• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Veilig Internetten

  • Jansen Library

  • Doelgroep monitoring: Politiek protest

    Onder het mom van ‘veiligheid van de staat’ roept de politie, naar Amerikaans voorbeeld, steeds meer databanken in het leven. Gegevens over personen die politiek activisme bedrijven komen er eveneens in voor. We hebben de AIVD niet langer nodig.

    In Nederland en een groot deel van de ‘westerse’ wereld is het een gewoonte om mensen die politiek actief zijn in de gaten te houden. Meestal gaat het om afwijkende opinies, zoals in het verleden ten aanzien van het communisme, vrouwenrechten, bewapening etc. In Nederland wordt dit stalken door de overheid meestal gedaan door de inlichtingendiensten en met name de AIVD.

    In andere landen zoals de VS speelt de politie (FBI) een belangrijke rol bij deze constante overheidsobservatie. De FBI legde bijvoorbeeld databanken aan van mensen die protesteerden tegen de Amerikaanse betrokkenheid bij de bezetting van Irak, maar ook recentelijk rond Occupy. Argument is altijd de zogenoemde ‘veiligheid van de staat.’ Mensen die protesteren tegen overheidsoptreden zouden een ‘gevaar zijn voor de nationale veiligheid.’

    Databanken

    In Nederland rukt het Amerikaanse model in toenemende mate op. De politie verzamelt zelf steeds meer over politiek actieve burgers. Dit gebeurde in het verleden al door de lokale tak van de inlichtingendiensten (PID/RID), maar de politie lijkt zich zelf steeds meer een eigen informatiepositie te willen verwerven. Daar waar in het verleden de scheiding tussen opsporings- en inlichtingentaken het uitgangspunt was met betrekking tot de taken van politie en geheime diensten, lijkt die scheiding in het nieuwe tijdperk langzaam te verdwijnen.

    In principe heeft de politie die informatiepositie natuurlijk al via de lokale ‘inlichtingendienst mensen’ van de RID. De ervaring met inlichtingen, geruchten, vage aanwijzingen, het runnen van informanten, infiltranten en ander ’soft’ politiewerk gebeurt al via de CIE (Criminele Inlichtingen Eenheden) en de RID die in het kader van de openbare orde inlichtingen verzamelt.

    Die laatst genoemde inlichtingen, verzameld in het kader van de openbare orde, werden al gebruikt voor het in kaart brengen van voetbalsupporters, maar ook bijvoorbeeld voor leden van jeugdgroepen, drugsgebruikers, dak- en thuislozen, veelplegers, hangjongeren en motorclubs, recentelijk meer in beeld gekomen.

    Databanken zijn steeds eenvoudiger aan te leggen door een verdergaande digitalisering van de politiedata. Een eenvoudig vinkje kan een persoon onderbrengen bij een groep. In 2006 beschrijft een journaliste van NRC Handelsblad in het artikel ‘Hangjongeren op politiefoto’ hoe kinderlijk eenvoudig zo’n databank wordt aangelegd. ‘De wijkagenten maken een foto ‘als jongeren tot een groep behoren, die voor overlast zorgt’, zegt Dineke Mekel. De jongens hebben niet altijd strafbare feiten gepleegd. De politie Zuid-Holland Zuid slaat foto, naam en adresgegevens van hinderlijke hanggroepjongeren op in een database.’

    GBA en andere standaard politiegegevens zijn al voorhanden en in een handomdraai heb je een databank, register, database of hoe je het ook noemt, aangelegd. De scheiding tussen verdachte van een strafbaar feit of gewoon rondhangen is in het voorbeeld van de politie Zuid-Holland al verdwenen. Bij voetbalsupporters is dat ook reeds het geval. Deze ontwikkeling is ook versneld door de verruiming van artikel 141 Strafrecht waardoor mensen in groepsverband kunnen worden vervolgd. Daarvoor is data nodig en die is afkomstig van registers of databanken, eerst zonder verdenking, later met verdenking.

    Ongeregeldheden of de kans daarop worden vaak gebruikt als argument om databanken aan te leggen. In hetzelfde NRC artikel wordt het volgende hierover gezegd: ‘Met de inventarisatie kan de politie jeugdgroepen gerichter aanpakken en zo de openbare orde handhaven.’ Het woord strafbaar feit, crimineel handelen of enige ‘wanordelijkheid’ komt niet meer bij de oorspronkelijke reden voor het aanleggen voor.

    Politieke politie

    In principe is er sprake van een strikte scheiding tussen mensen die politiek buitenparlementair actief zijn en de categorieën hangjongeren, voetbalsupporters en andere groepen. Het in de gaten houden van politiek actieve mensen zou het hart van de rechtsstaat aantasten, want per slot van rekening moet iedereen in een ‘democratische rechtsstaat’ zijn politieke activiteiten kunnen uitvoeren.

    Om die politiek actieve mensen tóch in de gaten te houden, omdat zij mogelijk een gevaar zouden kunnen vormen, werden inlichtingendiensten opgetuigd. Zij mogen tegenwoordig informatie over deze mensen verzamelen, maar hebben geen opsporingsbevoegdheden en mogen geen opdracht geven tot aanhouding. Pas als er een kans is op mogelijke strafbare feiten dienen betreffende diensten het Openbaar Ministerie en politie in te lichten die dan tot opsporing over gaan. De scheiding tussen opsporing en inlichtingendiensten is al langere tijd langzaam aan het kantelen door het toelaten van AIVD-bewijs in rechtszaken. Aan de andere kant gaat de ontwikkeling van een ‘politieke politie’ echter veel sneller.

    Ontwikkelingen ten aanzien van de politisering van politie gebeuren zowel internationaal als nationaal. Naar aanleiding van onderzoek van inlichtingenoperaties naar mensen die protesteren tegen de G8-top in Heiligendamm in 2007, kwam een lijst van demonstranten boven tafel die door Nederlandse politie aan hun Duitse collega’s was overhandigd voorafgaande de G8-top. Het betrof een lijst van ruim honderd personen die eerder waren aangehouden bij een fietsdemonstratie in Utrecht. Deze arrestantenlijst werd aan een Duitse liaison officier (een agent van de Duitse politie actief in Nederland) overhandigd. Met deze lijst konden Nederlanders Duitse grens worden tegengehouden.

    Naar aanleiding van dit G8 Heiligendamm onderzoek kwam een databank boven drijven, genaamd ISTER, Islamitisch Terrorisme. Politieberichten, zogenoemde situatierapportages over protesten van mensen tegen de G8-top, werden in de maanden voorafgaande de top voorzien van de code ISTER.

    Buro Jansen & Janssen publiceerde in 2009 over ISTER het volgende: ‘In een evaluatie van de Raad van Hoofdcommissarissen naar aanleiding van de G8-top in Duitsland schrijft de plaatsvervangend Korpschef van de regiopolitie Brabant Noord dat in ‘ISTER melding wordt gemaakt van de betreffende G8.’ De plaatsvervangende korpschef vraagt zich vervolgens af of ‘te verwachten is dat gewelddadige demonstraties te linken aan de terreur van ISTER. In de praktijk blijkt dat alle onderwerpen in de situatierapportage ISTER wordt gepompt.’

    De korpschef lijkt daar ook zijn bedenkingen bij te hebben. ‘Maak in dit soort situaties een afzonderlijk inwinplan met of zonder strategie, maar scheidt in elk geval olifanten van muggen’, zo luidt het antwoord op de eerste vraag van de evaluatie. De olifanten komen later nog terug als de korpschef antwoordt dat operationele informatie belangrijk is maar hij vindt dat ‘de scheet van de olifant niet onder ISTER’ moet worden gebracht.

    Politie op pad AIVD

    Het onderbrengen van mensen die protesteren tegen de politieke elite van de G8 in een kaartenbak van islamitisch terrorisme, is dat zo vreemd? Vanuit het perspectief van een demonstrant is dat zeker vreemd, die wordt per slot van rekening bestempeld als terrorist. Vanuit het perspectief van de staat zal het één pot nat zijn. Je hebt een kaartenbak voor hangjongeren, motorrijders, drugsgebruikers en waarom dan niet van personen die protesteren. Dat is misschien een diverse groep, maar dat zijn de andere categorieën ook dus wordt de database ISTER genoemd, naar de voor de staat belangrijkste groep mensen die in de gaten worden gehouden, de radicale moslimjongeren. ISTER als databank sluit naadloos aan op het project ideologische misdaad en de doelgroep monitoring van buitenparlementair protest.

    In 2010, een jaar na de ontdekking van ISTER, publiceerde Buro Jansen & Janssen over Ideologische misdaad. ‘Bij de publicatie van het Criminaliteitsbeeld 2005 (CBA) verscheen het deelrapport Ideologisch Gemotiveerde Criminaliteit. De redenering van de medewerkers van de DNR zal zijn geweest dat als de inlichtingendiensten de informatie van de politie opzuigen en slechts uitspugen in ambtsberichten en kant en klare analytische rapporten als ‘van Dawa tot Jihad’, zij op basis van hun eigen operaties analyses moeten gaan schrijven en bronnen aanboren.’ Oftewel, de politie kan ook zelf besluiten op te treden als inlichtingenorganisatie. Zeker met de mensen die nu naar Syrië reizen in het achterhoofd en het feit dat de AIVD de boel niet meer aankan, is het voorstelbaar dat de politie zich steeds meer op het pad van de geheime dienst begeeft.

    Tien jaar geleden werd die ideologische misdaad ook al direct aan terrorisme gekoppeld. ‘In het hoofdstuk over de financiering gaat het alleen maar over terrorisme. Het woord ideologische misdaad is volledig op de achtergrond geraakt. ‘Terrorismefinanciering is vanwege de verwevenheid van terroristische netwerken met nagenoeg alle vormen van geld genererende criminaliteit meer een container begrip dan een zelfstandige criminaliteitsvorm’, is te lezen bij de financieringsbronnen. De bronnen die worden opgenoemd zijn onder andere ‘goede doelen organisaties, sponsoring en horeca’. De voorbeelden van organisaties en politieke partijen uit de voorgaande hoofdstukken worden in een keer op een hoop gegooid met terrorisme, opnieuw zonder dat er enig bewijsmateriaal wordt aangevoerd.’

    Zo komt een activist voor een betere wereld via de ideologische wereld in de ISTER-database terecht, iets dat in 2013 duidelijk werd in de persoon van ‘Jonas’ die gearresteerd werd bij een poging om te gaan demonstreren. (zie het artikel ‘Linkse activist krijgt van politie stempel ‘terrorist’ in deze nieuwsbrief) Jonas kreeg na opvraag een document onder ogen waarop wordt vermeld ‘doelgroep monitoring … Politie Amsterdam-Amstelland (RPAA) (Terreur, vanaf 08-05-2012).’ Misschien bestaat ISTER nog wel degelijk, maar is er een algemene aanduiding ‘terreur’ aan toegevoegd voor personen die gearresteerd worden bij demonstraties.

    Schimmenspel

    De uitleg van de politie bij deze doelgroep monitoring, werpt nieuw licht op de vermenging van databanken. In ‘Inrichting Regionale Informatie Organisaties Politiekorpsen’ uit mei 2011 wordt beschreven hoe CIE en RID ofwel deel uitmaken van de ‘informatieorganisatie’ of daar beiden aan leveren en van aftappen. Hoewel het (voor)onderzoek nog uit het tijdperk van de politieregio’s stamt, kun je concluderen dat de scheiding van de informatie van de inlichtingen eenheden van de politie al beslecht is.

    Nu zou je kunnen stellen dat Jonas ooit is veroordeeld als een terrorist, vrij man is en vervolgens werd toegevoegd aan de kaartenbak ‘terreur’. Dit is echter niet mogelijk aangezien hij zeven dagen na zijn aanhouding na aanvang van een demonstratie werd toegevoegd aan de doelgroep monitoring terreur. Jonas is dus als demonstrant ingedeeld onder terroristen.

    Wat volgde in de correspondentie van Jonas en de antwoorden op informatieverzoeken is een schimmenspel, zoals inlichtingendiensten ook altijd communiceren. Op 29 november/ 4 december 2013 kreeg Jonas te horen dat hij niet was ingedeeld in de doelgroep monitoring terreur maar in de registratie NL-VIP, waar echter de doelgroep monitoring terreur deel van uitmaakt. De politie schrijft dat ‘VIP staat voor Verwijs Index Personen. Deze registratie is overgegaan in de wellicht meer bekende Strafrechtketendatabank (SKDB).’

    Op de website van het ministerie van Veiligheid en Justitie staat te lezen dat in dit register ‘de administratieve gegevens worden aangevuld met gegevens over hoe de identificatie heeft plaatsgevonden, zoals documentgegevens. Verder zijn foto’s en aliassen te raadplegen en worden in de loop der tijd (‘carrière’) meerdere frontale foto’s opgeslagen van de justitiabele. De Matching Autoriteit bepaalt de juistheid van de administratieve persoonsgegevens.’

    VIP is inmiddels overgegaan in SKDB (Strafrechtsketendatabank), maar dat is van minder belang. In antwoord op vragen van Jonas stelt de politie dat over hem ‘in het kader van doelgroep monitoring gegevens worden verwerkt in het kader van informatieverzameling omtrent links activisme.’ Links activisme is in het register van de politie gelijkgesteld aan terreur.

    De politie bevestigt dat ‘bepaalde doelgroepen binnen de politie ‘gemonitord’ worden, wat inhoudt dat er een signaal wordt afgegeven indien er een politiecontact met een betrokkene heeft plaatsgevonden.’ De politie geeft in de brief van november/december 2013 aan dat het woord terreur is aangepast en dat er ‘dat een doelgroep zal worden aangemaakt die wél de lading dekt en verwijst naar links activisme.’

    Bug

    Jonas moet blij zijn dat er een nieuwe databank wordt opgetuigd die de lading meer zou dekken. Of dat ook echt gaat gebeuren is twijfelachtig gezien de geschiedenis met ISTER. De politie verwijst daar ook nog naar, omdat het zou gaan om een ‘bug’. ‘Desondanks moet ik u helaas laten weten dat sprake is van een zogeheten ‘bug’ in het systeem waarmee verschillende registers tegelijk geraadpleegd kunnen worden (Integrale Bevraging). Daardoor blijven historische koppelingen met doelgroepen in stand en worden deze getoond alsof de koppeling nog actueel is.’

    Er is sprake van een ‘bug’, oftewel een ICT probleem bij de politie. Dat is wel duidelijk, maar deze ‘bug’ is wel bijzonder want als een soort jackpot komt Jonas uit de registers als terrorist gerold. Dat zou gebaseerd zijn op historische gegevens, Jonas kreeg in 2012 het stempel terrorist en door de ‘bug’ is hij nog steeds terrorist. Toch is dat vreemd want bij terreur wordt 8 mei 2012 vermeld en niet 1 mei 2012, de dag van zijn aanhouding. Daarnaast lijkt die ‘bug’ weer geen ‘bug’ want hoewel Jonas geen terrorist is, is hij wel een linkse activist of een beschrijving die de lading zou dekken.

    Enige vertwijfeling blijft bij Jonas achter na het lezen van de brief. Door een ‘bug’ in het politiesysteem werd hij plots gebrandmerkt als zijnde terrorist. Maar niet alleen hij wordt door de politie in de gaten gehouden om zijn politieke motieven. Jonas is een ‘linkse activist’ en staat als zodanig in de politiesystemen vermeld.

    De briefwisseling met de politie gaat voort in 2014. Op 19 juni 2014 kreeg Jonas een tweede schrijven van de politie Amsterdam in handen. ‘De gegevens die in de voormalige Basisvoorziening Opsporing (BVO), tegenwoordig in het systeem Summ-IT, zijn opgenomen in verband met links-activisme worden verwerkt op grand van art. 9 van de Wpg. Het gaat daarbij om de gerichte verwerking van politiegegevens in verband met de handhaving van de rechtsorde in een bepaald geval. In dit geval is het doel van de gegevensverwerking, zoals u reeds is meegedeeld, de informatievoorziening rond links activisme.’

    Deze brief is een verduidelijking van de eerdere brief, en daarnaast wilde Jonas ook zijn politiedossier inzien. Opmerkelijk is de opmerking over de verwerking van de gegevens rond de rechtsorde. Nu is rechtsorde een rekbaar begrip, maar in de Wet Politiegegevens is onderscheid gemaakt tussen informatieverwerking in het kader van normale politietaken (artikel 8) en rechtsorde. Dit heeft meer te maken met de taken van vooral de RID’s die gericht zijn op de ‘democratische rechtsorde’, vandaar ook terreur op links-activisme.

    De politie schrijft: ‘U kunt daarbij denken aan gegevens over aanhoudingen in verband met het niet voldoen aan een bevel of vordering bij kraakacties of demonstraties.’ Een aanhouding bij een demonstratie is een rechtsorde zaak en daarom terreur, of links-activisme, of in ieder geval een databank politiek activisme.

    De registers of databanken van de politie worden dus gebruikt zowel in het kader van ‘normale politietaken’ als abnormale rechtsorde taken. In dat kader is Jonas naar aanleiding van deelname aan een demonstratie in het register terreur terecht gekomen, dat een ‘bug’ zou zijn en daarom vervolgens in een databank links-activisme werd ondergebracht.

    Deel web ontrafeld

    Of de lucht nu is geklaard voor Jonas blijft onduidelijk. De politie schrijft dat hij ‘op geen enkele wijze in verband wordt gebracht met politiek-extremisme dat (potentieel) de staatsveiligheid zou raken.’ Toch werd hij ingedeeld onder ‘terreur’ en is er naar aanleiding van zijn klacht een bak met links-activisme aangemaakt.

    Wat dat laatste inhoudt verduidelijkt de politie op 16 juli 2014. Eind 2013 is in alle haast een kaartenbak links-activisme aangelegd. Jonas zit daar in: ‘Het gaat om een registratie waarbij op grond van artikel 9 van de Wpg informatie wordt verzameld over links activisme.’ Artikel 9 is rechtsorde, RID eigenlijk, maar die stukken krijgt hij niet. Volgens de politie gaat het om demonstraties en kraakacties, maar in die links-activisme bak bevindt zich tevens ‘informatie uit verstrekkingsrapporten van de RID.’

    Aan het einde van de rit heeft Jonas slechts een deel van het web ontrafeld. Er is sprake van doelgroep monitoring en die werkt met bestanden als terreur, links activisme en andere categorieën. De informatie die over hem is verzameld is afkomstig uit normale politie handelingen, lees bekeuring voor door rood licht wandelen, en abnormale rechtsordelijke, lees regionale inlichtingendiensten handelingen.

    Waarom Jonas is opgenomen in een databank wordt niet duidelijk, ook niet wat dat betekent. Als onderdeel van die kaartenbak is hij echter wel onderwerp van onderzoek want er is een ‘rechercheonderdeel dat met links activisme is belast.’ Dit recherche onderdeel doet aan ‘analyse en waardering van informatie’, ook informatie over Jonas dus.

    Zo belandt Jonas in het criminaliteitsbeeld ideologische misdaad en waarschijnlijk ook in de grotere kaartenbak ISTER, islamitisch terrorisme. De cirkel is rond. Je doet mee aan een demonstratie, een handeling die staat vermeld in de criminaliteitsbeeld analyse ideologische misdaad. Je wordt aangehouden. Je belandt in een terreur databank die toch maar links-activisme wordt genoemd, want demonstranten meteen bestempelen als terroristen gaat misschien wat ver. Naar jou wordt onderzoek gedaan door het rechercheonderdeel links-activisme. De politie is al lang verworden tot een inlichtingendienst naar Amerikaans model.
    artikel als pdf
    politie ICT demonstrant is terrorist
    inwinplan Madrid 0311
    informatiestrategie Madrid 0311
    Inwinplan Ister 2005
    informatiestrategie Ister 2005
    aanvulling ister 2008
    informatie strategie activisme extremisme
    inwinplan activisme extremisme
    Linkse activist krijgt van politie stempel terrori
    Politie registreert politiek engagement