• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Amerikaanse inlichtingendiensten bespioneren vredesgroepen

    Wie is het gevaar? De staat of de vredesgroep?

    In december 2005 publiceerde MSNBC News een aantal documenten met betrekking tot inlichtingenvergaring en observatie van vredesgroepen door de Amerikaanse overheid. Onder de groepen bevindt zich onder andere een lokale vredesgroep, the Coalition for Peace uit Rhode Island, die regelmatig kleine manifestaties tegen de oorlog in Irak houdt. De inlichtingenoperatie heet TALON, Threat and Local Observation Notice. Het project is een database die gestationeerd is bij het ministerie van Defensie van de Verenigde Staten. De TALON database wordt ook wel de Cornerstone database genoemd. De gegevens werden beheerd door de CIFA, Counterintelligence Field Activity, een geheime dienst van het Pentagon.

    De storm van verontwaardiging die het observeren van demonstranten teweegbracht is niet te vergelijken met de situatie in Nederland. De AIVD schrijft in haar jaarverslag van 2007: ‘Het generaal pardon had geen invloed op de opstelling van deze personen; zij staan niet open voor discussie of compromissen.’ Deze passage gaat over mensen die protesteren tegen gevangenissen voor vluchtelingen en illegalen. Dat zij behoren tot het werkterrein van de AIVD staat hier al niet eens meer ter discussie. En over de demonstraties tegen de G8 wordt ook in termen van inlichtingen en opsporing gesproken: ‘Voorafgaand aan en tijdens G8-bijeenkomsten vindt brede afstemming en samenwerking tussen veiligheidsdiensten plaats, zodat de lokale overheid kan zorgen voor het juiste niveau van beveiliging. De AIVD neemt daaraan deel.’
    Houdt de AIVD of de RID bijvoorbeeld het Platform tegen de Nieuwe Oorlog en haar aangesloten organisaties in de gaten? Kunnen die groepen daar achter komen? Het bijzondere van de Verenigde Staten is dat van ingrijpende inlichtingenoperaties en veel geheime operaties uiteindelijk details op straat belanden en organisaties en individuen de strijd met de overheid over deze ongeoorloofde inmenging in hun meningsuiting aanbinden. In Nederland blijven die gegevens voor eeuwig verborgen terwijl ze voor het functioneren van een rechtstaat van levensbelang zijn.

    Het TALON Cornerstone project lijkt een opvolger van het in 2002 door het Pentagon’s Defense Research Project Agency (DARPA) voorgestelde Total Information Awareness (TIA) programma. Bij dit programma ging het om internet-surveillance en wordt informatie over telefoongesprekken, credit card gegevens, financiële transacties, vluchtreserveringen en biometrische gegevens verzameld. Deze informatie werd verzameld zonder verdenking van of kennisgeving aan de verdachte. Met betrekking tot TIA waren er twijfels over bescherming van de privacy en over foutmarges in de data. Het Amerikaanse congres trok de stekker uit het TIA programma.
    Paul Wolfowitz geeft in mei 2003 het startsein voor het TALON project. Bij dit project wordt opnieuw ruwe informatie verzameld, nu over ‘verdachte gebeurtenissen’. De TALON Cornerstone lijst was in eerste instantie opgezet door de Amerikaanse luchtmacht en werd in 2003 gecombineerd met de CIFA, Counterintelligence Field Activity, van het ministerie van Defensie. Het idee voor deze geheime dienst van het Pentagon wordt begin januari 2001 onder President Clinton geboren, maar de afdeling wordt pas operationeel in februari 2002. Volgens een vrijgegeven ‘Information Paper DoD TALON’ van het ministerie van Defensie zou het idee pas na 11 september 2001 geboren zijn. Discussies onder Clinton spreken dat tegen. Volgens het ‘Information Paper’ werd er na 11 september een ad hoc groep van inlichtingen- en veiligheidsmensen geformeerd. De groep werd gevormd om een systeem te ontwikkelen dat rapporten met betrekking tot verdachte activiteiten kon samenstellen, verwerken en analyseren. Omdat de Amerikaanse luchtmacht al het Threat and Local Observation Notice system had ontwikkeld is dit door het ministerie van Defensie voor alle diensten in gebruik genomen.
    De CIFA kreeg de taak al deze contra-spionage van het ministerie van Defensie te gaan coördineren. De coördinatie en analyse van de TALON Cornerstone-lijst wordt een van de taken van CIFA. Er werken ongeveer 400 mensen in vaste dienst en tussen de 800 en 900 mensen op contractbasis.

    De TALON Cornerstone lijst is een militaire aangelegenheid, maar de informatie die in de databank terecht komt is afkomstig van zowel militaire als civiele bronnen. In een memo van het Ministerie van Defensie van februari 2006 staat dat personeel van 28 organisaties geautoriseerd was om de TALON Cornerstone-lijst te gebruiken en 3.589 ‘gebruikers’ rapporten konden toevoegen aan en inzien in de database.
    Het TALON systeem bevat niet-specifieke bedreigingen van het ministerie van Defensie, verdachte personen in de buurt van gebouwen en personeel van defensie, ongebruikelijke activiteiten die regelmatig worden herhaald, bommeldingen en andere verdachte activiteiten.
    Voordat TALON officieel van start ging had de luchtmacht al 1.200 rapporten verzameld, waarschijnlijk binnen het TIA programma. In het eerste jaar van operatie werden er 5.000 rapporten aan toegevoegd en in januari 2006 was het aantal rapporten in de TALON Cornerstone-lijst tot 13.000 gestegen. De rapporten in de Talon Cornerstone database zijn het resultaat van eenvoudige ‘web based entry forms’.
    Bij een evaluatie van 1.519 rapporten bleken er ongeveer 20 ernstige incidenten tussen te zitten zoals het kopiëren van militaire identiteitskaarten in Yukon, Oklahoma en Michigan. Naast deze serieuze veiligheidszaken waren er enkele meldingen van arrestaties zoals die van een militair die Osama Bin Laden als screensaver op zijn mobiel had. De meerderheid van de 1.519 documenten in de TALON Cornerstone-lijst hadden echter betrekking op inlichtingen en tips over vredesprotesten en agenda’s en notulen van actiegroepen.

    Newsweek beschrijft begin 2006 een melding uit de TALON Cornerstone-database. Het is een actie van tien demonstranten die op 23 juni 2004 boterhammen met pindakaas uitdeelden bij het bedrijf Halliburton in Houston. De CIFA bestempelde de actie als een mogelijke bedreiging van de nationale veiligheid. Ook een actie van de Broward Anti-War Coalition op 25 oktober 2004 bij een kantoor van het Amerikaanse leger waar nieuwe rekruten worden geworven werd aangemerkt als een groot gevaar. Bij de actie in Lauderhill, Florida, waren ongeveer twintig activisten aanwezig en het grote gevaar bestond uit een groot spandoek. Ook de Students against War van de universiteit van California te Santa Cruz komt in de database van CIFA voor. In april 2005 voorkwamen zij dat het leger zich op een carrièrebeurs op de campus van de universiteit manifesteerde. Het Amerikaanse ministerie van Defensie had het protest van de studenten als een groot gevaar voor de nationale veiligheid bestempeld. Naast de universiteit in Santa Cruz komen ook studenten van de universiteiten van Berkeley, Wisconsin en New York in de databanken voor. De Coalition for Peace uit Rhode Island ontdekte dat zij op de lijsten van de CIFA voorkwamen nadat MSNBC news een 400 pagina’s tellend rapport van het Pentagon had bemachtigd en op internet had gepubliceerd. In dit rapport worden meer dan 1.500 zogenaamde verdachte incidenten opgesomd. De Coalition bestaat uit 15 mensen die regelmatig protesteren tegen de oorlog in Irak. Het protest van de Coalition wordt in de database aangemerkt als gevaar.

    Opvallend in de rapporten uit de TALON Cornerstone database is het verschil in ‘threat assessment’. Bij protesten die bestaan uit het dragen van spandoeken, het uitdelen van folders, het schreeuwen van leuzen en andere activiteiten die op een ingehouden manier proberen het publiek en werknemers van een militaire instelling te bereiken wordt er gesproken van een specific threat. Als er sprake is van zogenaamde burgerlijke ongehoorzaamheid wordt er gesproken van een potential threat. Het onderscheid is niet helemaal helder, maar de reactie op bijvoorbeeld het studentenprotest bij de universiteit van California te Santa Cruz is verbijsterend. Alsof het om een ‘aanslag’ gaat wordt bij latere protesten van de studentenbeweging een opsomming gegeven van feiten die in het verleden zijn gebeurd. De feiten worden op een zodanige manier gebracht dat het lijkt alsof Students Against War een erg gevaarlijke groep is. Naar aanleiding van een onderschepte e-mail over actie bij bureaus van rekruteurs in april en mei 2005 wordt er in het rapport een verhaal opgenomen van de actie op de universiteit van California:twee beschadigde leger-auto’s op de parkeerplaats van de universiteit zonder gedetailleerde beschrijving en twee doodskisten voor het kantoor van militaire rekruteurs. Aan het eind van het rapport staat nog wel de opmerking: ‘no reported incidents have occurred at these protests.’

    Een ander project dat door de Amerikaanse overheid wordt aangemerkt als staatsgevaarlijk is het Truth Project Inc. uit Florida. Het project organiseert geen demonstraties en acties, maar verzorgt informatiecampagnes op middelbare scholen. Het leger bezoekt de scholen om de leerlingen te rekruteren. Het Truth project bezoekt op andere dagen dezelfde scholen om een ander geluid te laten horen en leerlingen te wijzen op de desinformatie van het leger. Leerlingen krijgen voorgespiegeld dat ze op Hawaï worden gestationeerd en dat ze onoverwinnelijke scherpschutters uit Hollywood-films worden. Een verslag van een vergadering van het Truth Project van 13 november 2004 is te vinden in de geheime database. Tijdens de vergadering werd er gesproken over het uitdelen van folders aan middelbare scholieren. Dat is natuurlijk erg gevaarlijk. De aanwezigheid van het Truth Project in de TALON Cornerstone lijst is volgens Gregory Hicks, een woordvoerder van het Pentagonte herleiden tot een email van een ‘bezorgde’ burger. Volgens hem is de email waarschijnlijk verstuurd door een lokale politieagent, maar volgens Rich Hersh van de Truth Project is de melding gedaan door een eenmalige bezoeker aan een bijeenkomst van de groep in 2004. Hersh denkt dat de bezoeker niet een ‘gewone’ bezoeker was, maar een militair die informatie over de groep inwon. Voordat de email de databank bereikte ging die door de handen van FBI agenten en personeel van de 902de militaire inlichtingengroep van het leger. De laatste eenheid is de meest geavanceerde inlichtingeneenheid van het ministerie van Defensie. Dit roept vragen op over zowel de reikwijdte als de kwaliteit van het werk van de verschillende diensten. Tijdens een bijeenkomst van de juridische commissie van het huis van afgevaardigden werd duidelijk dat de leden van het Truth Project geen contacten met enig land in het Midden Oosten hebben, zelfs geen paspoort hebben om er naar toe te reizen en dat enkele van de leden voor de Verenigde Staten in Korea hebben gevochten.

    Veterans for Peace is een andere groep die aangemerkt staat als een mogelijk gevaar voor het leger en het ministerie van defensie. Een aanleiding voor de plaatsing van de groep in TALON Cornerstone lijst is een demonstratie op 11 november 2004 op veteranendag. De Joint Terrorism Task Force van de FBI licht de commandant in van het Military Entrance Processing Station (MEPs), een rekruteringscentrum, in Sacramento over de ophanden zijnde manifestatie van Veterans for Peace. De anti terrorisme-afdeling van de FBI schrijft over de manifestatie: ‘… most likely be peaceful, but some type of vandalism is always a possibility.’ Dit protest is in de TALON Cornerstone database bij ‘incident type specific threats’opgenomen. Een andere actie van de veteranen komt ook voor in de lijst: een protest op 18 april 2005 bij de universiteit in New Orleans. Tijdens het protest riepen zes demonstranten ‘baby killer’ naar een rekruteur van het Amerikaanse leger. Ook werd deze rekruteur achtervolgt door leuzen schreeuwende demonstranten. Hij rapporteerde dit incident en vervolgens stond de groep bekend als gevaar in de woorden van de Amerikaanse overheid: ‘Veterans for Peace is a peaceful organization but there is a potential future protests could become violent.’ Nog meer groepen staan op de lijst zoals de Iraq Veterans Against the War, Military Families Speak Out, Code Pink (vrouwen tegen de oorlog in Irak), de geweldloze Quaker groep American friends Service Committee, War resisters League, Catholic Worker en United for Peace and Justice.

    Naast deze organisaties die in de TALON Cornerstone-lijst voorkomen, zijn individuele activiteiten ook het mikpunt van spionage. De 902de militaire inlichtingengroep van het leger rapporteerde een vredesmars van 200 mensen in Akron, Ohio. Politieauto’s volgden verschillende actievoerders. Naar aanleiding van de protestmars werden e-mails onderschept, namen van actievoerders door politie-databases gehaald, kentekens geregistreerd, foto’s gemaakt van deelnemers en andere inlichtingenactiviteiten uitgevoerd door de 902de inlichtingengroep. Een anti oorlogsdemonstratie in maart 2005 in Los Angeles, een protest in Boston van december 2004, een demonstratie bij de militaire basis bij Fort Collins, Colorado, een kerkdienst voor de vrede en andere protesten tegen de oorlog in Irak werden aan de inlichtingendatabase toegevoegd. Ook aan een gecombineerd protest bij drie kantoren van het Amerikaanse leger waar rekruten worden geworven op 19 maart 2005 wordt uitgebreid aandacht besteed door de anti terreurafdeling van de FBI. Verschillende e-mails van mensen zijn onderschept om op de hoogte te komen van de planning van de actie. Tevens is er overleg tussen anti terreureenheden in Atlanta en New York, de Atlanta Field Intelligence Group, de 902de MI Group Fort Knox RO, NCIS en AFSOI. Waarschijnlijk is door een van de diensten op 28 februari 2005 ook een voorbereidende vergadering van verschillende vredesgroepen die de acties van 19 maart 2005 organiseerden, bezocht. Dit protest staat in de TALON Cornerstone database bij incident type ‘suspicious activities/incidents’ beschreven.

    CIFA maakt net als de 902de inlichtingengroep van het Amerikaanse leger voor haar observaties en inlichtingenverzameling veel gebruik van het internet en zogenaamde ‘identity masking’ software. Met deze software kan de dienst internet-identiteiten (ip-adressen bijvoorbeeld) construeren waardoor het lijkt alsof ze vanuit een ander land over het net surft. Naast de informatie die van het internet wordt verkregen, zoals websites van indymedia, maakt CIFA ook gebruik van allerlei data van andere opsporings- en inlichtingendiensten, al of niet anonieme tips van burgers en rapporten van militairen en politieagenten. Een woordvoerder van het ministerie van Defensie beschrijft in de Times het systeem als een stofzuiger van informatie. Een stofzuiger die ook tussen het fysieke afval en de virtuele e-mails van leden van actiegroepen informatie opzoog. De TALON rapporten bevatten de namen van duizenden Amerikanen. Dit was nooit de bedoeling van de ruwe inlichtingen-data. Het doel van het systeem was een soort waarschuwingssysteem met betrekking tot incidenten.

    CIFA, militaire rekruteurs en personeel van het Amerikaanse leger zijn niet de enige die vlijtig anti-oorlog geluiden aan het inventariseren zijn. Ook civiele diensten dragen een steen bij aan de spionage. Het Federal Bureau of Investigation is er een van. ACLU meldde in 2005 al dat de FBI dierenrechtenorganisatie PETA, milieuorganisatie Greenpeace en de American-Arab Anti Discrimination Committee bespioneerde. Ook vredesgroepen staan in de belangstelling van de FBI. De dienst zet naast de gebruikelijke observatie en spionagemiddelen ook infiltranten in. Een van de slachtoffers van de FBI is het Thomas Merton Center in Pittsburgh. Dit centrum, dat al sinds 1972 bestaat, stond in de belangstelling van de FBI omdat het ‘a left-wing organization advocating, among many politcical causes, pacifism’ (FBI rapport van 29 november 2002), is. De Joint Terrorism Task Force observeerde het Merton Center vooral om haar anti-oorlog standpunt, een andere verklaring is niet mogelijk. Vanaf 2002 tot en met 2005 werden allerlei manifestaties in het centrum van Pittsburgh bespioneerd. Tijdens die dagelijkse manifestaties werden folders tegen de oorlog aan voorbijgangers uitgedeeld. De informant van de FBI maakte foto’s van deze manifestaties. In een rapport van 26 februari 2003 van de FBI getiteld ‘International Terrorism Matters’ wordt een opsomming gegeven van de anti-oorlog manifestaties in Pittsburgh, New York en elders die het Thomas Merton Center op haar website heeft staan. Een opvallend detail bij de FBI documenten is de aandacht voor de contacten van leden van het Thomas Merton Center met Amerikaanse burgers die uit het Midden Oosten afkomstig zijn. Enkele documenten in het TALON rapport verwijzen specifiek naar deze relatie. Naast het Merton Center worden ook andere vredesgroepen in de gaten gehouden. De ACLU verkreeg documenten van de FBI na een aanvraag onder de Freedom of Information ACT (FOIA). Er werd informatie verzameld over groepen als Ground Zero (een actiegroep tegen kernwapens), het Seattle Peace Chorus, Sound Nonviolent Opponents of War en de Raging Grannies, een koor van oudere vredesactivisten.

    Is er een verschil tussen de spionage van militaire diensten en civiele diensten? Afgaande op de vredesgroepen en activisten die in de TALON Cornerstone-lijst terecht zijn gekomenniet. De meeste organisaties die protesteren tegen rekruteren door het Amerikaanse leger zijn door militaire inlichtingendiensten of individuele militairen aangegeven. De 902de militaire inlichtingengroep van het Amerikaanse leger speelt bij het inwinnen van informatie een belangrijke rol aangezien zij ook een weinig gebruikte wet handhaaft die het verhinderen van het rekruteren van militairen in oorlogstijd strafbaar stelt. De maximale gevangenisstraf voor dit vergrijp is 20 jaar. De FBI is naast de militaire diensten een civiele hofleverancier aan de TALON Cornerstone lijst,

    Na de onthullingen door ACLU en MSNBC News begin 2006 lijkt het Pentagon er alles aan gelegen om het geschonden vertrouwen te herstellen. In een brief van 8 maart 2006 schrijft Patrick J. Leahy de Defense Department deputy for counterintelligence dat er al 186 rapporten waren gevonden met ruim 40 namen die niet in de database thuis hoorden. Een van de groepen waarvan het Pentagon zegt ze bij vergissing in de TALON Cornerstone-lijst terecht kwam is de Georgia Peace & Justice Coalition. Deze vredesgroep houdt een maandelijkse wake in Atlanta. Bij deze activiteit staat in de militaire database: ‘suspicious activity linked to possible international terrorist threats.’
    In januari 2006 meldde de Deputy Secretary of Defense dat alle TALON rapporten waren bekeken en dat er in de lijst geen meldingen meer voorkwamen die er niet in thuis hoorden. De lijst was volgens de Deputy Secretary zinvol gebleken omdat er enkele onderzoeken ook met betrekking tot terrorisme uit voortgekomen waren.
    Bij een evaluatie van 1.519 rapporten uit de periode juli 2005 tot en met mei 2005 bleek echter dat er maar 20 ernstige incidenten in de database voorkwamen en het merendeel van de rapporten had betrekking op vredesprotesten en actiegroepen. Veel van deze meldingen bleken, nadat was geconstateerd dat zij niet in de TALON Cornerstone-lijst thuishoorden en vernietigd moesten worden, nog steeds aanwezig in de database.
    Hoeveel rapporten er nu over oppositionele activiteiten gingen en hoeveel daarvan verwijderd zijn blijft onduidelijk. In 2006 geven verschillende woordvoerders van Defensie uiteenlopende cijfers. Eind april 2006 geven defensie specialisten aan dat er 43 ‘listings’ verwijderd dienden te worden uit de TALON Cornerstone-lijst. Of dit groepen, individuen of activiteiten zijn is onduidelijk. Andere medewerkers van het ministerie van Defensie zoals Daniel Baur van de ‘CounterIntelligence Field Activity unit’ beweerde in november 2006 dat er 180 ‘entries’ uit de databank waren verwijderd. In hetzelfde jaar beweerde het Pentagon nog dat er 13.000 ‘entries’ in de TALON Cornerstone-database waren. Volgens het Pentagon hoorden daarvan ‘slechts’ 260 ‘entries’ niet thuis in de databank.
    Uiteindelijk komt er in juni 2007 een rapport van de inspecteur generaal van het ministerie van Defensie die meldt dat van de 13.000 ‘entries’ er 5.000 waren vernietigd. Tevens schrijft de inspecteur generaal dat van de 1.131 TALON rapporten die bekeken waren er 117 betrekking hadden op buitenlandse groepen zonder Amerikaanse deelnemers of Amerikaanse deelname en er 263 rapporten over demonstraties waren. Waar het aantal 1.131 TALON rapporten betrekking op heeft is onduidelijk.

    Hoeveel gegevens er in de database hebben gezeten blijft gissen. Het meest voorkomende aannemelijke aantal is 13.000. Hoeveel demonstraties, vredesgroepen en individuen in de TALON Cornerstone-lijst waren gemeld zal ook nooit exact bekend worden. Dat het veel is, laat de bovenstaande opsomming zien. Als er vanuit gegaan wordt dat alle protesten van een of meerdere personen in de TALON Cornerstone-lijst terecht zijn gekomen dan zal een groot deel van het totaal van 13.000 ‘entries’ uit anti-oorlog protesten hebben bestaan. Veel Amerikanen zijn namelijk tegen de oorlog in Irak en laten dat horen. Of de TALON Cornerstone-lijst alleen voor het bespioneren van tegenstanders van de oorlog was bedoeld blijft onduidelijk. Hoeveel ‘entries’, ‘listings’ of rapporten daadwerkelijk verwijderd zijn uit de database zal ook een raadsel blijven.

    Op 17 september 2005 besluit het ministerie van Defensie de TALON Cornerstone lijst te sluiten. Het Amerikaanse ministerie oordeelde dat de verzamelde informatie niet van enige analytische waarde meer was. De ingevoerde data blijft echter wel bewaard. De data wordt overgeheveld naar de FBI databank met de ironische naam ‘Guardian’. Gary Keck, woordvoerder van het Pentagon, gaf bij de sluiting van TALON wel aan dat het Pentagon een nieuw systeem hoopte te creëren. Na Total Information Awareness (TIA) en TALON (Threat and Local Observation Notice) nu de database Guardian en een nieuw te ontwikkelen militaire variant.

    Zou het ooit gebeuren dat in Nederland er een rapport komt met naam en toenaam van groepen die bespioneerd zijn door de AIVD, MIVD of RID? En dat het ministerie van Binnenlandse Zaken of van Defensie na de constatering dat er mensen zijn bespioneerd terwijl die gewoon van hun grondwettelijk recht op het uiten van hun mening of het houden van een manifestatie gebruik maakten, excuses aanbiedt en de gegevens verwijderd?

    TALON
    stukken national archive
    ACLU spyfiles
    ACLU rapport no real threat
    ACLU spyfiles twee
    Amerikaanse overheid rapport 2004
    Amerikaanse overheid rapport 1982 en 2005
    Amerikaanse overheid rapport 2007