• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Kleintje: Boete 2250 euro!!

    Kleintje Muurkrant 19/12/2003

    Voor uw, maar vooral onze veiligheid!

    Nederland mag zich opmaken voor een lange reeks voorstellen waarbij elementaire grondrechten van iedereen van 14 jaar en ouder worden aangetast. Volgens Minister van Repressie Piet Hein Donner gaat de identificatieplicht met een boete van 2250 euro het land veiliger maken en de burger beschermen. Een juridische onderbouwing van deze Donneriaanse these ontbreekt echter geheel. 

    Door Johan van Someren

    In het debat over de justitiële begroting werd nog eens duidelijk dat de paternalistische rechtscolleges van Donner aan de kamer hoge eisen stellen aan het voorstellingsvermogen van personen die nog waarde hechten aan de Grondwet. “De identificatieplicht zal de burger juist beschermen. Iemands privacy zal moeten wijken voor opsporing. Sommige juristen menen dat er geen onveiligheid bestaat.” De uitspraken van de getergde autoritaire Donner op de kritiek van de oppositie passen geheel in de regenteske bestuurstraditie van het CDA waarin de realiteit op zijn kop gezet wordt. In het beste geval zijn de verwachtingen van de identificatieplicht wat overspannen als het om het boeken van concrete resultaten gaat, in het slechtste geval zal de wet op korte termijn leiden tot discriminatie, stigmatisering van minderheden, het opjagen van illegalen, en het lastigvallen en registreren van personen die de pech hebben toevallig op een plaats aanwezig te zijn waar gecontroleerd wordt, waarna het repressieapparaat in een nog hogere versnelling wordt gezet. De kritiek op Donner is geen pleidooi voor een softe aanpak van de criminaliteit maar levert juist een zinvolle bijdrage aan het behoud van de rechtsstaat. Het verwijt van de oppositie dat de minister onzorgvuldig omgaat met burgerrechtelijke vrijheden is terecht en kan het beste geïllustreerd worden met de sanctie op het niet naleven van Donners wet op de identificatieplicht.

    De geldboete die dreigt te worden opgelegd bij het niet opvolgen van een verzoek tot identificatie is buiten alle proporties. Een bekeuring voor het op de fiets rijden zonder licht kost 23 euro, het niet bij zich hebben (om principiële redenen) of vergeten van een identificatiebewijs kost straks 2250 euro. Voor deze wanstaltige verhouding geeft het wetsvoorstel van minister Donner geen enkele onderbouwing of rechtvaardiging. Meer in algemene zin zouden de liberalen (vrijheid?) en de normen en waardenpartij (naastenliefde?) van Donner zich zelf de vraag moeten stellen of het moreel verantwoord is om miljoenen Nederlanders, inclusief kinderen, bejaarden, gehandicapten enz. onder dreiging van deze buitensporig hoge sanctie te dwingen te allen tijde een paspoort of ander identiteitsbewijs bij zich te dragen. Het bewijs dat de criminaliteit hierdoor effectief wordt bestreden is ook in andere landen nooit geleverd. Een boete van 2250 euro (d.m.v. loonbeslag) treft bovendien kinderen, bijstandsmoeders en bejaarden met alleen AOW en andere financieel minder vermogenden, onevenredig hard. In de kamer bestaat helaas grote steun voor een identificatieplicht voor veertienjarigen, een unicum in Europa waar we niet bepaald trots op mogen zijn. Volgens Boris Dittrich zijn er alleen nog wat vragen over limieten die moeten worden gesteld aan de omstandigheden waarin om identificatie mag worden gevraagd. Geen vragen dus over de geldboete van de tweede categorie of de draagplicht, voor jongetjes van 14 op het voetbalveld en oude omaatjes achter een rolator, ten bate van de criminaliteitbestrijding. Volgens VVD kamerlid Letitia Griffith gaat het erom dat je personen die overlast veroorzaken uit de anonimiteit haalt. Een buurtopbouwwerker die in een jeugdhonk ooit is overvallen door een jeugdbende weet wel beter.

    Het tweede kabinet Kok kwam ondanks de controlehype als gevolg van de elfde september en de ongenuanceerde uitlatingen van diverse bewindslieden tot de conclusie dat een algemene identificatieplicht nauwelijks een bijdrage levert aan de criminaliteitbestrijding mede omdat personen die zich bezighouden met georganiseerde criminaliteit zullen beschikken over valse documenten of er voor zorgen dat antecedenten niet tot hen te herleiden zijn. Die conclusie wordt ook bevestigd in een onderzoek van ‘Privacy International’ waarin wordt gesteld dat het op grote schaal investeren in het vervalsen van identiteitsbewijzen voor de georganiseerde misdaad aantrekkelijker wordt naarmate er op steeds meer maatschappelijke terreinen een identificatieplicht wordt ingevoerd.

    De discussie over Donners wetsvoorstel gaat bovendien gepaard met een categorische ontkenning van de bestaande wettelijke mogelijkheden voor identificatie die volgens het kabinet Kok onvoldoende werden benut. Is de identificatieplicht alleen maar een brevet van onvermogen dat de angst van bewindspersonen moet verhullen ooit op resultaten te worden afgerekend? Is criminaliteitbestrijding een deugdelijk alibi voor een partij die al bijna twintig jaar deze wet op het politieke verlanglijstje heeft staan en nu niet meer terug wil uit angst voor gezichtsverlies? Of is de achterliggende agenda een andere die zoveel gewicht in de schaal legt dat bevolking en parlement massaal op het verkeerde mogen worden gezet! De vooruitzichten voor de afhandeling van de wet van Donner bieden weinig hoop nu een kamermeerderheid er blijk van geeft het contact met de alledaagse werkelijkheid te hebben verloren en niet de kwaliteit van argumenten maar de kwantiteit van stemmen de doorslag geeft. Daarmee wordt de parlementaire democratie een karikatuur van zichzelf die tevens het failliet van de rechtsstaat inluidt.