend staand persoon te registreren.
    Hiernaast heeft men ook geen goede oplossing tegen vervuiling van het systeem. In Nederland bleek al op kleine schaal dat het opsporingsregister (OPS) vol stond met verouderde gegevens (mensen die al allang hun straf hadden uitgezeten en toch nog aangehouden diende te worden). En juist omdat het SIS ook bol staat van gegevens waar dit soort opdrachten aan verbonden zijn, wordt het wel genant als dit systeem niet up-to-date is. In Nederland is al geopperd dat het VAS onderdeel zou kunnen worden van het NSIS, de Nederlandese toeleverancier van het SIS.
    Ondanks de schijnbare vertraging die lijkt op te treden bij de uitvoering van Schengen is dit voor het grootste deel schijn. Nederland is het Schengen niveau eigenlijk al lang gepasseerd en is bezig aan de volgende ronde verscherping van migratie en justitiebeleid. Een deel hiervan is terug te vinden in de maatregelen naar aanleiding van het Verdrag van Maastricht. De oprichting van Europol is hier een voorbeeld van, maar ook de verscherping van de normen voor gezinshereniging, harmonisatie van het visumbeleid en het aangaan van terugkeer overeenkomsten met Oost Europese landen vallen hieronder. De tendens binnen heel Europa richt zich op afsluiting van alle migranten. Opvang van vluchtelingen in de eigen regio is het toverwoord geworden.

    • Europol

    In eerste instantie gaat Europol zich bezig houden met de drugshandel en het witwassen van crimineel geld binnen Europa. De nadruk zal vooral liggen op het onderling uitwisselden van zachte informatie over criminelen en het daardoor in kaart brengen van criminele netwerken. Deze analyses worden dan weer verspreid onder de Europese corpsen, die ermee aan het werk kunnen. Hiernaast zullen Europol medewerkers op tijdelijke basis worden uitgeleend aan opsporingsteams in de lidstaten, als poort naar de Europol informatie. Voorlopig ligt het niet in de bedoeling dat Europol ook zelf gaat opsporen, maar tal van politici zien dit in de toekomst wel gebeuren. De onderwerpen die na de drugshandel op de agenda staan zijn wapenhandel, vrouwenhandel en milieucriminaliteit. Of Europol in de toekomst ook politieke inlichtingen zal gaan verzamelen blijft de vraag, voorlopig lijkt dit onderwerp van de agenda te zijn verdwenen, maar dat kan snel veranderen. De uitbouw van Europol zal echter, net als de totstandkoming, gebukt gaan onder grote europese geheimzinnigheid. Precieze taken en bevoegdheden worden binnenskamers door de europese ministers geregeld. Parlementariërs krijgen de voorstellen vertrouwelijk ter inzage en ze worden vertrouwelijk besproken. Bij de discussie in de kamer mag geen pers of publiek aanwezig zijn….. De controle op activiteiten van Europol is zeer slecht geregeld. Niet het Europees parlement, zelfs niet de Europese Commissie, maar alle lidstaten afzonderlijk zijn verantwoordelijk voor hun eigen medewekers bij Europol. Dit vraagt om problemen a la IRT.

    • Gezinshereniging

    De ratificatie van het Verdrag van Maastricht heeft vooral veel gevolgen voor gezinsherenigers. In het Verdrag is namelijk het werkprogramma van de Ad-Hoc Groep Immigratie opgenomen. Dit programma bevat voorstellen en werkschema’s voor verregaande maatregelen die leiden tot harmonisatie van toelatingsbeleid voor gezinsleden en studenten. Nederland heeft hierop als één van de eerste Europese landen het beleid aangescherpt. Om te beginnen is de Wet op Schijnhuwelijken in werking getreden en ten tweede mag iemand die gedurende de laatste vijf jaar minstens drie jaar werkloos is geweest zijn gezin niet langer over laten komen. Daarnaast worden de al bestaande normen het laatste jaar steeds restrictiever uitgelegd en -gevoerd waardoor vooral migrantenvrouwen steeds vaker uitgesloten worden. Recentelijk is ook de afhankelijke verblijfstatus van gezinsherenigers verlengd tot vijf jaar.
    Ondertussen is een groot deel van het Europees beleid al lang werkelijkheid geworden. Belangrijk voor de ontwikkelingen de komende jaren is het ‘psychologisch’ effect dat de Eenwording zo langzamerhand heeft gekregen op justitie- en migratiebeleid. In de afweermaatregelen wil elk land eigenlijk net een stuk verder gaan dan de anderen, om zo de migratie te beperken. Gevolg is dat andere landen daar met nog restrictievere maatregelen in mee gaan, kijk bijvoorbeeld naar het ‘veilige landen’ concept. Als deze neerwaartse spiraal niet snel gestopt wordt, krijgen migranten het nog moeilijker, ook in Nederland. Hetzelfde effekt is op het gebied van de misdaadbestrijding zichtbaar. De Nederlandse tolerante houding tegenover softdrugsgebruik is zodanig onder druk gezet dat er een nieuw offensief is ingezet tegen de coffeeshops. Maar ook acties als tegen de drugsrunners van eind maart vormen een weeeslag van deze tendens.