• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • NRC: Verplichte legitimatie biedt schijnveiligheid

    Theo A. de Roos NRC 02/10/2001

    1. De vrijheidssfeer wordt aangetast

    Wanneer overheidsorganen de bevoegdheid krijgen zonder voorwaarden (tijdstip, plaats, situatie) zich van de identiteit van ieder burger te vergewissen verschaft dat hun een ongeclausuleerde macht die in een rechtsstaat niet past. Immers, power always corrupts.

    Identificatieplichten kunnen slechts legitiem zijn wanneer zij aantoonbaar en evident aan een dringende maatschappelijk behoefte voldoen. De situatie waarin dat het geval is dient per geval nauwkeurig in de wet te worden omschreven.

    Dit gezichtspunt verdraagt zich uiteraard niet met een algemene identificatieplicht.

    2. Strijdig met strafprocesrecht

    Wanneer het de bedoeling is niet alleen een draagplicht, maar ook een toonplicht in te voeren en deze toonplicht zoals de VVD heeft voorgesteld te verbinden aan de eis dat sprake moet zijn van verdenking van een misdrijf, betekent dat een inbreuk op het beginsel dat de verdachte niet verplicht kan worden actief aan het tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek mee te werken.

    Weliswaar geldt dit beginsel niet absoluut; daar is het ook een beginsel voor. Ons recht kent uitzonderingen, bijvoorbeeld in de Wegenverkeerswet (medewerking aan ademonderzoek is verplicht; weigering levert een strafbaar feit op). Daarbij gaat het echter steeds om nauwkeurig omschreven situaties. Verdenking van een willekeurig misdrijf kan niet worden beschouwd als een nauwkeurig omschreven situatie.

    Bovendien gaat het in dit geval om een inbreuk op het recht om te zwijgen, dat onder meer in de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens wordt gezien als de harde kern van het nemo tenetur-beginsel.

    3. Werkt niet tegen terrorisme

    Aanleiding voor de recente pleidooien vormden de terroristische aanslagen op het WTC in New York en het Pentagon in Washington. Tegen die achtergrond is het nuttig dat men zich realiseert dat de professionele werkwijze die terroristische netwerken erop nahouden met zich meebrengt dat zij veel in vervalsing van identiteitsbewijzen investeren.

    Bovendien werkt de verplichting fraude in het algemeen in de hand (criminogene werking). Als de identificatieplicht al enig effect zou sorteren is dat het bevorderen van een vals gevoel van veiligheid.

    4. Irritaties bij toepassing

    Omdat de ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor rechtshandhaving en ordehandhaving en met het oog daarop worden toegerust met de bevoegdheid het tonen van het identiteitsbewijs te eisen geen wettelijk verankerd specifiek richtsnoer wordt meegegeven, wordt bevorderd dat burgers die met zo’n eis worden geconfronteerd dit zullen ervaren als een nodeloze inmenging in hun priv -sfeer.

    Zelfs is het aannemelijk dat sommigen deze overheidsinterventie al of niet terecht als discriminatoir zullen opvatten. Uit een oogpunt van sociale cohesie en zelfs uiteindelijk maatschappelijke veiligheid is dat rampzalig.

    5. Disproportioneel

    Met de invoering en praktische toepassing van een algemene identificatieplicht zijn behalve maatschappelijke ook aanzienlijke financi le kosten gemoeid.

    Die middelen kunnen veel beter worden besteed aan de gerichte opsporing en preventie van terrorisme en andere vormen van ernstige criminaliteit.