• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • De terugkeer naar de NSB-staat

    De grootste angst van Nederlandse xenofobische islamofoben is de stichting van een Islamitisch Kalifaat in Nederland. Dit alles heeft te maken met het vooruitzicht van een groeiende moslimbevolking in Nederland. Seculiere extremisten zijn er voornamelijk na de 2e wereldoorlog goed in geslaagd de uitoefening van bijvoorbeeld de christelijke religie in de publieke ruimte volledig uit te bannen. Nadat het deze extremisten gelukt was om de scheiding tussen kerk en staat in die botte, christelijke koppen geramd te krijgen ging men over op moslims. Talloze miscalculaties van cultuurverschillen, mede ingegeven door moslims in Nederland zelf, werden gebruikt om de ondertussen gebruikelijke semi-intellectuele shit over moslims heen te gooien in de publieke opinie. Mede gevoed door acties, ingezet door slecht geïnformeerde c.q. verdwaalde zielen die naar eigen zeggen ‘een ideologie’ aanhangen maar niet duidelijk kunnen maken wat deze ideologie nou precies inhoudt, slikken de xenofoben in de Nederlandse samenleving de reacties die dit allemaal oproept vanuit de politiek als zoete koek en wordt zodoende de NSB-mentaliteit, die we na de 2e wereldoorlog uitgeroeid dachten te hebben, wederom ingevoerd.

    De Nederlandse regering anno 2005 gaat er prat op met name imams die niet in ‘het gareel’ lopen te deporteren. Daarnaast stimuleert de regering burgerlijke waakzaamheid op ‘verdachte’ zaken en heeft men zelfs folders geëxploiteerd, die aangeven wat te doen in geval van dreigend terrorisme. Een concrete uitslag van deze NSB-achtige opvoeding, zijn de 2 heren die ten onrechte uit een trein werden geplukt, omdat zij net iets te vaak gebruik maakten van het toilet in de trein waarin zij zich bevonden.

    Tussen de regels door is wat ik zie een vrijbrief die moslims in het algemeen vogelvrij verklaart. Een baard, traditionele islamitische kledij, een rugzak en het jezelf begeven in de menigte staan garant voor het veroorzaken van een bijna paranoïde oplettendheid van burgers die denken dat zij in staat van oorlog verkeren met een nog nader te beschrijven bezetter van ‘hun grondgebied’. Dit allemaal, in het kader van bestrijding van terrorisme. Waar men aan voorbij gaat is de oorzaak hiervan. Ik kan me namelijk herinneren dat de goede Nederlandse economie, halverwege jaren ’90, er voor zorgde dat etnische verschillen er helemaal niet meer toededen en extreem nationalisme was steeds meer iets van de jaren ’50: uit de mode. Aan alle kanten ervoer men een gebrek aan iets waar men zich als groep aan kon identificeren en dat resulteerde weer, let wel: puur uit verveling dankzij de economische bloei waar bijna iedereen van meeprofiteerde, in het organiseren van groepen die elkaar als vijanden gingen bestempelen. Op wereldpolitiek niveau gebeurde tegelijkertijd een aantal zaken die voor sommige mensen meer dan goed uit kwamen om te gebruiken voor de rechtvaardiging van hun houding. Daarna, ‘it was curtains’. Want het was duidelijk dat een alleen goede economie niet volstaat voor het mentaal in het gareel houden van een bevolking.

    Ondertussen lijken zelfs moslims onder de druk gebukt te gaan en hun uiterlijk vertoon aan te passen naar Nederlandse maatstaven. Men maakt zich ondergeschikt aan de islamofoben omdat men, net als die islamofoben, bang is. De vraag is alleen: waarvoor? Islamofoben zijn niet herkenbaar in uiterlijk en net zo min steeds meer moslims. De definiëring van ‘een radicale moslim’ is nog steeds niet gecompleteerd maar alles lijkt erop te wijzen dat iemand met baard en islamitische kledij een radicale moslim is en daar houdt de definitie dan ook meteen op. En die zijn gevaarlijk, in de ogen van islamofoben. Een bijna uitgekauwd onderwerp, terwijl er juist nog zoveel valt te bespreken. Probleem is alleen, als niemand wil luisteren ben je niets meer dan een schreeuwer in een overbevolkte woestijn waar niemand is. Tegelijkertijd grijpt Nederland terug naar de tactieken die men in de nasleep van de 2e wereldoorlog zo veroordeelde: burgers mogen elkaar aangeven op basis van minimale zaken en hele ‘zwarte lijsten’ met namen van zogenaamd potentieel kwaadaardige moslims worden bijgehouden. In extreme gevallen worden mensen zelfs door de politie nadrukkelijk in de gaten gehouden, zonder dat er enige redelijke aanleiding voor is.

    Niemand wil in een politiestaat leven, ook moslims niet, maar Nederland is het in praktijk al. Moskeeën worden zonder pardon bestempeld als ‘radicaal’ en gezien de Nederlandse definitie van die term wil je er als moslim niet meer gezien worden. Tegelijkertijd krijgen mensen met kwaadaardige intenties steeds meer vat op moslimjongeren, omdat die de moskee links laten liggen en elders hun islam praktiseren, waarbij de controle op met wie die jongeren in aanraking komen volledig uit beeld raakt. Nederland probeert wanhopig iets te doen aan haar problemen en grijpt daarbij naar middelen die van voor de beschaving stammen en creëren daarmee meer vijanden dan vrienden onder de Nederlandse moslimbevolking. Met de actie-reactie-theorie in gedachten, hou ik mijn hart vast voor de toekomst en bid ik voor een oplossing die allen ten goede komt, want omdat dialoog een scheldwoord lijkt te worden, lijkt dat het enige dat ik, als moslim zijnde, nog kan doen.

     

    M.R. Jabri