• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Het CICI – Speuren naar milieuactivisten

    CICI officieel van start

    uit Ravage, 4 februari 2000

    Erik Timmerman en Louis Sévèke

    Het Centraal Informatie en Coördinatiepunt Infrastructurele Pro jecten, kortweg CICI, moet voor een periode van tenminste twee jaar informatie verzamelen over het verzet tegen grote infrastructurele projecten. Het is een samenwerkingsproject van acht politieregio’s en wisselt informatie uit met de BVD. CICI heeft vergaande bevoegdheden en richt zich bepaald niet alleen op ‘radicale’ actievoerders. Op 1 januari ging het coördinatiepunt formeel van start. Op 15 oktober 1999 verscheen in De Telegraaf een artikel met als titel ‘Politieteam bundelt data eco-activisten’. De krant had de hand weten te leggen op een brief van de korpschefs Van Hoorn (Den Bosch) en Poelert (Nijmegen) aan hun collega’s uit de Raad van Hoofdcommissaris-sen. Van Hoorn is portefeuillehouder Regionale Inlichtingendienst (RID) van die Raad. In de brief wordt een pleidooi gehouden voor het opzetten van een Centraal- Informatie en Coördinatiepunt Infrastructurele Projecten, kortweg CICI. Dat CICI zou worden opgezet in nauwe samenspraak met de BVD. Voor OBIV was dit reden voor een rondje bellen in politieland: ‘mogen wij die brief ook’. Het antwoord was ‘nee’, de brief was vertrouwelijk en blijkbaar gelekt naar de pers. Dan maar de officiële weg bewandeld. OBIV benaderde parlementariërs en gemeenteraadsleden met het verzoek vragen te stellen aan de minister van Binnenlandse Zaken en de burgemeester van Nijmegen. Buro Jansen & Janssen vroeg, met de Wet openbaarheid van bestuur in de hand, alsnog de stukken op.

    Een snuffelstage in Engeland

    Voor een reconstructie van het ontstaan van ‘CICI’ duiken we in de geschiedenis. In NN #197, van 17 november 1995, verscheen een artikel onder de titel ‘Waaghalzen in boomhutten’. Het is een verslag van twee Nederlandse actievoerders die, in de zomer van dat jaar, zijn afgereisd naar een actiekamp in Zuid-Wales, waar geprotesteerd wordt tegen milieuvernietiging door open mijnbouw. In NN wordt verslag gedaan over het in Zuid-Wales en op andere plekken in Enge-and gehanteerde concept van Non-Violent Direct Action. Zoals bekend wordt de NN niet alleen door actievoerders gelezen. De Nijmeegse RID-baas Herman Oolbekkink leest het verslag ook en schrikt zich een hoedje. Met name door een verge-lijking die de actievoerders trekken met grote infrastructurele projecten die in Nederland op stapel staan. Oolbekkink schrijft later: ‘En wat nu, vroeg ik me af. De actiedoelen [Betuwelijn, verlenging A73, Knooppunt Arnhem-Nijmegen – OBIV/J&J] liggen voor een groot deel in onze regio. Wachten we nu maar af wat er op ons af gaat komen. Of is het zaak dat wij als politie ons – net als de actievoerders – gaan oriënteren op wat er ons boven het hoofd hangt’. Oolbekkink koos voor het laatste en reisde af naar een actiegebied in Engeland, waar geprotesteerd werd tegen de aanleg van een stuk autoweg. In een verslag in het personeels-blad van de Nijmeegse politie, Gazet, verhaalt hij over boomhutten, tunnels, vastgeketende actievoerders én de hoge kosten die het optreden tegen dergelijke acties met zich meebrengt. Gelukkig, zo stelt Oolbekkink vast, zijn de Engelse travellers voorlopig nog wel even zoet in eigen land, ‘zodat het niet te verwachten is dat zij de Noordzee zullen oversteken’. Maar, zo sluit hij zijn reisverslag af: Als het Nederlandse activisten lukt deze actievormen hier in te voeren en ze er voldoende mensen warm voor krijgen, dan kan de politie de borst nat maken. Wellicht is de tijd voor de politie en bestuur rijp om zich eens te bezinnen op dit feno-meen, de actiewereld gaat ons al voor’.
    Het verslag van Oolbekkink verscheen in mei 1996 en leidde tot vragen van het Groenen-raadslid Danen aan de burgemeester van Nijmegen. Die burgemeester, toen: ‘Er is dus geen sprake van een visie dat nader onderzoek naar de milieubewegingen noodzakelijk is’. Het reisje van Oolbekkink moest meer als een snuffelstage in het buitenland gezien worden. De milieubeweging als zodanig behoorde, volgens de burgemeester, dan ook niet tot de werkvelden van de RID.
    Ondertussen ging Herman Oolbekkink’s nieuwe geesteskindje nog even de ijskast in. Daar kwam het weer uit toen, toen tussen april 1998 en maart 1999, verschillende panden werden gekraakt op het Betuwelijntraject. In de actielijst, die bij het werkplan voor CICI is gevoegd zijn al die kraakacties terug te vinden. Hier en daar worden nog bijzonderheden gegeven: De Boze Wolf is nog steeds in gebruik en er wordt regelmatig vergaderd, een pand in Vuuren werd door de eigenaar middels een knokploeg ontruimd, in Meteren is een permanent actiekamp gevestigd.

    CICI gelanceerd

    Tijdens een vergadering van enkele leden van de Raad van Hoofdcommissarissen, op 31 maart 1999, wordt dan CICI gelanceerd. Het betreft een Nijmeegs initiatief. In een brief van 5 juli 1999 van de Nijmeegse korpschef aan de minister van Binnenlandse Zaken wordt ook deze de nodige vrees aangepraat. In de brief wordt er op gewezen dat Nederland aan de vooravond staat van enkele grote infrastructurele werken, waaronder de HSL-lijn, Betuwelijn en de uitbreiding van Schiphol. Vervolgens wordt een schrikbeeld van verzet geschetst. Verwezen wordt naar het verzet in Engeland en Japan (!) tegen vergelijkbare projecten. De projecten zijn zeer omstreden, de actiegroepen zeer actief en spannen zich zeer in om tot grote verhinderingen te komen. Zij zijn dan ook zeer goed georganiseerd en hebben zeer effectieve technieken ontwikkeld om het de uitvoerders zeer moeilijk te maken. In Engeland hebben deze fenomenen zich tenslotte fors voorgedaan. De actievoerders ketenen zich vast hoog in bomen, zij graven zich in een ingewikkeld net van ondergrondse gangen. Hierop zijn veel varianten denkbaar. Deze superlatieven leiden tot een angstwekkende conclusie voor de Nederlandse situatie: ‘Niet alleen is er werk van actievoerders te verwachten, maar ook van de lokale bevolking. Preparatie vanuit de politie in het belang van de openbare orde, is dan ook van groot belang.’ En: ‘Dit klemt temeer, nu in de politieregio Gelderland-Zuid zich signalen voordoen, die erop kunnen wijzen dat ook bij de genoemde infrastructurele werken acties zullen komen. Zo zijn er verschillende woningen gekraakt op het Betuwetraject door actie-voerders. Zij zijn bezig een goede relatie op te bouwen met de lokale bevolking en er zijn signalen dat men aan het graven is’ [cursiveringen zijn citaten, onderstrepingen van ons – OBIV/J&J]. Een geluk bij een ongeluk is nog, aldus de Nijmeegse korpschef, dat onze grondstructuur zich voor dat laatste minder leent dan die in Engeland.
    Aan de op 31 maart gehouden vergadering werd deelgenomen door de korpschefs van de acht politieregio’s, waar één van de grote infrastructurele werken doorheen gaat: Gelderland-Zuid, Gelderland-Midden, Noord- en Oost-Gelderland (noordtak Betuwelijn), Zuid-Holland-Zuid, Rotterdam Rijnmond (Betuwelijn), Kennemerland, Hol-lands-Midden en Midden- en West-Brabant (HSL). Daarnaast namen deel: de directeur Democratische Rechtsorde van de BVD, drs E. Akerboom, en een teamleider; de directeur van het Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut Politie (LSOP) i.v.m. ME-training en – last but not least – Herman Oolbekkink, als deskundige.
    Door twee politiemensen uit Engeland werd een presentatie gehouden met videobeelden. Ook de BVD hield een voordracht: over milieuactivisme met een visie op de toekomst, speciaal gericht op acties tegen de Betuwelijn.
    Tenslotte werd uitvoerig stilgestaan bij het belang van informatie-inwinning en analyse. De presentaties hadden effect. De vergadering besloot immers unaniem dat er, gezien de veelheid van regio’s en de (inter)nationale organisatiegraad van de actievoerders, op landelijk niveau actie geboden was. Het initiatief blijft in Nijmegen, de centrumgemeente van de regiopolitie Gelderland-Zuid. Vanuit de politie in die stad zal in nauw overleg met de BVD, het ministerie van Verkeer en Waterstaat en de NS een plan van aanpak gemaakt gaan worden met als aandachtspunten: het landelijk inwinnen, verzamelen, verwerken, bewerken en analyseren van relevante informatie en het opzetten van een coördinatiepunt in de regio Gelderland-Zuid.

    Het werkplan

    In het werkplan voor CICI wordt vastgesteld dat de opportuniteit van politie/RID-aandacht voor het verzet tegen de Betuwelijn in de maanden juni tot en met oktober 1999 alleen maar toegenomen is. Zowel de parlementaire discussie over, als de (buiten)parlementai-re acties tegen die lijn zouden zijn opgelaaid door het besluit van minister Netelenbos de noordtak te schrappen. De verschillende politiekorpsen zijn hun samenwerking dan ook al gestart en er is een ‘bottom-up contact’ ontstaan met de bouwcombinatie NS-VWS-bouwondernemingen. De actie die tot een dag stillegging van de bouwwerkzaamheden bij het Sophiatracé leidde heeft – zo wordt terzijde opgemerkt – volgens de projectleiding Betuweroute een schade van 200.000,- opgeleverd.
    Nadrukkelijk wordt vervolgens gewezen op een ‘toename van het interna-tionale aspect van de activiteiten van de milieubewegingen’. Men doelt ondermeer op het aangekondigde verzet door Duitse milieuorganisaties en bewonersgroepen tegen de aanleg van de Betu-welijn. De al bestaande internationale netwerken van milieuorganisaties en informatieoverdracht zouden zich intensiveren. Op initiatief van de Engelse politie wordt dan ook – onder de vlag van de Europese Unie – ‘gewerkt aan de coördinatie van het politiewerk te dien aanzien’. Ook hier weer vage begrippen die eerder in een verkooppraatje voor het CICI-plan passen, dan een op feiten gebaseerde analyse vormen.
    Dat met het CICI maar een wilde slag in de lucht gedaan wordt blijkt het duidelijkst uit (de zesde versie van) het werkplan. Dat plan steunt op begrippen als ‘concerngedachte’, ‘lokketfunctie’ en ‘publieke en private actoren’ die bedient moeten worden. Ook de politie is inmiddels een moderne (bedrijfs)-organisatie zullen we maar denken. Erger wordt het waar ondubbelzinnig gesteld wordt dat de doelstel-lingen ‘abstract geformuleerd zijn en naar hun aard nauwelijks te kwantificeren en te meten.’ Dat zou inherent zijn aan het inlichtingenwerk. Met andere woorden: voor een project als dit, dat veel geld kost (nog afgezien van wat de politie zelf moet betalen, heeft Binnenlandse Zaken ruim 750.000,- beschikbaar gesteld) en waarbij diep wordt ingegrepen op de privacy en andere grondrechten van grote groepen burgers, moeten we maar vertrou-wen op het Finger-spitzengefühl en de bange vermoedens van de Nij-meegse RID-chef Oolbek-kink. Hoe Nijmeegs het hele plan is mag blijken uit de bij het werkplan gevoegde actielijst: het betreft zo goed als alleen ac-ties in de eigen regio Gelderland-Zuid. Opvallend is hoe een spoorbezettingsactie van honderd buurtbewoners in Velp mede aan Groenfront! wordt toege-schreven. Ook figureren activiteiten van Milieudefensie in de lijst, terwijl zowel de BVD als de poli-tie vaker heeft gesteld geen belangstelling voor die organisatie te hebben. Tenslotte is er nog een onbekende sabotage-actie in de lijst te vinden, die nog nooit is opgeëist. Van die actie is bepaald niet zeker dat die door actievoerders tegen de Betuwelijn is gepleegd. Het betreft de verwijdering van een printplaat die wisselverwarming bij een spoorweg-overgang in werking stelt. De actielijst sluit af met de constatering dat ‘bij de RID bekend is geworden’ dat er tunnels worden gegraven onder Betuwelijn-panden. Zo’n omschrijving wordt over het algemeen gebruikt als het betere inlichtingenwerk is toegepast en men de bron niet wil prijsgeven.
    Zo ingewikkeld had het echter niet gehoeven: het tunnelverhaal heeft ondermeer in De Gelderlander van 12 november 1999 gestaan. Zo open zijn de acties van Groenfront! blijkbaar!

    Het werkplan suggereert dat er slechts een afstandelijk contact zou bestaan tussen CICI en de BVD: de informatie-uitwisseling vindt plaats door een liaisonfunctionaris, die geen onderdeel zal zijn van het CICI. Echter, alle beoogde medewerkers van CICI zullen die RID functiona-rissen zijn die ook BVD-werkzaamheden ver-richten. Iedere scheiding tussen BVD- en politiewerk is dus – als bij de RID-en – een academische. CICI bestaat uit: een operationele chef (Oolbekkink), een bewerker/analist, een administratief medewerker en een aantal informatierechercheurs. Die laatsten zullen informatie gaan vergaren uit open bron-nen, observatie, taps en het runnen van informanten. Onlangs bleek hoe dat in de prak-tijk kan gaan.

    Op zaterdag 20 november jl. werd een jonge vrouw uit een van de Betuwelijn-kraakpanden benaderd door ‘Peter’, een medewerker van de Regionale Inlichtingendienst (RID) van het politiekorps Limburg Noord. De benadering vond plaats met het oog op het verkrijgen van informatie over acties van de milieu-organisatie Groenfront!. De RID-er had belangstelling voor wie van Groenfront! deel uitmaken en wie er in de gekraakte panden op het traject van de Betuwelijn zitten. Bovendien wilde hij informatie over te verwachten acties rond (de ontruiming van) die panden. De vrouw heeft geweigerd op de benadering in te gaan. De RID Limburg-Noord is overigens actief gebleven ten aanzien van de Betuwelijnpanden. Na de aanhouding van drie vrouwen bij de ‘bevrijdingsactie’ van milieuactiviste Gonnus op 8 januari jl., sprak weer een ‘Peter’ één van de niet gearresteerde vrouwen in de hal van het politiebureau van Venlo aan. Hij bleek veel over de aangesproken activiste te weten en ging een uitgebreid gesprek met haar aan over actievoeren, criminalisering van actievoerders, geweld en de Betuwelijn-panden. Uiteindelijk bood hij haar nog een lift aan. Daar ging de activiste niet op in.

    Wat nu?

    Los van de flinke privacy-schendingen die met werk van CICI gepaard gaan, lijkt het ons nogal de vraag of hier niet sprake is van de spreekwoorde-lijke mug en de olifant. Op basis van een excursie van Herman Oolbekkink naar Engeland wordt een schrikbeeld voor Nederland ge-schetst. Een schrikbeeld dat niet overeenkomt met de Nederlandse realiteit, maar op basis waarvan wel een buiten-proportionele onderzoeksinzet wordt gerealiseerd. Buitenproportioneel, zowel waar het personeel en middelen betreft, als waar het de schending van grondrechten aangaat. De omvang van het verzet in Nederland is niet te vergelijken met dat in Engeland. Bijna vier jaar na het bezoek door Oolbekkink aan Engeland, waar hij honderden actievoerders in touw zag, draait het bij milieuacties in Nederland nog steeds om enkele tientallen actievoerders. Daar komt nog bij dat de ‘dreiging’ die voorgespiegeld wordt bestaat uit (kraak)acties door Groenfront!. Op het moment dat dit stuk geschreven wordt, worden alle panden waar het om gaat met ontruiming op korte termijn ontruimd. Waar zal CICI zich daarna mee bezig gaan houden?

    Dat het Oolbekkink c.s. niet alleen om Groenfront! gaat mag blijken uit het in de actielijst opnemen van de actie van honderd buurtbewoners in Velp. Een andere aanwijzing voor de ruime ‘doel-groep’ van CICI is terug te vin-den in de antwoorden van minister Peper op vragen van het tweede kamerlid Singh Varma. De minis-ter: ‘Graag benadruk ik dat het CICI zich niet exclusief richt op zogenaamde milieuac-tivisten. Dit begrip is in ieder geval door het CICI niet gedefinieerd. Zoals gezegd, worden alle groepen en organisaties die mogelijker-wijs de aanleg van grote infrastructurele projecten verhinderen of bemoeilijken, betrokken in de activiteiten van het CICI.’ Je zult maar op het Betuwelijntraject wonen en je mond niet kunnen houden!

    Ondanks dat CICI een puur Gelders initiatief is en zich nu met name richt op activiteiten in die provincie rond de Betuwelijn, kan dat snel veranderen. Als omwonenden en milieuorgansiaties in andere regio’s meer van zich zullen doen horen rond andere grote infrastructurele projecten (HSL, Schiphol) dan verhuist CICI even makkelijk mee. Door een goed verkooppraatje van de regiopolitie Gelderland-Zuid met flitsende presentaties door de Engelse politie en de BVD, tijdens de vergadering van 31 maart 1999, gevolgd door een even overtrokken brief naar het ministerie, is Nederland een inlichtingenstructuur rijker. Als het aan de politie gelegen had, hadden we daar ook nooit iets van geweten: de Poelert/Van Hoorn-brief had geheim moeten blijven.

    Louis Sévèke (OBIV)
    Erik Timmerman (Buro Jansen & Janssen)

    Bevoegdheden
    CICI is een samenwerking van verschillende politiekorpsen. Het werk wordt verzet door RID-medewerkers. Die RID-ers hebben een dubbele taakstelling. Het zijn politiemensen en doen ten behoeve van het regionale openbare orde beleid onderzoek onder verantwoor-delijkheid van de burgemeester. Dat is een politietaak. Daarnaast zijn RID-ers in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) aangewezen om werkzaamheden te verrichten voor de Binnen-landse Veiligheidsdienst (BVD). Die werkzaamheden worden onder verantwoordelijkheid van de minister van Binnenlandse Zaken verricht. Als BVD-er hebben de RID-medewerkers andere (verdergaande) bevoegdheden dan als politiemens. Formeel dienen de gegevens die vastgelegd worden binnen de BVD-taak strikt gescheiden te worden van gegevens die verzameld worden binnen de openbare orde taak. Dat die scheiding niet bestaat kan iedereen inzien: dezelfde men-sen verzamelen onder één leiding in en vanuit één kantoor, vanuit vaak dezelfde bronnen vergelijkbare informatie op twee taakterreinen. Die informatie loopt dus vanzelfsprekend door el-kaar heen. De uitwisseling met de BVD van deze toch al vermengde informatie loopt bij CICI dus via een externe liaisonfunctionaris.

    Het is de politietak van de RID verboden geheime onderzoeksactiviteiten (observatie, afluisteren, het runnen van informanten) te ontplooi-en, als middels die activiteiten (te) privacy-gevoelige informatie wordt verzameld. Een informant/agent mag wel gegevens verzamelen over acties of groepen en de deelnemers daaraan. Er mag echter niet te diep gespit worden in het privé-leven van die deelnemers. Dat gebeurt echter nogal snel als je agenten probeert te werven in de meest privacy-gevoelige sfeer: huisgenoten van bijvoorbeeld Groenfront!-actievoerders.

    Milieudefensie
    Door de minister van Binnenlandse Zaken en in ieder geval de bur-gemeester van Nijmegen is regelmatig benadrukt dat door de BVD en RID geen onderzoek wordt gedaan naar ‘milieubewe-gingen’ in het algemeen. Het CICI-plan is met die beweringen in regelrechte tegenspraak. Als voorbeeld van een organisatie die volgens de minis-ter niet in de gaten gehouden wordt geldt de Vereniging Milieudefensie. Al eerder is gebleken dat die ontkenning niet klopt: in Vrij Neder-land van 12 november 1998 verscheen het verhaal over Marc Witteveen, een BVD-infiltrant in Milieudefensie. Onlangs liet de minister van Binnenlandse Zaken desgevraagd aan Milieudefensie weten dat zij geen voorwerp van onderzoek door CICI zouden zijn. Dat klopt niet: in de actielijst bij het CICI-werkplan worden acties door Milieudefensie tot driemaal toe genoemd.
    Dat ook de RID in Nijmegen al eerder onderzoek deed naar uiteenlo-pende milieugroepen bleek uit het door OBIV gepubliceerde verhaal over de voormalig BVD-agent Joris M.. Deze Joris werd benaderd en gerund door de RID Gelderland-Zuid.
    Hij zou zo’n vier maan-den voor de RID/BVD werken, alvorens er de brui aan te geven: hij voelde zich toch niet zo gemakkelijk in zijn dubbelrol. En passant drukte hij nog wel een ledenlijst van een Nijmeegse voedselkoöperatie achterover en gaf die aan zijn broodheren (vgl. Ravage 1 november 1996).
    Het wordt natuurlijk nog bonter als blijkt dat ook protesterende buurtbewoners door CICI in kaart worden gebracht.