• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Werkprogamma 2 1998

    BIJLAGE

    1. Inleiding

    Deze tekst behelst het EDE/Europolwerkprogramma, waarin de belangrijkste projecten voor 1998 zijn beschreven. Bij de opstelling is rekening gehouden met de evaluaties van de activiteitsplannen voor 1997, lopende initiatieven, verzoeken van de lidstaten en de uitvoerige besprekingen die de Groep Europol in de zomer van 1997 over de begroting heeft gevoerd.
    Het daadwerkelijk in 1998 verrichte werk zal worden b&invloed of bepaald door de toekomstige adviezen, besluiten en prioriteiten naar aanleiding van deskundigenvergaderingen, de bijeenkomsten van de hoofden van de nationale eenheden, de werkgroepen, de toekomstige EU-voorzitterschappen, de Raad van Ministers, de Raad van Staatshoofden en Regeringsleiders en de Multidisciplinaire Groep Georganiseerde Criminaliteit.
    Bijzondere nadruk zal worden gelegd op de uitvoering van het tijdens de Europese Top te Amsterdam goedgekeurde actieplan ter bestrijding van de georganiseerde criminaliteit.
    Voor alle gebieden die onder het mandaat van EDE/Europol vallen, zal voor de lidstaten een algemeen verslag over de stand van zaken worden opgesteld ten behoeve van de beleidsmakers en de wetshandhavingsdiensten.
    De operatie ondersteunende activiteiten van EDE zullen sterk afhangen van de specifieke misdaadgebieden en de eigen opsporingsbehoeften van de wetshandhavingsdiensten van de lidstaten.

    2. Belangrijkste projecten op specifieke misdaadgebieden

    In 1998 zal de aandacht vooral uitgaan naar alle op het vergaren van inlichtingen gerichte activiteiten (gekoppeld aan het begin van de postconventionele fase), witwaspraktijken, mensensmokkel en de technische en tactische coördinatie van de wetshandhavingsdiensten in de verschillende lidstaten. Onderstaande projecten worden besproken in volgorde van prioriteit.

    2.1. Illegale handel in drugs

    constante bijwerking van de gegevensbank met informatie over ecstasyvangsten en afbeeldingen van ecstasypillen, en verspreiding van een catalogus in alle lidstaten;

    – ondersteuning van de initiatieven voor de ontwikkeling van een systeem voor chemische descriptie onder toezicht van de Groep Politiële Samenwerking;

    – ondersteuning van initiatieven voor de ontwikkeling van een zuiverheidsindicatiesysteem onder toezicht van de Groep Politiële Samenwerking;

    – uitwisseling van informatie over nieuwe synthetische drugs tussen de lidstaten, EWDD en de Commissie naar aanleiding van het gemeenschappelijk optreden betreffende de invoering van een systeem voor de snelle uitwisseling van informatie over nieuwe synthetische drugs;

    – actualisering van een in de lidstaten te verspreiden handboek over de productie van drugs (resolutie van de Raad) ter ondersteuning van wetshandhavingsoperaties tegen clandestiene laboratoria;

    – actualisering van een in de lidstaten te verspreiden handboek over de teelt van drugs (resolutie van de Raad) ter ondersteuning van onderzoek naar thuisteelt van, voornamelijk, cannabis in kassen;

    – voortzetting van het project inzake drugsmokkel door Turkse criminele families. In 1997 zijn met EDE-steun twee operationele projecten gestart die in 1998 zullen worden uitgebreid;

    – ontwikkeling van operationele projecten in verband met Latijns-Amerikaanse cocaïne (gestart in het kader van het werkprogramma voor 1997 en goedgekeurd door de Groep Europol en de Groep Drugs en Georganiseerde Criminaliteit). Het doel van deze projecten is de informatie en de inlichtingen over Zuid-Amerikaanse bendes te analyseren om speurwerk van de lidstaten te kunnen starten of ondersteunen. Daarnaast is er een bijeenkomst gepland van alle teams voor operationele wetshandhaving die binnen de EU op dit terrein werkzaam zijn; voortzetting van de medewerking aan de activiteiten inzake maritieme inlichtingen door steun te verlenen aan de uitwisseling en analyse van informatie en inlichtingen over verscheepte goederen en over zee reizende personen. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de politie- en douaneautoriteiten via het Mar-infosysteem;

    – opstelling van een algemeen verslag over de stand van zaken met onder meer informatie over niveaus van georganiseerde misdaad, thuisteelt en -productie, statistieken over drugsvangsten en overzichten van de straatprijzen (gaande); organisatie van een conferentie over cannabisteelt in de lidstaten; voortzetting van het Albanees project, waarbij informatie uitwisseling en -analyse gecombineerd worden ter ondersteuning van het speurwerk van de lidstaten met betrekking tot de invoer van illegale drugs in de EU door Albanese criminelen.

    2.2. Mensensmokkel

    De volgende activiteiten zijn gepland onder voorbehoud van de resultaten van de projectgroep en de besluiten van de Groep Europol, de Multidisciplinaire Groep Georganiseerde Criminaliteit, het Comité K.4, het COREPER en de Raad JBZ:

    – voortzetting van een studie naar lopende initiatieven van andere organisaties, om overlapping met het STOP-programma te vermijden;

    – ondersteuning bij de oprichting van nationale contactpunten om de samenwerking tussen de lidstaten te verbeteren;

    – ondersteuning voor de structuur van gegevensbanken in de lidstaten (vermiste kinderen, pedofielen, enz.) en deelname aan de studie inzake de oprichting van een gemeenschappelijke bibliotheek van externe bronnen van pornografisch materiaal;

    – ontwikkeling van een opleidingsprogramma voor opleiders;

    – uitvoering van specifieke studies, in het bijzonder met betrekking tot de handel in vrouwen, kinderen en prostitué’s, en ondersteuning van operationele en onderzoeksprojecten inter institutionele en multidisciplinaire aanpak) in de lidstaten; opstelling van een algemeen verslag over de stand van zaken.

    2.3. Criminaliteit in verband met illegale immigratienetwerken

    uitvoering van een diepgravende studie naar illegale immigratienetwerken die migranten uit Irak en omliggende regio’s helpen illegaal de EU binnen te komen, rekening houdend met de Schengeninitiatieven;

    – opstelling van een gemeenschappelijke structuur voor nationale verslagen;

    – opstelling van een algemeen verslag over de stand van zaken;

    – uitvoering van een studie naar de meest doeltreffende onderzoeksmethoden;

    – bestudering van een inter institutionele en multidisciplinaire aanpak bij de bestrijding van illegale immigratienetwerken in de lidstaten;

    – voortzetting van het Balkanproject, dat de illegale immigratie via Zuidoost-Europa in kaart moet brengen met het oog op gemeenschappelijke onderzoeken en operationele acties van de wetshandhavingsdiensten van de lidstaten, rekening houdend met de Schengeninitiatieven;

    – voortzetting van het elektronisch mededelingenbord inzake illegale immigratienetwerken, dat de lidstaten informatie verschaft over modi operandi, routes, enz.

    2.4. Illegale handel in nucleaire en radioactieve stoffen

    blijvende inzet voor de snelle uitwisseling tussen de lidstaten van gegevens over vangsten;

    – opstelling van een algemene gevarenevaluatie.

    2.5. Illegale handel in voertuigen

    – controle op ingevoerde tweedehands auto’s;

    – verlening van deskundige medewerking en steun bij de ontwikkeling van gegevensbanken op nationaal niveau;

    – smokkelroutes, enz.) ter verbetering van de preventieprogramma’s;

    – ondersteuning van gezamenlijke operaties, met name gericht op intensievere opstelling van een overzicht van modi operandi (vervalsing van documenten,

    -ontwikkeling van de standaardisering van nationale verslagen en statistieken;

    -ontwikkeling van het maritiem project ter ondersteuning van de geharmoniseerde en gecoördineerde controle op via havens in- of uitgevoerde auto’s; opstelling van een algemeen verslag over de stand van zaken.

    2.6. Witwassen van geld

    deelname aan een voorgenomen studie op nationaal niveau naar de doeltreffendheid van de wetgeving inzake het witwassen van geld en de inbeslagneming van vermogen, rekening houdend met het werk van de FATF op dat gebied;

    – bundeling, selectie en verspreiding van niet-operationele informatie over witwaspraktijken (om die informatie toegankelijker te maken, zal EDE een elektronische bibliotheek aanleggen);

    – ontwikkeling van operationele ondersteuning door analyses te verrichten en andere speciale deskundige medewerking te verlenen (op verzoek van de lidstaten);

    – verdere ontwikkeling van het proefproject een systeem om het doorsluizen van criminele liquide-middelenlactiva naar en vanuit de EU te controleren, indien de resultaten van het eerste proefproject (1 997) dit rechtvaardigen;

    – deelname aan de haalbaarheidsstudie naar de oprichting van een gegevensbank voor verdachte transacties;

    – ontwikkeling van een internationale opleiding inzake witwaspraktijken waarbij internationale samenwerking centraal staat, en tenuitvoerlegging van die opleiding;

    – opstelling van een jaarlijkse analyse van tendensen in witwaspraktijken op basis van de resultaten van onderzoek naar witwaspraktijken in de lidstaten van de EU en een meer gerichte studie naar de meest succesvolle onderzoeksmethoden.

    2.7. Technische en operationele steun

    beschikbaarstelling van essentiële middelen voor operationele technische ondersteuning;

    – uitvoering van een onderzoek naar eventuele samenwerking tussen de lidstaten bij het gebruiken van informanten en infiltranten;

    – uitvoering van een haalbaarheidsstudie naar de mogelijkheid om open bronnen op lnternet nauwkeurig te doorzoeken;

    – evaluatie van technische tests en studies;

    – herziening van het document inzake praktijken en procedures van de lidstaten;

    – opstelling en permanente actualisering van een handboek over gecontroleerde aflevering.

    2.8. Centres of Excellence

    ontwikkeling van een geschikte, voor de lidstaten toegankelijke gegevensbank;

    – invoering van gegevens voor de samenstelling van een inventaris van Centres of Excellence (gemeenschappelijk optreden);

    – toezicht op het gebruik van de Centres of Excellence (gemeenschappelijk optreden);

    – verzorging van stages (detachering bij EDE voor een selectie van personeel uit de lidstaten) in analytische technieken;

    – verzorging van stages met betrekking tot onderzoek naar open bronnen en documentatie.

    3. Misdaadanalyse

    verzorging van permanente analytische ondersteuning en ondersteuning door specialisten voor lidstaten en interne projectgroepen;

    – voortzetting van de ontwikkeling van analytische richtsnoeren voor de pre- en postconventionele fase;

    – ontwikkeling van een opleidingsprogramma voor opleiders;

    – voorbereiding van het methodologische en structurele kader voor analytische werkzaamheden in de postconventionele fase;

    – voortzetting en verbetering van de specialistische ondersteuning van de lidstaten.

    4. lnlichtingenmodel

    Op basis van de Europol-Overeenkomst en rekening houdend met de technische vermogens van het informatie-uitwisselingssysteem en het voorlopige Europol-computersysteem (dat operationeel moet zijn voordat de Overeenkomst in werking treedt), werkt EDE in nauwe samenwerking met de lidstaten een algemeen concept uit dat alle methodes, procedures en praktijken met betrekking tot het inlichtingenwerk omvat. Zo ontstaat er een handleiding voor de interactieve uitwisseling van inlichtingen tussen EDE en de nationale Europoleenheden.

    5. Informatietechnologie (IT)

    5.1. Verbindingen tussen EDE en de lidstaten

    EDE heeft versteutelde e-mailverbindingen met 14 lidstaten. Nationale eenheden kunnen dus snel en veilig informatie uitwisselen met hun verbindingsofficieren, zodat zij hun spilfunctie binnen EDE kunnen vervullen.

    Deze verbindingen, die uit 1 993 dateren, waren oorspronkelijk gebaseerd op kiesmodems die gebruik maakten van analoge lijnen (dat wil zeggen gewone telefoonlijnen). Dit blijkt evenwel niet meer adequaat voor de huidige en de te voorziene berichtenstroom.

    Er is een programma opgestart om deze verbindingen te verbeteren door (digitale) ISDN-lijnen met een grotere capaciteit te gebruiken. Er zijn thans zes van die verbindingen. In de loop van 1998 moeten er zes andere ISDN-verbindingen bijkomen.

    5.2. IT-beveiliging

    Naast het hierboven genoemde encryptie systeem is er ook nog een aantal maatregelen van kracht om de integriteit van de gegevens binnen EDE en van de aan de lidstaten doorgegeven gegevens te beschermen. Daartoe behoren onder meer een veilige netwerkarchitectuur (zoals netwerkscheiding), beveiligingsapparatuur (elektronische “firewalls”) en beveiligingsprogramma’s (zoals automatische virusbescherming), plus de daarmee samenhangende organisatorische procedures. Al deze elementen worden in 1998 volledig herzien wanneer er een IT-beveiligingsofficier wordt benoemd.

    5.3. lntranet

    In de loop van 1 998 wordt er een interne lntranetdienst opgezet om de interne toegang tot juridische en administratieve informatie te verbeteren

    Er zal een kosten/batenanalyse worden verricht om na te gaan of het ook nuttig zou zijn de verbindingsofficieren en andere bevoegde personeelsleden via lntranet snel toegang te verschaffen tot operationeel bruikbare informatie over drugs en Centres of Excellence.

    lntranet is een uitsluitend interne dienst die op goedkope en gemakkelijke wijze toegang tot informatie zal geven. Het staat niet in verbinding met het openbare lnternet.

    5.4. Financieel en personeelssysteem, salarisadministratie

    De salarissen van het EDE-personeel worden momenteel betaald door de detacherende instanties in de lidstaten en EDE vergoedt deze instanties. Voor het beheer van haar begroting en financiën gebruikt EDE het boekhoudsysteem van het Nederlandse ministerie van justitie.

    Wanneer Europol eenmaal een feit is, moeten al deze taken worden verricht door Europol zelf of via “outsourcing”. Er wordt momenteel een studie verricht naar de meest praktische en voordelige oplossingen. De uitslag van deze studie en de oplossingen die zich eventueel aandienen, zullen in het eerste kwartaal van 1998 voor advies en goedkeuring aan de bevoegde organen worden voorgelegd en vervolgens worden uitgevoerd.

    6. Het Europol-computersysteem

    6.1. Fase 2 – Operationele vereisten

    Het contract met Unisys zal verder worden afgewikkeld door middel van de aflevering en de kwaliteitscontrole op de vereisten voor de analyseproducten en op de operationele vereisten.

    6.2. Fase 3 – Ontwikkeling en levering

    De voorbereiding van fase 3, de ontwikkeling en levering van het systeem, gaat in de loop van 1998 van start. Wanneer precies hangt af van de datum waarop de operationele vereisten formeel worden goedgekeurd. Er zal een uitnodiging tot inschrijving moeten worden voorbereid, er moet een bekendmaking komen in het Publicatieblad en er moet een procedure worden afgesproken voor de beoordeling en de selectie van de antwoorden.

    6.3. Voorlopig systeem

    Prioriteit voor 1998 is de ontwikkeling van het voorlopige systeem, met onder meer laboratoriumtests en levering van een operationeel systeem tegen de datum waarop Europol aan de slag gaat.

    7. Juridische kwesties

    Onder meer de volgende zaken moeten in 1998 ter hand genomen worden in samenwerking met de bevoegde toezichthoudende organen:

    – ondersteuning van de Groep Europol bij het finaliseren van de reglementen die van kracht moeten zijn voordat Europol van start kan gaan, en vervolgens bij (het uitwerken van een Modelovereenkomst voor) betrekkingen met derde landen en instanties;

    – advisering met betrekking tot de juridische aspecten van de ontwikkeling van het Europol-computersysteem;

    – opstelling van interne procedures voor gegevensbescherming;

    – advisering over personeelszaken (bijvoorbeeld contracten, sociale- zekerheidsvoorzieningen, disciplinaire procedures).