• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • AD: Kamer in de fuik van Schengen

    Algemeen Dagblad 01/02/1992

    LEO VAN ATTEN

    BIJ de behandeling van het Akkoord van Schengen voelt de Tweede Kamer zich als een vis, die het net langzaam over zich voelt sluiten. Zij koestert het onbehaaglijke gevoel in een fuik te zijn gezwommen waaruit geen ontsnapping meer mogelijk is. Een vergelijking met de Eerste Kamer, die wetsvoorstellen uitsluitend kan aannemen of verwerpen, dringt zich onweerstaanbaar op.

    De voelbare tweestrijd die deze week het debat in de Tweede Kamer over Schengen beheerste is bij alle partijen herkenbaar. In de kern komt het neer op de vraag of een nationaal parlement in het verenigd Europa van morgen zelf nog enige invloed kan hebben op niet onbelangrijke zaken als het asielbeleid. De roep om grotere democratische controle is toch werkelijk niet te veel gevraagd.

    Het Akkoord van Schengen, zo genoemd naar het Luxemburgse plaatsje waar het tussen de Benelux, Frankrijk en West-Duitsland is gesloten, is een verdrag tussen regeringen. Tot zover gaat het volgens het boekje. Regeringen sluiten verdragen en leggen de uitkomsten aan de parlementen voor. Maar een volksvertegenwoordiger – en vooral Nederlandse parlementariers hebben daar een goed ontwikkeld gevoel voor – voelt zich behoorlijk in de kou gezet wanneer hij tegen al het ambtelijke voorwerk per saldo slechts ja of nee mag zeggen.

    Prijs

    In haar consequentie lijkt de keuze eenvoudig: wanneer met onze wensen onvoldoende rekening wordt gehouden verwerpen wij het verdrag. Daarmee is dan tevens het gehele akkoord van de baan, want elk van de vijf bovengenoemde landen (later kwamen ook Italie, Spanje en Portugal erbij) moet het verdrag ratificeren. Zo niet, dan worden baby en badwater gelijkelijk weggespoeld en komt er, om maar iets te noemen, ook geen gezamenlijke bestrijding van de criminaliteit en geen vrij verkeer van personen over de grenzen. Wikkend en wegend vraagt de Kamer zich af of deze prijs niet te hoog is.

    Het vrije verkeer van goederen valt niet onder dit verdrag. Daar is weer een Europese richtlijn voor. Maar de vrees bestaat, en die lijkt alleszins gerechtvaardigd, dat bij handhaving van de controle op personen ook het internationale goederenvervoer aan controle zal worden onderworpen. En dan wordt het paard pas goed achter de wagen gespannen.

    Dubieuze uitleg

    Van de Franse lenigheid op dit punt kunnen zelfs politieke acrobaten nog iets leren. Frankrijk, dat als eerste en tot nu toe enige, het verdrag heeft geratificeerd, interpreteert de overeenkomst zodanig dat de nationale wetgeving voorop blijft staan. Het is een dubieuze uitleg, waaraan de Fransen in elk geval wel het recht ontlenen aan de grenzen een oogje in het zeil te houden.

    De Nederlandse parlementariers zijn er nog niet uit. Nu de discussie zich zo sterk toespitst op het asielbeleid en de identificatieplicht heeft het CDA de gedachte geopperd de Koninklijke Marechaussee aan de grenzen te stationeren. Maar ook dat is niet zonder complicaties, want allereerst strookt het niet met de diepere bedoelingen van Schengen en in de tweede plaats worden de asielprocedures toegepast in het eerste land van opvang, zodat een elders afgewezen asielzoeker niet nog eens zijn geluk in Nederland kan beproeven. Ook hier maakt Nederland zich dus geheel afhankelijk van het beleid dat in aangrenzende landen wordt gevoerd.

    Discussies

    Het lijkt veel gevraagd, maar een gemeenschappelijk Europees asielbeleid zou veel van de hier opgeworpen problemen verhelpen. Eenvoudig is dit allerminst, want de discussies die de afgelopen jaren over dit delicate onderwerp zijn gevoerd blonken niet bepaald uit door roerende eensgezindheid.

    In Nederland is het stadium van de mitsen en maren nog niet afgerond. Het parlement heeft nog tot juni de tijd voordat het hoge woord eruit moet. In die tussentijd mag de staatssecretaris van buitenlandse zaken, Dankert, proberen in den vreemde belangstelling te wekken voor zijn plan het Europese Hof van Justitie in Luxemburg bevoegd te verklaren maatregelen op basis van het Akkoord van Schengen te toetsen. Uit oogpunt van rechtsbescherming zou er al veel mee zijn gewonnen.