• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Het ‘Verdrag van Liesveld’

    ‘Het 9.799 inwoners tellende dorp Liesveld is opgeschrikt door een invasie van politie en Mobiele Eenheid. Het gemeentehuis van het dorp in Zuid-Holland is hermetisch afgesloten. Binnen tekenen de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken van Nederland, Ierland en het Verenigd Koninkrijk het Verdrag van Liesveld over politionele samenwerking tussen de drie landen. Georganiseerde criminaliteit, terrorisme, illegale migratie en andere gevaren, maken die samenwerking noodzakelijk volgens de ministers.’

    Het ‘Verdrag van Liesveld’ bestaat niet, maar een dergelijk krantenbericht is niet ondenkbaar. De indruk die de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken in werkelijkheid wekken, is dat Europa in brand staat en het water aan onze lippen.

    Nederland bevindt zich in de kopgroep van landen die nauwere samenwerking en uitgebreide uitwisseling van gegevens in de Europese Unie tot stand willen brengen. Die kopgroep vindt dat het allemaal niet snel genoeg gaat en sluit zogenaamde bilaterale en multilaterale verdragen af. Dit zijn verdragen tussen twee of meerdere landen.

    Nederland heeft in 2004 samen met België en Luxemburg het Verdrag van Senningen, een dorp met 370 inwoners in Luxemburg, afgesloten. Met Duitsland werd het Verdrag van Enschede op 2 maart 2005 ondertekend. En aan het Verdrag van Prüm nemen niet alleen Duitsland, België en Luxemburg deel, maar ook Spanje, Frankrijk en Oostenrijk.

    De verdragen vertonen veel onderlinge gelijkenis. Ze regelen de fysieke samenwerking van politieagenten bij achtervolgingen over de grens en bij arrestaties, verbindingsofficieren en informatie-uitwisseling. De verdragen van Senningen en Enschede hebben natuurlijk alles te maken met de grenzen van Nederland met België en Duitsland. Politieregio’s zoals Limburg Zuid en Twente hebben evenveel met de Randstad te maken als met Belgisch Limburg en de Duitse deelstaat Noord-Rijnland-Westfalen. Goedkoop tanken in Duitsland en legaal wiet kopen in Maastricht is de realiteit aan de grens. Criminaliteit houdt zich ook niet aan landsgrenzen en een ‘kraak’ aan de andere kant is vergelijkbaar met diefstal door Amsterdammers in Amstelveen.

    Grensoverschrijdend

    ‘Grensoverschrijdende criminaliteit’ verschilt niet van ‘alledaagse criminaliteit’ en moet dan ook niet verward worden met ‘georganiseerde criminaliteit’. Het gaat vooral om diefstal, inbraak en vernieling. De verdragen van Senningen en Enschede regelen daarom gezamenlijke opsporing en achtervolging zodat een dief niet aan de andere kant van de grens zijn tong uit kan steken omdat de Nederlandse politie die niet mag niet mag oversteken. De verdragen gaan echter veel verder. Het gaat om informatie-uitwisseling over personen in het kader van demonstraties, manifestaties en voetbalwedstrijden. Politiegegevens over verdachten, verkeersboetes, en andere strafvorderlijke activiteiten.

     

    In 2008 heeft het Nederlandse Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) in eigen land 1.238 mensen aangeschreven in verband met een verkeersboete opgelopen in België. De Duitse politie daarentegen schrijft zelf de Nederlanders aan die in Duitsland een verkeersboete hebben opgelopen. Hiervoor kijkt de Duitse politie mee in het Nederlandse kentekenregister. Dit handelen vindt plaats in het kader van EUCARIS, een samenwerkingsverband van veertien landen van de Europese Unie waarbij informatie over rijbewijzen en auto’s wordt gedeeld. De boete met foto was opgesteld in het Duits, waartegen je bezwaar kon aantekenen. Een in het Nederlands opgestelde brief verwees naar pagina twee van de boete. Die pagina bevatte een juridische tekst in het Duits. Gaf je aan dat je de overtreding niet hebt begaan, dan kon je de ‘Begründung angeben’, de redenen van ontkenning.

    En dan? In Nederland is het al moeilijk om uit te vinden of een trajectcontrole of een snelheidsmeting juist is. De politie wordt overstelpt met Wob (Wet Openbaarheid van Bestuur) verzoeken over verkeersboetes. Om uit te vinden wat er precies in Duitsland is gebeurd, is haast onmogelijk. Moet de burger er dan maar vanuitgaan dat de politie het altijd bij het rechte eind heeft?

    Het verdrag van Prüm van 27 mei 2005 gaat nog een stap verder: ‘Politiediensten krijgen toegang tot elkaars bestanden met vingerafdrukken en DNA-profielen’, schrijft het ministerie van Justitie in een persbericht van 14 november 2006. Minister van Justitie Hirsch Ballin zegt tijdens een conferentie in Wenen op 16 november 2006 dat Prüm ‘a potential future European model for further judicial cooperation’ is.

    Vereenvoudigde politionele samenwerking en uitwisseling van vervuilde databestanden,  communicatie met burgers in alle talen van de Europese Unie, zonder een ontwikkeld beleid met betrekking tot rechtsbescherming en zonder enige onafhankelijke controle, is dat het toekomstige model van de Europese politie?