• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Parool: Illegalen in Amsterdam: theorie en praktijk

    Het Parool 26/01/2001

    MARCEL VAN ENGELEN

    Het was makkelijk praten vanuit Den Haag. Als staatssecretaris van Justitie sleutelde Job Cohen verder aan een strenger vreemdelingenbeleid. Nu, als burgemeester van Amsterdam, zit hij met de gevolgen: het aantal illegale migranten groeit; asielzoekers die hier wel mogen zijn, worden op straat gezet. Weggaan doen ze niet zo snel. En nu, Job?

    Hoeveel het precies zijn, weet niemand. Illegalen, het woord zegt het al, schrijven zich niet centraal in. Schattingen zijn er wel. Voor Amsterdam lopen ze in de duizenden.

    Tienduizend, zei hoofdcommissaris van politie Eric Nordholt in 1992, na het oprollen van een drugsbende. Hij doelde op Ghanezen en beperkte zich tot de Bijlmer. Hij heeft het geweten. Het was stemmingmakerij, niet onderbouwd.

    We zijn wat jaren verder en inmiddels is wel duidelijk dat Nordholt er nooit ver naast heeft kunnen zitten. Leg het oor maar eens te luisteren in de Ghanese gemeenschap. Het aantal is flink afgenomen, mag belangenorganisatie Recogin zeggen, de legale Ghanezen overschaduwen nu de illegale, maar off the record weten anderen wel beter. ”Voor iedere legale Ghanees reken ik twee illegale,” zegt een vooraanstaande Ghanees die uit hoofde van zijn functie kan weten waar hij over praat. ”Kijk maar in de flats. Iemand met papieren huurt een woning en de slaapkamers zijn gevuld met landgenoten zonder papieren. In onze gemeenschap helpen wij elkaar.” Amsterdam-Zuidoost telt formeel een kleine zesduizend inwoners van Ghanese oorsprong.

    Dat het aandeel illegalen in Amsterdam, en met name de Bijlmer, niet valt weg te wuiven, mag ook blijken uit het boek De Ongekende Stad 2, dat in 1999 verscheen. Jude Kehla, het Kameroense deelraadslid voor de PvdA in Zuidoost, beschrijft daarin de omvangrijke Afrikaanse ‘schaduwnetwerken’ in de Bijlmermeer. De onderzoekers, onder leiding van de Rotterdamse hoogleraar sociologie Godfried Engbersen, concluderen tenslotte dat Amsterdam minimaal 18.000 illegalen telde. Het is, voor zover bekend, de enige schatting die is onderbouwd.

    Dat was in 1995. Illegale migranten uit Midden- en Oost-Europa, ze groeien in aantal, werden niet meegerekend en de schatting is gestoeld op alle aanhoudingen en uitzettingen van illegale mannen in dat jaar – vrouwen en kinderen komen in de telling nauwelijks voor. ”Als je dan ook nog bedenkt dat er sindsdien veel uitgeprocedeerde asielzoekers op straat kwamen van wie een gedeelte in Nederland blijft, kun je dat aantal nu fors verhogen,” zegt Engbersen.

    Een kleine 30.000 illegalen in en rond Amsterdam. Engbersen, hij durft het ‘met een zekere stelligheid’ te zeggen, vindt de berekening nog tamelijk bescheiden.

    ”Dertigduizend is veel,” beklemtoont hij, als je weet dat deze mensen zich in bepaalde delen van de stad concentreren.” De Bijlmermeer – Zuidoost zonder Gaasperdam – telt volgens het bevolkingsregister minder dan 50.000 inwoners.

    Engbersen weet zich gesterkt door een schatting die het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vorige maand openbaar maakte: in Nederland zijn 100.000 mensen illegaal (zonder werkvergunning) tewerkgesteld, samen goed voor 35.000 tot 50.000 volledige banen. Van hen heeft 42 procent ook geen verblijfsvergunning. Vijf jaar geleden lag dat aantal banen nog op maximaal 30.000.

    Kortom, het aantal illegale migranten groeit. ”Al moet niet uit het oog worden verloren dat de arbeidsmarkt, de gemeenschappen die illegale landgenoten opvangen en de alternatieve vangnetten nu aardig aan hun tax zitten,” zegt hij. ”Veel meer kunnen er niet meer bij.”

    Zijn kamer is klein en kaal. Er staat een tafel, een gaskacheltje en een tv. Op de grond ligt een matras, de gordijnen zitten dicht. Het is vier uur ‘s middags. Amadou (29) zit met een bomberjack aan TMF te kijken. ”Ik hou van Eminem.”

    Een half jaar alweer bewoont hij dit kamertje, van een Nederlandse vriend, in het centrum van Amsterdam. Amadou ontmoette hem in zijn thuisland in West-Afrika. Met een toeristenvisum reisde hij hem achterna naar Nederland.

    Het verblijf hier valt tegen. Het is koud, hij is eenzaam en teert op de giften van het handjevol Nederlanders dat hij kent. De meeste dagen brengt hij lethargisch voor de tv door. Hij wilde hier zijn kunstwerken slijten, maar al zijn pogingen zijn tot dusver gestrand. ”Ik wist dat het moeilijk zou worden, maar dit had ik niet verwacht.”

    Hij is universitair geschoold, had een redelijke baan, normaal te eten en was kunstenaar bovendien. ”Maar toen ik de kans kreeg om naar Europa te gaan, hoefde ik niet te twijfelen. Dat is wat ik altijd wilde. Het is mij meermalen voorspeld door een waarzegger: jij gaat ooit naar een land met veel water. Ik kende Holland helemaal niet, alleen Ajax.”

    Het uiterst gecompliceerde vreemdelin genbeleid is simpel samen te vatten. In de jaren negentig onstond in Den Haag het besef dat de aanzuigende werking die Nederland op ongewenste buitenlanders had, fors moest worden teruggebracht. Achtereenvolgens verschenen de Wet op Identificatieplicht, de Koppelingswet waardoor illegalen worden uitgesloten van onder meer sociale bijstand, de Terugkeernotitie die uitzettingen moet bevorderen en per 1 april de nieuwe Vreemdelingenwet, die de wildgroei aan statussen terugbrengt tot twee (eerst een tijdelijke van drie jaar, en dan mogelijk een vergunning voor onbepaalde tijd). Deze is vooral bedoeld om de asielprocedures te verkorten.

    Al wordt het steeds moeilijker om een permanente verblijfsvergunning te krijgen, de asielaanvragen worden er voorlopig niet mee teruggedrongen. Begin jaren negentig schommelde het aantal jaarlijkse aanvragen rond de 20.000, de laatste jaren rond het dubbele. Een onbedoeld neveneffect is dat sommige vluchtelingen zich bij voorbaat kansloos achten en niet meer voor een slepende asielprocedure, maar gelijk voor illegaliteit kiezen, zoals Amadou deed.

    ”Het aantal vluchtelingen is niet met wetten in te dammen,” zegt de eerdergenoemde, vooraanstaande Ghanees. ”Hoe strenger de regels, des te meer illegalen. Want mensen blijven toch wel komen. Dat zal pas stoppen als de economische ongelijkheid tussen Afrika en Europa is opgeheven.”

    Godfried Engbersen van de Erasmus Universiteit is het met hem eens. ”Mensen komen via verschillende wegen de grens over. Wordt de asielprocedure restrictiever, dan mag je verwachten dat het aantal mensen dat illegaal de grens oversteekt, toeneemt. Al kan ik niet zeggen in welke mate.”

    Amadou is nu op zoek naar een baantje. Hij heeft zich gemeld bij Bureau Zwartwerk, het uitzendbureau voor klussende illegalen in Amsterdam dat nu een jaar bestaat, en hij heeft enkele contacten in de Bijlmer. Binnenkort kan hij mogelijk wat schoonmaakwerk verrichten (bij een vorig jaar verricht onderzoek naar de schoonmaakbranche in Amsterdam, bleek elf procent van de vijfhonderd gecontroleerde werknemers illegaal te werken).

    Eén ding is zeker, hij keert niet terug naar Afrika. Hij durft zijn gezicht er niet te laten zien, voordat hij geld heeft verdiend. ”Het is een bekend fenomeen. Kennissen met een lage opleiding komen uit Europa of Amerika terug en hebben opeens geld voor huizen, kleren en auto’s. Vrouwen staan in de rij. Mensen die jaren gestudeerd hebben, kunnen vaak niet aan een baan komen of ze verdienen weinig. Maar met lege handen terugkomen, kan echt niet. Dan ga ik nog liever dood.”

    Hoe tegenstrijdig het huidige asielbeleid is, kan Ingrid Schippers goed uitleg gen. Ze runt het spreekuur van de Werkgroep Opvang Uitgeprocedeerden (WOU) van de Raad van Kerken Amsterdam en wijst op de groepen asielzoekers die volgens de wet in Nederland mogen blijven – en soms moeten blijven, wil hun procedure niet worden stopgezet – maar geen onderdak en eten wordt aangeboden.

    Dat zijn bijvoorbeeld mensen die voor een tweede keer een asielverzoek indienen, of de zogenaamde Dublin-claimanten, van wie wordt aangenomen dat ze via een ander EU-land zijn binnengekomen en dus daar asiel moeten aanvragen. Tijdens hun procedure krijgen ze geen opvang. Ze belanden, met enig geluk, veelal bij particuliere opvanghuizen zoals die van de WOU, het Jean nette Noëlhuis in de Bijlmer of bij de daklozenopvang van het Stoelenproject of het Leger des Heils. De plekken worden gedoogd en soms zelfs gesubsidieerd – ze halen immers de scherpe kantjes van het asielbeleid af. De politie, het is een bekend fenomeen, levert er illegalen aan de deur af.

    ”De overheid legt sommige asielzoekers vaak zelfs een stempelplicht op,” zegt Schippers. ”Dan moeten ze een keer per maand of per week naar de aanmeldcentra in Rijsbergen of Zevenaar afreizen, willen ze in de procedure blijven. Deze mensen wordt geen onderdak geboden, geen eten, helemaal niets, maar ze moeten wel in het land blijven. Wij betalen hun treinkaartje voor het stempelen, maar we zouden het geld liever besteden aan opvang.”

    De alternatieve opvanghuizen kregen eind vorig jaar verbale steun van onder meer wethouder Duco Stadig (Volkshuisvesting) en zijn Rotterdamse collega Herman Meijer. Woordvoerder Ineke Ketelaar van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) vat hun standpunt over ‘de mensen die rechtmatig in Nederland zijn maar buiten alle voorzieningen vallen’ kernachtig samen: ”De rijksoverheid kiepert de rotzooi over het hekje. De gemeenten moeten het opruimen.”

    Maar de gemeenten zijn min of meer gebonden aan het rijksbeleid en laten ‘de rotzooi’ vooralsnog over aan clubjes als de WOU, dat over vijftien permanente bedden beschikt en enkele tientallen asielzoekers heeft ondergebracht bij particulieren of in een jeugdhotel. De druk op hen neemt sinds 1998, toen onder meer de Dublin-claimanten en migranten met een herhaald asielverzoek op straat werden gezet, flink toe. ”Per april als de nieuwe Vreemdelingenwet van kracht is, wordt het nog erger,” zegt Schippers. Dan geldt voor de groep oude asielzoekers die al enige tijd is uitgeprocedeerd, maar in Amsterdam nu nog in de zogenaamde ROA-woningen verblijft, het nieuwe terugkeerbeleid. Ze moeten eruit. Ook nieuwe uitgeprocedeerden staan per april na vier weken op straat, zonder dat ze in beroep kunnen bij een rechter, zoals dat nu nog het geval is.

    Schippers verwacht dat de stad te maken krijgt met met honderd tot honderdvijftig extra gevallen. Boos: ”Nu al worden met medeweten van de overheid mensen uit Guinee, Congo, Sierra Leone of Tsjetsjenië op straat gezet. Vaak vrouwen en kinderen. Het is beneden alle peil.”

    Ook Jacqueline van Loon, directeur van Vluchtelingenwerk Amsterdam dat niet opvangt maar organiseert en adviseert, verwacht dat het aantal asielzoekers dat op straat wordt gezet maar toch in de stad blijft, dit jaar ‘zeer zal toenemen’. ”De vrijwilligers redden het nu al niet meer en met de nieuwe Vreemdelingenwet worden er nog meer mensen uit de asielzoekerscentra verwijderd.”

    Vluchtelingenwerk en de Raad van Kerken hebben samen met onder meer HVO-Querido (voorheen Hulp voor Onbehuisden) en het Leger des Heils een werkgroep in het leven geroepen: Perspectief Asielzoekers, die in overleg is getreden met de gemeente.

    De vrijwilligers zijn inmiddels zo ver dat ze alleen nog maar moeite willen steken in ‘vluchtelingen met een perspectief’, zoals zij die op medische gronden een asielverzoek hebben ingediend en de eerder genoemde ‘Dubliners’ en vreemdelingen met een herhaald asielverzoek. ”Anders sturen we de mensen door naar een bankje in het Vondelpark of belanden ze bij het Centraal Station. Vrouwen hebben vaak een andere keus dan mannen,” zegt Van Loon. ”Wij kunnen onze energie niet meer in een bodemloze put stoppen, wél in mensen die kunnen doormigreren of kunnen terugkeren.”

    De werkgroep Perspectief verlangt van Amsterdam voorlopig een bijdrage van 3,5 ton. ”Stel dat je tweehonderd mensen een jaar lang opvangt, dan is dat genoeg voor vijf gulden soepgeld per dag,” licht Van Loon toe. Ze heeft haar hoop gevestigd op een aangenomen motie, waarin de PvdA burgemeester en wethouders oproept de ‘noodzakelijke’ financiële maatregelen te treffen voor de groeiende groep mensen die belanden in ‘het grijze gebied tussen legaal verblijf en illegaliteit’.

    Het saillante punt is uiteraard, aldus Van Loon, dat Cohen eerder heeft gesteld dat mensen die er bij de voordeur worden uitgezet (de asielcentra) niet via de achterdeur alsnog kunnen worden opgevangen (de straks gesubsidieerde clubjes verenigd in Perspectief). Het is uiterst leerzaam dat hij nu als burgemeester de andere kant ziet, menen Van Loon, Ketelaar en Schippers eensgezind. Amsterdam heeft een eigen verantwoordelijkheid, mensen zijn soms belangrijker dan regels.

    De Franstalige Amadou bouwt stilaan zijn netwerkje op Amsterdam. Hij kent de verhalen, en de routes om naar andere Europese landen door te vluchten, zoals illegalen andersom doorvluchten naar Nederland – geen EU-land wil daarom als mild doorgaan. ”Bij het schilderkunstfestival in Noordwijk, afgelopen september, trad een traditionele Afrikaanse band op, uit Ivoorkust. Met hun vijftienen hadden ze een collectief visum, maar er gingen er maar dertien terug.

    Waar de andere twee zijn gebleven is niet bekend.

    Op een feestje in de Bijlmer, niet al te lang geleden, ontmoette hij een stevige Nigeriaan. Hij zag er heel rijk uit. Voor tienduizend gulden regelt hij een Belgisch of Frans paspoort, vertelde een vriendin, die voor haar brood heren ontvangt in een club. ”Geen valse, ik denk dat er ambtenaren worden omgekocht. Ik moet een foto aanleveren en dan afwachten. Maar ik vraag me af: als ik tienduizend gulden aan die vriendin zou geven, hoeveel steekt ze dan in haar eigen zak? Er is wel solidariteit hoor, onder ons, maar de hele dag vraag je je toch af: wie kan ik vertrouwen en wie niet. Je hebt nooit rust.”

    Ook niet als hij over straat loopt en een agent ziet. Hij haalt een gris-gris (talisman) onder zijn shirt vandaan. ”Dit geeft me bescherming. Ik word nooit opgepakt.”

    Amadou, zijn plannen wisselen dagelijks, overweegt ook naar Italië te gaan. Daar woont een zwager. Een ‘veilige’ route is bekend. ”Met de trein naar België, en daar zijn mensen die me zonder papieren naar Italië kunnen brengen.”

    Wat ze van Cohen de burgemeester ver wachten? ”Dat hij zich als een burgervader verantwoordelijk toont voor de mensen die bij hem op de stoep staan,” zegt Jacqueline van Loon van Vluchtelingenwerk. ”Dat hij de organisaties die de, kansrijke vluchtelingen opvangen, faciliteert en dat hij daarin het voortouw neemt, zodat het landelijk beleid wordt. Bied de kansrijke vluchtelingen arbeid aan, laat ze borden wassen of in de tuinbouw werken. Wij worden dagelijks gebeld door bedrijven die snakken naar arbeidskrachten. En de mensen zelf willen ook dolgraag.” Ingrid Schippers van de WOU: ”Dat hij ons in elk geval de middelen geeft, dan doen wij het werk. Als iemand het probleem kent, is hij het wel. Hij heeft eerst de theorie gedaan, nu de praktijk.”

    Cohen sprak in zijn installatierede vorige week het voornemen uit, wat de tolerantie jegens ‘nieuwe Amsterdammers’ betreft, een voorbeeld te nemen aan zijn voorgangers Van Thijn en Patijn. Eerder kondigde hij aan als eerste stadsdeel Zuidoost te willen bezoeken, om het beeld van boeman bij immigranten weg te nemen. ”En op het gebied van illegaliteit gebeurt daar natuurlijk van alles.”

    In zijn tweede week in functie stelt hij zich nog terughoudend op. De materie ligt gevoelig, weet Cohen. ”Wat ik in elk geval niet wil doen, is mijn opvolgster in Den Haag voor de voeten lopen. In principe is er geen nieuwe situatie ontstaan omdat ik nu opeens in Amsterdam zit.” Daarbij, er komen nu ‘duizenden dingen’ op hem af. ”Ik wil eerst een beter inzicht krijgen hoe de situatie in Amsterdam is, hoe de gemeenteraad erover denkt. Ik heb niet het gevoel dat ik me nu helemaal op dat punt kan gaan storten.”

    Dat de vrijwilligers de stroom asielzoekers niet aankunnen, betwijfelt hij. ”Sinds eind 1998 geldt al dat er voor de Dublin-claimanten en mensen met een herhaald asielverzoek geen plaats meer is in een asielzoekerscentrum. Men kan wel verwachten dat de stroom per 1 april zal toenemen, maar ik vraag me af of dat zo is. Op het moment dat er een nieuwe situatie ontstaat, kan men ons daar op de gebruikelijke manier over informeren.”

    Niettemin erkent hij de bestaande problemen. ”De rijksoverheid heeft voor dit beleid gekozen, omdat ze denkt dat ze niet anders kan. De gemeenten zitten met de consequenties, ja, en logisch ook dat ze reageren. Gemeenten en rijk kunnen elkaar nu verketteren of met elkaar proberen iets aan de situatie te doen. Laat ons vooral praten.”

    Om tot welke oplossing te komen? De particuliere opvang financieren? Cohen ‘ziet niet in waarom het niet zou kunnen’ (zoals gezegd, hij is voorzichtig) dat de Werkgroep Perspectief 3,5 ton krijgt. Verder is voor hem even geen voortrekkersrol weggelegd aangaande de asielzoekers, terwijl dat juist van hem wel verwacht wordt. ”Maar ik sluit niet uit dat ik op termijn een rol ga spelen in deze zaak.”

    Dertigduizend illegalen in en rond Amsterdam. Leo Wilde, chef van de dienst Vreemdelingenpolitie Amsterdam, kent de schattingen van professor Godfried Engbersen. Hij durft zich er onder geen beding over uit te spreken, evenmin wil hij spreken van een toe- dan wel afname. Wat hij wel zegt: ”Door de opleving van de economie is er veel behoefte aan ongeschoold werk.” En hij wijst op de zes asielzoekerscentra die sinds eind 1999 in Amsterdam staan, de ‘tijdelijke voorziening’ voor wachtende asielzoekers die binnenkort in het Westelijk Havengebied verrijst en het groeiende aantal uitgeprocedeerde asielzoekers. ”Het aantal mensen dat voor de keuze komt te staan om of te vertrekken of hier illegaal te verblijven, neemt toe.”

    Verder plaatst Wilde de zaak graag in een macro-perspectief. Zolang er sterke economische ongelijkheid is, zullen er vluchtelingen blijven komen. Hij spreekt van ‘communicerende vaten’ die de EU-landen zijn als het over vluchtelingen gaat en net als Engbersen over de opvangcapaciteit (zwarte baantjes, opvang door legale landgenoten, huisvesting) die haar grens kent.

    Of illegale migranten – behalve wat betreft de soms schrijnende persoonlijke omstandigheden – een probleem vormen? ”Als een agent door de stad loopt en hij merkt niks van hen, dan is illegaliteit ondergeschikt aan verkeersdelicten of aan gevaren voor de openbare orde.”

    De nieuwe Vreemdelingenwet geeft de politie meer mogelijkheden om illegalen aan te houden. Passanten kan per 1 april echter nog steeds niet zomaar om hun identiteitsbewijs worden gevraagd, als daar geen reden toe is, zoals bijvoorbeeld bij een verkeersdelict. Wilde: ”In het verlengde van het landelijk beleid werken wij mee aan de verwijdering van illegalen, we voeren controles uit in horecabedrijven of andere plekken voor laaggeschoolde arbeiders als we aanwijzingen hebben dat er illegalen werken. Maar onze prioriteit ligt bij de rechtsorde, bij de criminaliteit door illegalen.”

    Want één van de overlevingsstrategieën is criminaliteit, zegt Wilde. ”Dat merken we in de binnenstad: straatroof, diefstal, inbraken, dat soort dingen. Maar in hoeverre het nieuwe terugkeerbeleid leidt tot meer criminaliteit, dat moet zich nog uitwijzen. We hebben tot op heden geen signalen dat de criminaliteit door illegalen toeneemt. Illegaliteit is ook maar één van de vele invloeden op criminaliteit.”