• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Vragen Groen Links

    Tweede Kamer der Staten-Generaal

    Vergaderjaar 1999-2000

    Vragen gesteld door de leden der Kamer

    500

    Vragen van het lid Oedayraj Singh Varma (Groenlinks) aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het Centraal Punt Informatie Coördinatie Grote Infrastructurele Projecten (CICI)

    Antwoorden van de Minister van Binnenlandse Zaken A. Peper.
    (ingezonden 25 oktober 1999)


    1.
    Zijn de berichten over de oprichting van een Centraal Punt Informatie Coördinatie Grote Infrastructurele Projecten, kortweg CICI, waar?

    Ja.

    2.
    Kunt u uitleg geven over doel, verantwoordelijkheid, coördinatie en uitvoering van het CICI? Welke politieregio’s zijn of worden bij het CICI betrokken? Zal het CICI fysiek worden ondergebracht bij de CRI? Zo neen, waar wel en waarom?

    Het CICI dient de volgende doelen: Het verzamelt de informatie aangaande onwettige activiteiten die worden uitgeoefend tegen de aanleg van infrastructurele werken. Het CICI maakt totaalanalyses, waardoor het mogelijk langs elkaar heen werken van de regionale politiekorpsen wordt voorkomen en een reëler beeld wordt verkregen van genoemde activiteiten. Het laat bestaande lokale verantwoordelijkheden van burgemeesters geheel intact.

    Alle politiekorpsen zijn hierbij betrokken. In de politieregio’s waar een infrastructureel werk wordt aangelegd, vindt op reguliere wijze werkoverleg plaats met betrekking tot de uitvoering van de hiervoor bedoelde activiteiten.
    Het CICI zal in één van de desbetreffende politieregio’s worden ondergebracht, als facilitair voor de andere regiokorpsen. Het CICI zal van start gaan in de regio Gelderland-Zuid, doch zal zo nodig eenvoudig op andere plaatsen kunnen worden gevestigd.

    3.
    Is het doel van dit informatiepunt om, zoals persberichten melden, alle informatie over milieu-activisten die mogelijk acties zouden kunnen beramen rond de planning, coördinatie of uitvoering van grootschalige infrastructurele projecten, systematisch te verzamelen en analyseren? Welke definitie hanteert u bij het begrip milieu-activisme? Welke criteria zijn aangelegd voor de informatieverzameling bij het CICI in het kader van dit activisme?

    Ten einde de doelstellingen die hiervoor bij het antwoord op vraag 2 zijn geduid, te realiseren, zal het CICI informatie inwinnen over groepen en organisaties die tot doel hebben de aanleg van infrastructurele projecten te verhinderen dan wel te bemoeilijken. Het CICI zal de desbetreffende informatie waarover de verschillende politiekorpsen indit verband beschikken, samenbrengen, zodat een optimaal rendement kan worden geput uit de voorhanden zijnde informatie. De informatie zal worden bewerkt en geanalyseerd door deskundige medewerkers. Indien in de informatie lacunes worden geconstateerd, wordt zo nodig getracht aanvullende informatie te verkrijgen.

    Graag benadruk ik dat het CICI zich niet exclusief richt op zogenaamde milieuactivisten. Dit begrip is in ieder geval door het CICI niet gedefinieerd. Zoals gezegd, worden alle groepen en organisaties die mogelijkerwijs de aanleg van grote infrastructurele projecten verhinderen of bemoeilijken, betrokken in de activiteiten van het CICI.

    4.
    Valt de Vereniging Milieudefensie, die regelmatig acties tegen de uitbreiding van Schiphol heeft georganiseerd, onder de definitie van milieu-activisme die door het CICI -wordt gehanteerd? Zo ja, welke landelijke milieu-organisaties nog meer? Zo neen, welke andere landelijke milieu-organisaties vallen eronder?

    In het antwoord op vraag. 3 kwam al naar voren dat het CICI geen definitie van “milieuactivisme” hanteert.

    5.
    Krijgt het CICI naast een dataverzamelingstaak ook executieve taken of bevoegdheden? Zo ja, kan het CICI daarbij dan gebruik maken van bijzondere opsporingsmethoden zoals afluisteren of de inzet van informanten en/of infiltratie?

    Alle activiteiten van de politie in het kader van het CO worden uitgevoerd overeenkomstig de stand puntbepaling inzake informatie-inwinning door de politie ten behoeve van de handhaving van de open bare orde, zoals de Minister van Justitie en ik die op 5 oktober 1999 aan de Tweede Kamer hebben gezonden (kamerstukken 11 1999-2000, 25 232, nr. 18), alsmede overeenkomstig de handleiding die wij op korte termijn aan de korpsen zuilen sturen.

    6.
    Kunt u aangeven hoever de samenwerking van het CICI met de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD), met de (regionale) Politieke Inlichtingendiensten en met de CRI gaat? Wordt er samengewerkt met Dienst Bijzondere Recherchezaken van de CRI?

    De BVD heeft tot taak het verzamelen van gegevens over personen en organisaties die een gevaar kunnen vormen voor gewichtige bélangen van de Staat. De mogelijkheid bestaat dat de BVD bij de uitvoering van zijn taak de beschikking krijgt over gegevens die voor de politie of justitie van belang zijn. Het omgekeerde kan zich uiteraard ook voordoen. De Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten voorziet daarom in de mogelijkheid van het uitwisselen van gegevens. In het onderhavige geval wordt daaraan praktisch vdrmgegeven door het plaatsen van een BVD-liaison bij het CICI. Deze liaison maakt geen deel uit van het CICI. De liaison onderhoudt periodiek contact met het CICI en beziet of in concreto raakvlakken bestaan tussen de activiteiten van het CICI en die van de BVD. Mocht dit leiden tot het uitwisselen van informatie, dan vindt dit plaats overeenkomstig de regels die zijn vastgelegd in de nota Informatie-uitwisseling Politie-BVD, die wordt vermeld in het rapport van de commissie Kalsbeek (kamerstukken 111998/99, 26 269, nrs. 4-5, blz. 265). In essentie betekent dit dat de BVD algemene inlichtingen en dreigingsanalyses verstrekt. Dit kan zowel schriftelijk als mondeling plaatsvinden. Voor zover persoonsgegevens worden verstrekt, gebeurt dit – in verband met de rechtszekerheid van betrokkenen – uitsluitend schriftelijk.

    Indien nodig vindt samenwerking van het CICI met de CRI plaats. Op dit moment is hiervan geen sprake.

    7.
    Heeft u reden aan te nemen dat het verzet tegen Schiphol, HSL, Betuwelijn, Noord-Zuidlijn of vergelijkbare grote infrastructurele projecten een vorm of omvang aanneemt die BVD- of CRI-belangstelling voor personen de betrokken bij dit verzet rechtvaardigt? Zo ja, welke redenen zijn dat?

    Van de overheid mag worden verwacht dat zij al datgene doet wat nodig is om verstoringen van de openbare orde te voorkomen. Voor de BVD ligt hier een taak indien en voor zover sprake is van een bedreiging voor een gewichtig belang van de Staat. Zoals aangegeven in het BVD-jaarverslag 1998 beperkt de belangstelling van de BVD zich op dit moment tot het Groen Front. Uit nader onderzoek zal moeten blijken of de BVD ook aan andere organisaties aandacht moet besteden. In krantenpublicaties hebben milieuactivisten uitvoerig verhaald over kraakacties met het doel zich in te graven en zo de aanleg van de verschillende werken te verhinderen, althans te bemoeilijken. Naar aanleiding van deze publiciteit van de kant van de milieuactivisten, is het idee ontstaan de informatie waarover de politiekorpsen in dit verband beschikken, te bundelen en te analyseren. Het is de taak van de politie om in het kader van de handhaving van de openbare orde deze activiteiten te volgen. Op dit moment is nog geen inschatting te maken over het verdere verloop van de acties.

    8.
    Zullen gegevens afkomstig van de BVD, of in opdracht van de BVD verzameld, kunnen worden opgeslagen in de CICI-databank? Kunnen de methodieken van de BVD, zoals het afluisteren van vergaderingen of de inzet van BVD-informanten of infiltranten voor de informatievoorziening van het CICI worden ingezet?

    De BVD voert zijn wettelijke taak zelfstandig uit. Dat wil zeggen dat de BVD niet kan en mag optreden als verlengstuk van politie of justitie. Dit neemt niet weg dat, zoals uiteengezet bij het antwoord op vraag 6, de BVD bij zijn taakuitvoering de beschikking kan krijgen over de gegevens die voor het CICI van belang zijn. Binnen het kader van zijn taakuitvoering is de BVD ook bevoegd het CICI gegevens te verstrekken. Het CICI zal de van de BVD ontvangen gegevens opslaan in de CICI-databank.

    9.
    Zullen de in de CICI-databank opgeslagen gegevens vallen onder de wet op de politieregisters of onder de wet op de inlichtingen en veiligheidsdiensten? Wat betekent dit voor de notificatie van geregistreerden en voor de mogelijkheid van geregistreerden om deze persoonsgegevens in te zien en te corrigeren?

    De CICI-databank is aan te merken als een registratie van persoonsgegevens als bedoeld in de Wet politieregisters. Het informeren van personen over wie gegevens in de CICI-databank zijn opgenomen, alsmede de inzage- en correctiemogelijkheden die deze personen hebben, vinden plaats conform de reguliere systematiek van de Wet politieregisters.

    10.
    Op welke wijze is de democratische en juridische controle geregeld op de werkzaamheden die het CICI verricht? Waar zal het verslag van de voortgang en de werkzaamheden worden gepubliceerd?

    Indien daartoe aanleiding bestaat, zal de landelijk opgemaakte analyse periodiek worden doorgesproken met de regionale politiekorpsen en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. In iedere betrokken regio wordt vojgens de bestaande reguliere kanalen verantwoording af gelegd.

    Toelichting:
    Deze vragen dienen ter aanvulling op de eerdere vragen terzake van het lid Poppe. ingezonden 20 oktober 1999 en het lid Crone, ingezonden 21 oktober 1999.
    De Telegraaf en de Gelderlander van 15 resp. 16 oktober jl.