• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • BVD infiltreerde bij Milieudefensie

    Vrij Nederland

    Kraaienpoten op een taxibaan van Schiphol – de (luchtvaart)autoriteiten zwegen liever over deze gevaarlijke sabotageactie. Want de geniepige pinnen op het asfalt waren bedoeld om de banden van vertrekkende en binnenkomende vliegtuigen te vernielen. De gevolgen daarvan laten zich raden.
    De Binnenlandse Veiligheidsdienst houdt radicale milieuactivisten verantwoordelijk voor het strooien van de kraaienpoten op 23 januari 1996. De BVD infiltreerde daarom zelfs de – brave – Vereniging Milieudefensie om de dader(s) te ontmaskeren. Dat is niet gelukt.
    Vluchtbewegingen, decibellen en geluidscontouren, daar gaat het bij de discussie over de uitbreiding van de luchthaven Schiphol vooral over. Terrorismegevaar is een element dat tot nu toe geen rol van betekenis speelde in het politieke en publieke debat.
    Maar achter de schermen heerst grote bezorgdheid over de risico’s van sabotage en aanslagen. Want onze nationale luchthaven houdt ook de meer radicale tegenstanders van de groei uit de slaap, activisten die het stadium van ludieke ballonnenacties en tijdelijke bezettingen van hier en daar een kantoor al lang voorbij zijn.
    Geruchten over harde anti-Schipholacties deden al langer de ronde. Op 18 oktober 1996 meldde De Telegraaf op de voorpagina dat de Binnenlandse Veiligheidsdienst “vreest voor terreur op Schiphol”. Volgens de krant beschikte de geheime dienst over “aanwijzingen dat een militante kern van actievoerders niet langer genoegen neemt met geweldloze demonstraties tegen Schiphol en daarom wil overgaan tot het voeren van harde acties”.
    De Telegraaf citeerde een anonieme woordvoerder van de BVD die voorspelde dat “de actiedreiging op Schiphol op termijn een reële dreiging kan vormen voor de veiligheid van Schiphol”. In werkelijkheid was die gevreesde terreur toen voor de BVD al negen maanden een feit.
    Eind januari 1996 was Schiphol, dat omgeven wordt door achttien kilometer hekwerk, doelwit geweest van een verontrustende poging tot sabotage die tot nu toe angstvallig werd stilgehouden door de autoriteiten. Pas vorige week gaf de Koninklijke marechaussee tegenover Vrij Nederland toe dat er op dinsdag 23 januari 1996 “kraaienpoten” zijn aangetroffen op de “rolbaan” (taxibaan) tussen het terminalgebouw en de Zwanenburgbaan.
    Marscha Muller, de woordvoerster van de marechaussee op Schiphol: “We kregen die middag om 12.45 uur de melding binnen dat iemand van het platformpersoneel ter hoogte van de Schipholtunnel op de rolbaan een kraaienpoot had gevonden. Het verkeer op de rolbaan is toen meteen stilgelegd en de collega’s van de politie hebben een onderzoek ingesteld waarbij nog eens twee kraaienpoten zijn gevonden. Drie in totaal dus.”
    Muller van de marechaussee zegt dat het onderzoek naar de dader(s) nooit iets heeft opgeleverd. Het blijft dus speculeren over hoe de kraaienpoten op de taxibaan terecht zijn gekomen.
    Werptechniek
    Woordvoerder Ruud Wever van de luchthaven houdt het vrijwel voor onmogelijk dat radicale actievoerders zich daadwerkelijk op de baan hebben begeven. “Voor zover we weten zijn er geen mensen over de hekken geklommen. Dat zou zeker door de beveiliging zijn gezien.” Wever denkt eerder dat de kraaienpoten over het hek zijn gegooid. “Mogelijk vanaf de dienstweg naar het langparkeerterrein die ook door de tunnel gaat.”
    Maar die theorie impliceert een olympische werptechniek. De kraaienpoten zijn niet gevonden in de buurt van de dienstweg, maar een eind verderop, ter hoogte van de tunnelbuis in de A 4 (Den Haag richting Amsterdam).
    De Koninklijke marechaussee zegt geen idee te hebben hoe lang de kraaienpoten op de taxibaan hebben gelegen. “Waarschijnlijk niet zo heel lang”, veronderstelt Wever van de luchthaven. “Ons platformpersoneel rijdt voortdurend heen en weer over die banen. Zoiets wordt snel gevonden.”
    Maar echt zeker weten doet niemand iets.
    Overdag is het vrijwel onmogelijk om ongezien in de buurt te komen van de plaats waar de kraaienpoten zijn aangetroffen. Het ligt dus voor de hand dat de sabotageactie in het donker plaatsvond. En dat zou betekenen dat de metalen vierpunten urenlang op het asfalt hebben gelegen van de drukke taxibaan.
    De vice-president van de Nederlandse Vereniging van Verkeersvliegers, Arjen Blom, bevestigt dat het kraaienpotenincident alleen in kleine kring bekend is gemaakt. “Er is nooit een officieel rapport over verschenen, maar wij zijn destijds wel geïnformeerd over de vondst.”
    Blom “schrok enorm” toen hij er van hoorde. Een acute klapband is nog wel minst erge wat een vlieger kan overkomen, zegt hij. “Maar zo’n band hoeft natuurlijk niet onmiddellijk leeg te lopen, waardoor je tijdens de take off in de problemen kan komen, of nog later, bij de landing op de plaats van bestemming.”

    Een vliegtuig met een lekke band is potentieel levensgevaarlijk, zowel bij de start als bij de landing. Dat vliegers daarmee geen enkel risico nemen, blijkt uit het overzicht van luchtvaartincidenten dat de Rijksluchtvaartdienst (RLD) bijhoudt. Daarop worden onder meer de starts op Schiphol gemeld die wegens (meestal technische) problemen moesten worden afgebroken. Dat varieert van vogelaanvaringen tot lekke banden.
    Ook op dinsdag 23 januari 1996 moest een groot passagierstoestel op Schiphol de start noodgedwongen onderbreken. Toen het vliegtuig (de naam van de betrokken maatschappij wordt in het overzicht nooit genoemd, dat is maar slechte reclame) met hoge snelheid -’90 knts’, dat is ruim 166 kilometer per uur – over de baan raasde, kreeg de bemanning een waarschuwingsmelding in de cockpit: roll caution; tire press alert. Vanwege een lekke band.
    Kraaienpoten?

    Vorige week vrijdag vroeg Vrij Nederland aan het ministerie van Verkeer en Waterstaat, dat verantwoordelijk is voor de Rijksluchtvaartdienst, nadere gegevens over dit incident. Op welke runway (de Zwanenburgbaan misschien?) en hoe laat had het vliegtuig de start moeten afbreken? Kortom, bestaat er een verband met de sabotageactie?
    Dinsdag 17 november, liet het ministerie weten “nog wel twee dagen” nodig te hebben om de vragen te beantwoorden. “De gegevens moeten uit een ingewikkeld computersysteem worden gehaald. En de ambtenaar die er normaal over gaat, is met vakantie.”
    Wordt vervolgd dus.

    Infiltrant
    Het eerder genoemde Telegraaf-artikel van 18 oktober 1996, waarin melding werd gemaakt van de vrees van de BVD voor terreur op Schiphol, joeg golven van verontwaardiging door de Vereniging Milieudefensie.
    De krant suggereerde namelijk dat Wijnand Duyvendak, de leider van de acties van de VMD tegen de luchthaven Schiphol, zelf niet afkerig was van een hardere, meer radicale aanpak. Volgens De Telegraaf was Duyvendak in het verleden door de politie in verband gebracht met de RaRa-aanslagen op Makrovestigingen en werd zijn naam genoemd in een in 1984 door de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) samengestelde ‘top-40-lijst’ van mogelijke brandstichters, hoewel Duyvendak nooit officieel als verdachte werd beschouwd.
    De Vereniging Milieudefensie (35.000 leden), die zich juist profileert als een serieuze overlegpartner in het Schipholdebat, was woest over dat artikel in De Telegraaf. De suggestie was dat de milieuorganisatie uit een zootje ongeregelde extremisten bestond die niet terugschrokken voor aanslagen en brandstichting. Milieudefensie verzocht, onder het motto ‘wij hebben niets te verbergen’, de BVD op 23 oktober om een verhelderend gesprek naar aanleiding van het bericht in het ochtendblad. Het antwoord kwam vijf dagen later.
    Een onderhoud zat er niet in, schreef de BVD, maar geruststellend werd daaraan toegevoegd: “Gelet op de aanleiding van uw verzoek wijs ik er overigens op dat de Vereniging Milieudefensie geen onderwerp van onderzoek is van de BVD.”

    Die sussende mededeling stond op gespannen voet met de realiteit, want de BVD had op dat moment – najaar 1996 – al een mol op de afdeling-Schiphol van Milieudefensie losgelaten, ontdekte Vrij Nederland.
    Het ging om een dertigjarige medewerker van de afdeling Speciale Operaties van de dienst die zich onder de schuilnaam Marc W. ergens in de nazomer van 1996 als ‘vrijwilliger’ had aangemeld bij de vereniging om campagneleider Wijnand Duyvendak en de zijnen bij te staan in de strijd tegen de groeiende luchthaven. Marc W., een enthousiaste jongeman met een geweldig talent voor het leggen van contacten, was met open armen ontvangen. Zo konden ze er meer gebruiken. Al gauw begon de sympathieke infiltrant vrienden te maken bij de VMD.
    Volgens ingewijden komt het maar hoogst zelden voor dat de geheime dienst eigen personeel undercover ergens op afstuurt. Meestal probeert de BVD om extern informanten te werven onder burgers, maar in dit geval – het ging om sabotage – wilde de inlichtingendienst kennelijk geen risico nemen met een buitenstaander.
    De infiltratie-actie was goed voorbereid. De BVD had haar geheim agent te velde van een volledig nieuwe identiteit voorzien, inclusief een Nederlands-Amerikaanse achtergrond waaronder een ‘niet voltooide’ studie politicologie aan de State University van San Diego in Californië.
    Overdag werkte Marc W. gewoon bij een bedrijf in Amsterdam waar hij ‘iets met computers’ deed (op internet was hij te vinden onder marcje@xs4all.nl).
    Hij stond officieel ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente Diemen, maar woonde in een appartement in Amsterdam-Oost, dat hij via een bemiddelingsbureau als onderhuurder had betrokken. Hij maakte gebruik van een telefoonnummer dat niet staat geregistreerd in de bestanden van KPN Telecom, ook niet onder de geheime nummers.
    Ingezonden brief
    Op 27 oktober 1996 debuteerde Marc W. in het openbaar als anti-Schipholactivist toen hij in Vertrekhal 1 deelnam aan een protestbijeenkomst van Milieudefensie, waarbij duizenden ballonnen werden opgelaten die hij zelf als onvermoeibaar vrijwilliger had helpen oppompen.
    Hij bezocht verschillende vergaderingen van Milieudefensie en nam ook deel aan een zogeheten ‘actietraining’, waarbij hij en andere milieuactivisten les kregen in het beklimmen van gebouwen en het op spectaculaire wijze bevestigen van spandoeken.
    Niet zo radicaal allemaal.
    Marc W. verleende ook hand- en spandiensten bij een jubileumactie van de vijfentwintigjarige VMD tegen de eventuele aanleg van een vliegveld in zee, die op zaterdag 24 mei van het vorig jaar werd gehouden op het strand van Wijk aan Zee. Ook dat was een protestbijeenkomst die eerder het predikaat braaf dan opruiend verdiende.

    Wat deed deze BVD-functionaris in hemelsnaam bij die nette VMD?
    “Ik begrijp niet goed wat hij bij ons te zoeken had”, zegt directeur Teo Wams van de Vereniging Milieudefensie. “Wij doen niets geheimzinnigs. Iedereen kan onze vergaderingen bezoeken en meedoen met acties. En die acties worden ook in alle openheid voorbereid en vaak al maanden van tevoren aangekondigd, ook bij de luchthaven Schiphol. Over die ballonnenactie hebben we destijds vooraf intensief overlegd met de luchthaven.”
    Het lijkt erop dat Marc W. de Vereniging Milieudefensie als springplank heeft gebruikt om in contact te komen met het meer radicale deel van actievoerend Nederland.

    In mei vorig jaar debuteerde hij in Ravage. In een ingezonden brief -ondertekend met alleen Marc- liet hij zich van zijn meer revolutionaire kant kennen en voer hij uit tegen de in zijn ogen gezapige protestbeweging in Nederland.
    “In de periode dat Bush zijn nieuwe wereldorde uitriep, woonde ikzelf nog in de Verenigde Staten. Vanwege de groeiende mate van arrogant gedrag van de VS-regering en een in mijn ogen zieke overgeïndividualiseerde samenleving ben ik uitgeweken naar het land waar de wortels van mijn voorouders liggen: Nederland.
    Misschien ben ik niet ver genoeg gevlucht, misschien moet ik niet verder vluchten maar me verzetten. Voor zover ik het kan overzien, valt mij tegen wat ik hier aantref: er is weinig cohesie tussen de diverse segmenten van links en er is een activisme dat de indruk wekt niet verder te komen dan wat vage, vooral gezellige acties (of moeten we hier ‘gezinsuitjes’ lezen?) van overigens prima groepen als Greenpeace en Milieudefensie.”
    Marc W. vroeg zich in Ravage af of het niet eens tijd werd om “de strijdkreet van de Mexicaanse Zapatista’s’ over te nemen. “Ya Basta! Genoeg!”
    “Het moet maar eens afgelopen zijn met het matte reageren op het geregeerd en gemanipuleerd worden vanuit Den Haag, Brussel en de Wall Streets van de huidige economische wereldorde”, schreef het radicale alter ego van de BVD-functionaris. “Let’s put our actions where our mouth is! Genoeg!”

    Hier was geen infiltrant meer aan het woord, maar een agent-provocateur die via Ravage flirtte met de extremisten van het actiewezen.
    Zijn ingezonden brief bevatte een openlijke liefdesverklaring aan het Earth Liberation Front (ELF), een losjes geweven web van autonome ‘cellen’. Het ELF pleegde in januari 1996 een bomaanslag op het Franse consulaat in Arnhem uit protest tegen de kernproeven op het atol Mururoa. “Gelukkig zijn er enkelen opgestaan die zich nuttig en potentieel effectief lijken te verzetten”, prees Marc W. de explosieve activiteiten van het ELF.
    Dood spoor
    Kennelijk ging dat soort revolutionair proza zijn superieuren bij de BVD wat te ver. De volgende bijdrage van Marc W. aan Ravage was opvallend gematigder van toon. Er stonden ook veel minder uitroeptekens in.
    In Ravage #241 (5 september 1997) deed hij verslag van zijn bezoek aan een zomerkamp voor milieuactivisten in Schotland, georganiseerd door de Britse milieuorganisatie Earth First.
    “Het programma was enorm gevarieerd: tunnels graven, klimmen, touwbruggen bouwen, abseilen, zelfverdediging, actietechnieken, relatie met de media, genetica, Europese anti-nucleaire blokkades. Een pluim voor de organisatie.”
    Toch liet Marc W. ook in dit artikel wel iets doorschemeren van zijn voorliefde voor harde protestacties. Voortbouwend aan zijn kredietwaardigheid als milieuradikalinski schreef hij met gespeelde verbazing: “Zelfs het vernielen of saboteren van materieel, bouwconstructies etc. is niet een algemeen en door iedereen geaccepteerde vorm van actievoeren binnen Earth First!.”

    Vanaf hier loopt het spoor van Marc W. dood.
    In november vorig jaar is hij voor het laatst bij Milieudefensie gesignaleerd. Daar vertelde hij dat hij zijn baan in Amsterdam had opgezegd om terug te gaan naar de Verenigde Staten, eerder door hem in Ravage afgewezen als een “zieke overgeïndividualiseerde” samenleving. Om zijn terugkeer toch wat geloofwaardiger te maken verzon Marc W. er een Amerikaans ‘familielid in nood’ bij. In november zegde hij ook de huur op van zijn Amsterdamse etage zonder een nieuw adres achter te laten.
    Volgens de afdeling burgerzaken van de gemeente Diemen is Marc Roeland W. in maart van dit jaar “verhuisd naar San Diego”. Waarschijnlijk zit hij nu weer gewoon op kantoor bij de BVD en scant hij de Ravage op subversieve artikelen. Zijn geheime missie te velde is op niets uitgelopen. De dader(s) van de sabotageactie op Schiphol is/zijn nooit ontmaskerd.

    De Binnenlandse Veiligheidsdienst wilde niet reageren op de bevindingen van Vrij Nederland. “Wij doen nooit mededelingen over operationele zaken”, zegt woordvoerder Ger Bodewitz van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

    Veel Vragen Onbeantwoord
    door buro Jansen & Janssen
    Ook gepubliceerd in Ravage, 27 november 1998
    De BVD zet al jaren gericht infiltranten in, maar wil het een en ander nu toch wel graag bij wet geregeld zien. Het liefst met veel bevoegd-heden, en weinig controle, dat spreekt voor zich natuurlijk….
    In het enkele maanden geleden ingediende wetsvoorstel tot wijziging van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten staat in artikel 21.1-3 dat de diensten bevoegd zijn tot “de inzet van natuurlijke personen, al dan niet onder dekmantel van een aangenomen identiteit of hoedanigheid, die onder verantwoordelijkheid en onder instructie van een dienst zijn belast met: het gericht gegevens verzamelen omtrent personen en organisaties die voor de taakuitvoering van een dienst van belang kunnen zijn; het bevorderen of het treffen van maatregelen ter bescherming van door een dienst te behartigen belangen.”
    Verder staat in het artikel dat de diensten bevoegd zijn tot “het oprichten en de inzet van rechtspersonen ter ondersteuning van operationele activiteiten.” Tenslotte kan de “natuurlijke persoon” bij instructie van de dienst “tevens worden belast met het verrichten van handelingen die tot gevolg kunnen hebben dat medewerking wordt verleend aan het plegen van een strafbaar feit, dan wel een strafbaar feit wordt gepleegd.”

    Wanneer je bovenstaande voorstellen legt naast het artikel ‘BVD infiltreerde bij Milieudefensie’ worden een aantal dingen meteen een stuk helderder.

    Er van uitgaande dat het hier inderdaad om een BVD-infiltrant gaat, waarvoor in het artikel niet echt harde feiten te vinden zijn, roept het verhaal bij ons toch wel de nodige vraagtekens op.
    Zo is het niet zo gewoon dat de BVD eigen personeel inzet als infiltrant. Veel liever maakt men gebruik van informanten, mensen die al in een bepaalde organisatie zitten en dan informatie doorgeven aan de dienst.

    Bij Marc Witteveen was dat toch allemaal een beetje anders geregeld: speciaal voor hem werd een baan gecreëerd bij een bedrijf in Diemen, betaald door de BVD. Ook werd er een heel achtergrondverhaal verzonnen: z’n jeugd niet in Nederland doorgebracht, gestudeerd in San Diego, maar erg afgeknapt op de Amerikaanse samenleving, en toen naar Nederland vertrokken. Kortom, een hoop werk om een infiltrant te plaatsen in een relatief open en ‘brave’ organisatie als Milieudefensie. Wat zou de toch wel vergaande belangstelling van de BVD voor deze organisatie kunnen verklaren?
    Milieudefensie is een interessante organisatie om als springplank te dienen zowel voor radicalere groepen in Nederland (‘Milieudefensie is te soft, ik wil heftigere acties doen’), als ook voor groepen in het buitenland. Verder is Milieudefensie interessant omdat er veel te horen valt over acties die hebben plaatsgevonden of georganiseerd worden. Wie organiseren dit? Wie doen er aan mee? Zijn er nieuwe actie-onderwerpen of actie-methoden? Enzovoorts, enzovoorts.
    Ook is het voor de BVD interessant om op de hoogte te zijn van een eventuele tweespalt in de organisatie, bijvoorbeeld de eeuwige splitsing tussen de ‘gematigden’ en de ‘radicalen’. Tenslotte is er nog een doemscenario: een infiltrant kan heel goed door de dienst gebruikt worden om een groep of organisatie lam te leggen door bijvoorbeeld mensen tegen elkaar uit te spelen, onderling wantrouwen te creëren, enzovoort. Dit lijkt misschien in dit geval een beetje een vergaande verklaring, maar het zou niet de eerste keer zijn dat inlichtingendiensten op deze manier actiegroepen proberen te ondermijnen.
    Als je vanuit dit perspectief zijn ingezonden brief aan Ravage bekijkt, komen zijn oproepen tot radicaler verzet toch in een wat ander daglicht te staan.

    Een volgende vraag is hoe het komt dat iemand waar de BVD zoveel tijd en geld insteekt na zo’n relatief korte tijd al weer vertrokken is? En dan ook nog eens zonder al te actief te zijn geweest. Want bij een keertje meedoen met een klimtraining, en het meehelpen met een paar ludieke acties kun je nou ook niet echt spreken van een spectaculaire infiltratie-poging.
    Ook hier blijft het een beetje speculeren. Was hij bevriend geraakt met mensen van Milieudefensie en kon hij daardoor z’n dubbelrol niet langer aan? Heeft hij Milieudefensie gebruikt als opstapje naar het buitenland om daar makkelijker bij bepaalde groepen binnen te komen? Hij was altijd al erg geïnteresseerd in de Engelse milieubeweging, was ook op bezoek geweest in actiekamp Faslane, en bij een Earth First! actiekamp in de zomer van ’97.
    Ook is het in theorie mogelijk dat de BVD het hele project heeft afgeblazen omdat ze niet vonden wat ze zochten (harde kern van milieuactivisten) of misschien omdat het domweg te duur werd…

    Er blijven dus nog een hoop vragen liggen. Wij zijn er ook van overtuigd dat dit verhaal nog niet ten einde is, en dat er nog een hoop zaken uitgezocht moeten worden. Hiervoor kunnen we alle informatie die er is goed gebruiken. Dus heb je info over Marc Roelant Witteveen, ben je hem tegengekomen bij acties, vergaderingen etc. laat het ons even weten.
    Gezocht: Marc Roelant Witteveen
    Infiltrant betaald door de BVD
    Januari 1999
    Buro Jansen & Janssen probeert de sporen na te gaan van een infiltrant in de milieubeweging.
    Dit verhaal werd eind vorig jaar bekend.

    Marc Witteveen is begin dertig, zegt dat hij gestudeerd heeft in San Diego (V.S.) en hij heeft bijzondere belangstelling voor radikale akties. Hij bracht een bezoek aan het Earth First! Aktiekamp in Schotland in de zomer van 1997 en vertelde zelf dat hij daarvoor in Faslane was. Hij was aktief bij Milieudefensie, maar schreef veel radikalere bijdrages in het tweewekelijkse aktieblad Ravage.

    De journalist die het onderzoek naar deze zaak begon, Jos Slats van Vrij Nederland, gaf toestemming om het verhaal in Ravage en op deze site te publiceren. Slats gaf ons inzage in de informatie die hij niet kon publiceren om zijn bron (die betrokken was bij het organiseren van een baantje voor Marc), te beschermen. De aanwijzingen dat Marc Witteveen inderdaad voor de BVD werkte zijn vrij overtuigend – al is tot nu toe niet alles gepubliceerd en kunnen wij de betrouwbaarheid van Slats’ bron niet controleren.
    Onverklaarbaar blijft waarom hij na iets meer dan een jaar (zomer 1996 – november 1997) plotseling verdween; en waarom hij niet meer initiatieven nam. Het kan zijn dat hij dat wel deed – misschien is hij nu nu ergens in het buitenland aktief, bijvoorbeeld in Engeland.