• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Synaps: De koppelingswet en de dillemma’s voor de arts

    ‘Illegalen’ en gezondheidszorg

    OPINIE uit Synaps 17 maart 1997
    A. van Es, voorzitter Johannes Wier Stichting voor mensenrechten en gezondheidszorg

    Het is absoluut onbegrijpelijk voor de illegaal verblijvende die, hoewel niet ernstig ziek, bang is dat hij tuberculose heeft omdat dat in zijn omgeving geconstateerd is en die medische hulp zoekt. Wordt tuberculose vastgesteld dan wordt de hulp verstrekt en betaald, doch blijkt dat niet het geval te zijn dan wordt de patiënt de wei ingestuurd met een rekening die hij niet kan betalen. (Th.M.G. van Berkestijn, secretaris-generaal van de KNMG in Trouw van 3 oktober 1996).

    Ondanks bezwaren van medische, juridische en humanitaire zijde is de koppelingswet in het parlement zonder noemenswaardige tegenstand aanvaard. De wet is bedoeld om ‘illegalen’ te ontmoedigen in Nederland te blijven door hen het gebruik van collectieve voorzieningen te ontnemen. Voor ‘illegalen’ kan deze wet een negatief, discriminerend en vaak noodlottig effect hebben.

    Zoals bekend is de overheid enigszins tegemoet gekomen aan bezwaren tegen het oorspronkelijke wetsvoorstel, vooral inzake gezondheidszorg en onderwijs. De wet sluit ‘illegalen’ uit van voorzieningen als de ziekenfondswet, werkloosheidswet, bijstandswet en huisvestingswet. Voor medische hulp bij ‘acute en levensbedreigende gevallen’ is er echter een fonds van elf miljoen in het leven geroepen (een sigaar uit eigen doos; de geschatte besparing op de kinderbijslag en huursubsidies). Inmiddels is besloten dat dit budget zal worden beheerd door een stichting die de lokale gezondheidszorg voor ‘illegalen’ financieel ondersteunt. Deze constructie komt ook tegemoet aan de bezwaren tegen de identificatieplicht, en aan de in de wet genoemde onmogelijke criteria ‘acute en levensbedreigende’ gevallen.

    De stichting (in oprichting) betaalt alleen – voor de eerste lijn – aanvullend onderzoek, medicatie en hulpmiddelen, maar geen individuele hulpverleners, die geacht worden gratis zorg te verstrekken. In de tweede lijn is de ‘illegaal’ overgeleverd aan de plaatselijke willekeur, terwijl de ziekenhuizen maar moeten zien wat ze doen met onbetaalde rekeningen.

    In zekere zin zou men kunnen zeggen, dat zo de regels voor, en de uitvoering van, de gezondheidszorg voor ‘illegalen’ door het veld wordt bepaald en wel zonder bemoeienis van de overheid. In praktische zin is dat een verbetering. Er zijn echter ook negatieve kanten, en valkuilen voor hulpverleners. De koppelingswet is medisch bezien hoogst irrationeel en staat op gespannen voet met basale, ook door Nederland erkende mensenrechten.

    Medisch irrationeel
    Van medische zijde is reeds verschillende keren geprotesteerd tegen deze wet. Onlangs (Trouw 3 oktober 1996) vatte secretaris-generaal van de KNMG Van Berkestijn een aantal bezwaren samen: “De voorstanders menen dat de volksgezondheidsbelangen, door wel medische hulp toe te staan en te vergoeden als dat noodzakelijk is, of als er gevaar voor derden in het spel is, voldoende zijn gewaarborgd. Deze opvatting is simplistisch en onjuist. Het voor ziektekosten onverzekerd zijn van nog meer illegalen brengt grote risico’s met zich mee voor de volksgezondheid, is inhumaan ten opzichte van de mensen die onder de wet vallen en brengt hulpverleners in grote problemen. De toelichting op de wet vermeldt mogelijkheden om medische hulp te krijgen als een zieke illegaal een bedreiging voor derden vormt. Dat is een schijnzekerheid. Zo’n mogelijk gevaar is pas aantoonbaar nadat een medisch onderzoek heeft plaatsgevonden”.

    Iedere arts weet dat acuut en levensbedreigend niet altijd samengaan. Een ‘illegaal’ met ziekteverschijnselen zal wegens zijn onverzekerd zijn en uit angst dat zijn persoonsgegevens ook bij arts en ziekenhuis niet veilig zijn, pas laat medische hulp zoeken, wat morbiditeit, mortaliteit en infectiegevaar verhoogt en de kosten nodeloos opdrijft. Naast de KNMG hebben diverse andere organisaties (de ‘Witte Jas’, de Johannes Wier Stichting, het Autonoom Centrum, het Nederlandse Juristen Comitee voor de Mensenrechten) zich tegen de koppelingswet uitgesproken.

    Mensenrechten 
    Vanuit juridische hoek (NJCM-bulletin 21 april 1996) is reeds betoogd dat “ook het niet beschikken over een verblijfsrecht, geen reden mag zijn om de betrokken categorie vreemdelingen geheel – of voor een wezenlijk gedeelte – uit te sluiten van voorzieningen die dienen ter verwezenlijking van bepaalde zeer essentiële en fundamentele sociale rechten, welke in internationale verdragen zijn vastgelegd. Daartoe behoren onder andere het Internationaal Verdrag voor Economische, Sociale en Culturele Rechten en het Europees Sociaal Handvest”. Hiertoe behoren naast het recht op sociale zekerheid ook het recht op gezondheidszorg, die in de gegeven sociale context dan ook financieel mogelijk moet worden gemaakt. Het is de vraag of de toezegging van de overheid om zwangerschapszorg voor ‘illegalen’ wel te vergoeden, en hun kinderen op te nemen in het rijksvaccinatieprogramma en de jeugdgezondheidszorg, voldoende tegemoet komen aan de verplichtingen die Nederland heeft krachtens het Vrouwenverdrag en het Kinderrechtenverdrag.

    Waakzaamheid blijft geboden
    Hulpverleners die gezondheidszorg voor ‘illegalen’ verlenen, kunnen verheugd zijn met de toegenomen financiële ruimte. Niettemin zullen vele ‘illegalen’, uit angst of onzekerheid, de weg naar de hulpverlening niet zoeken of vinden. Voorts zal nog moeten worden bezien wat straks in de praktijk de criteria zullen zijn voor toegang tot de hulp.

    De praktijk van de hulpverlening zal niet alleen toetsbaar moeten zijn en blijven aan professionele standaarden, maar ook aan mensenrechtenbepalingen, waaraan ook Nederland gebonden is. Daarbij valt onder meer te denken aan bepalingen tegen discriminatie, maar ook aan de gevolgen van het ontbreken van voorzieningen op het gebied van bijvoorbeeld huisvesting en sociale zekerheid. Vaak zullen artsen, verpleegkundigen en andere hulpverleners de lichamelijke en psychische gevolgen van deze knelpunten als eersten opmerken en kunnen registreren. Op deze hulpverleners rust een zware taak: naast de zorg voor een professionele hulpverlening dienen zij tijdig een maatschappelijk signaal te geven inzake genoemde knelpunten. De georganiseerde beroepsgroep (KNMG), en organisaties op het gebied van mensenrechten, zoals het NJCM en de Johannes Wier Stichting, kunnen daarbij belangrijke ondersteuning bieden.