• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • AZ UNDERCOVER

     Ik heet Lot Moerdijk. Ik ben zeventien. Ik zit op 6 vwo, volgende week beginnen mijn eindexamens.

    De laatste nachten slaap ik slecht. Niet van de zenuwen. Niet van de zenuwen voor dat examen, bedoel ik, want dat is een fluitje van een cent. Ik word om half vijf wakker, nu al nachten achter elkaar, alsof er precies om die tijd een sirene begint te loeien in mijn hoofd. Vanmorgen ook weer.

    Er raasde een politieauto de straat in, drie of vier mannen sprongen eruit, renden bij V&D naar binnen, duwden mij bij de kassa omver, riepen bevelen door elkaar. De geluiden en de beelden raakten in het honderd. De politiemannen schrokken op, keken verdwaasd om zich heen, alsof zij wakker werden. Toen stapten ze uit mijn droomhoofd.

    Ik weet niet precies wat die droom betekent. Ze zoeken Kaz. Ik maak me ongerust om Kaz. Maar ze hoeven helemaal niet zo moeilijk te doen. Kaz is thuis. Als ze bij hem thuis aanbellen, doet zijn vader of zijn moeder gewoon open. Goedemorgen, heren. Wat kan ik voor u doen?

    Vervelend is het wel, na half vijf kan ik niet meer slapen. Misschien toch van de zenuwen.

    Vanmorgen ben ik om vijf uur opgestaan. Het was nog donker buiten. De krant was er nog niet. Toen ben ik dit stukje gaan schrijven. Voor de psychiater, zal ik maar zeggen. Maar de psychiater ben ik zelf. Biecht op, jongedame!

    Kaz is mijn vriendje. Eigenlijk heet hij niet Kaz maar Aziz. Mijn vader heet Cas. Aziz noemt zich Kaz als hij incognito wil zijn. Als hij op onderzoek uit is. Dan speelt hij een dubbelrol: proefpersoon en waarnemer tegelijk. Hij is dol op detectives.

    Hij is zijn onderzoek begonnen aan de telefoon. Je moet je carrière stapsgewijs opbouwen, vond hij. Niet meteen met het moeilijkste werk beginnen.

    Ik zat erbij toen hij voor het eerste belde. Met de afdeling personeelszaken van een internationaal medisch concern dat pas afgestudeerde chemici zocht, communicatieve vaardigheden waren van groot belang, moest in teamverband kunnen opereren en bereid zijn tot stages in het buitenland.

    Aziz is geboren in Kaboel. Tien jaar geleden, hij was net acht, is hij met het hele gezin, zijn vader, moeder en twee zussen, verstopt in de dubbele wand van een vrachtauto het land uit gevlucht. Eerst naar Moskou, twee weken later naar Nederland. Over die reis wil hij me niets vertellen.

    Ik schoot in de lach toen hij zich aan de telefoon voorstelde. U spreekt met Cas Moerdijk, zei hij met een stalen gezicht. Dat had hij me niet tevoren verteld. Beleefd maar zelfverzekerd beantwoordde hij alle vragen die hem gesteld werden. De dame aan de andere kant van de lijn had niets in de gaten. Aziz spreekt vlekkeloos Nederlands. Ze maakten een afspraak voor een gesprek, een week later.

    Ik wilde weten waarom hij de naam van mijn vader gebruikte. Maar dat was helemaal niet zo, hij gebruikte de naam van mijn vader niet, hij heette Kaz met een k vooraan en een z achteraan. De beginletters van kleine Aziz. En de naam van een blueszanger uit een grijs verleden. Kaz Lux. Of ik die niet kende. Nee dus.

    Natuurlijk was hij niet van plan op sollicitatiebezoek te gaan. Az zit bij mij in de klas. Scheikunde heeft hij niet eens in zijn pakket. Hij wil journalist worden.

    Maar straks, zei hij, gaat het experiment zijn moeilijkste fase in. Dan bel ik nog eens, met Afghaans accent en onder mijn echte naam. We werkten een half uur aan een wiskundeopgave. Daarna een examentekst Engels, een eitje. Toen belde hij weer. Met Abdel-Aziz Raffiqi spreekt u. Ja mevrouw, zeker mevrouw. Nee? Jammer mevrouw.

    Het moeilijke werk kwam later. Kleine Az op pad in grotemensenland. Op zoek naar een baantje. Laat op de avond naar Fenix, waar je je moet legitimeren bij de poort. Az op oorlogspad: met een verzonnen klacht over bedreiging naar het politiebureau.

    Verveelde gezichten. Al voorzien ja. Vandaag niet. Er kan echt niemand meer bij. Altijd zulke lange tenen, jullie.

    Op een dag schakelde hij mij in, als medewerker van zijn detectivebureau in oprichting. Mijn eerste klus: met een smoes in het elektronische zenuwcentrum van V&D binnendringen. Beetje in paniek, portemonnee verloren met pasjes en papieren, zoiets. Intussen de stand en het bereik van de bewakingscamera’s in de hoek bij de horloges bestuderen.

    Een dag later stond Kaz die horloges uitvoerig te bekijken, met zijn gezicht richting bewakingscamera twee meter bij hem vandaan. Hij pakte een horloge in zijn handen, bekeek het van alle kanten en legde het terug. En nog eens, wel vier of vijf keer.

    Toen liep hij een rondje om de vitrineblokken, weifelend. Hij keek om zich heen, pakte weer een horloge, maar nu met de rug naar de camera. Even later liep hij weg, eerst nog een omtrekkende beweging over de hele verdieping, toen richting draaideur aan de markt. Daar werd hij in zijn kraag gegrepen door een veiligheidsmedewerker. Of hij maar even wilde meekomen.

    In het kamertje van de bewaking zat een vrouw achter een batterij monitoren. Ze grinnikte naar Kaz. De man keerde de zakken van Kaz binnenstebuiten. Niets. Toen werd hij gefouilleerd. Nog steeds niets. Nog eens overal betast, de veiligheidsman snoof van opwinding en ergernis.

    De beelden, snauwde hij tegen de vrouw. Kaz zag zichzelf op de rug, geheel volgens plan. Je kon onmogelijk zien of hij dat horloge teruglegde of niet. Hij had het teruggelegd. De man geloofde het niet. Ik heb het toch echt teruggelegd, zei Kaz. Te duur. En eigenlijk ook niet nodig. Ik weet ook zo wel hoe laat het is.

    Die nacht werd ik voor het eerst om half vijf wakker. Sirenes, Kaz slenterend door V&D, mannen met handboeien. Had ik hem moeten tegenhouden? Ik maak me zorgen. Hij wil als onderzoeksjournalist vooral undercover gaan werken. Later. Misschien moet ik hem dat uit zijn hoofd praten. Eerst maar eens examen doen. Kleine Az, stoere Az. Lieve, lieve Az.

    Cyrille Offermans