• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • NRC: Commissie wil vreemdelingentoezicht niet intensiveren

    NRC Handelsblad 19/03/1991

    DOOR ONZE REDACTEUR JUURD EIJSVOOGEL

    DEN HAAG, 19 maart – Als de overheid het illegaal verblijf van vreemdelingen in Nederland niet tegengaat, zal de samenleving moeten wennen aan ‘sloppenwijken, gettovorming en uitbuitingspraktijken’. Dat schrikbeeld roept de Commissie binnenlands vreemdelingentoezicht op in het rapport dat zij gisteren aanbood aan minister Hirsch Ballin en staatssecretaris Kosto van justitie.

    Toch zegt de commissie, naar haar voorzitter kortweg de commissie-Zeevalking genoemd, het vreemdelingentoezicht niet te willen intensiveren. Ze pleit daarentegen voor een nieuwe aanpak die, in tegenstelling tot de huidige praktijk, samenhang vertoont. ‘Het gaat ons om een consistent overheidsbeleid’, zegt commissielid mr. W. M. Levelt-Overmars.

    Een buitenlander wiens aanvraag voor een verblijfsvergunning wordt afgewezen, moet worden uitgezet, en niet alsnog worden gedoogd. ‘Voor de Nederlandse samenleving is het onbegrijpelijk dat een vreemdeling die niet voldoet aan de voorwaarden van het toelatingsbeleid, toch in Nederland kan blijven met instemming van de Nederlandse autoriteiten’, schrijft de commissie. Voor zowel Nederlanders als vreemdelingen zou een beperkte identificatieplicht moeten gelden.

    Illegale vreemdelingen moeten – behoudens noodsituaties – worden uitgesloten van collectieve voorzieningen zoals uitkeringen, stelt de commissie verder. Daartoe moeten vreemdelingendiensten en de instanties die uitkeringen verstrekken gegevens kunnen uitwisselen. ‘Je moet kiezen tussen privacy en de mogelijkheden van de moderne techniek. Dan kiezen wij toch wel een beetje voor het laatste’, zegt mr. H. J. Zeevalking.

    Thans kunnen illegalen in aanmerking komen voor voorzieningen als ziekengeld of een WAO-uitkering, ook als voor hen geen premie is betaald. Verder is de illegale vreemdeling niet uitdrukkelijk uitgesloten van uitkeringen via de Algemene Arbeidsongeschiktheids Wet (AAW), de Algemene Ouderdomswet (AOW), de Algemene Kinderbijslagwet (AKW), de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), de Wet individuele huursubsidie, de huurgewenningsbijdrage en de premiekoopregelingen.

    De commissie heeft geen enkele aanwijzing kunnen vinden, zo schrijft ze, dat illegalen in de praktijk een groot beslag leggen op dergelijke collectieve voorzieningen. Maar ze vindt dat een beleid dat illegaal verblijf in Nederland wil bestrijden, principieel niet mag worden doorkruist door de verstrekking van uitkeringen die illegalen juist in staat stelt hier te blijven. Het gaat de commissie niet om een besparing op de overheidsuitgaven, maar om een beperking van de middelen waarmee de illegale vreemdeling zich economisch staande kan houden.

    Daarom ook doet ze suggesties voor het tegengaan van illegale arbeid. In Nederland werken structureel 50.000 tot 100.000 illegalen vreemdelingen, schatte de Dienst Inspectie Arbeidsverhoudingen (DIA) van het ministerie van sociale zaken vorig jaar. Daar komen dan nog eens jaarlijks vele tienduizenden illegale seizoensarbeiders bij, die aan het eind van het seizoen weer naar hun vaderland terugkeren. Illegalen werken vooral in de loonconfectie, de schoonmaakbranche, de horeca, de metaal, de bollenteelt en de tuinbouw.

    Illegale arbeid werkt concurrentievervalsend, stelt de commissie, en levert de vreemdeling over aan een uitbuitingssituatie. Werkgevers die illegalen in dienst hebben zouden zwaarder moeten worden gestraft en met een grotere pakkans rekening moeten houden. In de praktijk legt de rechter werkgevers nu doorgaans een straf van 500 gulden per illegale werknemer op, een bedrag dat in verhouding tot wat de illegale arbeidskrachten hun baas opleveren ‘weinig afschrikwekkend’ is, aldus de commissie.

    Soepeler zou de overheid zich moeten opstellen bij de tewerkstelling van vreemdelingen in bepaalde soorten seizoenswerk. ‘Denk aan het Westland en de bollen’, zegt Zeevalking, ‘waar in een bepaalde tijd die extra arbeidskrachten kennelijk onontbeerlijk zijn’. Zijn commissie pleit ervoor om in die sectoren vergunningen te verlenen van maximaal zes maanden.

    Het administratieve vreemdelingentoezicht, vindt de commissie, zou niet langer een taak moeten zijn van de politie. Deze zou dan meer tijd krijgen voor opsporing, waarbij zij duidelijke prioriteiten moet stellen: illegale vreemdelingen die verdacht worden van strafbare feiten, die de openbare orde verstoren of overlast veroorzaken; de aanpak van groepen die profiteren van illegale vreemdelingen (bordeelhouders, werkgevers en huisvesters van illegalen); en de controle op het daadwerkelijk vertrek van uitgeprocedeerde vreemdelingen.

    ‘Wat zou je een oude Chinese mevrouw lastig vallen die hier zonder verblijfsvergunning, maar op kosten van haar familie leeft’, zegt Zeevalking. ‘De complete problematiek van de illegale vreemdelingen is niet op te lossen. Maar je kan wel voorkomen dat ze hier op kosten van de staat verblijven.’