• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • De terreurambtenaar van de NCTV

    Hij wordt door de media veelal opgevoerd als onafhankelijk expert, een politiek neutrale coördinator van de NCTV die ons voor terreur waarschuwt. In werkelijkheid is Dick Schoof een hardliner die in het verleden onder meer een keihard repressief asielbeleid uitvoerde.

    Dick Schoof is sinds maart 2013 de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV), voorheen terrorisme bestrijding (NCTb). De functie coördinator werd op 27 april 2004 ingesteld, zes maanden voor de moord op Theo van Gogh. Idee is dat de coördinator de samenwerking tussen verschillende diensten moet bevorderen, vooral tussen politie en inlichtingendiensten. Deze relatie is van oudsher slecht, voor een deel omdat inlichtingendiensten hun informatie niet willen delen.

    Daarom werd in 2004 de Contraterrorisme Infobox (CT Infobox) gecreëerd waardoor informatie op een centraal punt bij elkaar wordt gebracht. Over het functioneren van die box heerst onduidelijkheid, zo ook over het functioneren van de nieuwe dienst zelf. De NCTV produceert weliswaar om de drie à vier maanden een zogenoemd Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN) en een daarbij behorend dreigingsbeeld niveau, maar het nut hiervan is onduidelijk. Het dreigingsniveau zwabbert al jaren tussen beperkt en substantieel.

    Alleskunner Joustra

    Over het functioneren van de NCTV werden vanaf het begin al vraagtekens gezet. Waarom nóg een dienst optuigen als speler op het veiligheidsbord? Dit had ook te maken met de eerst aangestelde coördinator, Tjibbe Joustra (VVD) die nu sinds februari 2011 voorzitter is van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV).

    Joustra, net als zijn opvolgers beroepsambtenaar, is afkomstig uit de uitkeringsinstantie UWV. Hij moest daar weg in verband met de exorbitante kosten van de verbouwing van het hoofdkantoor met marmeren vloeren, luxueuze toiletten en ander design. De VVD-fractie in de Tweede Kamer legde daarvoor vooral de verantwoordelijk CDA-minister het vuur aan de schenen, Joustra kwam er goed vanaf. Hij mocht vervolgens terreurambtenaartje spelen (27 april 2004 tot 1 januari 2009).

    De benoeming van Joustra roept de vraag op hoe belangrijk de positie van de coördinator is. Joustra werd geprezen voor zijn rol als coördinator, hij zou de nieuwe dienst op de kaart hebben gezet, maar zelf leek hij in 2008 andere ambities te hebben. Hij verruilde de NCTV voor de Vereniging Particuliere Beveiligingsorganisaties, kreeg vervolgens een baantje bij Productschap Tuinbouw waarna hij zich een interessante positie wist te verwerven bij de OvV.

    Eigenlijk is het begrijpelijk dat Joustra via relatief onbetekenende banen zich een weg terug vocht naar boven. De NCTV is slechts een informatiemakelaar zonder eigen inlichtingenbronnen. Wie de DTN’s leest krijgt de indruk een ouderwetse knipselkrant in handen te hebben die door de knipselafdeling van de inlichtingendienst in elkaar is gezet. Het verschil is dat de bronnen niet zijn vermeld, de originele berichten niet terug te vinden zijn en het niveau opmerkelijk vaag en oppervlakkig is als dat van een inlichtingen jaarverslag.

    Politieman Akerboom

    De opvolger van Joustra bij de NCTV was Erik Akerboom, een iets mindere alleskunner dan zijn voorganger. Akerboom doorliep een groot deel van zijn carrière bij het politiekorps van Utrecht en Brabant Noord. Hij heeft ook vier jaar bij de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (BVD/AIVD) gewerkt (1998–2003) en leek de geschikte man om de relatie tussen vooral de Criminele Inlichtingen Eenheid van de Nationale Recherche (CIE/NRI) en de AIVD te verbeteren.

    Die relatie was en is misschien nog steeds niet al te best. In 2003 concludeerde de Algemene Rekenkamer dat de informatie-uitwisseling slecht verliep. Een scriptie van december 2006 die uitvoerig ingaat op de relatie tussen de diensten constateert wantrouwen. In april 2008 probeerde het radioprogramma Argos de achtergronden van de scriptie ‘Bouwen aan vertrouwen’ te onderzoeken aan de hand van een gesprek met vertegenwoordigers van de Nationale Recherche en de AIVD. Het werd niet helder of de situatie inmiddels glad was getrokken.

    Akerboom leek een jaar na zijn aantreden als coördinator nog niet het overwicht binnen de diensten te hebben gevonden. Toen hij in de aanloop van de Tweede Kamer verkiezingen in 2010 zei dat de NCTb rekening hield met politiek geweld, wilde de AIVD geen reactie geven en stelde droogjes vast dat daarvoor geen concrete aanwijzingen waren. Akerboom is en blijft per slot van rekening een politie- en geen geheim agent.

    Terror Dick

    Na drieënhalf jaar maakte Akerboom plaats voor de derde en huidige coördinator, justitie-ambtenaar Dick Schoof. Al heeft Schoof zijn eerste jaren als ambtenaar doorgebracht bij de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) en het ministerie van OC&W (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap), sinds 1996 was hij werkzaam bij Binnenlandse Zaken en Justitie. Daar heeft hij gediend onder D66, VVD, CDA en LPF bewindslieden.

    Het is onduidelijk of de NCTV nu een troostprijs voor hem is. Vanaf 2003 is Schoof betrokken geweest bij het beleid rondom politiezaken, maar altijd in functie van een ministerie. Eerst bij Binnenlandse Zaken (BZK) als directeur-generaal openbare orde en veiligheid (DGOOV). NRC Handelsblad schreef in 2003 dat hij ‘als directeur-generaal op een sleutelpost zit bij terreurbestrijding.’

    Het is onduidelijk wat voor rol Schoof bij terreurbestrijding heeft gespeeld, Theo van Gogh werd op 2 november 2004 vermoord. ‘Als mijn kinderen me vragen wat voor een werk ik doe, zeg ik maar dat ik de baas ben van de politie’, zegt hij in het Tijdschrift voor de Politie [11-03]. Hoeveel baas hij van het politieapparaat was, is ook onduidelijk. In die periode lag het mandaat van de politie vooral bij de regio’s en bij de Raad van Hoofdcommissarissen waarbij hij niet aan tafel schoof.

    Nadat de politie verkaste van BZK naar Justitie (ministerie van Veiligheid en Justitie) verhuisde Schoof mee. Maar toen de nationale politie werd gevormd en het ministerie daadwerkelijk de touwtjes in handen kreeg op 1 januari 2013, ging Schoof weg, of moest weg. Hij bleef wel werkzaam op het ministerie maar was niet langer ‘baas’ van de politie. Hij moet nu als coördinator NCTV proberen de politie-, inlichtingen- en andere diensten met elkaar te laten samenwerken.

    Binnenlands Bestuur, een tijdschrift voor ambtenaren en bestuurders, interviewde Schoof in juni 2013 en noemde hem liefkozend ‘terror Dick’. Hij wordt in het ambtenarenblad niet weggezet als de terreur-tsaar van Nederland en ook niet als de opperbaas van inlichtingen- en politiediensten. Terror Dick lijkt in het portret van BB een wat neutrale en kleurloze man, veiligheid wordt vaak gepresenteerd als een neutraal onderwerp.

    Dick Jihad

    Schoof is in hoedanigheid van coördinator dé mediaman als het gaat om veiligheid en terreur in Nederland. Hij liep nog geen twee weken rond op de terreur- en veiligheidsafdeling van het ministerie of hij verhoogde het dreigingsbeeld en trok daarmee de aandacht van de media. Dit hield stand door de zogenoemde jihadgangers, de aanhoudingen van ronselaars voor de jihad, families die zouden afreizen naar Syrië en aanslagen elders in de wereld.

    Zijn grootste mediamoment beleefd ‘Dick Jihad’ bij de aanslag op de MH17. Niet omdat hem gevraagd werd hoe het mogelijk was dat de terreurambtenaar de dreiging boven de Oekraïne over het hoofd had gezien. Nee, terreurambtenaar Schoof werd als een soort ‘onafhankelijk expert’ door de media opgevoerd. Hij werd en wordt als politiek neutraal persoon geïnterviewd over het ‘dreigingsbeeld’ in Nederland en de wereld.

    Hij is dan misschien wel ambtenaar, maar geen woordvoerder van de minister van Binnenlandse Zaken, Veiligheid en Justitie, Defensie of Algemene Zaken. Hij is ook niet verkozen en terreur en veiligheid lijken dan misschien ‘neutrale thema’s’, dat zijn zij allerminst. Beleid rond veiligheid en terrorisme zijn bij uitstek maatschappelijke terreinen waar grote politieke verschillen over kunnen bestaan.

    Schoof en diens voorgangers bij de NCTV zijn dan ook geen neutrale personen. In die zin speelt de coördinator een vreemde rol als onderminister. Joustra kan gezien worden als de coördinator die de diensten rijp moet maken voor samenwerking. Akerboom moest proberen de strubbelingen tussen vooral de politie en geheime dienst glad te trekken, Schoof moet vooral het rechtse geluid verkondigen.

    Met dat rechtse geluid heeft hij de politiebonden in 2008 al eens op de kast gekregen. Tijdens langdurige onderhandelingen over de CAO maakte hij de opmerking dat stakingsacties ongepast was. In hetzelfde jaar moest de ‘baas van de politie’ erkennen dat er veel mis was met C2000, het nieuwe communicatiesysteem van de politie, brandweer en andere hulpverleners.

    Dat Schoof tot de hardliners behoort, werd duidelijk onderstreept toen hij de Dies-lezing voordroeg op de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda in 2005. Hij zei in het kader van de veiligheid een groot voorstander te zijn van groen op straat, legergroen wel te verstaan. In zijn rol als coördinator terrorisme en veiligheid zal hij dat naar alle waarschijnlijkheid verder proberen te verwezenlijken.

    Dat hij bij zijn aanstelling als coördinator meteen de onveiligheid op de agenda zette en het dreigingsniveau opschroefde, is niet zo verwonderlijk. Schoof had in 2009 al geprobeerd de angst in Nederland aan te wakkeren. Eind 2008, begin 2009 startte het ministerie van Binnenlandse Zaken de campagne ‘Heeft u al een noodpakket’ met bijbehorende website en bijna een modelpakket ‘Bouw je eigen bunker’. Op deze campagne werd vanuit de samenleving wat lacherig gereageerd en in de Tweede Kamer leek ook niemand voorstander, maar de website en voorbeeldpakketten waren wel ingekocht.

    In Metro [30-01-09] zegt Schoof hierover: ‘Als er mensen zijn die zich storen aan dit deel van de campagne, dan kan je zeggen, dan doen we die niet.’ Dat de oproep om een noodpakket in huis te halen misschien de onveiligheidsgevoelens aanwakkert, of op zijn minst niet dempt, klinkt niet door in de woorden van Schoof. Wie echter de loopbaan van de terreurambtenaar volgt, zal niet vreemd hebben opgekeken van zijn voorgestelde noodpakketten en soldaten in het straatbeeld.

    Hardvochtig IND beleid

    In zijn vier jaren bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) heeft hij aangetoond een keihard beleid voor te staan. Hij diende onder staatssecretaris van Justitie Cohen en Kalsbeek, beiden PvdA, en onder minister Nawijn van de wijlen LPF. Hoogtepunt in die periode was de invoering van de nieuwe Vreemdelingenwet 2000. Deze nieuwe wet onderstreepte nogmaals dat aan het gevoerde beleid geen ander idee ten grondslag ligt dan het weren van migranten. Terreurambtenaar Schoof maakte dat in zijn hoedanigheid als ‘baas van de IND’ ook duidelijk.

    In het Algemeen Dagblad [02-10-99] zegt Schoof dat hij als nieuw hoofd van de IND voor ‘orthodoxe en onorthodoxe oplossingen’ zal kiezen. Een paar maanden later voegde hij de daad bij het woord. Schoof zag januari 2000 geen probleem in het uitzetten van een aidspatiënt naar Somalië. Hij zei destijds dat ‘haar ziekte haar niet belet om te reizen’ [Elsevier, 15-01-00]. Over de toestand in het land in het oosten van Afrika en haar medicijnen repte hij geen woord.

    ‘De hitte trilt op het asfalt als Victor Scheffers donderdagmiddag het ministerie van Justitie binnengaat. De algemeen secretaris van de katholieke mensenrechtenorganisatie Justitia et Pax torst een zware last mee. Hij moet vijf mensen redden die op de rand van de dood balanceren’, schrijft het AD [12-05-01] over vijf Iraakse Koerden die al drie maanden hongerstaken. Opnieuw is Schoof de directeur die zich keihard opstelt. ‘Het is hard tegen hard. Er werd geen enkele nieuwe ruimte geboden’, vertelt Scheffers aan de journalist.

    Migratie is meestal een PvdA-portefeuille en hoewel de sociaaldemocraten graag de indruk wekken open te staan voor migranten en vluchtelingen, is het beleid al sinds staatssecretaris Aad Kosto van eind jaren ’80 begin ’90 ‘sober doch humaan’, gericht op het weren en afschrikking. De nieuwe vreemdelingenwet van 2000 is daar slechts een volgend hoofdstuk in met Schoof die het beleid hardvochtig uitvoerde.

    Eind 2000 stelde advocaat Van Haren dat er bij de IND ‘een cultuur heerst waarbij kwantiteit voor kwaliteit gaat’ [Trouw, 01-12-00]. De advocaat stelde tevens ‘dat het aantal beslissingen dat vernietigd wordt hoog is.’ Vernietigingen zouden plaats vinden op grond van schendingen van de in de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) vastgelegde beginselen van behoorlijk bestuur.

    Schoof reageerde zelf in Trouw [12-1200] op de kritiek en legde deze grotendeels naast zich neer. Ditzelfde gold voor de aanmeldcentra waar het vluchtverhaal van vluchtelingen wordt ‘beoordeeld’. Duidelijk is dat sinds Schoof als directeur aantrad het aantal afwijzingen explosief was gestegen. In september 2001 lag dit aantal al boven 20 procent, eind 2002 zelfs rond de 60 procent.

    Periode Nawijn

    Schoof diende in 2002 onder minister Nawijn van de LPF. Nawijn streefde er naar 80 procent van de asielaanvragen bij de aanmeldcentra af te laten wijzen. Schoof ging in de Volkskrant [05-11-02] pal achter zijn minister staan. ‘De plannen van Nawijn om 80 procent van de asielzoekers aan de grens tegen te houden zijn uitvoerbaar’, zei Schoof voor de microfoon van BNR [31-08-02]. Schoof ging zelfs verder dan Nawijn door te stellen dat het niet alleen uitvoerbaar is, maar dat vluchtelingen ook standaard gefouilleerd zouden moeten worden, ondanks het feit dat het Gerechtshof in Den Haag dat eerder had verboden.

    Volgens Schoof zijn alle vluchtelingen leugenaars en is er met een afwijzingspercentage van 80 procent niets mis. ‘De overgrote meerderheid van de asielzoekers verzwijgt met opzet de ware identiteit’, zei hij in de Volkskrant [14-05-02]. Schoof claimde in hetzelfde artikel dat de daling van het aantal vluchtelingen aan zijn beleid te danken is, het zou namelijk mensensmokkelaars afschrikken. Een klein jaar later voegde hij daaraan toe dat ‘het gros van de mensen dat zich aan de poort van Nederland meldt, geen toereikend asielverhaal indient. Dat is gewoon zo.’ [de Volkskrant, 21-02-03]

    Schoof bleef in de media maar benadrukken dat er geen sprake was van een nieuwe gestrengheid. Dit klopt in zekere zin gezien de ontwikkelingen in de jaren ’90 met de Koppelingswet en de WID. En hoewel het aantal vluchtelingen in Nederland begin van deze eeuw spectaculair daalde, is het volstrekt niet duidelijk of dit verband houdt met de Vreemdelingenwet 2000 en de aanstelling van Schoof als IND-directeur. De ontmenselijking van vluchtelingen en migranten gaat echter wel gewoon door onder Schoof en ook de onmogelijkheid tot gezinshereniging, asielstatus en andere verblijfsmogelijkheden. Zelfs het bedrijfsleven klaagt steen en been waardoor Schoof zijn beleid deels moet aanpassen.

    Sommige tegenstanders van Schoof, zoals advocaat Bogaers, kunnen de hardvochtigheid van de ambtenaar niet uitstaan. ‘In 2001 en 2002 botste hij met de vorige IND-directeur, Dick Schoof, nadat Bogaers de organisatie ‘maffioos’ en ‘racistisch’ had genoemd, en vanwege zijn opmerkingen over corruptie.’ [de Volkskrant, 09-07-04] Bogaers moest uiteindelijk in 2004 voor de tuchtrechter verschijnen in verband met diverse uitspraken. De uitspraken van de advocaat zijn misschien wat populistisch, maar doen niet onder voor de wijze waarop Schoof vluchtelingen neerzet.

    Raus razzia

    Alle liegende vluchtelingen, aldus Schoof, moesten niet langer per luxe chartervlucht worden uitgezet maar met een legertoestel. Militaire uitzettingen zouden de beeldvorming van het harde IND-beleid ten goede komen. [de Telegraaf, 27-04-02] Bogaers populistische woede weerspiegelt zich in een constante stroom aan klachten over het bestuursorgaan. Daar heeft Schoof in zijn periode van ‘leiderschap’ niets aan weten te veranderen. De klachten bij de Nationale Ombudsman daalden wel van 30 procent in 1998 naar 13 procent in 2002 van het totaal dat bij de ombudsman binnenkomt, maar het aantal klachten dat de dienst zelf afhandelt was gestegen, tot 5.000 in 2002 [NRC, 24-02-03].

    Schoof was bij de IND ook een groot voorstander van de jacht op illegalen, al was het alleen maar voor de beeldvorming. Zoals het oppakken van Bulgaarse en Roemeense arbeiders in het Westland hetgeen volgens Schoof een voorbeeld was ‘dat navolging verdiende.’ [NRC, 11-11-03] Om dat doel te bereiken trok hij in die periode op met commissaris Joop van Riessen van de Amsterdamse politie. ‘We willen gezamenlijk zien te voorkomen dat lieden naar ons land komen om illegaal te werken, misdrijven te plegen en overlast te veroorzaken’, zei Schoof daarover [Het Parool, 30-10-02]. Na zijn enthousiasme voor de illegalenjacht, leek Schoof te willen doorpakken en eiste de paspoorten van uitgezette migranten op.

    In de periode dat Schoof directeur was van de IND verharde het beleid verder. Dat was niets nieuws, maar Schoof voegde daar wel een persoonlijke dimensie aan toe. Hij sprak zich denigrerend uit over vluchtelingen en migranten, en het ging zeker niet om kwaliteit, maar om kwantiteit bij het bestuursorgaan. De daling van het aantal vluchtelingen werd door de media aan de nieuwe Vreemdelingenwet 2000 en de IND geweten, maar in werkelijkheid valt de komst van vluchtelingen niet te reguleren. Ook het hoge afwijzingspercentage heeft niet tot een vermindering van het aantal vluchtelingen in de laatste tien jaar geleid, eerder tot een stuwmeer aan klachten en beroepsprocedures.

    Onderminister

    Schoof gedroeg zich in de tijd bij de IND als een soort onderminister van Justitie. Hij verdedigde het beleid, lichtte het toe, gaf aan dat het uitvoerbaar is en wilde doorpakken. Het feit dat hij meer en meer in de media verscheen in de periode 1999 – 2003 had ook te maken met het snelle vertrek van staatssecretaris Cohen naar Amsterdam, de korte aanstelling van Kalsbeek door de val van het kabinet Kok II en de korte aanstelling van LPF’er Nawijn in het kabinet Balkenende I.

    In zijn periode bij de IND maakte hij drie bewindslieden en twee kabinetten mee. Schoof bleek als ambtenaar de stabiele factor, maar hij was zelf niet verantwoordelijk voor het beleid. Schoof ziet dat anders en lijkt een streng en hard beleid voor te staan. Bij zijn vertrek als IND-directeur kreeg hij veel lof van collega’s en media toegezwaaid. De man werd neergezet als troubleshooter van Nederland.

    ‘Hij staat model voor de nieuwe generatie beweeglijke topambtenaren.’ [NRC, 24-02-03] Hij zou het IND hebben opgeschud, klachten zouden aan de ene kant zijn verminderd bij de Ombudsman, maar bij de IND zelf alleen maar zijn gestegen. Het aantal vluchtelingen zou zijn verminderd, maar tegelijkertijd was er al sprake van een dalende tendens. Het aantal afwijzingen steeg explosief, maar onduidelijk is hoeveel vluchtelingen beroep aantekenden en in hoeverre het generaal pardon van 2007 niet het gevolg was van een rücksichtslos afwijzingsbeleid.

    Alle procedures die volgden op het hoge aantal asielaanvraag afwijzingen en ook alle kritiek van het Europese Hof van de Rechten van de Mens en andere Europese instanties, lijken een bom onder het vluchtelingenbeleid te hebben gelegd. Humaniteit en internationaal recht zijn niet besteed aan Schoof, maar dat zorgt voor een explosieve praktijk in de toekomst. Als troubleshooter lijkt Dick Jihad de vuile was over de schutting te gooien en weg te zijn voordat die schutting omvalt.

    Vragen

    Vraag is of zijn periode als directeur bij DGOOV op BZK en Justitie hem bij de politie geliefd heeft gemaakt, want de echte vorming van de nationale politie maakt hij niet mee. En als hij al bij gedragen heeft aan de eenwording van de regio’s, is dat geen onverdeeld succes, zoals diverse rapporten van onder andere de inspectie veiligheid en justitie aantonen. Het is echter het innemen van paspoorten, het opsluiten van hele gezinnen op grond van vage aanwijzingen over het afreizen naar Syrië, het verhogen van het terreurniveau en andere harde repressieve maatregelen die duidelijk een waarmerk van terreurambtenaar Schoof dragen.

    Hoogleraar bestuurskunde Roel in ‘t Veld zegt in de NRC [24-020-03] dat Schoof ‘riskante stappen durft te zetten en dat hij op tijd weer weg gaat.’ Riskante stappen ten koste van wat? En op tijd weggaan, op tijd voor wat? En aan wie draagt hij verantwoording af? Schoof is een schaduwpoliticus, maar niet als secretaris generaal op een ministerie, maar in zijn eigen bestuursorgaan het IND of de NCTV, waar hij als onderminister het beleid misschien wel uitvoert, maar zeker ook vorm geeft. Terreurambtenaar Schoof is over niet al te lange tijd weer weg en wat staat ons dan te wachten. Eindeloze procedures, klachten en andere explosieve zaken?
    artikel als pdf
    uitwisseling van opsporings- en terrorisme informa
    uitwisseling van opsporings- en terrorisme informa
    scriptie bouwen aan vertrouwen