• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • ESCAPE

    Ravage

    Dierenrechtenteam al weer opgeheven

    Na het schrijven van onderstaand artikel over het Bovenregionale Rechercheteam dat zich bezighield met dierenrechtenactivisme bleek het echter al weer om deels achterhaalde informatie te gaan. Door de moord op Fortuyn en het feit dat de vermoedelijke dader zich onder andere met dierenrechten bezighield, werden er veel vragen gesteld over dit rechercheteam. Het Openbaar Ministerie liet daarop weten dat het team in februari 2002 reeds ontbonden is… Sinds de oprichting een jaar eerder hebben 12 rechercheurs zich beziggehouden ‘met mogelijke criminele activiteiten van extremistisch dierenactivisme’. Aangezien dit niet leidde tot de vervolging en / of veroordeling van verdachten, is het Escape-team in februari opgeheven. De verzamelde informatie wordt aan de BVD en de Afdeling Terrorisme en Bijzondere Taken (voorheen DBRZ) van het Korps Landelijke Politiediensten overgedragen. Wel kan er, als daartoe aanleiding bestaat, besloten worden tot het opnieuw instellen van een bovenregionaal of ander team dat zich met dierenrechtenactivisme bezig gaat houden. Bovenregionaal Rechercheteam gevormd tegen dierenrechtenactivisten.

    Wie wel eens actievoert bij bijvoorbeeld het BPRC in Rijswijk zal zich vast verbaasd hebben over de grote hoeveelheid camera’s, stillen en andere nieuwsgierige ogen. Dierenrechtenactivisme staat blijkbaar hoog op de agenda van diverse diensten. Dat de BVD, diverse RID-en, de beveiliging van het BPRC en bontfokkers de actievoerders in de gaten houden, was al bekend. Sinds enige tijd is er nog een team opgericht.

    Al enkele jaren vinden er (opnieuw) verschillende acties plaats door dierenrechtenactivisten. Vooral de nertsenbevrijdingen en brandaanslagen, die onder diverse namen gepleegd worden, liepen hierbij in het oog. In sommige gevallen (bijvoorbeeld de aanslag op Dumeco in Boxtel van eind maart vorig jaar) werd hierbij voor miljoenen guldens schade aangericht. Tot dusver is er voor deze aanslagen en nertsenbevrijdingen nog niemand opgepakt. Dat dit tot kritiek op het politieoptreden leidt is niet zo verwonderlijk. Belangenbehartigers van de bontindustrie, eigenaren van de in brand gestoken vleesverwerkingsbedrijven, politici, allemaal vroegen ze zich af hoe het toch kwam dat er in al die jaren nog nooit iemand gearresteerd is in verband met deze acties. Ook diverse regionale politiekorpsen, uit de regio’s waar de aanslagen en bevrijdingen plaatsvonden, uitten kritiek op het gebrek aan medewerking dat zij kregen van de NRI (vroeger CRI geheten), de nationale recherche informatiedienst.

    In antwoord op vragen uit de Tweede Kamer liet minister Korthals van Justitie op 14 mei 2001 weten dat er inmiddels tot instelling van een zogenaamd Bovenregionaal Rechercheteam (BRT) was besloten. Documenten die met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) vrij zijn gekregen, geven een (klein) kijkje in de keuken van dit team.

    BRT-ESCAPE

    Enkele jaren geleden constateerde men bij de politie dat er nogal wat viel aan te merken op de samenwerking tussen de verschillende politieregio’s. Dit frustreerde met name rechercheonderzoeken naar vormen van criminaliteit waarin het werkveld van de daders of dadergroepen zich uitstrekt over meerdere regio’s. Een jaar of drie geleden werd daarom besloten tot het instellen van Bovenregionale rechercheteams. Zo’n team wordt ‘geadopteerd’ door één politieregio, dat wil zeggen dat dat korps de leiding heeft en het BRT ook die regio als standplaats heeft. Daarnaast leveren de andere betrokken korpsen geld en menskracht. Tot nu toe waren er BRT actief op de terreinen: overvallen op supermarkten, mensenhandel / vrouwenhandel, kinderporno, synthetische drugs, vuurwapens, woninginbraken, voertuigcriminaliteit en milieu.

    Op 21 november 2000 diende het politiekorps IJsselland (waaronder o.a. Zwolle, Kampen en Deventer vallen) het voorstel in tot de vorming van een BRT op het gebied van dierenrechtenactivisme. De Commissie Bovenregionale Opsporing, de commissie die bepaald op welk gebied een BRT gevormd wordt, heeft op 8 januari 2001 positief besloten tot de instelling van een BRT op het gebied van dierenrechtenactivisme. Het team heeft de naam ‘ESCAPE’ gekregen en heeft als adoptiekorps de politieregio IJsselland.

    Dat het korps IJsselland het initiatief tot dit BRT heeft genomen is niet zo verbazingwekkend. In de jaren 1999 en 2000 vonden daar een aantal grote acties plaats door dierenrechtenactivisten. Zo brandden er op 4 juli 1999 in Dedemsvaart 7 trucks en een opslagloods af bij kippenslachterij Plukon. Deze actie, die een miljoenenschade veroorzaakte, werd opgeëist door ‘Rode Haan’. Het Dierenbevrijdingsfront claimde ruim een half jaar later een brandaanslag bij een veetransportbedrijf in Heino, waarbij drie trucks geheel uitbranden en vier gedeeltelijk. In februari 2000 ontvingen daarnaast ook enkele veeboeren uit Deventer anonieme dreigbrieven. Bovendien werden begin 2000 in de buurt van Kampen twee Duitsers aangehouden in de omgeving van een nertsenfokkerij. Zij hadden weliswaar gereedschap en een plattegrond van de fokkerij bij zich, maar werden opgepakt buiten het terrein, nog voordat ze iets hadden kunnen doen. Ze zijn uiteindelijk uitgeleverd aan Duitsland.

    Over de andere korpsen die deelnemen in het BRT wil men bij Justitie geen uitspraken doen, omdat ‘ook het aangeven van de aan het BRT deelnemende korpsen, alsmede de middelen waarmee het BRT is uitgerust naar mijn oordeel de opsporing en vervolging van strafbare feiten gerelateerd aan dierenrechtenactivisme kunnen schaden.’ Wie echter de lijst van aanslagen en nertsenbevrijdingen bekijkt kan wel een aantal regiokorpsen noemen die ongetwijfeld zullen deelnemen aan het BRT. Bijvoorbeeld de regio Noord- en Oost-Gelderland. Daar vonden in 1999 en 2000 meerdere brandaanslagen en nertsenbevrijdingen plaats in Ermelo, Barchem en Putten. Ook de regio Haaglanden (Den Haag en omstreken) kreeg met meerdere nertsenbevrijdingen te maken. Daarnaast valt ook het dierproeflaboratorium BPRC in Rijswijk onder deze politieregio.

    Ook de voormalige dienst Bijzondere Recherche Zaken van het CRI, tegenwoordig Afdeling Terrorisme en Bijzonder Taken geheten, neemt deel aan ESCAPE. Zij zal zich ongetwijfeld mede bezig gaan houden met het onderhouden van contacten met buitenlandse diensten. ‘Om tot een effectieve aanpak van de voornoemde dadergroep te komen zijn opsporingsactiviteiten te verwachten in een groot aantal Nederlandse politieregio’s en betrokken West-Europese landen’, meldt het ‘Adviesrapport inzake Dierenactivisme’ dat het Korps Landelijke Politiediensten opstelde voor de eerder genoemde Commissie Bovenregionale Opsporing.

    BVD

    Naast de diverse politieregio’s en –diensten is ook de BVD van de partij. Niet verwonderlijk, de dienst noemt al enkele jaren dierenrechtenactivisme als één van de aandachtspunten. De rol van de BVD met betrekking tot het BRT is vooralsnog onduidelijk. Minister Korthals liet in mei 2001 aan de Kamer weten: ‘Uiteraard vindt er ook afstemming met de BVD plaats.’ Afstemming suggereert dat er af en toe overleg zal zijn tussen mensen van het BRT en de BVD. Gezien het feit dat de BVD de afgelopen tijd, zoals in eerdere Ravages te lezen viel, actief mensen benaderd om als informant voor hen te gaan werken, kun je er echter van uitgaan dat het eerder om een vrij intensieve samenwerking zal gaan. Deze samenwerking is overigens niet nieuw. Zo vond er op 3 oktober 2000 een Nederlands-Belgische bijeenkomst plaats in Brussel om het Europees Kampioenschap voetbal dat eerder dat jaar had plaatsgevonden, te evalueren. Vanuit Nederland waren hier onder andere de BVD en de CRI aanwezig. Naast het EK voetbal is toen gesproken over dierenrechtenactivisme, onder meer om te ‘bekijken hoe de samenwerking tussen België en Nederland geoptimaliseerd kan worden’ aldus een verslag van deze bijeenkomst. Er werd daar gesuggereerd dat de aanslagen van het ALF die toendertijd regelmatig in België plaatsvonden, wel eens het werk zouden kunnen zijn van Nederlandse activisten: ‘Een aantal doelwitten van het ALF in België is gelegen langs de autosnelweg via welke men Nederland snel kan bereiken.’ Ook werd gekeken of er overeenkomsten in werkwijze waren tussen Nederlandse en Belgische aanslagen.

    Ultra linkse anti-imperialisten

    Terug naar ESCAPE. Zoals gezegd is zo’n beetje alles geheim in het kader van het opsporingsonderzoek. In het eerder genoemde adviesrapport staan echter toch een paar opmerkelijke dingen. Zo staat er onder het kopje Aanleiding: ‘Al geruime tijd kent ons land een nieuwe vorm van (radicaal) activisme, namelijk dierenleedactivisme. Bij onderzoek is vastgesteld dat de idealisten die deelnemen in dergelijke groepen voortkomen uit ultra linkse groeperingen die zich ook wel aanduiden met anti-imperialisten. Het resultaat van door deze groepen gevoerde acties is dat later ook minder politiek gemotiveerde activisten zich gingen verzetten tegen allerlei vormen van dierenleed, zoals…(de rest is helaas weggelakt).’ Een merkwaardige term: ‘anti-imperialisten’. De laatste tien jaar is er van deze benaming zo goed als niks meer vernomen. De enige keer dat deze term bij dierenrechtenacties is gebruikt, was begin 1999. Op 2 januari van dat jaar kwamen er bij diverse McDonald-vestigingen (valse) bommeldingen binnen. Deze werden later geclaimd door een engels sprekende vrouw die zei te spreken namens Radical Anti Imperialist Action. Ook verderop in het adviesrapport komt men terug op banden met andere groeperingen: ‘Voor zover tot op heden is na te gaan (…) bestaan er relaties met zogenaamde radicale actiegroepen.’ Als je deze opmerkingen combineerd met het feit dat er sprake is van onderzoek op basis van onder meer artikel 140 (deelname aan een organisatie die het plegen van misdrijven als oogmerk heeft) kun je concluderen dat men zo ongeveer elke actievoerder in Nederland als potentiele dader kan gaan zien. Er zal ook niet alleen gekeken worden naar de meer radicale dierenrechtengroepen in Nederland, (zogenaamd) minder radicale groepen zullen eveneens in kaart worden gebracht. Bijvoorbeeld alle groepen die zich bezighouden met het BPRC in Rijswijk. Voor een deel gaat het hierbij om mensen of groepen die directe acties voeren, maar voor een deel gaat het ook om meer ‘burgerlijke’ groepen en lobby-achtige organisaties.

    Camera’s, afluisteren en infiltreren

    Op zich lijkt dit op het eerste gezicht misschien allemaal niet zo spectaculair. Toch kan het instellen van een dergelijk team wel degelijk de nodige consequenties hebben, en dan vooral voor mensen die zich met acties op het gebied van dierenrechten bezighouden. Tot nu toe was het zo dat de recherche van de regio waar bijvoorbeeld een aanslag had plaatsgevonden, dit onderzoek erbij deed. Waren er dan weinig aanknopingspunten bij het zoeken naar daders, en dat was meestal het geval, dan kreeg een onderzoek naar de aanslag al snel geen prioriteit meer. Rechercheurs van een Bovenregionaal Rechercheteam zijn echter speciaal vrijgemaakt voor één specifiek onderzoek, in dit geval dierenrechtenactivisme. Zij kunnen zich dus helemaal ‘vastbijten’ in zo’n onderzoek. De instelling van zo’n BRT maakt bovendien duidelijk dat dit onderwerp een hoge prioriteit heeft (gekregen) bij politie en justitie. Er worden dan ook niet alleen mensen voor vrijgemaakt, ook zal er extra budget beschikbaar zijn. Daarnaast zal het voor een BRT ongetwijfeld gemakkelijker zijn om te beschikken over technische hulpmiddelen. Verhalen over eerdere Bovenregionale Rechercheteams laten zien wat dit in de praktijk kan betekenen. Dergelijke teams maken gebruik van grootschalige en langdurige observatie. Meer en meer worden hierbij camera’s gebruikt, maar ook worden verdachten, vrienden van verdachten enz. geschaduwd. Daarnaast wordt op grote schaal afgeluisterd. Niet alleen worden telefoons getapt, ook wordt er direct afgeluisterd in bepaalde ruimtes of in auto’s. Hierbij gaat het niet alleen om mogelijke daders, maar kunnen ook vriendenkring, familie en collega’s slachtoffer worden. Omdat de kans groot is dat er niet meteen resultaten geboekt zullen worden, veel aanwijzingen zijn er per slot van rekening niet, is het ook niet uit te sluiten dat er gebruik gemaakt zal worden van een politie-infiltrant. De opmerking van Korthals ‘Met nadruk wil ik er op wijzen dat, gelet op de wijze van opereren van dierenactivisten, er rekening mee gehouden moet worden dat het onderzoek een zaak zal zijn van lange adem.’, zou hier een verwijzing naar kunnen zijn Dit middel is bijvoorbeeld in België succesvol toegepast bij het onderzoek naar aanslagen op fastfood-ketens. Na de arrestatie van Anja Hermans en Geert Waegemans bleek een ‘vriend’ van hen in werkelijkheid een politie-infiltrant te zijn, die van elke ontmoeting die ze met hem hadden schriftelijk verslag deed aan zijn superieuren.

    Wat voor methoden er precies gebruikt zullen worden blijft voorlopig onduidelijk. Wat wel zeker is, is dat er van de opsporing naar de daders van de aanslagen en de nertsenbevrijders (nog) meer werk zal worden gemaakt. Dat dat nog niet altijd meevalt bewees men bij het korps in Amsterdam. Ravage kwam enkele dagen na 25-03-01 met het persbericht naar buiten over het opeisen door het Dierenbevrijdingsfront van de brand bij Dumeco in Boxtel. De dag na het uitbrengen van het persbericht stapte er iemand ‘opvallend onopvallend’ bij de Amsterdamse boekhandel Fort van Sjakoo binnen. Na lang zoeken en met een beetje hulp van een aanwezig personeelslid vond hij eindelijk de Ravage. Want ‘daar staat toch iets in over die brandstichting?’ En of hij misschien een bonnetje kon krijgen. Een half uur later belde hij boos op naar het Fort: ‘Er staat helemaal niks in over die brand! O, heb je dat ook nooit beweerd, nou dan moet ik even overleggen, moment.’ Waarna de telefoon werd doorgeschakeld: ‘Politie Amsterdam-Amstelland waarmee kan ik u helpen?’…