• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Niks te verbergen, niks te vrezen

    In tegenstelling tot vroegere discussies benadrukt de overheid nu enkel nog de voordelen van de identificatieplicht. Bestrijding van de criminaliteit op straat wordt als voornaamste doel opgegeven. ,,Het is echter nooit aangetoond dat identificatieplicht de gevoelens van onbehagen verkleint”, stelt privacy-deskundige Jan Holvast vast.

    ‘De Wet op de identificatieplicht zal leiden tot discriminatie van gekleurde Nederlanders en medelanders. De verwachting is bovendien dat de gestelde doelen, zoals bestrijding van fraude en criminaliteit niet bereikt worden.’ Dit schreef Jan Holvast in het in 1993 verschenen boekje ‘Identificatieplicht – Het baat niet maar het schaadt wel’.
    Uiteindelijk liep het zo’n vaart niet omdat de in die tijd ingevoerde beperkte identificatieplicht erop neer kwam dat de burger slechts in beperkte gevallen zijn paspoort of rijbewijs diende te tonen. Denk hierbij aan de werkplek, de tram of het voetbalstadion. Daarnaast werd er in de jaren die volgden nauwelijks van de wet gebruik gemaakt.

    Waakhonden
    Met de publicatie wilde men de parlementaire besluitvorming met betrekking tot invoering van de identificatieplicht beïnvloeden. Jan Holvast was indertijd actief voor de Stichting Waakzaamheid Persoonsregistratie. Deze stichting nam samen met organisaties als de Anne Frank Stichting en het Landelijk Bureau Racismebestrijding (LBR) het voortouw in een comité dat zich verzette tegen de identificatieplicht.
    Tien jaar later verbaast Holvast zich erover dat er onder maatschappelijke organisaties van die weerstand nog maar zo weinig over is nu de ‘beperkte’ identificatieplicht hoogstwaarschijnlijk wordt omgezet in een ‘verplichte’ op straffe van een boete bij het niet op zak hebben van het persoonsdocument. Het LBR heeft zelfs laten weten ermee te kunnen leven.
    ,,Ik kan dat niet volgen”, zegt Holvast verbouwereerd. ,,Als de politie zich keurig aan de afspraken houdt en een proces-verbaal opstelt, dan hoopt het LBR achteraf te kunnen toetsen of dat conform de regels is gebeurd. Op deze manier kan de overheid allerlei maatregelen invoeren en ga je voorbij aan de werkelijke toedracht, namelijk een verdere toename van controle op alle onderdanen.”
    Toch ziet ook Holvast in dat het vandaag de dag ondoenlijk lijkt om een meerderheid van de bevolking en de politiek zich uit te laten spreken tegen de aangepaste wet. ,,Tegenstanders hebben niet langer overtuigende argumenten in handen. Dat het leidt tot discriminatie komt niet meer over, we voelen ons immers onveilig. Aantasting van de privacy is een achterhaald begrip. Het lijkt een verloren strijd.”

    Beperkte plicht
    Dat was eind jaren tachtig wel anders, toen er nog sprake was van een redelijk groot verzet. De politiek wilde een wettelijke verplichting om de criminaliteit in het openbaar vervoer en de fraude (illegale arbeid) op de werkplek te kunnen bestrijden. ,,De beoogde doelen stelden weinig voor waardoor bij ons de vraag rees of het doel wel in verhouding stond met de omvangrijkheid van het middel.”
    Nadat de politiek uiteindelijk instemde met invoering van een beperkte identificatieplicht, werd er nauwelijks gebruik van gemaakt. Zwartrijders bleken veelal zwervers te zijn zonder geld, voetbalclubs voerden de clubcard in en op de werkplek werd meestal naar het sofinummer gekeken in plaats van het identificatiebewijs.
    ,,Er is in wezen nooit echt invulling gegeven aan de wet. Je kunt dus ook niet zeggen of de wet wel of niet werkt. Voor zover ik weet hebben zich geen excessen voor gedaan.” De uitbreiding van de wet waar de politiek nu op aan stuurt houdt in dat we voortaan altijd en overal ons paspoort bij ons moeten hebben en dat opsporingsambtenaren zoals de politie daar altijd om kunnen vragen.
    Holvast vindt de aanpassingen dermate ,,minimaal” dat hij niet begrijpt waarom men ertoe overgaat. ,,Men heeft gemeend de wetgeving aan te moeten scherpen omdat men in de praktijk niets terugziet van de huidige vorm van identificatieplicht. Alsof je een hoek afvlakt van een vierkant in de veronderstelling dat ‘ie dan wel zal gaan rollen.”

    Discriminatie
    In tegenstelling tot vroegere discussies benadrukt de overheid nu enkel nog maar de voordelen van de identificatieplicht. Bestrijding van de criminaliteit op straat wordt als voornaamste doel opgegeven om de wet verder aan te scherpen. Hiermee denkt de politiek de heersende gevoelens van onbehagen onder de bevolking tegen te kunnen gaan. ,,Het is echter nooit aangetoond dat identificatieplicht de gevoelens van onbehagen verkleint”, stelt Holvast resoluut vast.
    Hij is nog steeds bang dat de boodschap van destijds, een verhoogde kans op discriminatie, vroeg of laat bewaarheid wordt. ,,Gelet op de gevoelens in de samenleving is het aannemelijk dat de identificatieplicht vooral zal gelden voor mensen van Marokkaanse en Antilliaanse afkomst. Maar denk ook aan mensen met een islamitisch uiterlijk.”
    Holvast vindt wel dat we de aanscherping van de wet in een breder verband moeten zien. ,,Mede door de gebeurtenissen van 11 september 2001 meent men steeds meer controle uit te moeten oefenen. De wetsvoorstellen van minister Donner om nu ook voor politie en justitie vrije toegang te krijgen tot alle persoonsgebonden bestanden liggen in deze lijn.”
    Nederland en Europa lopen aan de leiband van de Verenigde Staten, zo meent hij. ,,De VS wil in de nabije toekomst dat luchtreizigers die het land aandoen in bezit zijn van een reisdocument met biometrisch kenmerk. Daarnaast dienen vliegmaatschappijen nu al de gegevens van de passagiers door te geven aan de Amerikanen.”

    Implantering
    Identificatieplicht op zich staat volgens Holvast los van toepassing van verfijnde identificatietechnieken als de biometrie (identificatie op basis van een lichaamskenmerk). Wel kan er in de toekomst een biometrische identiteitspas worden ingevoerd, zodat we niet altijd het paspoort of rijbewijs op zak hoeven te hebben. De chip van de pas zal dan lichaamskenmerken bevatten.
    Jaren geleden was er sprake van invoering van een Europees indentificatiebewijs, een uiterst geavanceerde techniek waarvan Holvast verwacht dat die op termijn wel toegepast zal gaan worden. ,,Op een gegeven moment zal elk land in Europa een identificatieplicht invoeren, dat is slechts een kwestie van tijd.”
    Maar ook zo’n identiteitspas kan verloren of gestolen worden, hetgeen de vraag rechtvaardigt hoever we af zijn van het moment waarop de mens een identificatie-chip in de arm gemplanteerd krijgt. Zijn we meteen van al die vervelende en diefstalgevoelige pasjes en pincodes af, zal de overheid zeggen. Bij dieren is toepassing van een variant – een chip die een signaal uitzendt waarmee opsporing wordt vereenvoudigd – overigens al de gewoonste zaak.
    Holvast is niet overtuigd. ,,Gelukkig hebben we hier te maken met een onvoorspelbare factor, namelijk de mens. Ik denk dat er wel degelijk plannen zullen komen die in deze richting gaan. De vraag is of we over pakweg vijftien, twintig jaar nog voldoende weerstand hebben om implantatie tegen te kunnen gaan…”

    Complot
    Sluipenderwijs worden er steeds meer controletechnieken toegepast waarbij slechts gewezen wordt op de voordelen. Worden we gemanipuleerd, is er sprake van een complot? ,,Dat men de controle op de burger wil vergroten is me duidelijk, maar ik geloof niet dat er een bepaalde groep achter de schermen bezig is om die controlemaatregelen te bedenken en stapsgewijs in te voeren.”
    Het proces verloopt gefaseerd; na invoering van het ene controlemiddel wordt het volgende bedacht. Er is volgens Holvast dan ook geen sprake van een strategie die jaren geleden in het leven werd geroepen. ,,Er is eerder sprake van de logica der techniek dan die van de mens.”
    Holvast schetst een somber toekomstbeeld wanneer de identificatieplicht in 2005 wordt ingevoerd. ,,We zijn met z’n allen een naargeestige sfeer aan het creëren waar ik bepaald niet vrolijk van word. Het motto is: als ik als witte Nederlander niets te verbergen heb, heb ik ook niets te vrezen. De solidariteit is verdwenen. De zorg voor de ander heeft plaats gemaakt voor het eigenbelang.”
    De weerstand tegen selectieve controle van de gekleurde medemens zal dan ook gering zijn, vreest Holvast. ,,Er zal altijd wel iemand worden aangetroffen die iets misdaan heeft of illegaal is. Dan zullen we eerder denken van ‘zie je wel, we hebben toch gelijk gehad’, dan dat we schande roepen van de selectiviteit waarmee de controle wordt uitgevoerd. Het versterkt het beeld bij de burger dat de controles en identificatieplicht noodzakelijk zijn.”

    Alex van Veen

    In de loop van de jaren negentig werd Stichting Waakzaamheid Persoonsregistratie opgeheven. Jan Holvast heeft sindsdien met z’n partner een eigen advies- en onderzoeksbureau op het gebied van de privacy-bescherming. Hij adviseert bedrijven en instellingen over de wijze waarop men zo betrouwbaar mogelijk met de persoonsgegevens van werknemers en leden om kan gaan.